ALGEMEENE KERKELIJKE GESCHIEDENIS, DER. CHRISTENEN.   ALGEMEENE KERKELIJKE GESCHIEDENIS, DER. CHRISTENEN, DOOR IJSBRAND van HAMELSVELD. zestiende deel. MET PLAATEN. TE HAARLEM BIJ FRANgOIS BOHN, MDCCCVIII.   INHOUD van het ZESTIENDE DEEL. VIJFDE BOEK. Bevattende het vijfde tijdperk; van den tijd der kruistogten , of het Pausfchap van gregorius VII, in de elfde eeuw, tot de Kerkhervorming in het begin der zestiende eeuw. vierde hoofdstuk. Gefchiedenis der Roomfche Pausfen in dit Tijdvak. Toeftand der Geestelijkheid. Bladz. i. KER.   HAMELSVELD, KERKELIJKE GESCHIEDENIS. XVI. VOOR DEN BINDER. Plaat I. te plaatfen tegen over . , Bladz. 156. Plaat II. te plaatfen tegen over . . . 257.   K E R K E L IJ K E GESCHIEDENIS. VIJFDE BOEK. bevattende het vijfde tydperk'? van dei tijd der kruistogten, of het pausschap van gregorius VII, in de elfde eeuw, tot de kerkhervorming in het begin der zestiende eeuw. VIERDE HOOFDSTUK. Gefchiedenis der Roomfche Paus/en in dit Tijdvak, Toeftand der Geestelijkheid. moeten thans de Gefchiedenis der Roomfcht Pausfen, gedurende dit Tijdvak, befchrijven, eenc Gefchiedenis, zoo veel te merkwaardiger, dewijl deze Pausfen eindelijk in het begin van hetzelve hei gebouw van eene algemeene Geestelijke Heerfchappij over alle Christelijke Gemeenten, aan welks oprigting zij reeds verfcheidene eeuwen gearbeid hadden, ter tinne toe voltooiden, en door deze Geestelijke Heerfchappij tevens eenen vermogenden invloed behielden op de wereldlijke zaken en belangen, zoodat Keizers en Koningen zich naar hun goedvinden XVI. Deel. A fchifc i V BOEK IV Hoofdlt. na "C. G. Jaario73. tot 1517. Overgang tot de gefchiedenis der Pausfen.  a KERKELIJKE V boek IV Hoofdft. naC. G Jaar 1073 tot 1517 gregorius VII wordt Paus. fchikken, of gevaar loopen moesten van troon en leven beide te verliezen. gregorius VII, die alexander II, in het jaar ■ i°73 (*) overleden, als Paus opvolgde, was de ' man, die dit groote werk tot ftand bragt. Het karakter van dezen Paus, die in der daad groote bekwaamheden en fterkte van geest bezat, wordt zeer onderfcheiden opgegeven en beoordeeld, naar mate gunst en haat jegens hem in het fpel zijn, en de eerfte hem tot eenen Heiligen verhoogt , térwijl de laatfte hem op het diepst en verachtelijkst verlaagt. • De Schrijvers, zijne Tijdgenooten, waren niet onpartijdig, zijne Levensbefchrijvers daartegen meestal Lofredenaars, zelfs de latere nakomelingfchap was vooraf tegen hem ingenomen. Evenwel, wij hebben echte ftukken, onder anderen zijne eigene Brieven, uit welken en uit gelijktijdige Schrijvers wij de daadzaken, en het gene hij verrigt heeft, kunnen opmaken, wanneer deze onpartijdig worden voorgedragen, zal het eiken onbevooroordeelden Lezer niet zwaar vallen, over den man, die deze daden verrigtte, te oordeelen. Zijn eigen naam was hildebrand , ook hiltebrand , van anderen hellebrand , van de Italianen fomtijds aldovrandi gefchreven; hij was vol* gens paul bernried een Kanunnik en Priester in het Bisdom Augsburg, die omtrent het jaar 1130 zijn leven befchreven heeft (f), uit Toskanen ge- boor- (*) Zie DeelYXtt.. Bladz. 331. (t) Vita Gregorü VII. in jac. grhtzeri Opp. Tom. VI.  GESCHIEDENIS. 3 boortig, het zij té Soana, of te Siena; maar zijn tijdgenoot, de Abt hugo van Flavigny, meldt Rome als zijne geboorteplaats ( * ), alwaar hij door zijnen Oom, een' Abt van een Klooster , werd opgevoed cn onderwezen. Tot voortzetting zijner oefeningen reisde hij vervolgens naar Frankryk, en onthield zich ook eenigen tijd aan het Hof van Keizer Hendrik III, die van „hem'zal getuigd hebben, dat hij nooit iemand het woord Gods met zoo veel vrijmoedigheid had hooren prediken, als hem. Hij moet dus toen al Geestelijke of Monnik geweest zijn. Te Rome wedergekeerd, leide hij zich toe, om zijne begaafdheden meer en meer te verbeteren, maar was, dewijl hij vele vijanden en benijders had , weder voornemens naar Duitschland en Frankryk te reizen, waar van hem, zoo men het gelooven wil, eene verfchijning van den Apostel petrus zal terug gehouden hebben, toen in het jaar 1048 Paus damasus II overleed, en door leo IX werd opgevolgd, die met hildebrand zoo was ingenomen, dat hij hem in alles raadpleegde. Hij werd Aardsdiaken der Kerk van Rome en Kardinaal, en had onder leo IX en de volgende Paufen, bijzonder onder alexander II, zoo veel invloed, dat één zijner tijdgenooten hem den Heer der Paufen noemde (|). Na de dood van alexander II, in het jaar VI. é^mabillon. SS. Rer. Ital. Tom.. III. P. I. (*) In Chron. Virdun. ap. labb. Biblioth. Nova MSS. Tom. I. pag. 75- (t) Zie Deel XIII. Bladz. 333. A 2 V BOF.» iV Hoofdfl. na C. Ö. Jaar 1073. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. 4 KERKELIJKE jaar 1073, verkozen de Kardinalen, gelijk zij verhalen (*), onder de toejuiching eener groote menigte , hildebrand tot Paus , die den naam van gregorius VII aannam. Hij zelve verzekert (f), dat het Roomfche volk, bij den dood zijns voorzaats, heel gerust gebleven was, en aan de Kardinalen de noodige fchikkingen tot de verkiezing van een' opvolger had overgelaten, waarom hij met dezelven een vasten van drie dagen, vele gebeden en aalmoezen had verordend, om de verkiezing te gelukkiger te voltooijen; maar bij de begravenis van den Paus was het volk te hoop geloopen, en had hem met onftuimigheid voor Paus uitgeroepen, niet zonder hem te ontftellen en te beangftigen, ook uit hoofde van de algemeene verdorvenheid der tijden, in welke zelfs de Prelaten de Kerk meer in verwarring dan in aanzien bragten. Hier uit echter te willen befluiten, dat hij tegen wil en dank tot Paus gemaakt zij, zou te overhaast zijn, omtrent een' man, die reeds meer dan twintig jaren zoo ijverig geweest was, om in naam der Pausfen te regeren ; alleen het kon hem niet behagen, dat het volk zoo geweldig te werk ging, te minder, indien het waar zij, dat de Kardinalen daar in niet toegeftemd hadden , gelijk de Kardinaal benno (§) verhaalt. Een ao- (*) Relatio Electorum ap. paul. berneied C. 2]. (f) L. I. Ep. 1. ap. hard. Act. Conc. T. VI. P. I p. 1195. Ep. 3. Ep. 9. /. c. p. ïi97- et 1200. (§) De vita Hildebrandi L. I. p. 2. in MELCii. GOLdasti Apologg. pro Henrico IV.  GESCHIEDENIS. 5 ander Levensbefchrijver van dezen Paus (*), die twee honderd jaren na hem leefde , verhaalt, dat hij, daags na zijne verkiezing, terftond Gezanten gezonden hebbe aan iiendrik IV, met verzoek, dat deze Vorst zijne verkiezing niet wilde bekrachtigen, alzoo hij gregorius befloten had, 'sKeizers buitenfporigheden niet te zullen dulden; doch hij befluit te veel, wanneer hij aanneemt, dat de Paus dii zou gedaan hebben, om zijne verkiezing te doen ver nietigen, het was veel meer, zoo het gebeurd zij eene ernftige bedreiging aan den Keizer, die het tocl niet durfde wagen, om de gedane verkiezing niet t< bevestigen. Uit 'sPaufen Brieven blijkt allerduidelijkst dat hij zich terftond als Paus gedragen heeft, zon der dat hij in dezelven met één enkel woord vai des Keizers goedkeuring gewaagt. Veel eer fchrijl hij reeds in de derde week na zijne verkiezing aa: eenen Duitfchen Hertog gotfried (f), dat hij bij d eerfte gelegenheid den Duitfchen Koning, het gen hij ten beste der Kerke, en ter eere der Koninklijk waardigheid , noodig zou achten, met vaderlijk liefderijke vermaningen zou laten voordragen. „ Z: hij ons hooren," zoo vervolgt gregorius, „ da zullen wij ons over zijnen welvaart, als over onze eigenen, verblijden. — Maar zoo hij ons, hetwel wij niet hopen, haat voor liefde, en den almagtige God (*) De Kardinaal van Arragon de Vita Gregor VII. ap. murator. in SS. rer. Itah Tom. III. Par I. pag. 104. not. 4. (f) Ubr. I. Epist. 