Naar boven

De locomotief : Samarangsch handels- en advertentie-blad

28-02-1948

Zoomen en navigeren

Gevonden in deze krant

Geen zoekvraag opgegeven

Zoeken in deze krant

Bladeren door deze krant

/ 4

Details

Kop
Soort bericht
Krantentitel
Datum
Editie
Uitgever
Copyright
  • De Erven J.A. Wormser
Plaats van uitgave
PPN
Verschijningsperiode
  • 1863-1956
Periode gedigitaliseerd
  • 1863-1903 / 1947-1956
Verspreidingsgebied
Herkomst
  • Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) L 5016
Nummer
  • 149
Jaargang
  • 96

Gebruiksvoorwaarden Kranten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ondergang der „Ourang Medan” „Voor het Eerst Werd ik Bang” De Enige Overlevende, Silvio Scherli, Vertelt zijn Verhaal De Kapitein die Niet Terug Kwam De Bemanning

Ondergang der „Ourang Medan” „Voor het Eerst Werd ik Bang” De Enige Overlevende, Silvio Scherli, Vertelt zijn Verhaal De Kapitein die Niet Terug Kwam De Bemanning

Het schip, de „Ourang Medan", ging in vlammen onder en nam zyn geheim m de golven nieae. 'Er moest echter ergens een reddingsboot zijn, die .. _. semp had verlaten. __oun_en er ocit een spoor van vinden? ___. ü.e..- enige maanden ge- Ju-u-u., aivorens wij andere Derichten kregen. De reddingsboot hééft a.ij. _e.e;kt. uit uei_ent werd gegeven dooi een ïj rahciscaner missionaris van het eiland Tcangi, behorend tot de Marshall-eilanden. Toen de reddingsboot in zicht kwam en inboorlingen van nee eiland naar buiten voeren, bevond zich daarin slechts één bewusteloze opvarende. De inheemsen brachten hem naar de missionaris. Dje schrijft het volgende: „Vijf dagen heb ik in mijn eenzaam huis gastvrijheid verleend aan een schipbreukeling. Hij was zeer ziek en verloor telkens het bewustzijn; hij heeft geen voedsel tot zich genomen en dronk slechts thee en enkele druppels cognac. Zweren en wonden waren op zijn ledematen; ik heb hem zo goed mogelijk verzorgd. Hij moet zo geleden hebben, dat het niet mogelijk was zijn leeftijd vast te stelien. Ik heb alles gedaan cm zijn leven te redden; de medische hulpmiddelen schoten echter tekort. Ik redde zijn ziel en dat i 3 genoeg. Laat in de middag van de vierde dag kwam hij tot bewustzijn. Dankbaar zeide hij: „Gij zijt zeer goed voor mij. Ik ben een vreemde voor u". Ik zeide hem, dat voor mannen van mijn geloof niemand een vreemde is. Hij dankte en zeide: „Ik voel, dat ik ga sterven. Mag ik u mijn verhaal vertellen?"

Sluiten