Naar boven

De Gooi- en Eemlander : nieuws- en advertentieblad

28-06-1911

Zoomen en navigeren

Gevonden in deze krant

Geen zoekvraag opgegeven

Zoeken in deze krant

Bladeren door deze krant

/ 6

Details

Kop
Soort bericht
Krantentitel
Datum
Editie
Uitgever
Plaats van uitgave
PPN
Verschijningsperiode
  • 1871
Periode gedigitaliseerd
  • 1871-1950
Verspreidingsgebied
Herkomst
  • Koninklijke Bibliotheek MM03C-101483
Nummer
  • 51
Jaargang
  • 40

Gebruiksvoorwaarden Kranten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Plaatselijk Nieuws.

Plaatselijk Nieuws.

HILVERSUM, 28 Juni 1911. Gemeenteraad Hilversum. — Openbare vergadering van den Raad tiener gemeento op Dinsdag 27 Juni, des v.m. 10 uur. Afwezig do heeren; mr. Rutgers, Wijnaendts en v. d. Smit. Da Voorzitter' opent de vergadering, waarna de notulen met eenige wijzigingen worden goedgekeurd. Achtereenvolgens komen in behandeling; Punt 2. Ingekomen 6tukken; A. Een brief van Ged. Staten, ten geleide van oen exemplaar van het door hen goedgekeurde raadsbesluit tot het aangaan van eene ruiling van grond aan den Utrechtschen weg mot do N. V. Bouwterrein-Maatschappij Alpha. i B. Een brief van dezelfden, ten geleide van een exemplaar van het door hen goedgekeurde raadsbesluit tot verhuring van het perceel I-angestraat 3. C. Eon brief van dezelfden, ten geleide van afschrift van een uittreksel uit het Kon. Besluit van 18 Mei 1911," houdende goedkeuring, dat ten behoeve van deze gemeente worde geheven rioolbelasting (wijziging tot 1 Jan. 1914). D. Een brief van dezelfden, ten geleide van . het door hen goedgekeurde primitief kohier der plaatselijke inkomstenbelasting, dienst 19U* . 1 E. Een brief van dezelfden, ten goleide van het door hen goedgekeurde primitief kohier der wegbelastingen, dienst 1911. F. Een brief van dezelfden, ten geleide van een exemplaar van het door hen goedgekeurde raadsbesluit tot aanvaarding van grond op den hoek van de Hertog Hendriklaan en de Mozartlaan. tl. Een brief van dezelfden ten geleide van een exemplaar van het door hen goedgekeurde raadsbesluit tot aanvaarding van wegen van de N. V. Hilversumsch Grondbezit. H. Een brief van dezelfden, ten geleide van het door hen goedgekeurdo raadsbesluit tot aanvaarding van grond op den hoek van het Melkpad en de Ministerlaan. I. Een brief van dezelfden ten geleide van het sjoor hen goedgekeurde raadsbesluit tot belegging van gelden gestort in het wegenfonds. J. Een rapport van den gemeente-architect, houdende verslag over zijne verrichtingen in de maand Mei 1911, vergezeld van een gelijk rapport betreffende de rioleering. B. en VV. stellen voor de onder A tot en met J vermelde stukken voor kennisgeving aan te nemen. Conforir besloten. K. Een adres van de ambtenaren ter secretarie c.s., houdende verzoek om eene pensioenregeling voor do weduwen en weezen van ambtenaren zonder eene bijdrage hunnerzijds, gelijk in eene bijgevoegde concept-verordening is belichaamd. B. en \V. stellen voor de behandeling van dit adres aan te houden tot de Raad en het college van B. en W. zijn aangevuld ingevolge het bepaalde in do artt. 4 en 79 der Gemeentewet. i Conform besloten. L. Eon adres van A. van Rood, houdende verzoek om restitutie van betaalde rioolbelasting ingevolge het bepaalde in art. 6, lid 2, der verordening op de heffing van eene rioolbelasting in de gemeente Hilversum. Aangezien in dit adres gevraagd wordt toepassing, dus uitvoering eener bepaling van eene verordening, stellen B. en W. voor dit adres te stellen in hunne handen ter afdoening. Conform besloten. M. Een adres van de regelingscommissie der alhier gehouden 2e huisvlijttentoonstel'.ing, houdende dankbetuiging voor de ontvangen medaille. N. Een schrijven van don secretaris der Vergadering van Stad en Lando van Gooiland, ten geleide van een afschrift van het verhandelde in de bijeenkomst der Vergadering op 20 April 1911. B. en \V. stellen voor de onder M en N vermelde stukkon voor kennisgeving aan to nemen. ' . Conform besloten. O. Een adres van bewoners van het z.g. Aloxanderpark, houdende verzoek om meerdere verlichting in dat park. B. en W. stellen voor dit adrea te stellen in hunne handen ter afdoening. Conform besloten. P. Eon adres van H. G. Iloogenkamp, houdende verzoek om eeno schadevergoeding van f 7.50 wegens onkosten gemaakt tengevolgo van een beweerd verzuim van de gemeente bjj het aansluiten van de woning Vaartweg 61 aan het gemeenteriool. Aangezien niet met zekerheid vast te stellen ia aan wlen het ongeval te wijten 13 en in aanmerking genomen de geringheid van het bedrag der schadevergoeding en dat het werk onder toezicht der gemeente is uitgevoerd, «tellen B. en W. voor gunstig op het adres te beschikken.