9. A3 V boek IV Hoofdft. na C. G. ]aario73. tot 1517» t » 1 t % e e 9 e 1 1 | 3 'i (v  6 KERKELIJKE V BOEK JV Hoordft. na C. G Jaario73 tot 1517 Zijne verkiezingdoor Keizer HENDRIK IV goedgekeurd. God, voor de zoo groote eer, welke hem verleend is, door verwaarloozing van zijne geregtigheid, eene onbillijke verachting mogt bewijzen, dan zal ten minfte ons, naar Gods Voorzienigheid, de bedreiging van den Profeet: Vervloekt is de man, die zijn zwaard van bloed onthoudt! niet treffen. Want, het Haat ons niet vrij, uit perfonelijke genegenheid , de wet Gods aan eene zijde te ftellen, of om menfchengunst te bejagen, van den regten weg af te wijken, gelijk de Apostel zegt: als ik den menfehen wilde behagen, zoo ware ik geen dienstknecht van God." Doch, alhoewel cregorius zich terftond na zijne verkiezing als Paus gedroeg, evenwel was 'er hem aan gelegen , dat zijne verkiezing door den Keizer bevestigd werd. lambert van Afchafenburg, een der verftandigfte Gefchiedfchrijvers van dezen tijd, fchrijft (*): „Na den dood van alexander verkozen de Romeinen terftond, zonder voorkennis van den Duitfchen Koning, hildebrand tot zijnen opvolger: eenen in de Godgeleerdheid zeer kundigen man, die reeds onder de vorige Paufen in de geheele Kerk door alle deugden zeer beroemd was. Maar, alzoo hij eenen brandenden ijver voor God had , warende Franfche (Duitfche) Bisfchoppen beducht, dat een zoo hevig en in zaken van het geloof zoo flreng man, hen over hunne nalatigheid in het waarnemen van hun ambt tot fcherpe verantwoording roepen mogt. Zij verzochten daarom den Koning ge- (*) Be rebus German. pag. 354.  GESCHIEDENIS. 7 gemeenfchappelijk,. dat hij deze verkiezing, welke zonder zijne voorkennis gefchied was, voor nietig wilde verklaren; hem tevens verzekerende, dat, zoo hij de onftuimigheid van dezen man niet voorkwam, het gene daar uit ontdaan zou , niemand kwadei dan hem zeiven treffen zou. De Koning zond terftond den Graaf eberhard van zijn Hof naar Rome, om de Grooten aldaar af te vragen , waaron zij, tegen de gewoonte van hunne Voorvaderen eenen Paus verkoren hadden; ook moest hij gre gorius, als hij daar niet voldoenend op zou ant woorden, bevelen, om deze waardigheid, welke hi op eene onwettige wijze verkregen had, neder t leggen. Doch deze ontving den Graaf heel be leefd, en gaf hem ten antwoord: dat God zijn ge tuige was, dat hij niet naar deze waardigheid eei zuchtig gedaan had; maar dat hij van de Rome* nen verkoren, en dat hem de regering der Ker met geweld opgedrongen was; dat hij zich echte volftrekt niet had laten noodzaken, om zijne inwi ding te laten voortgaan, tot hij vernomen had, d: zoo wel de Koning, als de Duitfche Rijksftanden daar toe bewilligd hadden, en zoo lang zou hij d uitftellen." hendrik, hier mede genoegen nemei de, bevestigde de verkiezing van gregorius , £ gebood hem in te-wijden, hetwelk echter eerst ót tweeden Februarij des jaars 1074 gefchiedde , hoi wel zekere Vatikaanfche Akten (* ) de verkil zing van den Paus, door den Bisfchop van Ve ct (*) pagi Brev. Gest. PP. Rom. T. I. p. 55 8. A4 V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. i u r i- it » it 1nn ï- /-  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 grego- nius beweert dai Spanje aan den H.PETRUf behoort. Hij beproefthetzelfde met Frankryk 8 KERKELIJKE celli, Kanfelier van het Rijk van Italië, als Gezant des Konings, laten bekrachtigen, en deze inwijding kort na Pinklteren van het jaar 1073 zeggen gefchied • té zijn. Terftond in de eerfte dagen reeds na zijne verkiezing, zond gregorius den Kardinaal hugo naar Spanje, en fchreef aan alle Vorsten, die derwaards wilden trekken tegen de Arabieren, dat zij weten moesten, dat het Spaanfche Rijk van oude tijden af aan den Heil. petrus in eigendom behoorde (*), en dat men, het gene eens een eigendom der Kerk geweest was, haar nimmer ontnemen kon. Ook fchijnt hij, ten aanzien van Spanje, zijn oogmerk eenigermate bereikt te hebben, alzoo sanchez , Koning van Arragon, Navarre, enz. hem, als zijn Leenman, eene fchatting van 500 ftukken gouds betaald heeft (f). In hetzelfde jaar 1073 ondervond ook de Koning van Frankryk, filips I, reeds het gebiedend gezag van gregorius. Deze fchreef aan eenen Franfchen Bisfchop (§ ), dat geen der Vorsten de Kerken van zijn Rijk door het verkoopen van geestelijke ambten zoo verdrukt had, als deze Koning, en dat, zoo hij dit niet beterde, hij wegens deze Ketterij van Simonie naar Kerkelijke wetten behoorde geftraft te worden; ja zijne Franken zouden zeker, ten zij zij liever het Christelijk geloof verlaten wilden, (*) Libr. I. Epist. 7. (f) pagi Crit. ad baron, Amall. ad a. 1073.. ». 13. (f) Libr. I. Epist. 35.  GESCHIEDENIS. 9 den, door het zwaard des algemeenen bans getroffen, ophouden hem te gehoorzamen. In het volgende jaar noemt hij, in eenen Brief aan den Aartsbisfchop van Rheims (*), dezen Koning eenen roofzuchtigen wolf, en onregtvaardigen dwingeland, eenen vijand van God, den Godsdienst en der Heil. Kerk, wien hij met alle krachten zou tegenftaan, als hij in zijne buitensporigheden voortvoer. Den Koning zeiven, die aan den Paus gehoorzaamheid beloofd had, vermaant hij niet alleen (f), om, gelijk zijne Voorvaders, de Kerk te befehermen ; maar beveelt hem ook in het vervolg, in naam van den Apostel petrus (§), de wettige vrijheid eener Bisfchoppelijke verkiezing niet te verhinderen , terwijl hij hem herinnert: dat zijn Rijk en zijne ziel in de magt van dien Apostel zijn. Ten blijke, wat hij met deze woorden verftond, gaf htj in het jaar ïoSo zijnen Legaat in Frankryk in tast, om al de ingezetenen aan hunnen pligt te doen gedenken, dat elk huis ten minfte eenen penning jaarlijks aan den Heiligen petrus behoorde te betalen , zoo zij hem anders nog voor hunnen Vader en Herder erkenden. Evenwel gelukte hem zijn eisch in Frankryk niet. ■ Ook was hij aan andere kanten niet minder werkzaam, om zijne heerfchappij over Vorsten en Landen uit te breiden of te bevestigen, wratislaw, Hertog van Bohemen, had van alexander II het voorregt bekomen, om een Bisfchopsmijter (Mrtra) te (*) Libr. II. Epist. 32. (t) Libr. I. Epist. 75. (§) Libr. VIII. Epist. 20. A5 V BOEK IV Hoofdfl. ia C. G. }aano73. tot 1517. Hijonderneemt het zelfdein Bohernen te Kapua en Hongaryen.  V boek IV Hoofdit. na C. G Jaar 1073 tot 1517 10 KERKELIJKE te mogen dragen, gregorius bevestigde dit, maar bragt hem tevens in de gedachte, wat hij daartegen beloofd had, dewijl niet alleen zijne waardigheid, • maar zelfs zijne zaligheid daar van afhing (*). En " wat de Hertog beloofd hebbe, mag men daar uit opmaken, dat gregorius hem , in het volgende jaar 1073, bedankt, dat hij hem 100 mark zilver voor den Apostel petrus had toegezonden (f). Toen bij zich in 1073 te Kapua onthield , moest de Vorst dier plaats, richard, zoo als reeds federt nicolaus II plaats had gehad, hem den eed van trouw afleggen (§). Aan salomo , Koning van Hongary'è, herinnerde hij insgelijks in het jaar 1074, dat zijn Rijk aan de Roomfche Kerk in eigendom toebehoorde, hij beftraft hem, dat hij zijn Rijk van hendrik IV te leen genomen had, en dreigt hem, dat hij niet lang regeren zal, als hij het niet voor een leen der Roomfche Kerk erkent (**), Vervolgens fchrijft hij aan 'sKonings nabeftaande, den Hertog geysa, dat dit ook werkelijk gebeurd zij (ff); God had het onregt, hetwelk de Koning zijnen Apostel aangedaan had, geftraft, en het Rijk aan den Hertog gefchonken, maar deze moest dan ook deszelfs leenroerigheid des te minder vergeten. In het jaar 1076 begeerde demetrius , Hertog van Kroatië en Dalmati'è, van gregorius den titel van (*) Libr. !. Epist. 