Naar boven

Het nieuws van den dag : kleine courant

10-01-1893

Zoomen en navigeren

Gevonden in deze krant

Geen zoekvraag opgegeven

Zoeken in deze krant

Bladeren door deze krant

/ 14

Details

Kop
Soort bericht
Krantentitel
Datum
Editie
Uitgever
Plaats van uitgave
PPN
Verschijningsperiode
  • 1870-1923
Periode gedigitaliseerd
  • 1870 t/m 1914
Verspreidingsgebied
Herkomst
  • KB c226
Nummer
  • 7039

Gebruiksvoorwaarden Kranten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET TOONEEL.

HET TOONEEL.

Schouwburg Van Lier, Plantage Franseheiaan. Bottel durnsch Gezthchop van Jan C. de Vos en W. van Korlaar. Noodlot van Couperus. Amsterdam heeft nu ook het Noodlot gehad, het Noodlot van Couperus. Het ziekelijke, nuffige, ongezonde en onlogische van den inhoud, het oübakkene, het ouderwetsche, het melodramatische en de slechte bouw van het tooneelspel is door mij, na bqwoning van enkele vertooningen te Rotterdam, reeds uitvoerig en gemotiveerd aangetoond. De voorstelling alhier heeft mij in deze meening nog versterkt en vooral in het laatste bedrijf met weerzin vervuld. Het slot der akte, waar twee mannen elkander aanbrieschen, die voor weinige oogenblikken elkander schier als vrouwen liefhadden eu met elkander solden, het krijschen dier mannen en de ruwe, dierlijke vechtpartij is een gevoelige slag in het aangezicht der kunst. Het geheel, ook de Fransche namaak, werkt op onnadenkenden ontzenuwend en verderflijk. De modezucht om Noodlot mooi te vinden moge nog een tijd bij maanzieke jongelingen en abnormale jongere en oudere dames voortduren, hen, die nog eenig gezond verstand en frisch gevoel hebben, zal de tooneelvoorstelling van Noodlot weldra voorgoed genezen.

Het oordeel van het Amsterdamsche publiek was een weinig verdeeld. De meeste toeschouwers — het bleek duidelijk uit de gesprekken in de koffiekamers — waren verre van voldaan, al was er ook op de gebruikelijke wijze geapplaudisseerd. Onder het spelen hebben enkelen moeite gehad den lach te bedwingen; velen hebben gemeesmuild. Bij de vertooning van Noodlot te Middelburg schijnt het lachen der toeschouwers zelfs stoornis te hebbeu gewekt, althans de tooneelbeoordeelaar der Middelburgsche Courant laakt dit (zie Middelburgsche Courant van 21 Dec. 1892) hoewel h\j met het stuk verre van ingenomen is en o. a. in zijne ernstige en degelijke beschouwing zeer naar waarheid schrijft: „Van „draken" wil men niet meer weten. Nu zouden wij echter fijne, beschaafde falsarissen krijgen met moord eu doodslag, alleen met moderne woorden in den mond. En omdat men nu van „intens" spreekt en van gewaarwordingen, die onß komen overvallen, ons een oogenblik vrq laten, maar toch nooit ons loslaten, zouden wq dit alles mooi moeten vinden ? Wanneer vroeger grove woorden geuit werden op het tooneel, riep men wraak; als nu een minnaar tot Frank tot driemaal toe tegenover zijn beminde het onhebbelijk woord: „Verd . md" gebruikt, moet men dit als hooge kunst aanvaarden! Wij zouden het mooi moeten vinden, dat aan het slot van het stuk Bertie woorden naar het hoofd van Frank slingert, die men in het dagelijksch leven in geen fatsoenlijk gezelschap in het bijzin van vrouwen zou bezigen P! Wij passen daarvoor.

„Als twee tegen elkaar aangingen als Frank ca Bertie in het laatste bedrijf deden; als men de ëen tot den ander hoorde zeggen, dat hij zijn eigen schedel wilde verbrijzelen, om zijn hersenen in het gelaat van zijn vriend te kunnen werpen — wat zou men dan met zijne vrouwen en dochters doen ? — Haar zoover mogelijk verwijderen va» de plaats, waar zulke taal gesproken werd. „En op tooneel brengt men ous nu zulke woor*. den als nieuwe kunstuiting!"

Ja, collega, dat doet men, en dan zgn er nog die in het spel der twee acteurs en der eene actrice — waarin ik echter zeer veel moois vind — iets nieuws, iets groots willen zien. Men moet al heel weinig oordeel en geen enkele goede tooneelvoorstelling bijgewoond hebben, om zóo te durven oordcelen. Denk dan eens aan de tooneelvoorstellingen van de Kon. Ver. Het Ned. Tooneel, van Dora, Barnes en Heeren nit Pont-Areey, De Dochter van Roelant, De Ideeën van Madme. Aubray, Ferreol, Demi-monde, Niemand sterft van blijdschap. Een wereld, waarin men zich verveelt, De familie Benoüon, De Zeskapitein, De markiezin de Vilette, De markies de Villemer, De Daniehefis, Talent en Geboorte, en latere, als: Fedora, Tosca, Demse, De Industrieel van Pont-Avennes, Abt Constantijn, enz., en aan Vorstenschool, Vriend Frits, De Kiesvereeniging van Stellendijk, De schoonzoon tan mijnheer Poirier, Fen faillissement, enz., bij het gezelschap van Legras, Haspels en Van Zuylen, aan De Four. chambaults bij beiden, en men zal moeten besluiten, dat deze tooneelspeelkunst heel wat moeilijker is en veel hooger staat dan de lijdelijke of dolwoeste van Noodlot.

Den kundigen, Haagschen tooneelbeoordeelaa» A. O Loffelt is het ook niet mogelijk geweest in te stemmen met den ontijdigen lof over Noodlot. Na de voorstelling kwamen zelf,, moordgedachten bij hem op. Hij toch verklaarde, dat, indien hij de bewerker van Noodlot ware geweest, hij, na bjjwoning der vertooning, een pistool gekocht en zich moreel doodgeschoten zou hebben. Gelukkig was hq niet de bewerker, is hq voor het vaderland behouden gebleven en heeft hij een belangwekkend feuilleton geschreven in Het Vaderland van 5 Januari 1.1., waarin hij o. _.. verklaart: „Alles, wat in de kunst ziekelijk is en stemmingen veroorzaakt, die tot onvruchtbare huiveringen eu passieve leveusheschouwin_en zouden kunnen leiden, dient tot niets, ia weAs ontzenuwend. De schildering van sterke, zij het ook dierlijke hartstochten, als bv ..,»__ Othello, Macbeth, Richard lil, Ph_L doo* een groot artist, werkt stalend en bezieleni fendLhWedengaan °n 8 eigenU*k de «SeSSïït Bert! ltV?,66? ?aar nulleil al 9 Fr<«k « Bertie aan. Wat baat Ut, als de schrijver ons v n e „nflSneZ(|lei\bij de hypnotische invloed™ ™ efn uuwe.i en kat of de voorbeschikking (?) door het Noodlot." **KJ Het gezelschap van Jan C. de Vos en W. van -voilaar zal liet Amsterdamsche publiek zeker gaarne wederzien, doch deze directie kome niet weder met Noodlot.' J. H. RÖSSING.

Sluiten