Conform besloten. Q. Een schrijven, ingekomen 21 Juni 1911, van A. L. 11. Qbreon, te 's-Graveland ten geleide van eon afschrift van oen adres aangeboden aan de Provinciale Staten van Noord-Holland, van Utrecht en van Zuid-Holland, waarbij de aandacht gevestigd wordt op de wenschelijkheid, dat de boezem van het Hoogheemraadschap Amsteiland worde vereenigd met den Vechtboezem onder rechtstreekcsh bestuur van don Rijkswatorstaat. B. on \V. stellen voor dit schrijven voor kennisgeving aan te nemen. Conform besloten. Nader zijn nog ingekomen; Een adres van W. J. do Jong en andero stalhouders, houdende verzoek nadere wijzigingen te brongen in het voorstel van B. en W. in zake do verpachting der standplaatsen op het Stationsplein. Do Voorzitter stelt voor, dit adros aan te houden tot punt 11; spr. zal daar een ander voorstel doen. ' Conform besloten. _ Een adres van N. Zuure, wonende in de lo Niouwstraat, houdende verzoek om onthefiing der rioolbelasting of anders eene transactie met hem aan to gaan. B. en W. stellen voor, aan adressant te berichten, dat do Raad onbevoegd is om hierin te beslissen en dat het blijk van onvermogen alleen door eene vervolging kan gegeven worden. Conform besloten. Punt 3. Mededeelmg van een besluit van B. en W. d.d. 9 Juni 1911 tot wijziging van het huishoudelijk reglement voor de lloogere Burgerschool. De heer Gera d t s vraagt, of die medodee'.ing geschiedt aan de leerlingen. Do Voorzitter antwoordt, dat het door do leeraren zelf aan de leerlingen wordt medegedeeld in de klas. Do heer Geradts vraagt nog, of die repetities voor lesuren - gelden. I>o Voorzitter zegt, dat die tijdens do gewone lesuren gehouden worden. Punt 4 Voorstel van li, en W. i. z. het benoemen van leeraren da burgeravondschool. Tot nog toe werden telken jare die leeraren der burgeravondschool, welke niet in het bezit zijn van do vereischte bevoegdheid tet het geven van middelbaar onderwijs door den Raad voor één ursu3 benoemd. Aangezien de cursus slechts loopt van den lsten Maandag in Sept. tot don Woensdag vóór Paschen, dus niet over een vol jaar, kunnen deze tijdelijke diensten later bij de regeling van eventueel pensioen niet als diensttijd in aanmerking komen. Art- 9bis der Burgerlijke Pensioenwet tooh bepaalt, dat tijdelijke diensten als diensttijd in aanmerking komen, indien zij door eeno vaste aansu! ing wordon gevolgd, mits deze onmiddellijk aa is.uit aan de tijdelijke aanstelling of de tijdelijke diensten bewezen zijn gedurende ten minste twee achtereenvolgende jaren. Blijkens een schrijven van den minister van Binnenlandsche Zaken aan Ged. Staten kan de onbillijkheid, waartoe deze toestand in vele gevallen leidt, voorkomen worden o.a. door de benoemingsbesluiten aldus te formuleeren, dat, hoewel de cursus slechts over enkele maanden loopt, do benoeming telkens voor een vol jaar geschiede. _ Voor do gemeente is Van eene zoodanige wijziging in de benoemingsbesluiten geen financieel nadeel te verwachten. Mitsdien stellen B. en \V. den Raad voor de tijdelijke benoeming van de 'leeraren aan de burgeravondschool, dio niet in het bezit zijn van do vereischte bevoegdheid tot het geven van middelbaar onderwijs voortaan te doen telkens voor oen vol jaar. In het belang van de leeraren verdient het echter aanbeveling de jaarwedde niet in 12 maandelijksche termijnen uit to betalen, doch gelijk thans in 7 of 8 maandelijksche termijnen al naarmate de cursus 7 of 8 maanden duurt. Bij tusschentijdsch ontslag toch zouden zy, ingeval van uitbetaling in 12 maandelijksche termijnen, slechts zooveel twaalfde gedeelten van hun salaris hebben ontvangen als z\j maanden in dienst zijn geweest, terwijl zij thans bij tusschentijdsch ontslag reeds zooveel zevende of achtste gedeelten van hun salaris hebben ontvangen als zij maanden in dienst zijn geweest. B. en W. stellen daarom voor te bepalen, dat het salaris uitbetaald wordt in zooveel maandelijksche termijnen als de cursus maanden of gedeelten van maanden duurt. De vaste leeraren ontvangen reeds op gelijke wijze hun salaris, behalve de directeur, die nog na afloop van den cursus administratief werk te verrichten heeft. Ter benoeming in dier voege, voor het jaar loopende van 1 Sept. 1911 tot en met 31 Augustus 1912, van zeven tijdelijke leeraren der burgeravondschool bevelen B. en W. ónder overlegging van het schrijven van den betrokken inspecteur van het M. 0. de onderstaanden aan, die allen ook in den afgeloopen cursus het onderricht hebben gegeven; P. J. van Dijk, voor natuur-, werktuig- en wiskunde; P. Brakman, voor NederL taal; J. C. O. Camman, M. Geldmaker en G. van Heusden voor lijnteekenen toegepast op het vak

van den timmerman; A. van de Ven voor lijntekenen toegepast op het vak van den smid en andero metaalbewerkers en J. Kujjer voor het nabootsen van hout en marmer. Voorts stellen zg voor overeenkomstig het advies van den directeur der burgeravondschool den heer A, J. Corbijn van Willenswaard, dio voor den cursus 1910/1911 op proef is aangesteld, met ingang van 1 Sept. e.k. vast aan to stellen als leeraar in het handteokenen. B. cn W. stellen voor do voorgedragenen èn bloc to benoemen. Met algemeene stemmen worden de voorgodragenen hierop gekozen. Punt 5. Voorstel van B. en Wf tot het instellen van eone controlo op de calorische waarde en do zuiverheid van liet ga 3. Door do gascommissie wordt de wenselijkheid betoojjd om door een scheikundige buiten de Gasfabriek op ongeregelde tijden do calo-' rische waarde en de zuiverheid van het ga 3 to doen onderzooken. Do commissie twijfelt niet aan de juistheid van een onderzoek op do gasfabriek zolf, maar is van mecning, dat daarop tegenover klachten wegens vermeendo mindere kwaliteit van het gas niet met zooveel klem een beroep kan worden gedaan als op een rapport van eon onpartijdigen scheikundige. Het wil de commissie voorkomen, dat het ook in het belang van de gasfabriek zelf is, dat de gas verbrui kers weten, dat er eene goede controlo op de kwaliteit van het gas wordt uitgeoefend. B. en W. kunnen zich met deze overwegingen geheel vereenigen en stellen mitsdien, overeenkomstig het advies der gascommissie, voor te besluiten tot de instelling van eene controlo op de calorische waarde en de zuiverheid van het gas door een door B. en W. aan te fKqzen scheikundige en te bepalen: 1. dac tusschen twee onaerzoe'Kingen niet meer dan 14 dagen mogen verlbopen; 2. dat in den regel maandelijks, doch bij niet voldoende calorische waarde of zuiverheid.dadelijk rapport aan B. èn W. wordt uitgebracht, welke rapporten aan den raad worden overgelegd. Door de overlegging aan den raad wordt tevens publiciteit aan de rapporten gegeven. B. en W. stellen zich voor als scheikundige aan to wijzen dr. B. 11. J. ter Braake, leeraar in do scheikunde aan de H. B. S., die voor zijne onderzoekingen gebruik zal kunnen maken van het laboratorium der H. B. S., waaraan dan eenige bijzondere instrumenten toegevoegd zullen moeten worden. Deze installatie zal eene uitgaaf van pl.m. f6OO vorderen. B. en W. achten het voldoende, dat 125 & 150 onderzoekingen per jaar verricht worden, welk aantal echter in bijzondere omstandigheden overschreden kan worden. Zij stellen daarom voor een vast honorarium toe te kennen, ■waarvoor jaarlps ten minste 125 onderzoekingen gedaan moeten worden, en dit te bepalen op f 400.— per jaar, doch bovendien eene vergoeding van flO toe te kennen voor elk vijftal onderzoekingen of gedeelte daarvan, vaarmee het aantal van 150 onderzoekingen n.et toestemming van B. en W. overschreden Wurdt. Ten behoeve van de installatie en het honorarium voor do onderzoekingen, die nog dit jaar verricht zullen worden, stellen B. en \V. voor een crediet van f 800 te verleenen. Dj heer mr. Wichers Wierdsma heelt, toen .hij dit voorstel las, zich afgevraagd, of eene dergelpke controle noodzakelijk is. Spr. meent van niet, waar do gasfabriek zich mu zoo uitbreidt en de directeur telkens bewijzen van bekwaamheid geeft. Spr. ziet in dit voorstel eon motie van wantrouwen. lets anders zou het zijn, het gas drie & vier malen per jaar te laten controleeren, doch om de 14 dagen is onnoodig. Spr. zal- daarom etemlmen tegen het voorstel èn om de kosten èn om do beteekenis, wolke spr. er aan hecht. Do heer Andriessen is ook tegen het voorstel. Do directeur is bekwaam genoeg om zelf het gas to onderzoeken en daarom acht spr. het eene overbodigo uitgave. Do Voorzitter antwoordt, dat de gascommissie en mèt deze B. en W. een onpartijdig onderzoek wel nuttig oordeelen. Er is toch ook een accountant voor het nazien der jaarrekening; daarin wordt geen bewijs van wantrouwen gezien? En daarom is dit onderzoek volstrekt. geen bewijs van wantrouwen. B. en W. willen de ingezetenen alleen, verzekeren, dat de gemeente goede waar levert. Spr. denkt absoluut niet aan kwade trouw, daar dit Bpr. allerminst zou passen. Do heer Andriessen vindt het toch l>!a-meerend. ' Het voorstel, hierna in stemming gebracht, wordt aangenomen met 10 tegen 4 st., dio van de heeren; mr. Wichers Wierdsma, Nieuwenhuijsen, Andriessen en Geradts. Punt 6. Voorstel van B. en W. tot aanvulling van art. G der verordening regelende de samenstelling en de bezoldiging der gemeentepolitie te Hilversum. Volgons art. 6 der verordening regelende do samenstelling en de bezoldiging der gemeentepolitie te Hilversum ontvangen de hoofdagenten en agenten voor rekening der gemeente de voor elk hunner door den burgemeester vastgestelde bewapening met toebe-