38. (f) Libr. Ih Epist. 7.. C 5 ) luramentum fidelitatis , quod fecit Rtchardus , princcps Domino fuo Gregorio Papa, ap. hard. l.c.p. 1213. (**) Libr. II. Ep. 13. (ft) Libr. II. Ep. 63, 70.  GESCHIEDENIS. van Koning, welken hij ook verkreeg, onder voorwaarde , dat hij daar voor jaarlijks aan den Heiligen petrus 200 Bijzantinen, eene foort van Griekfche geldftukken, betalen zou (*). Ook vermaande hij in het jaar 1075 sueno , Koning van Denemarken, om zich en zijn Rijk met behoorlijke godvruchtigheid aan den Prins der Apostelen over te geven (f). Zelfs de Rusfifche Grootvorst van Kiew, isijaslaw, welken de Paus demetrius, Koning dei Rusfen noemt (§), zond in het jaar 107-5 zijnen Zoon aan gregorius, om deszelfs bijftand tegen zijne vijanden te erlangen, en daar voor zijn Rijk aan hem op te dragen. Toen hij onder vorige Paufen Legaat in Frankryk was, had hildebrand fteeds veel ijver betoond tegen Kerkelijke misbruiken, welke de overhand genomen hadden; zoo dra hij Paus geworden was, verdubbelde hij dezen ijver, ten welken einde hij eene Kerkvergadering te Rome beleide, in het jaai 1074 (**). De voornaamfle misbruiken der Geestelijken waren in zijn oog de Simonie en het Concubinaat. Wat hij door het eerfte verftond, zullen wij zoo zien; ten aanzien van het laatfte fpreekt de Paus, in zijne Brieven van de ondeugd van hoererij, maar men weet, dat ten dezen tijde, het huwelijk, het houden van bijzitten en andere on- (*) Du most Corps Diplom. T. I. P. I. n. 88. p. 53. (t) Libr. II. Ep. 51. (f) Libr. II. Ep. 74. (**) Libr. I. Ep. 42, 43. De beduiren dezer Kerkkergadering vindt men bij hard. /. c. p. 1523. V BOEK IV Hoofdlt. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. Zijn ijver tegen het huwelijk derGeestelijken.  ïï KERK EL IJ KE V boer IV Hoofdfl. na C. G jaario73 tot 1517, onkuischheid der Priesteren, tot ééne klasfe gebragr werd , en in dezen zin verhaalt lambert van Afchaffenburg: „ De Paus hildebrand verordende, dat de Priesters, naar de oude Kerkewetten, geene echte vrouwen hebben, en die getrouwd waren, hunne vrouwen laten gaan, of afgezet zouden worden; ook zou in het vervolg niemand in dezen ftand worden toegelaten, ten zij hij voor altijd onthouding en een ongehuwd leven beloven zou." sigbert oordeelde over deze verordening, dat zij een geheel nieuw voorbeeld geweest was, en zoo als velen geloofden, uit onbedachtzame gezindheden jegens de meening der oude Kerkvaderen voortgevloeid, als die gcfchreven hadden, dat de Sacravienten, te weten, de Doop, het gewijde Olijfel en het Avondmaal, eene geheime werking des Heiligen Geestes ontdekten, het zij dezelve door goede of flechte Priesters bedeeld werden," zonder dat deze Gefchiedfchrijver echter uitdrukkelijk zegt, dat hildekrand de door zulke Priesters bediende Sacramenten voor nietig zou verklaard hebben, gelijk fommigen hem begrepen, en daarom van eenen misflag befchuldigd hebben. De Gefchiedfchrijver wil alleen zeggen, dat men, gelijk niet onnatuurlijk was, uit het verbod van den Paus omtrent de huwelijken der Geestelijken zulks befloten en afgeleid had, gelijk blijkt, uit het gene hij verder van andere kwade daar uit voortgevloeide gevolgen verhaalt: „ Nadien weinige Geestelijken," zegt hij, „deze onthouding in acht nemen; velen alleen voordeels- of vertooningshalve den fchy'a daar van vertoonen; maar velen hun gebrek  GESCHIEDENIS. 13 brek van onthouding door meineed en nog menigvuldiger echtbreuk verergeren, en de Leeken zich bij deze gelegenheid tegen de Geestelijkheid verhef- f fen, en alle Kerkelijke onderwerping affchudden : r zoo ontheiligen dezen de heilige verborgenheden ; j twisten over dezelven; doopen kinderen, terwijl zij zich van onrein oorfmeer, in plaats van den heiligen olie bedienen; willen in hunne laatfte uren het Avondmaal en de gewone Kerkelijke begrafenis van ongetrouwde Priesters volftrekt niet aannemen; verbranden de tienden, die voor de Priesters bcftemd zijn; ja zelfs hebben Leeken, (om van dén voorbeeld tot allen te befluiten, ) het door gehuwde Priesters gewijde ligchaam des Heeren, meermalen met voeten getreden ; en opzettelijk her bloed des Heeren uirgeftort; en ook bovendien is 'er veel, dat verkeerd is, in de Kerk gedaan; 'er zijn bij deze gelegenheid vele valfche Leeraars in dezelve opgedaan, welke het volk door flechte nieuwigheden van de Kerkelijke regering aftrekken (*). lambert verhaalt vervolgens : Nadat de Paus zijn verbod in geheel Italië' had laten afkondigen, begeerde hij ook van de Franfche Bisfchoppen, (ad Episcopos Galliarum, maar hij verftaat 'er te Duitfche Bisfchoppen door, omdat het Duitfche Keizerrijk door de Franken gedicht was,) dat zij in hunne Kerken alle vrouwen der Priesteren voor altijd door den ban van hen verwijderen zouden. Maar te- (*) Deze plaats van sigbert is overgenomen door matth. Paris. Uist. Ma'}, p. 9. V boek IV loofdft. a C. G. aario73ot 1517. Tegen(land der Geestelijken tegen ditverbod  14 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdrt. na C. G. Jaar 10 73tot (517. tegen dit bevel woelde terftond de geheele aanhang, (factio,) der Priesteren. „ Zij zeiden overluid, ,, het moest een volkomen kettersch mensch en van „ dwaze leerftellingen zijn , die , niettegenftaande ,, het gezegde des Heeren: Niet éllen vatten dit „ woord; die het vatten kan, vatte het! als ook de plaats van den Apostel: Wie zich niet onU ,, houden kan, dat 'hij trouwe '. Het is heter te „ trouwen dan te branden; de mentenen wreedelijk wilde dwingen, om als .Engelen te leven, en die, „ terwijl hij de Natuur haren gewonen loop ver„ bood, aan de hoererij en onkuischheid den teu,, gel vierde. Zoo hij bij zijn voornemen bleef, „""wilden zij liever het Priesterfchap, dan het hu„ welijk, verlaten; hij, wien de menfehen walg„ den, mogt dan toezien, van waar hij Engelen tot het beftuur van het volk in Gods Kerk kon „ bekomen." De Aartsbisfchop van Ments, die in het jaar 1074 eene Synode te Erfurt bijeen deed komen, om dè Geestelijken onder zijn regtsgebied tot gehoorzaamheid aan het 'Paufelijk bevel over te halen, werd door hen met de dood bedreigd. In het volgende jaar 1075 hield hij eene vergadering te Mentz, waar ook een Pausfelijk Legaat tegenwoordig was, met fcherpe bevelen gelast, maar toen hij die ten uitvoer wilde brengen, zegt lambert van Afchaffenburg, wederleiden hem de tegenwoordig zijnde Geestelijken nadrukkelijk, en begonnen hem tevens met de vuist als anderszins zoo te dreigen, dat hij blijde was, levende uit hun gezelfehap te raken. — Met welk bijzonder oogmerk gregorius den  GESCHIEDENIS. , den ongehuwden ftaat der Priesteren dus driftig zocht door te dringen, of omdat hij in eene ongehuwde Geestelijkheid een' vasten fteun meende te vinden •voor het Pausfelijk gezag, of uit eene overmate van Monniken godsvrucht, zullen wij niet beflisfen. Ondertusfchen heeft hij zijnen wil niet volkomen kunnen krijgen. Onder andere Duitfche Bisfchoppen verzette zich otto, Bisfchop van Konftans, tegen denzelven, waarom gregorius eenen emftigen Brie! aan hem fchreef (*), en tevens aan zijne Geestelijkheid en Gemeente, deze vermanende, om toch, om hunner zielen zaligheid wille, eenen Leeraar niel verder gehoor te geven, die zich tegen God en den Alpostolifchen Stoel oproerig gekant had. Ja hij rief de Hertogen van Zwaben en Karinthië op, mei andere Grooten van Duitschland, om dezen en an dere hem ongehoorzame Bisfchoppen volftrekt te ver werpen, gregorius wilde zelfs vernomen hebben. dat de inwoners van Cambrai, ( Kamerik, ) eei mensch verbrand hadden, omdat hij beweerd had dat Priesters , die zich aan Simonie of hoererij (maar hier onder wordt in des Paufen taal ook he huwelijk der Geestelijken begrepen,) fchuldig ha< gemaakt, geene Mis mogt houden (f). Simonie was namelijk het andere hoofdkvvaad ii de Kerk, hetwelk gregorius op de vergadering vai het jaar 1074 zocht uit te roeijen, behalve het eer fte, hetwelk men de Ketterij der Nicolaïten noem de (*) Ap. paul. berNried in Vit. Gregorii VII. C. 37 (t) Libr. IV. Epist. 