Naar boven

Leeuwarder courant

21-04-1902

Zoomen en navigeren

Gevonden in deze krant

Geen zoekvraag opgegeven

Zoeken in deze krant

Bladeren door deze krant

/ 18

Details

Kop
Soort bericht
Krantentitel
Datum
Editie
Uitgever
Plaats van uitgave
PPN
Verschijningsperiode
  • 1813-1942
Periode gedigitaliseerd
  • 1813-1942
Verspreidingsgebied
Herkomst
  • KBDK

Gebruiksvoorwaarden Kranten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een Koloniaal Program.

Een Koloniaal Program.

In het Tijdschrift voor Ned. Indië is opgenomen een ontwerp van een koloniaal program voor de vereeniging „Moederland en Koloniën", opgemaakt door eene commissie, bestaande uit de heeren mr. Stibba Lm., voorzitter; H. D. Bosboom, R. Huygen de Raat, R. A. van Sandick en mr. C. Th. van Deventer, secretaris. De hoofdbeginselen bestaan uit:

I. Doel. Het doel vaa onze koloniale politiek moet z|jn, de welvaart der koloniën en de tevredenheid harer ingezetenen te bevorderen.

11. Opperbestuur. 1. Da taak van het Opperbestuur behoort zich hoofdzakelijk uit te strekken tot het aangeven der algemeene regeeringsbeginselen, met overlating, zooveel mogeiyk, aan het koloniaal bestuur, vaa de regeling der inwendige aangelegenheden der kolonie-; 2. met behoud vaa het algemeen toezicht der Staten Generaal, beruste al. regel, het, Opperbastuur by den Koning, met dien verstande dar, waar het ziken van wetge/end en financieel beheer betreft, vau de zijde der Kroon opanbaaroverleg worde gepleegd met e _i college van met de betrokken kolonie bekend, personen. 111. Koloniaal bastuur. 1. Handhaving van de inheemsche besiuurs-organismen en ontwikkeling d.er organismen in een richting, die den ingezetenen vrijheid en gerechtigheid verzekert; 2. ontheffing van het centraal gezag van dat gedeelte zijner taak, dat aan lagere bestuursorganen kan worden opgedragen en gebruikmaking, zooveel mogeiyk, van de werkkracht van behooriyk onderlegde landzaten; 3. deelneming van niet-ambtelijke ingezetenen zoowel aan het locaal als aan het centraal bestuur, overal waar zulks mogelijk biykt. Voorts bevat hat program bepalingen omtrent beginselen voor de Oost Indische koloniën, verdeeld in de onderdeelen: I. Financieele verhouding. 11. Inlandsch onderwijs. 111. Godsdienst. IV. Openbire gezondheiiszorg. V. Justitie en politie. VI. Bastaans- en verkeersmiddelen. VIL Belastingen. VIII. Bestuur. IX. Leger en vloot. X. Uitbreiding van gebied. XI. Indo Europeanen.

Sluiten