hooron, welke evenwel steeds liet eigendom der gemeento blijft. Deze bewapening bestaat uit een hartsvanger (voor de hoofdagenten eoa degen) met scheedo en koppel en eene signaalfiuit, terwijl het voornemen bestaat ook eene handboei van gemeentewege te verstrekken. Ten eindo te bevorderen, dat door het personeel voldoende zuinigheid ten aanzien van do bewapening betracht wordt, is het wenschelijk voor elk dezer uitrustingsstukken een drachttijd voor to schrijven en te bepalen, dat by onbruikbaar worden of verloren gaan binnen den drachttijd de betrokken agent of hoofdagent de schade moet vergoeden, tenzij het onbruikbaar worden of verloren gaan niet aan zijnei schuld of nalatigheid is te wrjten. Het bedrag der schadevergoeding, door den burgemeester te bepalen, zal van het weekloon ingehoudon moeten worden op de wijzo als in art. 5 is bepaald voor het debetsaldo in het kleedingfonds. Te dien einde stellen B. en W. voor art. C der verordening regelende de samenstelling en de bezoldiging der gemeentepolitie te Hilversum aan te vullen met de volgende bepalingen; „Bij onbruikbaar worden of verloren gaan van in het vorige lid bedoelde uitrustingsstukken binnen den door den burgemeester vastgestelden drachttijd, moet de betrokken hoofdagent of agent de schade vergoeden, tenzjj het onbruikbaar worden of verloren gaan niet' aan zijne schuld of nalatigheid is te wijten. Het bedrag der schadevergoeding wordt door den burgemeester bepaald en van het loon ingehouden, evenwel nimmer tot een grooter bedrag tegelijk dan f X per week." De burgemeester stelt zich voor den drachttijd vaat te stellen als volgt; voor den hartsvanger 20 jaar, voor de scheedo 10 jaar, voor den koppel 4 jaar, voor de handboei 20 jaar, voor de signaalflult 5 jaar. Conform besloten. Punt 7. Voorstel van B. en W. tot aankoop van eene strook grond aan don Laarderweg, ter verbreeding van dien weg. De Naamlooze Vennootschap „Le Ripolin" heeft zich bij aan B. en W. gericht Schrijven bereid verklaard eene strook grond ter grootte van pl.m. 95 li.2., gelegen aan den Laarderweg kadastraal bekend sectie E nos. 5592 en 1G22, af te. staan tegen den prijs van twee honderd acht en twintig gulden, kosten van overdracht voor rekening der .gemeente. Aangezien het ten behoeve eener verbreeding van den Laarderweg, waarvoor de plannen bij B. en W. in voorbereiding zijn, zeer gewenscht is, dat de gomoente de beschikking heeft over die strook grond, stellen zg, overeenkomstig het advies der commissie te hunner bijstand in het beheer der plaatselijke werken en eigendommen, voor van do gelegenheid, die zich later waarschijnlijk niet meer zal voordoen, gebruik te maken en te besluiten de strook grond to koopon voor den gevraagden prijs en op do gestelde voorwaarde. Conform besloten. Punt 8. Voorstel van B. en W. tot het verleenen van een crediet .voor het toekennen van een gratificatie aan de ambtenaren, die in 1910 belast zijn geweest met de controle op de naleving der verordening op de heffing eener belasting op openbare vermakelijkheden. Blijkens het- bepaalde in artt. 9 en 11 der_ verordening op de invordering der belasting op openbare vermakelijkheden wordt wel verondersteld eene controle op de naleving van de verordening op de heffing van dio belasting, maar deze controle ü niet bij verordening of instructie aan eenig ambtenaar opgedragen. Niettemin zijn de ambtenaren J. J. W. Schoften en J. Heineman door B. en W. gemachtigd tot het uitoefenen van die controle. Deze taak kan echter niet geacht worden te behooren tot de diensten, waartoe zij krachtens hunne betrekking verplicht zijn. Het komt B. en W. daarom billijk voor hun alsnog voor de in 1910 uitgeoefende controle oene gratificatie toe te kennen. Zij meenen daartoe als grondslag te mooten nemen fl voor elke openbare vermakelijkheid, waarbij zij toezicht hebben gehouden. Aangezien bij 35 openbare vermakelijkheden het toezicht heeft plaats gehad, stellen zij voor hun een crediet van f 35 te verleenen voor het toekennen van eene gratificatie aan do bovengenoemde ambtenaren. Eene definitieve regeling van deze controlo is b\j B. en W. in overweging. Conform besloten. Punt- 9. Voorstel van B. en W. tot het doen van eene af- en overschrijving op do begrooting dienst 1910. , 'Conform besloten. Punt 10. Voorstel van B. en W, tot wijziging der bouwverordening. Wordt goedgekeurd. Punt 11. Voorstel van B. en \V. tot wijziging der voorwaarden van verpachting der rijtuigstandplaatsen op het Stationsplein. Volgens de voorwaarden van verpachting der rijtuigstandplaatsen op het Stationsplein, worden ten hoogste tien van de beschikbare achttien rijtuigstandplaatsen, gelegen tusschen den Stationsuitgang cn den overweg, verpacht aan: rijtuigverhuurders, terwijl de acht overige, het dichtst bij den overweg gelegen, standplaatsen gereserveerd blijven voor particuliere ilj tuigen. Achter de laatstgenoemde acht standplaatsen zal de voetbrug over den spoorweg met bijbehoorendo trappen komen te liggen, waardoor op dat punt een druk verkeer to verwachten is. Gelijk in een rapport van den commissaris van politie nader aangetoond wordt, zou dat verkeer belemmerd worden, wanneer daar ter plaatse rijtuigen opgesteld bleven. In 't belang der orde en veiligheid is het daarom gewonscht dat terrein niet meer voor het plaatsen vani rijtuigen te bestemmen. Er blijven alzoo slechts beschikbaar de op bijgevoegde teekening ondor nos. 1 tot en met 10 aangeduide plaatsen. Blijkens het bovengenoemd rapport van den commissaris van politie zullen voor de rijtuigen van particulieren ten minste noodig zijn do plaatsen op de teekening aangewezen door de nos. 6 tot en met 10, zoodat voor de gestationneerde rijtuigen slechts overblijven de plaatsen op de teekening aangeduid door de nos. 1 tot en met 5. Vermits deze ruimto voor de gestationneerde rijtuigen niet voldoende is, zal bovendien nog een ander terrein beschikbaar gesteld moeten worden. Daarvoor komt alleen in aanmerking de- Wilheiminastraat, zijde spoorbaan. Om aan het bezwaar van de minder gunstige ligging der standplaatsen in de Wilüelminastraat zooveel mogelijk tegemoet te komen is eeno zoodanige regeling van de verwisseling der standplaatsen te treffen, dat elke pachter telkens niet langer dan één dag in de Wilheiminastraat behoeft te staan. Bovendien kan toegestaan worden, dat in de rijtuigen, die standplaats hebben in de Wilheiminastraat, reizigers op liet Stationsplein opgenomen worden,. wanneer de aldaar staande rijtuigen alle afwezig zijn en reizigers van een rijtuig gebruik wenschen te maken. Nu de Raad besloten heeft geen tunnel te maken, kunnen uit art. 10 vervallen de woorden: „met name den tunnel". Voorts merkt de commissaris V3n politie op, dat het in het belang der openbare orde en veiligheid wenschelijk ia te bepalen, dat de pachters en in 't algemeen de bestuurders van gestationneerde rgtuigon, op verbeurte van de pacht, verplicht zijn de bevelen op te volgen, die de politio hun in het belang der openbare orde en veiligheid zal geven. B. en W. kunnen zich ook hiermede vereenigen. Zij stellen den Raad mitsdien voor de voorwaarden van verpachting der rijtuigstandplaatsen op het Stationsplein, aan welken titel worden toegevoegd de woorden „en in do Wilheiminastraat", opnieuw vast te stellen met eenige wijzigingen. De Voorzitter zegt, dat het bouwen der brug intusschen niet zoo vlug zal gaan. Nu er een adres der stalhouders gekomen is, stelt spr. voor om geen verandering voorloopig aan te brongen, maar opnieuw de standplaatsen te verpachten onder dezelfde condities tot 1 Jan. a.s. De heer G er a d t s vraagt, of er dus vóór 1 Jan. nog geen brug zal zijn? Do Voorzitter'gelooft van niet. B. en W. hebben zelfs nog geen antwoord op hun schrijven gekregen. Intusschen zal het niet aan B. en W. liggen. Do heer v. d. Smit verschijnt ter vergadering. Punt 12. Advies van B. en W. inzake liet voorstel van den heer Wij na end ts tot opheffing van den to} op don Utrechtschen straatweg. In de raadsvergadering van 23 Mei j.L werd B. en W. opgedragen advies uit te brengen op een door den heer Wijnaendts staande de vergadering gedaan voorstel om over te gaan tot opheffing van den tol aan den Utrechtschen straatweg. Hoewel B. en W. niet willen ontkennen, dat opheffing van den tel in het belang van het verkeer zou zijn, meenen zij toch, dat de bezwaren t'egen den to! niet van dien aard zijn, dat do gemeente daarom do opbrengst zou moeten prijsgeven wanneer deze inderdaad belangrijk hooger zou zijn dan het bedrag, waarvoor thans de tol verpacht is, ook zonder dat een tapperij in het tolhuis gevestigd mag zijn, ter zake waarvan B. en W. een voorstel doen. Mitsdien adviseeren' zij om alvorens-een besluit i. z. do opheffing te nemen, eerst eeno inschrijving te houden, ten einde te kunnen beoordeelen of het aan de opheffing verbonden gerief voor hen, die den tol passeeren, opweegt tegen het gemis van de baten voor de. gemeente. Overeenkomstig de door den heer Wichers Wierdsma gemaakte opmerking om de verpachting miet meer mondeling to houden, maar bi) gezegelde _ inschrijvingsbiljetten, stellen B. en W. voor in art. 8 dor verpachtingsvoorwaarden de woorden „bij opbod'' te wijzigen in; „by enkelo inschrijving'' en aan dat artikel nog eenige bepalingen toe te voegen. In verband met de to nemen beslissing stellen B. en W. voor den termijn van beraad te stellen op ten hoogste veertien dugen. Voorts stellen zg voor .den verhuurtermijn te bepalen op vijf jaar in plaats van, zooals thans, op negen jaren, om reeds na dien korterei» termijn wederom vrij te zijn tot opheffing van den tol over te gaan.