20. V boek IV Hoofda. na C. G. Jaario73. tot 1517. l 1 l l Zijn ijver 1 tegen de Simonie.  16 KERKELIJKE V boek IV Hoofd», na C. G. Jaario73. tot 1517, de. De Simonie, waar door men verdaat het koo* pen of verkoopen van Kerkelijke ambten of waardigheden om geld, was in der daad, ten dezen tijde , inzonderheid aan het Hof van den jonge» Duitfchen Koning hendrik IV, tot die hoogte gedegen, dat het alle palen te buiten ging, en regtmatig door den Paus werd tegengegaan; maar hij drekte deze misdaad ongelijk verder uit, zoodat onder die benaming ook begrepen werden die regten der Vorsten over de Geestelijken, welke zij beweerden , dat hun wettig toekwamen. Men ziet dit uk het befluit der bovengemelde Kerkvergadering zelve, hetwelk dus luidt ( *): „ Wie in het vervolg een „ Bisdom of eene Abdij uit de hand van eenen ,, Leek aanneemt, die zal volftrekt niet onder de „ Bisfchoppen en Abten gerekend worden; ook zal ,, hem het regtsgebied, ( audientia,) van eenen ,, Bisfchop of Abt geheel niet toegedaan worden. ,, Wij ontzeggen hem bovendien de genade van den „ zaligen petrus , en den ingang in de Kerk, zoo „ lang, tot hij den post, welken hij door de mis,, daad, zoo wel van ongeoorloofde eerzucht, als ,, van ongehoorzaamheid, welke eene zonde van af,, goderij is, bekomen heeft, zal hebben afgedaan. „ Hetzelfde verordenen wij omtrent de mindere Ker„ kelijke bedieningen. Insgelijks , wanneer eenig ,, Keizer, Hertog, Markgraaf, Graaf, of eenig an,, der Wereldlijke Groote, en zoodanig ander per- foon, (*) iiugo van Flavigny Chron. Firdunens, in labbei Bibl. nova Mbrtr. MSS. T. I. p. io5.  GESCHIEDENIS. 17 „ foon , zich onderwinden mogt , de beleening , „ (investitura,) over een Bisdom of eenige andere „ Geestelijke waardigheid uit te deelen: zoo zal hij „ weten, dat hem ditzelfde oordeel kluisteren zal." Sedert eeuwen was de beleening der Bisfchoppen en Abten, die allengs vele goederen, en landsheerlijke regten oïRegalien, bekomen hadden, door hunne Landsvorsten, bijzonder de Duitfche Keizeren, gefchied, ten einde hunne trouw op eene plegtige wijze aan hunnen Vorst te verbinden. Dit gefchiedde door het overgeven van eenen ftaf en eenen ring; zelfs had dit reeds plaats onder de Meroveifche en Karolingifche Koningen van Frankryk, federt de Vilde eeuw. Nog ouder was het regt der Vorsten, om de keuze der Bisfchoppen te bevestigen, of wel geheel te vernietigen, wanneer zij de Bisdommen en Abdijen naar welgevallen begaven. gregorius VII had in het eerst dit beleeningsregt der Keizeren zelve erkend , maar naderhand ijverde hij tegen hetzelve, willende de vrijheid der Kerk handhaven, gelijk hij het noemde, dat is, de onafhankelijkheid der Geestelijken van alle Wereldlijke Overheid, een hoofddoel, hetwelk hij zich fteeds voorftelde; zich beklagende, dat de Vorsten de Kerk als eene gemeene dienstmaagd onderdrukten (*), maar onder deze onderdrukkingen telde hij voornamelijk de Investituur der nieuw aangeftelde Bisfchoppen en Abten. Tevens waren de tijdsomftandigheden bij uitftek gefchikt, om de oogmerken van gregorius te be- (*) Libr. I. Epist. 42. XVI. Deel. B V BOEK IV Hoofdlr. na C. G. Jaario73. tot 1517. Twist over de beleening (Investitura.)  V BOEK IV Hoofdlr. na C. G Jaano73 tot 1517 18 KERKELIJKE bevorderen. In Duitschland regeerde hendrik IV, een jong Heer van 24 jaren, die tot hier toe de Keizerlijke kroon niet ontvangen had. Deze Vorst . was, door heerschzuchtige Bisfchoppen , gedurende zijne minderjarigheid, geheel bedorven, en opzettelijk in buitenfporigheden geftort, om hem van het behandelen van ftaatszaken af te houden, door zijn willekeurig gedrag waren de Sakfen en Thuringers in het jaar 1073 tot oproer gebragt, en hij door hen tot eenen vernederenden vrede genoodzaakt, ook had reeds de voorgaande Paus alexander II, of liever gregorius , toen Kardinaal hildebrand, hem reeds te Rome ontboden ter verantwoording. In der daad fcheen ook gregorius dezen Koning met regt te beftraffen, omdat hij openlijk de Bisdommen aan de meestbiedenden verkocht, zoodat fommige fteden van Duitschland twee Bisfchoppen te gelijk hadden, 's Paufen Brieven aan den Keizer, en 's Keizers Moeder agnes, door den Paus aan hem gezonden, fcheenen ook in het eerst van vrucht te zullen zijn, alzoo hendrik in eenen Brief zijne misftappen bekende en berouw toonde (*). Ook beloofden 's Keizers Staatsdienaars bij eede, dat de onregtmatig verkregene Kerkelijke goederen terug gegeven zouden worden (f). Thans fcheen de verzoening getroffen te zijn. gregorius fchreef eenen vriendelijken Brief aan den Kei- (*) Lihr. I. Ep. post 29 /. e. p. 1219. (t) berthold. Coufiant. Append. ad Uermanni Contract. Chron, ad a. 1074.  GESCHIEDENIS. 19 Keizer, en meldde hem, dat hij eenige Bisfchoppen van Duitschland naar Rome ontboden had, verzoekende hem , die des noods, zoo zij gehoorzaamheid weigerden, tot deze reize te dwingen (*). Evenwel gelukte hem zijn ontwerp niet, om door zijne Legaten eene Kerkvergadering in Duitschland te doen houden; maar daartegen hield hij 'er eene te Rome in het jaar 1075, op welke hij vijf Hofbedienden van den Keizer in den ban deed ; den Aartsbisfchop van Bremen een tijd lang in zijn ambt fchorstte, als ook de Bisfchoppen van Straatsburg, Spiert en Bamberg, en in Italië die van Pavia en Turin, en den Bisfchop van Piacenza geheel afzette (t). Nadat hendrik IV in het jaar 1075 de Sakfen volkomen tot onderwerping gebragt had , kreunde hij zich verder niet aan 'sPaufen bevelen, maar nam de in den ban gedane Grooten en Bisfchoppen weder aan zijn Hof, en ging met de Duitfche Kerken als voorheen te werk (§). Ook begeerde hij van den Paus, dat die de Sakjifche Bisfchoppen , die het oproer aangeftookt hadden, zou afzetten (**). Maar de Sakfen zich tot den Paus gewend hebbende , eischte de Paus van den Keizer, dat hij de gevangene Bisfchoppen zou ontilaan, opdat hunne zaak voor eene Kerkelijke vergadering kon onderzocht wor- (*) Libr. I. Ep. 85. Libr. II. Ep. 30. (t) hard. act. Concill. I. c. pag. 1551. (§) hugo Flavin. Chron. P. II. pag. 200. (**) bruno de belk Saxon. pag. 196. B 2 V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. Vernieuwing van den twist met HENDRIK IV.