Naar boven

Nederlandsche staatscourant

17-12-1839

Zoomen en navigeren

Gevonden in deze krant

Geen zoekvraag opgegeven

Zoeken in deze krant

Bladeren door deze krant

/ 3

Details

Kop
Soort bericht
Krantentitel
Datum
Editie
Uitgever
Plaats van uitgave
PPN
Verschijningsperiode
  • 1814-1985
Periode gedigitaliseerd
  • 1814 t/m 1869
Verspreidingsgebied
Herkomst
  • KB T948
Nummer
  • 298

Gebruiksvoorwaarden Kranten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLANDSCHE BERIGTEN. 's Gravenhage, den 16den December.

BINNENLANDSCHE BERIGTEN. 's Gravenhage, den 16den December.

De Javasche Couranten van 24 Julij tot en mst 21 Augustus, heden bij ons onlvangen, behelzen de volgende berigten: » Batavia , den oden Augustus J 839.

» Volgens berigten van Timor, is in April jl. daar ter reede aangekomen de Engelsche schoener Essington, komende van Timor Laut, van waar het den gezagvoerder van dat vaartuig , Watson, gelukt is mede te voeren een der op genoemd eiland overgeblevene personen van de equipage van de, in 1823, aldaar door de bevolking afgeloopen Engelsche schoener Staat Come.