Ten einde clandestienen verkoop van aterkeu drank zooveel mogelijk te beletten, achten B. en W. het wenschelrjk, dat den pachter de verkoop zoowel van alcoholhoudende al 3 van niet-alcoholhoudende dranken verboden wordt. De commissie tot bijstand in het beheer der plaatselijke werken en eigendommen kan zich met deze voorstellen vereenigen. Do heer v. d. Go o s is het niet eens met het praeadvies van B. en W. Dit toch komt hierop neer, dat men iet bestaan van den tol zal laten afhangen van de opbrengst. Spr. gelooft dat do gemeente dit niet moet doen. lMt is eon belangrijk beginsel, al is het bedrag ook klein. Spr. stelt daarom voor tot opheffing van den tol te besluiten. Do heer v. d. Sm i t is eveneens voor opheffing van den tol. De verbetering dier wogen aldaar is een stap geweest in de goode richting en hot blijkt, dat van die wegen een druk gebruik wordt gemaakt. Ook wordt daar flink gebouwd. Spr. is van oordeel, dat men1 nu allo belemmeringen bij die wegen uit den weg moet ruimen. Hoo eerder men daar den tol opheft, hoo beter dit in 't belang der gemeente zal zijn. . Do heer Andriessen ziet niet in, dat het zoo erg is, dat de menschen daar een beetje tol betalen. Spr. gelooft, dat het belang van de gemeente medebrengt, deze opbrengst niet prijs te geven. De heer mr. 'Wichers Wierdsnia gelooft niet, dat het wenschelijk is, den t<Tl op te heffen. Spr. weet, dat er velen zijn, die met moeite, met kwartjes en dubbeltjes, hun belasting kunnen betalen en daarom gaat het niet aan die opbrengst voor de gemeente zoo maar weg to gooien. Do heer Froudenberg wijst er op, dat do meesten, die daar tol betalen, menschen zijn, die naar de markt gaan en daar ook marktgeld moeten opbrengen. Spr. zou op heffing van don tol voor die menschen een heelo verlichting vinden. Hij zal daarom tegen het voorstel van B. en W. stemmen. Do heer mr. Wichors Wierdsma gelooft, dat bij een schriftelijke verpachting, do tol nog wel meer zal opbrengen en men dit zoo niet moet prijs geven. De Voorzitter vestigt er de aandacht op, dat het de meening van B. en W. was, om eerst eens te zien, wat de tol kan opbrengen. Nu kan men niet zeggen wat de gemeente met opheffing derft. Do heer v. <L Goes merkt op, dat wanneer nu de tol zonder vergunning en zonder verlof wordt verpacht, de opbrengst vrij belangrijk zal verminderen. Men deed dus beter bij zulk een bagatel den tol op te heffen. Do Voorzitter brengt hierna hèt voorstel van B. en W, in stemming, dat aangenomen wordt met 4 stemmen tegen en 11 voor. Tegen stemden de heeren: Wüstonhoff, Freudenberg, v. d. Goes en, v. d. Smit. Punt 13. Voorstel van B. en \V. tot aanduiding van de normale uurloonen voor de besteksbepalingen voor aanbestedingen der gemeente. Ingevolge het besluit van den Baad nopens de minimum-looneu in de besteksbepalingen voor aanbestedingen der gemeente hebben B. en W. ter aanduiding van de normale uurloonen de voorlichting gevraagd van de commissie van Bijstand in hot beheer der plaatselijko werken en eigendommen en de vakvereenigingen van patroons en arbeiders. Onder overlegging van de verkregen inlichtingen der vakvereenigingen stellen zij overeenkomstig het advies der ovengenoemde commissie van bijstand voor, voor alle nog in 1911 op te maken bestekken als normale uurloonen aan te nemen voor: stucadoors (nieuwwerkers) 28 ct., witters 24 ct., metselaars 25 ct., timmerlieden 23 ct., schilders, loodgieters, smeden, behangers 22 ct., opperlieden of handlangers 20 ct. Het minimum-loon in de bestekken wordt dus 1 ct. hooger dan de bovenstaande uurloonen. Conform besloten. Punt 14.