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 xot 1517 Gevaar van den Paus te Rome. (*) /. c. pag. 403. (t) Vit. Gregorii VII. Cap. 45, 57» "t. ao KERKELIJKE worden, onder bedreiging, dat de Paus anderszins hem, als een verrot lid, door het zwaard des bans van de gemeenfchap der Kerk zou affnijden; onder . gelijke bedreiging daagde hij den Keizer in het jaar ' 1076 voor eene Sijnode, welke te Rome gehouden zou worden. Ondertusfchen geraakte gregorius te Rome zelve onverwachts in gevaar. De Bevelhebber van Rome, cenci, dien lambert (*) quintius noemt, een rijk en magtig Heer, was, omdat hij veel wederregtelijks ondernomen had, door den Paus in den ban gedaan. Om zich te wreeken, viel hij in den nacht voor het Kersfeest, waar mede toen het jaar 1076 begon, in de Kerk, waar de Paus de Mis las, vatte hem bij de haren, en fleepte hem, onder fcheldwoorden, in een verfterkt huis, hetwelk hij te Rome had. Maar een algemeene opftand der Romeinen noodzaakte hem fchielijk, om den Paus los te laten, hoewel 'er eenige dagen lang in de ftad gevochten werd. paul van bernried (f) verhaalt dit anders, en fchrijft de mishandeling van den Paus toe aan den Zoon van eenen anderen Bevelhebber binnen Rome, dien gregorius , al onder de regering van den voorgaanden Paus, wegens zijne buitenfporigheden, in den ban gedaan had, ook befchuldigt hij hendrik IV van deze zaak geweten te hebben, doch hij is geen zoo geloofwaardig Schrijver als lambert. J HEN«  GESCHIEDENIS. m hendrik. IV, getergd door deze handelwijze en beledigingen, riep de Duitfche Bisfchoppen en Abten in het jaar 1076 bijeen te Worms, om met hen te raadplegen, hoe gregorius het gevoegelijkst zou kunnen afgezet worden. In deze vergadering kwam ook de Roomfche Kardinaal hugo.blancus, (misfchien bianchi,) wien de Paus onlangs wegens zijne flechte zeden had afgezet. Deze leverde een opftel in van befchüldigingen tegen den Paus, waai op alle de bijeengekomene Prelaten een vonnis uitfpraken, dat die gene geen Paus kon zijn, noch liet voorregt van den Roomfchen Stoel, de magt om te binden en te ontbinden, behouden, wiens leven met zoo vele ondeugden bevlekt was. Alleen weigerden de Bisfchoppen adelbert van Wurtsburg, en herman van Mets, dit vonnis te onderteekenen , maar zij werden door willem , Bisfchop van Utrecht, die bij den Keizer zeer gezien was, eer geleerd maar hoogmoedig man, overgehaald, om zich bij de overigen te voegen; waar na een hoonenc gefchrift aan den Paus opgefteld, en hem daar bi aangekondigd werd, dat hij van de Pausfelijke waar digheid, die hij tegen de Kerkelijke wetten zich hac aangematigd, afftand had te doen; terwijl zij alles, wat hij van dezen tijd af aan als Paus verrigtei zou, voor nietig en van onwaarde verklaarden. Dit laatfte gedeelte des verhaals van lambert wordt bekrachtigd door den Brief des Keizers aan den Paus, die nog voorhanden is (*). Het op- fchrifi (*) BRimo Hist. betti Saxon. p. 198. B 3 V BOEK IV Hoofdlr. na C. G. Jaario73. tot 1517. HENDRIK IV laat den Paus afzetten. i |  22 KERKELIJKE V BOER IV Hoofdft. naC. G Jaar1073 tot ISI7 fchrift van denzelven luidt: „ Aan hildebrand, niet meer Paus ,'maar eenen valfchen Monnik!" „ Zoodanige groetenis," zegt de Keizer, „ hebt gij, door de algemeene verwarring, welke gij in de Kerk aangerigt hebt, verdiend. Gij hebt, om 'er Hechts iets van aan te roeren, de Bisfchoppen en Priesters, als flaven, met voeten getrapt, en daar door gunst bij het gemeen verworven. Wij hebben zulks alles uit eerbied voor den Apostolifchen Stoel verdragen. Maar gij hebt deze onze nederigheid als vrees opgevat, en u daarom niet ontzien, u zeiven tegen onze Koninklijke waardigheid te verheffen, welke gij gedreigd hebt, aan ons te zullen ontnemen, als of wij het Rijk van u ontvangen hadden; tot hetwelk ons echter de Heere christus geroepen heeft. Maar u heeft hij niet tot het Priesterfchap beroepen, dewijl gij door list en bedrog, door geld en zwaard, den Stoel des vredes ingenomen, en den vrede uit denzelven veiftoord, de onderdanen tegen de Prelaten gewapend, en hen geleerd hebt, Bisfchoppen af te zetten of te verdoemen. Mij zeiven, die echter naar de leere der heilige Vaderen alleen van God geoordeeld, en om geene misdaad, ten ware ik van het geloof afweek, afgezet kan worden, hebt gij pogen af te zetten; alhoewel de Bisfchoppen voorheen zelfs den afvalligen jüliaan aan het oordeel van God alleen overgelaten hebben." De Brief eindigt met deze woorden: „ Klim derhalve af, gij, die door dezen ban en door het oordeel van alle onze Bisfchoppen veroordeeld zijt, en laat den Apostolifchen Stoel aan eenen  GESCHIEDENIS. *1 eenen anderen over, die de Godsdienst door geene geweldadigheden ontreinigt, en de gezonde leer van petrus voordraagt! Ik, de Koning henbrik.,van Gods genade, en alle onze Bisfchoppen, zeggen u: klim af! klim af! hendrik had ook aan de Geestelijkheid en de inwoners van Rome gefchreven, en hun den inhoud van zijnen Brief aan den Paus medegedeeld, waar bij hij nog deze bijzonderheid voegde, dat de Paus zou gezegd hebben: „ Ik wil fterven, als ik den „ Keizer zijne ziel en rijk niet ontruk! " Maat toen deze Brief des Keizers aan den Paus voor de Synode in de Kerk van Lateraau werd voorgelezen, en 'sKeizers Gezant, in naam van zijnen Meester, en der Duitfche en Italiaanfche Bisfchoppen , den Paus gebood, zijne waardigheid neder te leggen, er van de Roomfche Geestelijkheid, namens den Keizer, eischte, om van hem eenen nieuwen Paus t< ontvangen, zou hij, zonder de befcherming var gregorius , vermoord zijn geweest. Deze hield ni de vergadering voor, hoe zacht hij den Keizer hac vermaand, zijne buitenfporigheden te verlaten, maai hoe deze zulks met hardnekkigheid beantwoordde. dat men dus in hem den voorloper zag van denAn tichrist, en het teeken der oude flange; dat het nt tijd was, het zwaard der wrake tegen hem te ontbloten enz. De Bisfchoppen vermaanden den Paus, een regtvaardig vonnis uit te fpreken; zij wilder zelfs den dood ondergaan, om in de voetftapper der Vaderen te treden. Hier op ontzette de Paus. onder algemeene toejuiching der vergadering, der B 4 Kei V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. De Paus doet den Keizer in den ban en zet hem af. 1  24 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdir. na C. G. Jaario73. iot 1517. Keizer van zijne regering, en deed hem, zoo wel als alle zijne aanhangers, in den ban, en onder dezen met name den Aartsbisfchop van Mentz, de Bisfchoppen van Utrecht en Bamberg, terwijl hij de overige Bisfchoppen, op ftraffe van gelijken ban, naar Rome ontbood , om zich te verantwoorden. Wij zullen het formulier van dezen ban en afzetting hier laten volgen, zoo als men het bij de Schrijvers van dezen tijd en in 's Paufen Brieven en de Handelingen der Kerkvergadering vindt: „ Zalige petrus ! Prins der Apostelen! neig toch uwe godzalige ooren tot ons! en hoor mij, uwen knecht, dien gij van zijne kindsheid af gered, en tot op den huidigen dag van het geweld der boozen bevrijd hebt, die mij om mijne trouwe jegens u gehaat hebben en haten. Gij, en mijne gebiedfter, de Moeder Gods, en de Zalige paulus, uw Broeder onder al de Heiligen, zijt mijne getuigen, dat mij uwe heilige Roomfche Kerk, tegen mijnen wil, tot hare regering opgevoerd heeft, en dat ik het voor geenen roof geacht heb, uwen Stoel te beklimmen; dat ik veel meer mijn leven als een Pelgrim heb willen eindigen, dan uwe plaats uit wereldlijke eerzucht aan mij trekken. Ik geloof daarom, dat het u naar uwe genade, en niet om mijner werken wil, behaagd heeft, en nog behaagt, dat het Christen volk, hetwelk mij geheel bijzonder is toevertrouwd, mij bijzonder als uwen Plaatsvervanger gehoorzame; en dat mij uwentwege van God de magt, om in den hemel en op aarde te binden en te ontbinden , gefchunken is. In dit vertrouwen, ter eere en be- fcher-  GESCHIEDENIS. 