» Deze ongelukkige, Joseph Tobas genaamd , geboortig van Engeland, beeft 17 jaren als slaaf te Lauran op Timor Laut doorgebragt, alwaar de gemelde schoener , in der tijd , op strand gehaald en verbrand is ; terwijl de overige .opvarenden vermoord zijn geworden. » Gedurende het gemeld tijdstip is hij aan de wreedste mishandelingen van de bevolking blootgesteld geweest, ten gevolge waarvan hij zeer veel heefl geleden, zoo zelfs, dat het te betwijfelen valt, of hij immer weder het gebruik zijner beenen, welke door zonnehitte verdroogd en krom gelrokken zijn , zal lerug bekomen. » Alleen een onophoudelijke arbeid kon hem bevrijden van kastijdingen met een brandend hout, waarvan ontelbare lidteekenen op zijn ligchaam te bespeuren zijn. » Zijne moedertaal is hij geheel vergelen, kunnende hij zelfs niet meer tot tien tellen, zoo dat weinig of geene verdere informalien van hem zijn kunnen worden ingewonnen." » Batavia , den J3den Augustus J 839. » Van Patjilan wordt, oijdcr dagteekening van den lslen dezer, gemeld , dal , sedert vijf dagen , aldaar, zonder lusschenpozing, een zoo zware regen valt, als maar zelden in de wcstmousson wordl opgemerkt. Eene groote slreek lands is er overstroomd, en vele menschen, have en goed verlatende, vluglen 10l hun behoud naar de hoogere gronden Bijzonderheden van ongelukken zijn nog niet bekend, aangezien de communicatie met de oostzijde der Patjilansche 'rivier, door het wcgspoelen der brug, alsloen nog gestremd was." «Batavia, J 6 Augustus J 839. » Onder dagteekening van den sdcn dezer , wordt uit Kedirie medegedeeld , dat, voornamelijk in het zuidelijk gedeelte dier residentie, uitmakende de afdeelingen Ngrowo en Trengalek, door zware regens, de rivieren tot eene zoodanige hoogte zijn gerezen, dat eene groote uitgestrektheid rijstvelden , 2 , 3 lot 4 voeten onder water slaat, waardoor de communicatie in de dislriklen Tangoel en Wadjak geheel gestremd is, en dc bevolking naar hoogere streken de wijk heeft moeten nemen. » De Rowo Bening (een moeras in het distrikt Tangoel) vertoonde toen cene belangrijke watervlakle , zoo als, volgens het zeggen van den berigtgever, nog nooit eene aldaar gezien is; de woningen, aan den oever gelegen (op palen gebouwd) zijn met meer dan een voet water boven de vloeren overstroomd. » Verscheidene dammen zijn er voor den hevigen stroom bezweken, en vele koffij —tuinen mede onder water gezet. «De indigo-fabrijk Grobogan is, door het onder water loopen harer stookgaten, builen werking gesteld moeten worden, en het daarbij behoorende pakhuis ook overstroomd. » De donkere, benevelde luchten en hevige winden uit hel Zuid-Westen, die daar worden opgemerkt, schijnen vooreerst weinig vooruitzigt le geven, dat de regens spoedig zullen ophouden ; ware dit het geval, dan hoopt men het water in korten tijd langs de Kedirische rivier, die nog binnen hare boorden bleef, le zullen zien wegvloeijen." Bij onderscheiden door den Gouverneur - Generaal van Nederlandsch Indie genomen disposilien zijn benoemd : tot provisionelen kommandant der eerste groole mililaire afdeeling op Java, do kolonel van het regement huzaren n°. 7 , J. J. Perié, met bepaling dat hij tevens het bevel over genoemd regement zal blijven voeren; lot kommandant der tweede groote militaire afdeeling op Java , de kolonel der infanterie i. Le Bron de Vexela , mcl bepaling , dat hij, bij de aanvaarding dezer belrekking, eervol zal zijn ontslagen als kommandant van het observatie-korps; tot kommandant van de derde groote militaire afdeeling op Java, de luitenant-kolonel G. Bakker, die van het lste naar het 3de bataiilon infanterie is overgeplaatst ; tot resident van Ayer Bangies (Sumatra's weslkusl), de ambtenaar P. B. J. de Perez, laatstelijk adsistent-resident van Benkoclen; tot secretaris, magistraat en pakhuismeesler le Ternale, R. Scherius, thans civiel gezaghebber te Geirontalo (Menado) ; tol civiel gezaghebber te Gorontalo (Menado), N.M. G. Renoult , thans kommies bij de magislrature te Amboina ; lot kommies bij de magislrature en secretaris en fiskaal bij den gewonen landraad te Amboina, J. A. Muller, thans luitenant der tweede klasse bij dc koloniale marine. tot kommies op het bureau van den adsistent-resident te Sumanap, J. Coorengel, ambtenaar op wachtgeld ; tot kommies op het residenlie-kanloor te Kedirie, F. Mente, laatst klerk ten gemelden kantore ; bij de landelijke inkomsten en kultures: tot kontroleurs der eerste klasse, de kontroleurs der tweede klasse , J. de Groot en G. Rodenburg; tot kontroleurs van de tweede klasse, de kontroleurs der derde klasse, F. Buijn, G. P.J. Lichte, J. H.L. Kuhlenkamp Lemmers en J. Lipjes ; lot kontroleur van de derde klasse, E. J. G. Wijnstok, amblenaar op wachtgeld. Tot fiskaal bij den raad van justitie te Soerabaija en auditeur - militair in de voormalige derde groole mililaire afdeeling, mr. P. T. Filz, thans ommegaand regter in de westerafdeeling ; 10l secretaris en fiskaal bij den ommegaand regter in de Samarangsche afdeeling, mr. A. Prins, thans gezworen klerk bij den raad van justitie te Soerabaija; tot waarnemend ommegaand regter in de wester-afdeeling, mr. P- C. Ardcsch , thans die funclien in de Samarangsche afdeeling beklccdendc ; tot waarnemmend omegaand regter in de Samarangsche afdeeling, mr. D. B. 801, thans lid in den raad van justitie to Samarang ; tot lid in den raad van justitie te Banda, J. E. van Zuijlen, ingezeten aldaar; lot gezworen klerk bij dm raad van jnslitie to Soerabaija, de^ambte^ naar mr. M. W. van der Jagt, doctor in de beide regten, onlangs uit Nederland aangekomen ; tot binnen-regent en regentesse van het gereformeerde weeshuis te Samarang , P. van Swielen en zijne huisvrouw S. G. van Swielen , geboren Trauenhoff; lot assessor van den landraad le Batavia , J. H. Hofmeijer Hz., lid der weeskamer aldaar, en zulks ler vervanging van J. A. R. Caspersz ,al zoodanig eervol ontslagen ; tot leden der sub-kommissie van onderwijs te Makasser, W. C. ft Toe Water , predikant der Hervormde gemeente ,en J. C. Vetter, adjunct' secretaris van het gouvernement aldaar; tot 2den luitenant bij de schutterij te Djocjokarta, P. B. Lammers; Ter beschikking van den gouvernements - kommissaris voor Sumalr» gesteld: mr. J. R. Couperus, J. G. Merkus, en J. Borghorst. Volgens de officiële opgave van den staat der rivieren, was dezelve als volgt: De Maas , aan de peilsehaal le Grave, des morgens ten 8 ure, op den Uden en 12den December 1.20, op den 13den 1.26, op dc» 14den 1.29 el; De Waal, te Hulhuizen: op den Uden December 1.74, op den 12den 1.71 , op den 13den 1.68 cl; De Neder-Rhijn, tePannerden: op den Uden December 1.60» op den 12den l.bB, op den 13den 1.55 el; — to Arnhem, op den Uden December 0.96, op den 12den 0.93, op den 12den 0.90 el» De IJssel, le Westervoort: op den Uden December 1.04, op den 12den 'en 13den 1.00 el.

Sluiten