Aanbieding van het primitief kohier der rioolbelasting, dienst 1911. Dit kohier wordt vastgesteld op een bedrag van f 16.611.06.

De heer Nieuw enhuijsen merkt op, dat dit bedrag aanmerkelijk hooger is dan op de begrooting werd uitgetrokken en daarom wenscht spr., wanneer de daartoe noodige gegevens dit zullen toelaten, bet verzoek aan Burg. en Weth. te richten, om zoo spoedig mogelijk de rioolbelasting te verlagen. Zooals de toestand op 't oogenbük is, meent spr., gaat het tegen di bedoeling, dié de Raad vroeger met de invoering der rioolbelasting heeft gehad. Het deel dat de Raad door deze belasting wilde zien opgebracht, wordt nu r eeds aanmerkelijk overschreden.

De Voorzitter zegt, dat B. en W. dit gaarne willen overwegen, zoodra zij de noodige gegevens bortten. Spr. wil' echter opmerken, dat do heer Nieuwenhuijsen zich zelf weerspreekt, wijl deze nog geen gegevens kan hebben evenmin als B. en W. De heer Nieuwenhuijsen kan dua niet verklaren dat deze belasting te hoogi is cn tegen do bedoeling vanjien Raad i ngaat. t De heer Nieuwenhuijsen zegt, dat, wanneer werkelijk de kosten dezelfde blijven, het duidelijk is, dat te hoog werd geraamd. De Voorzitter wijst er op, dat de heer Nieuwenhuijsen de cijfers van alle kosten niet weet, evenmin al 3 B. en W. Deze kosten moeten nog onderzocht worden. Do heer Nieuw enh.uijsen.is van oordeel, dat mu in ieder geval blijkt, dat de inkomsten aanmerkelijk hooger zijn dan geraamd werd. De heer Wüstenhoff merkt op, dat er ook veel meer uitgegeven is. De heer Nieuwenhuijsen zegt, dat de gegevens, volgens welke de begrooting kon worden opgesteld, aanwezig waren en nu kan spr. wel begrijpen, dat er euppletoire kosten bijkomen, doch daar staat tegenover, dat er ook suppletoire aanslagen bijkomen. Vermoedelijk zal derhalve blijken, dat deze bi'astingheffing to hoog is. De Voorzitter kan niet toegeven, dat de redeneering van den heer Nieuwenhuijsen juist is, omdat deze redeneert volgens cijfers, die h\j nog niet kent. B. on W. zullen echter gaarne in die richting werkzaam zijn, zoodra zij do noodige gegevens bezitten. Do heer Bruist is het volkomen eens met den vorigen spr. liet is aan epr. gebleken, dat deze belasting zeer bezwarend is en met groote moeite wordt opgebracht. Wanneer er ooit van een zware belasting gesproken wordt, dan is het doze rioolbelasting. De • rioleering is toch in het belang van de geheele gemeente. Het is daarom onbillijk, meent spr., dat zo door enkelen betaald wordt. De heer Dols sluit zich hierbij aan. Do heer Kuiper is het volkomen met den vorigen spreker eens, dat dit ©en onredelijke belasting is. De Voorzitter zegt, dat B. en VV. hun best zullen doen, om de heeren daaromtrent in to lichten. Conform het voorstel van B. en W. wordt hierna besloten. Punt 15. Rapport van den deskundige, bedoeld in art. 7, laatste lid, der verordening, regelende het heffen van vergunningsrecht. Déze rapporteur geeft aan den Baad in overweging, de huurwaarde van het perceel1 van den heer A, Sandman, Emmastraat no. 54, op de geschatte huurwaarde van f 160 te handhaven en de huurwaarde van het perceel van den heer J. G. Nierman, Bussummerstraat no. 38, terug te brengen op oen huurwaarde van f 80. Wordt goedgekeurd. Punt 16. Voorstellen van B. en W. tot het verleenen van afschrijvingen op een aanslag in de plaatselijke inkomstenbelasting, dienst 1910. Wordt goedgekeurd. Punt 17. Voorstel van B. en W. tot het verleenen van afschrijvingen op aanslagen in de pl. inkomstenbelasting, dienst 1911. Conform besloten. Punt 18. Aanbieding door B. en W. van concept-adviezen op twee door Gedeputeerde Staten te dien einde in 'sßaads handen gestelde beroepschriften i.z. de plaatselijke inkomstenbelasting dienst 1910. Worden goedgekeurd. De Voorzitter stelt alsnu de rondvraag. De heer v. d. Goes geeft in overweging langs de brug over de spoorbaan een rail of goot te maken voor rijwielen. Men kan deze dan gemakkelijk mede de trap opnemen, terwijl het anders nog al bezwaarlijk is. De heer v. d. Smit vraagt, of B. en _ W. nog niets gehoord hebben van de aanbesteding. Ce Voorzitter antwoordt ontkennend. B. en W. zitten zelfs nog te wachten om overleg te plegen. B. en W. doen wat zij doen moeten om de zaak te bespoedigen, doch de Spoorweg-Maatschappij antwoordt niet eens. Do heeren willen van B. en W. steeds inlichtingen, maar deze zien er zelf verlangend naar uit. Ee heer Nieuwen hupsen vraagt, of er in 't geheel geen bericht is gekomen van de Hall. Spoor op de kennisgeving van B. en W. De Voorzitter antwoordt ontkennend. De heer Nieuwenhuftsen stelt voor, dat B. en W. opnieuw schrijven aan de Hall. Spoor, waarin Wordt aangedrongen op spoed en dat dan in de volgende vergadering wordt medegedeeld, wat de Holl. Spoor gedaan heeft. De Voorzitter zegt, dat B. en W. steeds de zaak bespoedigen, doch zij laten zich door den Raad niet voorschrijven de wijze, waarop zij te bandelen hebben. Hierna wordt de vergadering gesloten. Gemeenteraad Bussum. — De Raad dezer gemeente hield Maandagdagmorgen ten 10 ure een openbare vergadering, die door alle leden werd bijgewoond. Wegens ongesteldheid van den Burgemeester werd do vergadering geleid door den heer W. A. J. Schermer Voest. 1 Na goedkeuring der notulen, ging men over tot de behandeling der volgende agenda: 1. Mededeelingen. I°. dat door Ged. Staten voor kennisgeving is aangenomen de bij raadsbesluit van 26 Mei j.l. vastgestelde rooster van aftreding der leden van den Raad; 2°. dat door Ged. Staten is goedgekeurd het raadsbesluit van 26 Mei, waarbij aan B. en W. bevoegdheid wordt verleend tot het opdragen aan een lid van hun college voor het opnemen van boeken en kas bij den gem.-ontvanger; 3". dat door Ged. Staten i 3 goedgekeurd het raadsbesluit van 26 Mei betreffende overneming in eigendom door de gemeente van de Cereslaan; , 4°. dat bij schrijven van 17 Juni door den minister van Binnenlandsche Zaken is bericht, dat 'zijnerzijds geen bezwaar bestaat tegen de definitieve benoeming en het aanvangssalaris van den leeraar aan de Gemeente-Teekenschool, W. Kleijn; SC.5C. dat de heer W. Kleijn zijne benoeming tot leeraar in meetkundig rekenen en Nederlandsche taal aan de Gem.