Naar boven

Soerabaijasch handelsblad

17-12-1904

Zoomen en navigeren

Gevonden in deze krant

Geen zoekvraag opgegeven

Zoeken in deze krant

Bladeren door deze krant

/ 12

Details

Kop
Soort bericht
Krantentitel
Datum
Editie
Uitgever
Plaats van uitgave
PPN
Verschijningsperiode
  • 1865-1942
Periode gedigitaliseerd
  • 1865-1908 / 1929-1942
Verspreidingsgebied
Herkomst
  • Koninklijke Bibliotheek C 64
Nummer
  • 294
Jaargang
  • 52

Gebruiksvoorwaarden Kranten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mr. C. Th. van Deventer over de suikercultuur en -jndustrie.

Mr. C. Th. van Deventer over de suikercultuur en -jndustrie.

Met do behandoling der teelt van suikerriet cn der beroiding van het daaruit verkregen product wordt een nieuw terrein betreden, het terrein der samenwerking tusscheu Inlander* en nietlalaaders, waarbij do eersten hun grocd en hun arbeidskracht in dienst s:ellcn van de laatsten, die, over het intellecten het kapitaal beschikkonde, noodig voor hot verkrijgon van een voor de wareldmaikt beteükoaisvol product, als ondernemers cn werkgevers optreden. Ofschoon tocb, in alle streken van Java, op woonerven en inlandsche akkers, dikwijls suikerriet wordt geteeld, dat óf in natura tot versnapering dient óf verwerkt wordt tot een voor inlandsch gebruik bestemd product, is deze voor de volkssamenlevicg gedreven cultuur, wat haar omvang betreft van zooveel minder beteekenis dan de cultuur voor de wereldmarkt en daaraan, uit een oogpunt van economisch belang, zoo zeer ondergeschikt, dat mot eea behandeling van deze laatate kan worden volataan. Dat een op de aangegoven wijze, op groote schaal, voor de wereldmarkt gedreven cultuur van ' auikerriet voor de landbouwende bevolking der atreken, waar die cultuur voorkomt, van overwegenden invloed zijn moet, wordt vooral duidelijk indien men in aanmerking neemt dat het juiat de beste, dua ook bevloeibare, akkers in de vruchtbare, dichtbevolkte laaglanden zijn, die voor een beplanting met suikerriet gezocht worden en die du?, ter wille van die beplanting, tijdelijk onttrokken worden aan de teelt van inlandsche voedingsgewassen, Het auikerriet heeft, na gestekt te zijn, ongeveer éóa jaar noodig om tot rypheid te komen, vóór de beplanting en bA, het anijden heel wat werkzaamheden vereischt worden om den grond van inlandichen akker tot rietveld en van rietveld weder tot inlandschen akker te maken. Alles te zamen genomen, kan gexegd worden dat, ter wille van één suikeroogst, de grond ten kortste gedurende 14 en te* langste gedurende 18 maanden aan do inlandschen landbouw onttrokken wordt Daar nu met beplanting omstreeks Juni een aanvang wordt gemaakt en de daaraan voorafgaande grondbewerking ongeveer twee maanden vereiicht, kan worden aangenomen dat de grond tegen April ter beschikking van den ondernemer most zijn. Dj van dien grond gekregen padi-oogst moet derhalve dan zijjafgeloopen en, daar dit meeital alleen mogelijk is, indien de landbouwer een vroegrijpsnde rijstsoort heeft uitgeplant, zal, als regol, de lnlaader, die zijn grond ten dienste der suikercultuur stollen wil, voor den aan den riet- voorafgaanden rijstoogst zich moeten vergenoegen mot padi gendjah, in stede van de meerwaardige padi dalem, die anders op goede bevloeibare en dns niet uitsluitend van den regen afhankelijke akkers zonder buitengewoon gevaar voor mislukking kunnen zijn uitgeplant. Gedurende de 13 maanden dat de grond voor de rietcnltuur kan worden gebruikt, zou, bij bebouwing met inlandsohe voedingsgewassen, ten hoogste kunnen zijn gekregen: één polowidjooogst, ééa padi-oogst en daarna weder ééa polowidjo-oogst. Daar echter, indien de inlandsche verhuurder den grond tijdig terng krijgt, de kaas niet is buitengesloten, dat hij toch nog, zij het onder minder gunstige omstandigheden, polowidjo op dien grond plant en daarvan oogst, mogen hier niet ten volle twee polowidjo-oogjton in rekening worden gebrach', doch behooren deze tot anderhalf to worden teruggebracht. Hetgeen de inlandiche landbouwer, die zijn grond ten dienste der suikercnltuur stelt, dientengevolge derft, laat zich derhalve aldus samenvatten: het verschil in waardo tusshen ean padi- dalemen een padi- gendjah-oogst, de opbrengst rau ééi padi-dalcm en de opbrecgst van aederhalren pa fiwidjó-oogst. Bij deze winstderving komt nog een verlies: de kosten, vereischt om den als rietveld torug bekomen grond wedor tot saicah iu to richten. Dit alles moet goed worden gemaakt door do voordeelen, die bij grondverhuur, gepaard met gelijken arbeid als bij eigen bebouwing, do suikercultuur voorden inlandschen landbouw afwerpt. Da beste bevloeibare sawahs van de gezeten desabevolking der laaglanden komen dus voor do teelt van rietsuiker in aanmerking Daar nu de ondernemers zonder uitsondering niet-lalanders zijn en aan dezen de inlandsche gebruiksrechten op den grond niet kunnen worden vervreemd, kunnen zij alleen door middol van overeenkomsten met de inlandsche bevolking de voor hum bedrijf noodige grondstof, het suikerriet, verkrijgen. Hot zijn óf koopovereenkomsten, waarbij de inlandsche grondbezitter, ca zijn grond voor eigen risico met suikerriet te hebben beplant, dit product, tegen een vooraf of bij levering bedongen prys aan de ondernemer afstaat: óf huurovereenkomsten krachtens welke de grond-zelf door den inlandschen rechthebbende tijdelijk ter beschikking wordt gesteld van don ondernemer, die dan de beplanting op zich neemt en zich daarvoor, tegen betaling van loon, van do werkkracht der inlandsohe bevolking