25 fcherming uwer Kerk, verbiede ik, in den naam des almagtigen Gods, des Vaders, des Zoons, en des Heiligen Geestes, uit kracht mijner magt en van uw gezag, den Koning hendrik, Zoon van den Keizer hendrik, die zich met ongehoorde trotschheid tegen uwe Kerk verzet heeft, de regering van het geheele Duitfche en Italiaanfche Rijk, en ontfla. alle Christenen van de verpligting des eeds, welken zij hem gedaan hebben, of doen zullen; ook verbiede ik , dat niemand hem als Koning diene. Immers, wie de eer der Kerke zoekt te verminderen, die verdient ook de eer te verliezen , welke hij fchijnt te hebben. En dewijl hij als een Christen niet heeft willen gehoorzamen, en niet tot God terug gekeerd is, dien hij verlaten heeft; maar veel meer met geëxcommuniceerden gemeenfchap onderhouden, vele ongeregeldheden gepleegd, de vermaningen, welke ik hem, tot zijn heil, onder uw getuigenis , gefchreven heb, veracht, en zich van uwe Kerk, opzettelijk met oogmerk, om ze te verdeelen, afgefcheiden heeft: zoo binde ik hem, in plaats van uwe banden, met de banden des bans, en in vertrouwen op u, zoodanig, opdat de volken het weten en vernemen, dat gij petrus zy't, en dat de Zoon des levenden Gods zijne Kerk gebouwd heeft, welke de poorten der helle niet zullen overweldigen. " Niets is zekerder, dan dat de Paus hier eenen ongehoorden en voorbeeldeloozen ftap deed, gelijk hij dan ook zich fpoedig genoodzaakt zag, denzelven tegen de menigvuldige tegenwerpen, welke geB 5 maakt V BOEK IV Hoofdft. naC. G. Jaario73. tot 1517.  20 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaano73 tot 1517 Gevolgd hier ven. (*) Ap. B5UN0N. /. C. pag. 200' (t) Ap. brunon. /. c. pag. 202-207. maakt werden, te verdedigen. Hij poogde zulks te doen in eenen langen Brief, aan de Bisfchoppen , Hertogen, Graven en alle geloovigen des Duitfchen - Rijks ( *), en aan herman , Bisfchop van Metz, 1 in het bijzonder (j-), doch welke, gelijk ook an« dere fchriften, ter verdediging van den Paus gefebreven, door anderen wederlegd werden. Alhoewel nu velen in Duitschland zich aan deze handelwijze van den Paus ergerden, evenwel neigden weldra de meeste Geestelijke en Wereldlijke Vorsten zich naar deszelfs zijde, waar toe hendrik zelve, door de wraakzuchten hardheid, met welke hij de overwonnene Sakfen behandeld had, niet weinig toebragt. Zij kwamen daar door in het jaar 1076 weder op nieuw tot eenen opftand, waar op verfcheidene Hertogen en Bisfchoppen bijeenkwamen , om te overleggen, hoe men best van alle deze verwarringen een einde zou maken. De Aartsbisfchop van Trier, die van Rome terug gekomen was , brak ook alle gemeenfehap af met de Bisfchoppen , die bij den Keizer het meest vermogten, omdat zij, even als hij, in den ban waren; op zijn voorbeeld onttrokken zich verfcheidene Graven aan het Hof. hendrik gedroeg zich ondertusfehen zeer ongefladig; hij ontfloeg wel de gevangene Bisfchoppen en andere Grooten , die tegen hem zich oproerig getoond hadden , maar daar tegen beoorloogde hij de Sakfen op nieuw. Thans  GESCHIEDENIS. 27 Thans befloten rudolf , Hertog van Zwaben , welf , Hertog van Beyeren, hendrik , Hertog van Karinthië, de Bisfchoppen \mWurtzburg enWorms, en andere Grooten, den eerden November des jaars 1076 te Tibur, ( in het Hesfen-Darmftadfche, ) zamen te komen, en te raadplegen over de herftelling der rust. Toen de zaken zulken ernftigen keer namen, verlieten zelfs de driftigfte aanhangers van hendrik, onder welke de Aartsbisfchop vznMentz de voornaamfte was, zijne zijde. De vergadering te Tibur was zeer talrijk , ook. lieten zich hier Pausfelijke Legaten vinden, die op de verkiezing van eenen nieuwen Koning aandrongen. Na eenig beraad kwam men tot een befluit, dat alleen het afzetten van hendrik een einde kon maken aan de ellende van Duitschland. hendrik, die met een leger bij Oppenheim ftond, zoodat enkel de Rhyn hem van de Vorsten, die ook hun leger bijeen hadden, affcheidde, beloofde zich te zullen verbeteren, en bood zelfs aan, om aan de Stenden de regering ten vollen over te laten, alleen dat hij den naam van Koning behield. Maar de Vorsten , die hem niet vertrouwden, verklaarden, dat zij wel tot hier toe zijne bijna onverdragelijke onderdrukkingen gedragen hadden, omdat zij flechts aardfche voordeden betroffen, maar thans, nu de Koning door het zwaard van den Apostolifchen ban van de Kerk was afgefneden, en zij door Apostolisch gezag van de verpligting van hunnen eed ontflagen waren, zou het dwaas zijn , als zij deze gelegenheid niet waarnamen. Men verwachtte nu , dat V BOEK IV floofdft. tia C. G[aan 073. tot 1517. De Rijksvorstenzetten HENDRIK af.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. wt 1517. a8 KERKELIJKE dat het tusfchen de beide partijen tot een algemeen gevecht komen zou, maar de Sakfen lieten hendrik aanzeggen , dat zij de beflisfing dezer zaak aan den Paus wilden overlaten, dien zij verzoeken zouden, om zich in het jaar 1077 op het Feest van Maria''s reiniging in Duitschland te laten vinden, ten einde in eene volle vergadering der Rijksllenden den befchuldigden te veroordeelen of vrij te fpreken. Maar zoo hij binnen het jaar niet van den ban was vrijgefproken , zou hij de regering, welke hij in dien tusfchentijd niet kon waarnemen, geheel verliezen. Daar bij fchreven zij hem als voorwaarden voor, dat hij allen, die nevens hem in den ban waren, uit zijn gezelfchap verwijderen, zijn krijgsvolk afdanken, te Spiers met den Bisfchop van Verdun en eenige bedienden als een ambteloos perfoon leven, niet ter Kerke gaan, nog eenige openlijke zaak waarnemen zou, tot zijn ontflag toe, en eindelijk de ftad ÏVorms weder aan den Bisfchop inruimen zou. Aan deze voorwaarden moest hendrik zich onderwerpen, waar op de Sakfen van dit alles den Paus kennis gaven , en hem verzochten, tegen den beftemden tijd in Duitschland over te komen. Dus begingen de Duitfche Stenden eene onbezonnenheid, welke hun naderhand berouwde, daar zij zich als het ware geheel afhankelijk maakten van den Paus; ondertusfchen is het opmerkelijk, dat, toen hendrik van bijna alle zijne Stenden uit vrees voor den Paus verlaten werd, de Heden aan den Rhyn grootendeels hem getrouw bleven, gelijk 'er ook onder de Duitfche Bisfchoppen mannen waren, die  GESCHIEDENIS. 