-Teekenschool heeft aangenomen, onder dankbetuiging aan den Raad voor het in hem gesteld» vertrouwen; 6°. diat bij B. en W. is ingekomon het verslag van de vereeniging „Ziekenzorg", alhier, over het jaar 1910; 7°. dat de voorwaarden, gesteld bij het raadsbesluit van 26 Mei, waarbij 3311 A. van Schaik vergunning wordt verleend tot het hebben van twee zinkputten aan do Brinklaan, worden aanvaard; B°. dat I* Mouissie heeft bericht, zich niet te kunnen vereenigen met de voorwaarden, gesteld bij het raadsbesluit van 26 Mei, betreffende overneming in eigendom door de gemeente van het Oosterpad; 9". dat do plaatsvervangend kantonrechter te Hilversum bij vonnis van 20 Juni de vordering van Griffioen tot terugbetaling van keurloonen heeft afgewezen. Al deze mededeelingen worden voor kennisgeving aangenomen. : 2. Ingekomen stukken: a. Een door de alhier gevestigde besturen van de gecombineerde bouwvakvereenigingen, onderafdeelingen der Roomsch-Katholieke Werkliedenvereeniging „St. Joseph" en van de afdeelingen Bussum van het Nederlandsch Werkliedenverbond „Patrimonium" en van den Christ. Nat Werkmansbond onderteekend adres houdende o.m. verzoek om verandering te brengen in de bepalingen omtrent minimum-loon en maximum-arbeidstijd voor werklieden in dienst van aannemers van gemeentewerken. B. en W. stellen voor, dit adres om' advies te stellen in handen van de Commissie voor Openbare Werken en van hun college. Conform wordt besloten. • b. Idem van het bestuur der afdeeling Bussum van den Algemeenen Nederlandschen Timmerlied enbond, waarbij "adhaesie wordt betuigd aan het sub 2a vermelde adres. B. en W. stellen voor, doze adhaesiebetuiging oveneens in handen te stellen van do Co,mm. voor O. W. en van hun college. Conform wordt besloten. c. Idem van W. van Drielst te Amsterdam, waarbij hg verzoekt het Raadsbesluit van 20 April 1909 houdende vergunning tot den aanleg van wegen enz. zoodanig to wijzigen, dat de daarbij bepaalde huurwaarde der te bouwen huizen worde verlaagd. B. en W. stellen voor, dit adre3 om advies te stellen in handen van do Comin. voor O. W. en van hun college. Conform wordt besloten. d. Idem van het te 's-Gravenhage gevestigde bestuur van den Algemeenen Nederlandschen Opzichters- en Toekenaarsbond, houdende verzoek het salaris van den te benoemen schrjjver-teekenaar vast te stollon op f 100 's maands. B. en W. stellen voor, dit adres tor afdoening te stellen in handen van hun college. De heer K lijn man vraagt, of hier geen bezwaar is, met het oog op do bestaande salarisregeling in deze gemeente. Do Voorzitter antwoordt, dat hier volstrekt geen bezwaren zijn. Het betreft hier slechts het vervangen van iemand, die voor 8 maanden in dienst moet. Nu meenen B. en W., dat het de beste weg is, voor die acht maanden een tijdelijken plaatsvervanger aan te stellen op hetzelfde salaris. De heer Groenen'zegt, dat hij na deze toelichting niet het minste bezwaar beeft. Conform het voorstel van B. en W. wordt hierna besloten. .3. Voorstel tot wijziging der verordening tot aanwijzing van stemlokalen binnen deze gemeente voor de verkiezingen van leden der Staten-Generaal, der Provinciale Staten en van den Gemeenteraad. B. en W. stellen voor, deze verordening zoodanig te wijzigen, dat als stemlokaal in het tweede stemdistrict worde aangewezen de tuinzaal van het Gebouw „Concordia". Conform wordt besloten. 4. Benoeming van leden der stembureaux voor de in de maand Juli a.s. te houden verkiezingen van leden van den gemeenteraad. • Benoemd worden met algemeeno stemmen: A. Voor de verkiezing van vijf en twee leden van den Gemeenteraad: stombureau I (de Burgemeester is ambtshalve voorzitter), leden J. B. Groenen en C. H. J. Thole; plaatsvervangende loden J. H. F. ter Meulen, G. A. P. de Kort en P. H. M. J. Klijnman; — stembureau 11, voorzitter mr. A. Moolenburgh; plaatsvervangende leden C. van Norren en H. W. Arendsen. B. Voor 12 maanden, ingevolge artikel 61 der Kieswet: stembureau I, plaatsvervangende leden S. Molama (kassier) en P. J. Derks (kantoorbediende); stembureau 11, leden J. 11. W. Reddingiua (gemeentesecretaris), onder intrekking zijner benoeming tot plaatsvervangend lid dd. 16 Februari 1911, W. Kleijn (hoofd eener bijzondere lagere school), en R. A. Boer—Kookhuizen (controleur der gemeentebelastingen); plaatsvervangend lid W. J. de Wilde (inspecteur van politie). 5. Voorstel tot aanvulling van den Ligger der Wegen. Conform het voorstel van B. en W. wordt deza aanvulling goedgekeurd. 6. Behandeling van het door de besturen van het Kruisverbond, do Mariavereeniging en de afdeeling Bussum van den Volksbond — vereenigingen tegert drankmisbruik — onderteekend adres, waarin wordt verzocht aan H. M. de Koningin een voorstel te doen tot het instellen eener commissie, als bedoeld in art. 49 der Drankwet. B. en W. wijzen er op, dat door hen het advies werd ingewonnen van den inspecteur der eerste Drankwet-inspectie. Hoewel deze daarin concludeert tot inwilliging van het verzoek, meenen B. en W. toch niét te mogen nalaten, te wijzen op de omstandigheid, dat bedoelde ambtenaar de nuttige werking der commissie slechts dan veronderstelt, wanneer zij zich niet uitsluitend tot do haar b(j de wet opgelegde taak bepaalt, maar zich op een terrein begeeft, dat naar de meening van B. en W. meer eigenaardig thuis behoort bij particuliere vereenigingen, waartoe adressanten behooren. Deze vereenigingen nu zijn hier ter plaatse reeds met succes werkzaam, dank zij de grooto activiteit waarmede zij optreden. Mede tengevolge van haar toedoen is dan ook het gebruik van sterken drank in Bussum, gedurende de laatste jaren zeer verminderd. De verwachting, dat de commissie zich in de eerste plaats zal houden aan de wettelijk omschreven taak, geeft B. en W. aanleiding hare instelling ten zeerste te ontraden. In dit verband meenen B. en W. niet beter te kunnen doen dan aan te halen hetgeen B. en W. van Rotterdam in hun prae-advies aan den Raad dier gemeente terzake schreven: „Hoezeer", zoo zeggen zij, „ons college zich in zijne beslissingen niet onfeilbaar acht, durven wij gereedeljjk uitspreken, dat het voor eene commissie uit de burgerij nagenoeg onmogelijk moet zyn om zich voor de toepassing dezer zoo gecompliceerde wet een eenigszins behoorlijk inzicht eigen te maken. Neemt men daarbij nog in aanmerking, dat de bij de behandeling der vergunning-aanvragen door de wet gesteldo termijnen toch reeds krap zijn toegemeten, zoo kopt het ons stellig beter voor, dat, de beslissing over do zoo