bedient, Beide vormen komen voor, doch de laatste overwegend reelvuldiger dan de eerste. Tegen do 111.2 milüoen pikola riet in 1902 van eigen aanplant der oadernemingen verwerkt, stonden Blechta 1,3 millioen pikols, of iets meer dan 1 pot. die van Inlanders opgekocht of op andere wijze (bijv. door opkoop van niet-lalanders) niet van eigen aanplant verkregen werdea. Men kan dus zeggen, dat „eigen aanplant" d. i. oen aanplant op van de inlandsche bevolking inhuur verkregen en door den ondernemer bebouwden grondregel, opkoop van door Inlanders geteeld riet een veilig te verwaarloozen uitzondering is. De verklaring van dezen ontwikkelingsgang der arbeidaverdeeling ligt voor de hand. De atukken sawahgrond, waarover de daarop rechthebbende Inlanders te beschikken hebben, zijn: uit den aard der taak klein' en Voor een ecccouiiache, methodische bewerking en beplanting van den grond zijn juist groote complexen uoodig. Bovendien vereiicht de rietcultuur, wil zij tot de best-mogelijko uitkomsten leiden, eon landbouwkundige kennis, die de gewone Inlander voorahanda niet bezit en de toepassing vaa hulpmiddelen (bijv, meststoffen) die allean ruimer geldmiddelen dan waarover de desaman pleegt te beschikken, knanen verschaffen,. Een en ander moest ten gevolg* hebben, dat do ondernemer zich beijvert om, door middel vai 07ereenkomsten met de sawahbezitters, zooveel mogelijk aaneengesloten stukken gtonds ia huur te bekomen, ten einde die, te juister tijd, geheel naar de regelen der landbouwwetenschap, te doen bewerken en beplanten, om later den aanplant met de meeste aorg te onderhouden eu, ala het riet rijpt, d. w. z. voldoende auikerhouden blijkt te zijn, alweder onder leiding en toezicht van deskundig personeel, te oogsten. De geheele uitgestrektheid grond, in 1902 met suikerriet beplant, bedroeg 117.000 bouws of bijna 7 pet. van alle bevlooibare sawahs in de Gourerneinentslanden van Java. Bg de beoordeeling van dit percentage moet ia hot oog worden gehouden, dat, onder do bevloïibare sawahs, ook die begrepen zyn, welke, door hun ligging in het gebergte, niet voor de suikercultuur in aanmerking kunnen komen, ea voorts dat in het belaag cener goede cultuur, een cn hetzelfde stuk grond «lechts om de drie jaren mat suikerriet pleegt te worden beplant. H de lage landen zal ongeveer -/. van de bevloeibare velden onmiddellijk of middellijk bij de rietcultuur betrokken zijn. Voor de zoogenaamde suikerstreken is echter een nog veel grooter deel dier gronden bij do cultuur betrokken, want niet overal waar in ile vlakte bavloeibare velden zijn, wordt zij gedreven. In de residentie Bantam vindt men geen enkele suikeronderneming; in do Preaager Regentschappen, trouwens hoofdzakelijk bergland, slechts een aantal kweektuinen; in de residontio Batavia, alleen in het westelijk van de hoofdplaats gelegen Tangarangsche, eenige weinig beteekonendo, door Ghineozcn geëxploiteerde kleine ondernemingen, zes in aantal, die in 1902 te zamen de opbrengst van slechts 480 bahoes hebben verwerkt. Eau gaosch ander figuur maken de residentiën Gheribon mot 13, Pokalongan met 15 en Semarang met 14 fabrieken, die, in hetzelfde jaar, te zamen het product van 36000 bahoes, gemiddeld bijna 900 bahocs per onderneming, vermaalden. Maar de suikergewesten bij uitnemondheid zijn toch Soerabaja en Pasoeroean. In de afdeelingen Sidoardjo, Djombang en Modjokerto van de residentie Sosrabaja zya niet minder dan 36 groote ondernemingen met een gezamenlijkea aanplant van meer dan 32500 bahoes; Pasoeroean brengt het tot 31 en tot een totalen aanplant van bijna 21000 bahoes. Noemt men verder Bdsoeki met 13 en Kediri met 17 groote ondernemingen, dan zija de belangrykste centra van suikerindustrie in de Gouveraemeatslanden opgesomd. Wat niet wegaeemt dat ook Madioon mot Ü en Banjoemas met 4 ondernemingen behooren tfi warden vermeld. Ia de residentie Kedoe wordt slechts één suikeronderneming aangetroffen en wel in hot lager gelegen gedeelte van dat gewest, dat tot *ó.»r eenige jaren een afzonderlijke residentie, Bagelen, vormde, Bij samenvatting blijkt dnf, dat ia de Qouvernementslanden in de residentiën, Bat tam, Preacger Regentschappen en Rembang geen ondernemingen voor de cultuur en do bereiding van rietsuiker voorkomen; dat do industrio ia de residentie Kedoe van weinig bcteekenis is; doch dat zij in do andere gewesten een belangrijke plaats inneemt ea wel het allerbelangrijkst in do residentiëa Soerabaja en Pasoeroean en, betrekkelijk, het minst belangrijk, iv Madioen en Banjoemas, Het is dus * vooral in do streken, waar het communaal besit de overhand heeft, dat de suikercultuur het meest voorkomt. Dit vindt zijn verklaring voor een belangrijk deel in haar ontwikkelingsgeschiedenis, Ofschoon tcch do bereiding van miker nit riet reeds op Java inheemsch vu toen het Nederlandsche gezag aich daar begoa te vestigen en deor de Oostladiiche Compagnie, nimmer geheel uit het oog werd verloren,] heeft de industrie eerst een grootere vlucht genomen onder de werking van het coltuurstelsel waarna de verplichte beplanting van een deel der inlandsche akkers met suikerriet een vooroaiin cnd< rdeel uitmaakte. Er; nu was het vooral in do streken met communaal bezit, dat deze beschikking van staatswege over de akkers der bevolking het gemakkelijkst uitvoerbaar was. Voor de verwerking vaa het riet tot suiker worden door het gouvernement contracten gesloten met particuliere ondernemers, die het door de bevolking geteelde riet in ontvangst namen en de bereide suiker tegen een overeengekomen prijs

