Naar boven

De locomotief : Samarangsch handels- en advertentie-blad

20-11-1899

Zoomen en navigeren

Gevonden in deze krant

Geen zoekvraag opgegeven

Zoeken in deze krant

Bladeren door deze krant

/ 12

Details

Kop
Soort bericht
Krantentitel
Datum
Editie
Uitgever
Plaats van uitgave
PPN
Verschijningsperiode
  • 1863-1956
Periode gedigitaliseerd
  • 1863-1903 / 1947-1956
Verspreidingsgebied
Herkomst
  • KB C 76
Nummer
  • 269
Jaargang
  • 48

Gebruiksvoorwaarden Kranten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indische Begrooting 1899. (Uittreksel van het voorloopig verslag.)

Indische Begrooting 1899. (Uittreksel van het voorloopig verslag.)

Blijkens het afdeelingsverslag vood het beleid des Ministers geen onverdeelde goedkeuring. Verscheidene ledëa verklaarden zich teleurgesteld door het uitblyven van voor» stellen tot het tot stand brengen van verschillende reeds hng in onverweging zynde hervormingen. Zij hadden verwacht dat thans, nu de toestand in Atjeh minder zorg eiseht, voorstellen omtrent de herziening van het Begeeringsreglement en de decentralisatie van bestuur zouden zijn ingediend. Ten aanzien van de decentralisatie trai men in geen uitvoerige beschouwingen. Intusschen werd nader gewezen op de oumogelijkheid om van uit Batavia naar behooren te voorzien in de gewestelijke en plaatselijke belangen van alle deelen van ons zoo uitgestrekt gebied in Indiê. E.kele leden drongen aan op het geven >yau meerdere zelfstandigheid aan groote on» derdeden van Indië, met name aan Sumatra, Borneo en Celetrs. Met betrekking tot de herziening van het Regeeringsregleraent werd van verschillende zyden, in verband met den rechtstoestand der inlandsche Christenen, aangedrongen op wijziging van art. 109. Andere leden konden zich met de geop» p rde grieven tegen het beleid des Ministers niet vereenigen. Intusschen werd ook van deze zijde, in verband met de Troonrede van 1898, de hoop uitgesproken dat spoedig voorstellen tot invoering van decentralisatie van bestuur zouden worden gedaan- Enkele leden kwamen op tegen de kapitalistische en imperialistische richting der algemeene politiek, die huns.inziens in Indië gevolgd wordt en drongon aao op een poli« tiek meer gericht op bevorderiog der wel« vaart der inlandsche bevolking. Deze leden waren van meening, dat de Nederlandsche wetgever niet voldoende op de hoogte is van de toestanden in Indië en de behoeftea der bevolkit gen dat het daarom verkeerd is de vaststelling der Indische begrooting door dien wetgever te doen geschieden. Deze beschouwingen vonden by' vele andere leden tegenspraak. Terwyl sommige leden bun ingenomenheid betuigden met de betrekkelijk gunstige cijfers der ingediende begrooti-g, betoogdeo anderen dat de toestand der Indische financiën nog steeds als zorgwekkend moet worden beschouwd. Opoieuw werd aangedrongen op bezuiniging om in ruime mate gelden beschik baar t- stellen voor de bevordering van de welvaart der inlansche bevolking. By de behandeling der Indisch financiën kwam in verscheidene afdeelingen ter sprake een artikel van Mr. C. Th. Van Deventer, getiteld: »Een eereschuld". Op groad van dat artikel achtten sommigeleden het billijk dat Nederland allhans de uitgave voor rente en aflotsing der ten laste van Indië gesloten leeningen voor zya rekening zou nemen. A.n. lere leden verklaarden zich met de beschouwingen van Mr. Van Deventer niet te kunnen, verenigen. Met groote voldoening en instemtfii-g hadden vele leden kennis genomen van de __.et vaste hand doorgevoerde maatregelen tot bc* dwang van het verzet en tot pacificatie in Atjeh. Mèn vertrouwde dat in de thans gevolgde gedragslijn door het optreden vanden nieuwen Gouv.-Generaal geen verandering zal worden gebracht. De wensch werd uitgesproken dat in het gedeelte van het Ko oniaal Verslag betreffende de krijgsverrichtingen in Atjeh, duidelijker aanwijzing zou worden ge geven van de plaatsen waar geageerd is. Met de benoeming van dea Heer Rooseboom tot Gouv.-Generaal waren sommige leden niet onverdeeld ingenomen. Andere le<den juichten de benoeming toe. De omstandigheid dat de nieuwe Gouv.-Generaal een hoogen militairen rang bekleedde, gaf aan" leiding tot de vrasg ot zijn benoeming ia ver» band staat met een voorgenomen betere regeling der defensie in Indië. Verscheidene leden waren zeer teleurgesteld over het uitblijven van maatregele, tot wegneming van de hinderpalen die nog steeds aan de uitbreiding, van 'het Christendom in Indië in den weg staan. Verscheidene leden waren van oordeel dat niet genoeg gedaan wordt om door bevordering van den handel met Oost«A_ië de hulp* bronnen van Ned.»lndië tot meerdere out* wikkeling te brengen. De wensch werd uitgesproken, dat een of meer deskundigen door de ludische Regeering zouden worden aangesteld ten einde haar omtrekt handelsaan' gelegenheden voor te lichten. Door eenige leden werd de wenschelijk" heid betoogd om bij voorkeur de Nederlandsche taal in ladië en vooral op Jj.va te bezigen voor de ambtelijke gedachtenwi.seling tusschen Europeanen ca inlanders. De wensch werd geuit dat voortaan in de toelichtende sloten der begrooting ten aanzien van alle onderdeelen de uitgaven het vorige jaar toegestaan, zouden worden vermeld. Enkele leden verlangden dat de wedde van den Gouv.-Generaal bij de wet zou worden geregeld. Gevraagd werd of de uitgaven voor den Staf van den Gouv.-Generaal niet konden worden verminderd.

Door eenige leden werden verschillende gevallen vermeld, waarbij sprake is van misbruik van macht door Indische autoriteiten. Opnieuw werd van verschillende zyden de inrichting der geldelyke administratie in Indië ter sprake gebracht en gewezen werd wederom op de onrustbarende stijging der burgerlijken militaire pensioenen van Euro» peauen. Door. eenige leden werd aangedrongen op gelijkstelling van de rechten van Indische en Europüesche onderwyzors ten sardien van de bevoegdheid tot het geven van lager onderwijs en gevraagd werd of er uitzicht bestaat op vestiging van een hoogere burgerschool met 3 jarigen curcus te Batavia. Gevraagd werd hoeveel reeds in het geheel is uitgegeven voor le briquetteering van zout. Opnieuw werd aangedrongen op openbare aanbesteding van diverse goederen.

Zie verder hierachter op de tweede en derde bladzijde.

Sluiten