netelige en gecompliceerde quaesties van toepassing dier wet, waarvoor wij telkens in onze vergaderingen staan, maar waarbij wij de voorlichting hebben van het gemeentelijk personeel ter secretarie en bij de politie, dat zich met ernst op nauwgezette behandeling en uitlegging der wet toelegt, uitsluitend aan het college van het Dagelijksch Bestuur blijvë, onder geen andere bemoeiing dan de tusschenkomst in hooger instantie van de Ged. Staten." De hierin getrokken conclusio maken B. en W. geheel tot de hunne. Zoowel door den Burgemeester als hoofd der politie, als door B. en W. wordt het in hoogo mate bedenkelijk geacht, indien de commissie zich tot taak zou willen stellen: bestrijding van het euvel van den clandestienen verkoop, waar de inspocteur van de Drankwet op doelt. In de handhaving der. wet wordt door de georganiseerde politie voldoende voorzien en het medewerken van commissiën zou allicht tot conflicten leiden, die aan de naleving dezer toch reeds zoo moeilijk na te leven wet in den weg zullen staan. Ten slotte merken B. en W. op, dat tot heden in geen enkele gemeente van ons land eene bedoelde commissie in het leven i 3 geroepen, alhoewel de mogelijkheid daarvoor reeds in 1901 werd . geopend. In de gemeenten, waar van verschillend» zijden' pogingen in het werk zijn gesteld o.m tot toepassing van art. 49 der Drankwet to geraken, zijn de gemeenteraden na ernstige overweging daarop niet ingegaan. Naar aanleiding van het bovenstaand adviseeren 3. en VV., het verzoek af te wijzen. Uit de bijgevoegde stukken blijkt verder, dat de inspectour der Drankwet, de heer ■Franken, aan 15. en VV. o. m. het volgende adviseert: „Ik zou u daarom adviseeren, overleg fliet adressanten to plegen, wie genegen zouden zijn in die commissie zitting te nemen en, boezemen die personen u genoegzaam vertrouwen in, hen een 3 te polsen, hoo zijl zich do opvatting van hun taak gedacht liadden." B. en W. van Rotterdam en Groningen zeggen in hun prae-advios o. m., dat de af deeling van den „Volksbond" aldaar niet medeadresseert tot het instellen van een dusdanige commissie en leiden daaruit een argument af, o,m afwijzend te adviseeren. Do heer T h o 1 e stelt voor, doze aangelegenheid tot de volgende vergadering uit te stellen. Spreker vestigt er de aandacht op, dat in de vorige vergadering gebleken is, dat de meening van B. en W. afhankelijk zou zgn van het advies van den inspecteur der Drankwet. De inspecteur adviseert nu, in overleg te treden jnet adressanten. De Voorzitter zegt, dat de opvatting van den heer Thole niet juist is, daar ddze beweert, dat B. en W. er aanvankelijk wel iets voor gevoelden. De heer Thole merkt op, dat' li(j dit volstrekt niet gezegd heeft. ' > Do Voorzitter vervolgt, dat B. en W. er vna den beginne af tegen zijn geweest. Daar B. en W. evenwel niet pp eigen wieken) ' wilden drijven, besloten zij, eerst den inspecteur to hooren. De inspecteur nu prijst het instellen van een dergelijko commissie niet aan. Verder wijst spr. er op, dat er in de wet niet omschreven staat, wat de taak dier co.mmissie is. Wanneer een dergelijke commissie wordt ingesteld en zij gaat te ver, dan komt men al dra met de politie en met anderen in conflict. Als jnen voorzichtige menschen wil zijn, acht spreker hot wenschelijk, niet verder hierop in to gaan. Do heer Tholo heeft een schrijven-van een inspecteur uit Breda en deze zou gaarne zien, dat in enkele gemeenten een dergelijke commissie werd opgericht, omdat hij zich daar eenig nut van voorstelt. Spr. vraagt nu alleen, deze zaak uit te stellen, opdat het Dag. Bestuur in overleg kunne treden jnet adressanten. — De Voorzitter wijst er op, dat het Dag. Bestuur toch niet van opinie zal veranderen. Deze inspecteur, die de heer Thole op het oog heeft, zal wellicht gaarne zien, dat met een dergelijke commissie eene proef wordt g'enomen. Daar heeft spr. niets op tegen, doch hij zag toch liever, dat in een andere gemeente die proef genomen werd. Do heer K lijn man acht het eveneens wenschelijk, dat dit adres wordt aangehouden. Adressanten hebben geen memorie van toelichting aan hun adres gevoegd, en dit kan een verzuim van hun kant zijn. Spr. weet echter, dat het in hun gecombineerde vergadering ter sprake is gebracht. Men achtte het toen niet noodig, omdat men dacht, dat het Dageiijksch Bestuur hen wel zou uitnoodigen, hun gevoelen nader kenbaar te maken. Het doel der commissie zou zijn, B. en W. te adviseeren, bij aanvragen om vergunning. Spr. gelooft, dat B. en VV. nog wel tot andere gedachtenzonden kunnen komen, wanneer de bedoeling nader werd uiteengezet. De heer Mr. Moolenburgh gelooft wel, dat het een ideaal doel is, dat deïe vereenigingen willen nastreven, doch spr. is van oordeel, dat men niet moet vergeten, dat deze commissie moet werken volgens de drankwet en dit is vermoedelijk door de hoeren over het hoofd gezien. Men heeft met wettelijke toestanden rekening te houden. Een groot bezwaar is ook het gebonden zijn aan termijnen. Wanneer een verzoek om vergunning inkomt is de termijn toch al kort genoeg. Volgens spr. zou deze commissie derhalve alleen in bet leven worden geroepen ter controle van het Dagelgksch Bestuur. Nu vraagt spr. zich af, of hier toestanden zijn voorgekomen, dat de gemeente zou kunnen zeggen: „dit of dat is verkeerd gedaan." Zoover spr. zich kan herinneren is dit nooit voorgekomen. Het is derhalve onrust, dat zoo iets in de toekomst zou kunnen plaats hebben; maar dan zou spr. gaarne zien, dat men toch eerst ©ens afwachtte. Die commissie moet zich niet bewegen op sportgebied en dergelijke, dat kunnen de vereenigingen zelf wel doen. Men heeft hier derhalve alleen t© doen met eene commissie, die wettelijk zal werken en dit hebben wij hier in Bussum nog niet noodig. De heer K 1 ij nni a n heeft niet te bedoeling gehad eenig wantrouwen uit te spreken tegen het Dageiijksch Bestuur. De wet maakt het toch mogelijk, dat een dergelijke commissie bestaat. Spr. gelooft, dat het een groole fout van adressanten is, dat zij hun meening niet duidelijk in een memorie van toelichting hebben uiteengezet. Nu is het de bedoeling van spr. deze zaak tot een volgende vergadering uit te stellen, om adressanten in de gelegenheid te stellen, aan het Dageiijksch Bestuur mede te deelen, wat eigenlijk hunne bedoeling is. De heer Thole is het hiermede volkomen eens.

