Naar boven

Java-bode : nieuws, handels- en advertentieblad voor Nederlandsch-Indie

23-01-1861

Zoomen en navigeren

Gevonden in deze krant

Geen zoekvraag opgegeven

Zoeken in deze krant

Bladeren door deze krant

/ 10

Details

Kop
Soort bericht
Krantentitel
Datum
Editie
Uitgever
Plaats van uitgave
PPN
Verschijningsperiode
  • 1852-1957
Periode gedigitaliseerd
  • 1852-1897 / 1949-1957
Verspreidingsgebied
Herkomst
  • KB C 47
Nummer
  • 7

Gebruiksvoorwaarden Kranten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vertrekkende Personen

Vertrekkende Personen

C. E. Souweine en echtgenoot

Ken woord, ler gelegenheid der op handen zijnde ontmoet!in/ tier Oud-Gouverneurs-Generaal, .1. J. Rochussen en Mr. A. J. Dutmaer van Twist, op hel veld van vrijen arbeid, door Mr. J. R. Couperus, voormalig raadsheer in hel Uooggeregtshof en lid van het Hoog Militair Geregshof van Nederlandsch lndie. De Heer Mr. J. R. Couperus, nog zoo lang niet geleden van ons gegaan, is per laatste mail, in de brochure hier boven vermeld, tol ons wedergekeerd. Wal ik dacht na haar lezing? Ik dacht, zie. wat ik wel eens zeide. na de lezing van deze of gene brochure over lndie, zoo had ik ook wel kunnen schrijven, misschien nog iets beters, dat kan ik thans geenszins zeggen. Nietallen kunnen zulk een brochure schrijven, alleen regisgeleerden, evenzeer thuis in de wel als in lndie; hekend niet de wet en door jaren lange oefening vertrouwd met de uitlegging dier wet. Wal den heer Couperus bewoog zijn schrijven het licht, te doen zien ? In de zittingen der Tweede Kamer, van Ui, 10 en 17 October 11.. hij gelegenheid der diskussien over de Regeling voor de Gouvernements suikerkul tuur op .lava, heeft de minister van koloniën verklaard, te wenschen .dat de kwestie van den zoogenaamden vrijen arbeid", spoedig weder in opzettelijke overweging zou worden genomen.

Hij zeide: »ik verlang dat dan spoedig eene openhartige en grondige diskussie, met eene daarop voorbereide en voltallige kamer, daarover —ol''s Ministers rigting door de kamer wordt gedeeld — plaats hebbe. Bij die gelegenheid zal ook de hoofdkwestie van vrijen arbeid behandeld kunnen worden." ». . . Ik hoop dat over de twee soorten van Industrie, de Gouvernements en de partikuliere industrie, en het onderling verband, eene bepaalde diskussie plaats zal hebben." »ll< zal er mij op voorbereiden." Toen ook zeide de heer Duymaer van Twist: «waren wij hei thans ook maar eens. Mijne Heeren, over die algemeene rigting, die ook volgens de wet, in lndie gaal naar de vrije industrie." -Waarlijk men dwaalt, indien men mij rangschikt onder de driftige hervormers." ».Maar over die rigting moet geen twijfel bestaan". Mij zullen dus eerlang hooren van een strijd in de Tweede Kamer, over den vrijen arbeid op Java gestreden, ongetwijfeld meer degelijk en beslissend dan eenige vroegere daarover. Beide partijen toch ontvingen in de laatste maanden gelijkelijk veel nieuw krijgsmaterieel. Ue Minister zal er zich ook op voorbereiden. verwacht tevens een daarop voorbereide en voltallige kamer.

Bovendien kunnen wij verwachten dat, twee Oud- Gouverneurs-Generaal, mannen van kennis en talent, daarin hoofdaanvoerders zullen zijn, en dat voorzeker ieder strijder, voor ter kampplaats binnen te treden, gelijk een goed ridder past, eerst: zijn rapier nagezien en op deu wetsteen gelegd zal hebben, om dat, als hij bel bij vroegere schermutseling of strijd, misschien bot of daarin welligt scharen sloeg, op nieuws te scherpen.

Die te verwachten si rijd deed den heer Couperus de pen opvallen en zijn brochure schrijven. De lieer Duvinaer van Twist zeide: «waren wij het thans ook maar eens . .Mijne Heeren, Over die algemeene rigting. dieook volgens dewet in lndie gaat naar d e vrije industrie . . . „ over die rigting moet geen twijfel bestaan."

Die woorden mogen den Heer Couperus wel aanleiding hebben gegeven tot het schrijven zijner brochure. Daartoe toch schreef hij haar, om regt'skundig, naaide uitspraken der wel, de rigting aan te wijzen waarin — en de grenzen te bepalen waar binnen de aanslaande discussien moeien gevoerd worden.

Hij beklaagt er zich over, noemt het althans »een ongelukkig verschijnsel," dat. terwijl door de wet reeds is uitgemaakt, welk beginsel in de te behandelen zaak te volgen, — partijen vroeger en later dat vergaten om er hun beginsel voor in de plaats te stellen. «Het geld hier niet meer — zegt hij — eene kwestie van wetgeving maar van uitlegging; desniettemin schijnt het pleit zich te zullen stellen op de rigtina die ten opzigte van vrije ondernemingen zal hchooren' te worden aangenomen, als ware Werkelijk die rigting niet reeds in het Regerings reglein en t aa nge we zen."

oln hoeverre zij' — de gewezen Gouverneurs-Generaal - zich in dien strijd zullen kunnen houden binnen de grenzen door de wet aangegeven, is zeer twijfelachtig. Zonden ook zij zich niet kunnen laten medesiepen, die grenzen te overschreden? Die mogelijkheid beslaat, ja vorige beraadslagingen hebben dóen zien. hoe zij van hel aangewezen terrein van diskussie op dat van personele daden van bestuur ziin Bl'gedwaald. J

Sluiten