• Dit „das" doelt op hetgeen in § 2 over het grondbezit is meegedeeld. Red. S. 11. 2?. aaa het gouvernement jalloverden. üaso contracten au,' dio weldra een groote beteekoais verkregen, hebben den grond golcgd tot dri induitrie in haar woordigen vorm. Op door het gourernetneut in eigendom of uiot hot recht van opstal uitgegeven grond verrezon de fabrieken, roor het m®orendeel door waterraderen b"wogen, Reeds in 1835 waren er 42, in 1833 53. Elko fabriek kreeg het product van een brpialde uitgestrektheid goavcrnouiantuaanplant te verwerken on al spoedig werd het beginsel aangenomen, dat hot bostnur wel bemoeionis had uiet don aanplant maar noch mot het snijden en vervoeren van het riet noch met don f&brieksarboid. Zjo ontstond voor den ondoracmor de no)dzakalijkheid, zich met het onderhoud, den oogst en het t;ansport van het riet te bemoeien en daarover, meest door tusschenkomst der inlandsche en dorpshoofden met du bevolking regelingen tj trelliir; terwijl de inrichting van den fabrieksatbeid geheol aan hot overleg tusschen hem en de inlandaohe werklieden was overgolaten. Do organisatie van cultuur en industrie tot ééa groot-bedryf was hiermede ia werking gebracht. Wordt vervolgd.

Sluiten