Naar boven

Algemeen Handelsblad

17-09-1899

Zoomen en navigeren

Gevonden in deze krant

Geen zoekvraag opgegeven

Zoeken in deze krant

Bladeren door deze krant

/ 8

Details

Kop
Soort bericht
Krantentitel
Datum
Editie
Uitgever
Plaats van uitgave
PPN
Verschijningsperiode
  • 1828-1970
Periode gedigitaliseerd
  • 1828 t/m 1940
Verspreidingsgebied
Herkomst
  • KB C21
Nummer
  • 22388
Jaargang
  • 72

Gebruiksvoorwaarden Kranten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meegevallen.

Meegevallen.

In bet bekende Gids-txrukol van mr. C. Th. van Deventer schreef deze: „Indië's financieele toestand, zooals de laatste begrooting ons dien heeft doen kennen, laat zich ongeveer aldus samenvatten: Een geraamd tekort van ruim 1134 millioen, met de zekerheid dat het o ver het vorig dienst jaar op ruim 15 millioen berekend tekort in werkelijkheid „„zoo niet licoger dau toch zeker niet lager zal zijn dau 2.3 millioen gulden."" (Memorie van Toelichting.) Een nieuwe geldleening in het vooruitzicht gesteld, nadat, nauwelijks een half jaar geleden, lndii's sehuïdeulast met niet minder 55 millioen werd vermeerderd." De jongste begrooting nu heeft gansch andere cijfers gebracht. liet tekort over 1897 valt ruim 1 millioen mede. Het nadeelig saldo over 1898 zal waarschijnlijk, wel verre van 8 mülioen tegen vallen, 6 millioen meevallen. En het voor 1899 geraamde tekort zal waarschijnlijk 6X millioen (meer dan de helft) meevallen. Een totale meevaller du 3 van 21^i roillHoen. Dit werpt de gansche berekening van den heer Van Deventer ten aanzien van den toestand der Indische geldmiddelen omver. Dat kan hij niet helpen en wij maken er hem dan ook allerminst een verwijt van: bij de vorige begrooting immers Uet het zich ganbch anders aanzien, hetgeen ook niet verwonderlijk is bij zuike sterk wisselende geldmiddelen als die van Indië. Maar wij meenen de aandacht op dit zeer groote verschil te moeten vestigen, omdat ele berekening van den heer van Deventer het uitgangspunt is geweest van zijn artikel dat reeds door De Indische Gids met een Indiaansch triomfgeschreerrw en een woest tomahawk-gezwaai tegen de „vaderlandslievende lofredenaars" is ontvangen. Mr. Van Deventers stelling omtrent Ntêrlands „eereschuld" tegenover Indië blijft door deze misrekening onaangetast, doch over den iinancieeien toestand dient men nn anders te oordcelen.

Sluiten