29 die vrij goede denkbeelden hadden van de regten van den Vorst en van de Geestelijkheid, onder welken de bovengewaagde Bisfchop van Verdun, dietrich genoemd, geteld moet worden, die vier jaren daar na den Paus deswegens onderhield in eenen langen Brief, in welken hij hem de befchuldigingen en tegenwerpingen tegen hem en zijn gedrag voorhield, en vraagde, wat hij daar op moest antwoorden (*). Dewijl hendrik het noodzakelijk oordeelde, om van den ban ontflagen te wezen, voor dat een jaar ten einde was, uit hoofde van het fchandelijk verdrag met de Rijkftenden, en hij het voor zich niet geraden vond, des Paufen komst in Duitschland af te wachten, ging hij op reize naar Italië, met zijne Gemalin en Zoontje, kort voor Kersmis van het jaar 1076, in het midden van eenen ftrengen winter. De Italiaanfche Bisfchoppen en Grooten ontvingen hem met allen eerbied, die hunnen Koning toekwam, alzoo zij zich verbeeldden, dat zijne tegenwoordigheid een einde zou maken van alle 011 rusten, die hun land gedrukt hadden, en teven; hoopten, zich aan den Paus, van wien zij, als aan hangers van hendrik , in den ban gedaan waren te zullen kunnen wreken, dewijl zij geloofden, da hendrik met dit oogmerk in Italië gekomen was om den Paus af te zetten. — Van den anderei kant was de Paus, die zich reeds op weg begevei had, naar Duitschland, toen hij de aankomst vai hen (*) In martin. Thes. tievo Anecdott. T. I. p. 214. fq. V boek IV Hoofd», na C. G. Jaar 1073. tot 1517. HENDRIK reist naar Itnlie en doet boete voor den Paus. t 1 [  3o KERKELIJKE V boek IV Hoofdft. na C. G, Jaario73. tot 1517. hendrik hoorde, onzeker, of deze zich vernederen of wreken wilde, waarom hij zich, op raad van de Markgravinne mathildis, voor eene poos op haar wel verflerkt bergflot Canosfa, in het Hertogdom Modena, begaf. Deze Vorstin, die het Markgraaffchap Toskanen en vele landerijen in Opper-Italië bezat, en weduwe was van eenen Hertog van Lotharingen, ftak niet alleen in magt en rijkdommen uit, maar bijzonder door hare ijverige vereering van gregorius VII. Zij was bijna zijn onaffcheidbaar gezelfchap; (leeds gereed, om hem, als haren Vader of Heer, in alles, wat hij behoefde, bij te liaan. Het was uit dien hoofde, dat de aanhangers van den Keizer uitItrooiden, en voornamelijk de Geestelijken, wien de Paus het huwelijk verboden had, dat de Paus met haar eene ongeoorloofde gemeenzaamheid en verkeering had. Maar, zegt de Gefchiedfchrijver lambert, alle verftandige mannen hielden het voor uitgemaakt zeker, dat dit valsch was; want niet alleen leide de Paus een zoo Apostolisch leven, dat daar op niet de geringfle vlek hechten kon; maar ook zouden onkuifche Tooneelen in eene zoo volkrijke fiad niet verborgen hebben kunnen blijven, indien zij ooit hadden plaats gehad. Hier bij had hij het kunnen laten blijven, maar hij beroept zich bovendien op de wonderen, welke meermalen op het gebed van den Paus zullen gefchied zijn, en op deszelfs brandenden ijver voor God en de Kerkelijke wetten enz. Ten gelijken tijde met den Keizer kwamen ook de  GESCHIEDENIS. 3t de meeste in den ban gedane Bisfchoppen te Canosfa aan, waar zij, blootsvoets en enkel met een linnen kiel gekleed, den Paus om ontheffing des bans, (Aflaat, abfolutie,~) baden. Zij ontvingen dezelve ook, na eenige dagen, na elk afzonderlijk, in Cellen opgefloten, tot den avond ftreng gevast te hebben, doch met waarfchuwing , dat zij met hendrik , voor dat hij van den ban ontflagen was, geene gemeenfchap oefenen, noch hem in zijne fnoode ontwerpen bijflaan zouden, hendrik zelve kon zijn oogmerk niet dan met moeite bereiken. Op de voorfpraak zelfs van mathildis en eenige aanzienlijke Grooten, antwoordde de Paus: dat hbndrik, zoo hij zich onfchuldig kende, zich tzAugsburg kon laten vinden, in de vergadering der Rijkftenden , waar de Paus een onpartijdig vonnis zou fpreken. Als 's Keizers voorfpraken aanmerkten , dat intusfchen de tijd verliep, welken de Vorsten bepaald hadden, liet eindelijk de Paus zich hooren: „ Als hendrik waarachtig berouw heeft over zijne handelingen, laat hem dan, ten bewijze daar van, zijne kroon en andere Rijkskleinodien ons overgeven en bekennen, dat hij, na een zoo trotsch gedrag, den Koninklijken naam onwaardig is!" Eindelijk evenwel werd aan hendrik vergund, voor den Paus te verfchijnen, en naar deszelfs voorfchrift boete te doen voor de belediging, den Apostolifchen Stoel aangedaan. hendrik kwam dus in Januarij des jaars 1077 ïn het flot, hetwelk met eenen driedubbelden muur omringd was. Toen hij door den tweeden mimi ging, V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517.  32 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tót 1517. ging, moest hij zijn gevolg en Koninklijken fieraad achterlaten, maar blootvoets, alleen met een wollen overrok, daar drie dagen lang, van den morgen tot den avond, nuchteren blijven ftaan, en op deze wijze afwachten, wat de Paus verder befluiten zou. Deze werd met dit alles niet terftond bewogen; maar allen, die in het flot waren, hadden zoo veel medelijden met den boeteling, die al weenende om de abfolutie aanhield, dat zij insgelijks met tranen bij den Paus fmeektén, en, gelijk hij zelve verhaalt (*), over zijne buitengewone hardheid verbaasd ftonden, en velen hem overluid zeiden, dat dit niet was eene Apostolifche ftrengheid, maar de wreedheid van eene Tijrannifche woestheid. Eindelijk liet gregorius hem, op den vierden dag, bij zich komen, en onthief hem van den ban, doch onder voorwaarde, dat hendrik zich in eene algemeene vergadering der Rijksvorsten zou laten vinden, en naar derzelver uitfpraak het Rijk behouden , of, zoo hij fchuldig verklaard werd, daar van terftond afftand doen zou; dat hij zich in geenen gevalle wreeken, en tot de befüsfing zijner zaak zich van alle gezag en magt onthouden zou; ook zouden allen, die aan hem door den eed van trouwe verbonden waren, zoo lang van denzelven ontflagen zijn, en zijne vertrouwelingen van zijn Hof verwijderd blijven. Voorts, als hij het Rijk weder ontving, zou hij aan den Paus (leeds onderworpen j gehoorzaam, en bereid zijn, om alles, wat in het Rijk (*) Libr. IV. Ep. 12. pag. 1355.  GESCHIEDENIS. S< Rijk tegen de Kerkelijke wetten gefchied was, te verbeteren; anderszins zou deze ontheffing, (abfoiutief) terftond en met de daad nietig, en hij tot de regering onbevoegd zijn. hendrik beloofde alles, maar de Paus, hem weinig vertrouwende, deed deze voorwaarden ook door de Bisfchoppen en Wereldlijke Grooten op de Heilige Overblijffelen bezweren. Vervolgens vierde hij de Mis, en riep den Keizer openlijk tot den Altaar. Toen het gewijde brood nemende, bood hij aan, hetzelve als eene proeve zijner onfchuld te zullen gebruiken, te gelijk een gedeelte aan hendrik aanbiedende,. om dus insgelijks zijne onfchuld aan den dag te leggen. hendrik oniftelde, en met zijne vrienden gefproken hebbende, hield hij den Paus voor, hoe weinig dit werken zou op zijne afwezende vrienden en vijanden; dus werd hij van deze proeve ontflagen, maar moest nu nog eenen bijzonderen eed afleggen, dat hij, wanneer en waar het den Paus behaagde, ter verantwoording verfchijnen, en den Paus in Duitschland alle veiligheid bezorgen zou (*). Dus had gregorius het zoo ver gebragt, als nog niemand zijner voorzaten , door eenen Vorst zoo geheel aan zijne voeten te vernederen, terwijl de voorwaarden, aan hendrik voorgefchreven, denzeiven geheel van den Paus afhankelijk maakten, zoodat de Paus ligtelijk aan de Sakfen , die het ontflag, Qabfolutie,) van hendrik zociiten te wee- ren, (*) Juramentum Henrici Regis Teutonkorum ap, hard. /. c. pag. i35óXVI. Deel. C V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517.  V BOER IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. Gevolgen hier van. RUDOLF , Hertog van Zwa 34 KERKELIJKE ren, fchrijven kon: ,, Weest maar onbekommerd! Ik lever hem nog fchuldiger aan u terug (*)!" Evenwel nam dit Tooneel te Canosfa eene geheel andere wending, voor den Keizer en den Paus, dan men had kunnen verwachten. Zoo dra de Grooten van het Rijk van Italië van het voorgevallene berigt hadden gekregen van den Bisfchop van Zeiz, wien de Paus gelast had, om ook allen, die uit hoofde van gemeenfchap met hendrik in den ban waren, daar van te ontflaan, voeren zij tegen hem uit met fcheldwoorden en fpotternijen. Zij telden, zeiden zij, den ban geheel niet van iemand, wien alle Italiaanfche Bisfchoppen reeds voor lang om regtmatige redenen in den ban gedaan hadden, omdat hij den Apostolifchen Stoel door de ketterij der Simonie in bezit genomen, door moorden bloedig gemaakt, en door echtbreuk en andere hoofdondeugden bevlekt had; ook beklaagden zij zich over den Koning, die zich op eene zoo' lage wijze fchandelijk vernederd had. Men fprak ook reeds, om 'sKonings jongen Zoon hendrik Koning te maken, met denzelven naar Rome te trekken, en daar een' nieuwen Paus te verkiezen, hendrik vond echter middel , om hen te bedaren, hoewel men hem bij zijne terugreize geene Koninklijke eere bewees , ja niet eens toeliet, om in de fteden te komen. Ondertusfchen bouwde hendrik op deze gezindheid der Italianen , zonder zich verder aan het verge- (*) waltrah de Unitate Eccles. L. I. C. 6.  