De heer Mr. Moolenburgh merkt op, dat het doel van adressanten zoo edel mogolgk is. Met dat doel heeft men hier echter niets te maken, wel met art. 4!) der drankwet.

De heer Tho 1 e is van oordeel, dat adressanten zich wel aan de wet zullen houden. Spr. handhaaft dan ook zijn voorstel, om deze zaak tot de volgende vergadering aan te houden.

Do heer de Kort merkt op, dit het hier altijd een goede gewoonte is geweest om een punt der agenda aan te houden, wanneer dit door een of twee leden werd gevraagd. Spr. is er daarom voor, dat het wordt aangehouden en meent, dat het in een volgende vergadering evengoed kan worden afgestemd.

De heer Mr. Moolenburgh stelt voor eerst het advies van B. en W. als het verst•strekkendo voorstel in stemming te brengen. De heer K lijn man is van oordeel, dat dit lang niet hetzelfde is. Later zou men dan weer kunnen zeggen, dat het niet met de ■waardigheid van den Raad overeenkomt, om aan een eenmaal genomen besluit te tornen. Het voorstel Thole-Klgnman om dit adros aan te houden, wordt alsnu in stemming gebracht en met 9 stemmen tegen verworpen. Vóór aanhouding stemden de hoeren Groenen, Klijnman, Thole on de Kort. Het advies van B. en \V. wordt hierna zonder höofdelijko stemming aangenomen. 7. Vaststelling van de balans en winst- en verliesrekening van de Gemeente-gasfabriek, over het jaar 1910, en bepaling der bestemming van het beschikbare winstsaldo. In overeenstemming met het advies der cammissio van bijstand in het behoor der gemeente gasfabriek stellen B. en W. voor het finantieelbookhoudkundig verslag over het dienstjaar 1910 betreffende do exploitatie der gemeontegasfabriok goed te keuren en het winstsa'.do over dat jaar, groot f-10.275.21V2 to bestemmon als volgt: f 15.664 voor verplichte aflossingen van geldleeningen; f 575 ter continuatie van de afboeking van do vervroegde aflossing der geldleening van 1902; f 4036.211/s als reserve voor den dienst 1,911; i 20.000 als storting in de gemeentekas over den dienst 1910. De heer Schowe wijst er op, dat bjj de begrooting do storting in de gemeentekas geschat werd op f9OOO en nu blijkt het f 20.000 to zijn. Spreker vraagt, of het niet beter zou zijn den gasprjjs te verlagen, daar hot toch een eerste vereischte moet zijn, dat hot aan de verbruikers ten goede komt. Spr. is bovendien van oordeel dat do menschen hier op hooge kosten worden gejaagd door het stelsel van 2 meters, één voor licht- en één voor kook- of werkgas. Spr. zou liever zier., dat alles door 1 meter ging. Men had dan in huis maar één gasleiding aan te leggen. Verlaging van den gasprijs acht spr. in ieder geval gewenscht. De Voorzitter zegt, dat men nu op 't oogenblik daarin moeilijk verandering kan brengen. , De heer Schowe begrijpt niet, waarom de verbruikers zooveel moeten betalen, als er nog zooveel geld overblijft. Do lieer de Kort vestigt er de aandacht op, dat hü niet allo betreffende stukken heeft ontvangen en daarom zou spr. gaarne zien, dat dit punt der agenda werd aangehouden. _De Voorzitter zegt, dat hg van meening was, dat alle raadsleden de stukken hadden ontvangen, doch indien, dit niet het geval is, heeft hij er niets op tegen dit pant aan te houden. De heer Nagtglas Versteeg acht het gewenscht, dat voortaan ieder raadslid de stukken, die hij heeft ontvangen, teekent. Spr. is van meening, dat dit vroeger ook gebeurde. Besloten wordt hierna dit punt aan te houden. 8. Vaststelling van het Werkliedenreglement. De Voorzitter vraagt, of de Raad het goedkeurt, dat dit punt van de agenda wordt afgevoerd en aangehouden wegens afwezigheid van den burgemeester, die een zeer groot aandeel heeft gehad in de samenstelling van dit reglement. Een tweede reden, waarom B. en W. voorstellen dit punt aan te houden zijn de ingekomen amendementen van d«n heer Klijnman, die het Dagelijksch. Bestuur eerst nog bestudeeren wil en daartoe heeft men to weinig tijd gehad. De heer Ter Meulon vraagt, of de loden van den Raad afdrukken van die amendementen krijgen. Do Voorzitter antwoordt, dat dit in de bedoeling ligt van hot Dagelijksch Bestuur. De heer Klijnman wijst er op, dat niet door ajn schuld die amendementen zoo laat ter kennis van het Dagelijksch Bestuur zijn gebracht. Spr. kan zich tr wel mede vereenigen, dat deze zaak werdt aangehouden, doch zou gaarne een voorstel willen doeti, om aan enkele losse gemeente-werklieden een verloftijd van 6 dagen te geven. Aan deze menschen is reeds herhaaldelijk gezegd, dat zo moesten wachten tot het reglement wa 3 aangenomen en waar nu de behandeling van dit reglement telkens wordt uitgesteld, zouden dio menschen daarvan de dupe worden. De Voorzitter begrijpt niet, hoe de heer Klijnman zeggen kan, dat het de schuld is van het Dagelijksch Bestuur, dat deze amèndementen nog niet bestudeerd zijn; ze zijn eerst Vrijdagmorgen ter kennis van B. en \V. gekomen.

Do heer Kljjnman zegt, dat h\j geen namen heeft genoemd en alleen heeft beweerd, dat het zijn schuld niet is.

De Voorzitter meent, dat die 6 verlofdagen een zaak van administratief beheer zijn en nu niet behandeld kunnen worden. Spr. kan echter wel beloven, dat B. en W. dezo zaak in gedachten zullen houden. Het verwondert spr. echter, dat de werklieden zich niet mondeling of schriftelijk met deze \venschen tot het Dageljjksch Bestuur hebben 'gewend. De werklieden weten t.och, dat liet Dageltjksch Bestuur hun goed gèrind is. Waarom, vraagt spr., moet dit altijd langs een slinkschen weg gaan? De heer de Kort is het eens met den voorzatter en meent, dat, als de werklieden direct bij het Dageltjksch Bestuur waren gekomen, B. en W. de gascommissie had kunnen hooren en deze zaak dan nu. in den Raad bohandeld had kunnen worden. Da heer Arendsen is van oordeel, dat men hier weer do oude kwestie heeft; de menschen gaan altijd klagen, waar zij in eerste instantie niet moeten zijn. Zg behooren eerst b\j den directeur aan te kloppen en kragen ze daar goen gehoor, dan bij de gascommissie en bij B. en W. Conform het voorstel van B. en W. besluit men hierna do vaststelling van. dit reglement aan te houden. 9. Vaststelling der finantieele eindregeling over 1910. Het suppletoir kohier wordt vastgesteld op f 17.143.22. Verder wordt een besluit genomen tot het doen van af- en overschrijvingen tot een bedrag van f 5190.0 G; alsmede een besluit tot het doen van uitgaven uit den post „Onvoorziene Uitgaven" tot een bedrag van fGSB.37. 10. Idem van het primitief kohier van den Iloofdelyken Omslag voor het dienstjaar 1911. Dit wordt vastgesteld op een bedrag van f 80.747.99. De Voorzitter sluit hierna de vergadering. DRUKKERIJ KLENE, Hilversum! ~

Sluiten