GESCHIEDENIS. 35 gelijk met den'Paus te kreunen; hij nam zijne oude vertrouwelingen weder aan zijn Hof, en fprak in de vergaderingen der Italiaanfthe Grooten van den Paus niet anders dan als van den ftichter van alle onrusten, welke de Kerk en den Staat deden daveren. Ook lieten zich de Duitfche Bisfchoppen, die van den ban ontheven waren, weder bij hem vinden; zijn leger, hetwelk hij op de been bragt, werd van dag tot dag talrijker. Op raad van guibert, Aartsbisfchop van Ravenna, floeg hij den Paus een mondgefprek voor, met oogmerk, zoo men zegt, om zich van zijn perfoon en van de Markgravin mathildis te verzekeren , maar deze hier van de lucht gekregen hebbende, begaf zich met den Paus in veiligheid in het gebergte. Aan den anderen kant beleiden de Geestelijke en Wereldlijke Vorsten in Duitschland eene vergadering tegen Maart 1077, te Forchheim in Frankenland, waar toe zij ook den Paus noodigden. Deze zond hier op eenen Kardinaal, aan hendrik, om hem te vermanen, op deze vergadering te verfchijnen, en zich te verantwoorden, hendrik gaf tot befcheid: dat de belangen van het Rijk van Italië hem verhinderden, om op deze zoo verhaaste vergadering tegenwoordig te zijn. Dit berigtte de Paus naar Duitschland, tevens klagende, dat hendrik. voor hem alle wegen om naar Duitschland te komen had gefloten, en hen radende, om voor de belangen des Rijks zoo goed te zorgen als mogelijk was. Met dit verhaal eindigt lambert van Afchafr fenhurg zijne Gefchiedenis. Ca De V BOEK iv Hoofdrt, na C. G* Jaario73* tot 1517. ben, tot Duitfche Koning verkozen  36 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517. De Rijksvergadering te Forchheim had echter haren voortgang, en verkoos rudolf , Hertog vaa Zwaben, tot haren Koning, die ook terftond daar op te Mentz, in tegenwoordigheid der Pausfelijke Legaten, gekroond werd. Het verhaal van sigbert van Gemblours (*), dat de Paus de grootfte hand zal gehad hebben in deze verkiezing , en dat hij aan rudolf eene kroon hebbe gezonden, met het opfchrift : Petra dedïr Pctro, Petrus diadema Rudolpho. aanduidende, dat hij zijne kroon aan petrus verfchuldigd was, wordt genoegzaam wederlegd uit de Brieven van gregorius zeiven; in éénen van welken, gefchreven, nadat hij de tijding van rudolfs verkiezing ontvangen had, hij aan zijne Legaten in Duitschland belast (f), de beide Koningen rudolf en hendrik te vermanen, dat zij hem een veilig geleide zouden bezorgen, om naar Duitschland te komen, en over hunne aanfpraken te beflisfen, hetwelk in Kerkelijke zaken zijn pligt was. Vier jaren later verzekerde hij., in eenen Brief aan alle geloovigen (§): dat God zijn getuige was , dat rudolf geenszins op zijn bevel of raad verkoren was; ja dat hij zelve op eene Sijnode beflotea had, dat, als de Aartsbisfchoppen en Bisfchoppen hun gedrag ten dezen niet konden verantwoorden, zij van hunne waardigheid en rudolf van het Rijk ont- (*) Chron. ad a. 1077. (f) L. IV. Ep. 23. Libr. IX. Epist. 28.  GESCHIEDENI S. 37 ontzet zou worden. En dit was ook de reden, waarom de Sakfen zich in het jaar 1078 ten fterkllen beklaagden over 'sPaufen onbeftendigheid (*). Uit welk een en ander men befluiten mag, dat gregorius de verkiezing van rudolf wel niet bevolen, maar daar toe echter door zijn gedrag omtrent hendrik aanleiding gegeven heeft; gelijk hij ook niets fterker zocht, dan het Duitfche Rijk geheel afhankelijk van zich te maken, en te houden. Ook had zijn invloed deze uitwerking, dat de Rijksvergadering te Forchheim in het jaar 1077 met goedkeuring en bekrachtiging van den Paus befloot, da) het Rijk nimmer erfelijk, maar altijd verkieslijk zon zijn, waar door het gezag van den Paus te meei gevestigd werd. Drie jaren lang zag gregorius den ftrijd der bel de Vorsten om het Rijk van Duitschland aan , zon' der eene beflisfende uitfpraak te wagen, hendrik, die in het jaar 1077 in Duitschland terug was ge keerd, had weder zoo vele magt bijeen gekregen, dat hij zijne partij noodzaakte, tot in Sakfen teru£ te trekken. In het volgende jaar 1078 kwam het tus fchen de beide Vorsten bij Melftchftad in Franken land tot eenen veldflag, in welken geene van beidi partijen de overwinning behaalde; doch in weikei de Bisfchoppen, die van de zijde der Sakfen, wie: leuze was : Heilige petrus ! zelfs in gezelfchat met den Pausfelijken Legaat, mede wilden vechten, het eerst de vlugt namen. Onder dezen werd di Aarts C*) eruno SiSt- heil. Saxon.p. 218. C 3 V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. 1 1  V boek IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tOt I5I7 De P,ius doet hen DRIK Op nieuw in den ban. hendrik 38 KERKELIJKE Aartsbisfchop van Maagdenburg door de inwoners doodgeflagen , en de Bisfchop van Merfeburg naakt uitgefchud; eene naaktheid, zeide hij in het ver- . volg, welke hij om geen geld had willen misfen. ' Bij dezen twijfelachtigen uitflag oordeelde de Paus het te minder noodzakelijk, zich voor éénen van beiden te verklaren; waar over de Sakfen zich op nieuw bij hem beklaagden. Eindelijk geloofde hij, in Maart 1080, dat de tijd gekomen was, om te bellisfen, alzoo hendrik in Januari) van dat jaar den veldflag bij Fladenheim in Thuringen verloren had. In eene Sijnode te Rome , dreigde hij alle Bisfchoppen en Abten, die hunne ambten zich van eenen Leek zouden laten opdragen , met den ban, als ook alle Vorsten en andere Leeken, die aan iemand over een Bisdom of een ander Geestelijk ambt de Investituur zouden geven; waar op eene herhaling van den ban over hendrik volgde, wien hij andermaal de regering ontzeide van het Duitfche en Italiaanfche Rijk, en alle Koninklijke magt ontnam t ontflaande zijne onderdanen van de verpligtiug van allen eed van trouwe, ook wenfchende, dat hij nooit overwinning behalen mogt. Integendeel fchonk hij aan rudolf, wegens deszelfs nederigheid , waarachtigheid en gehoorzaamheid , alle Koninklijke magt in Duitschland; waar toe ook veel deed deszelfs toegevendheid omtrent de Investituur ( * ). hendrik, die met alle zijne gebreken evenwel eene ap. hard. T. VI. P, I. p. I587-i$S>i«  GESCHIEDENIS. 55> eene onvermoeide werkzaamheid betoonde, liet in het jaar 10S0 eene Kerkvergadering houden te Mentz van 19 Bisfchoppen, en kort daar na eene j talrijker te Brixen, op welke gregorius als een 1 valfche Monnik en ftichter der fchadelijkfte onzin- •] nigheid, die niet van God maar van zich zeiven verkoren was; die zich door bedrog en geld aan de Kerk onbefchaamd opgedrongen; het Christenrijk gefchud; eenen Katholijken Koning den dood van lijf en ziel gedreigd ; een' meinedigen Koning befchermd; louter oneenigheid en ergernis, ook echtfcheidingen onder echte lieden veroorzaakt had; verders als de fnoodfte Leeraar van kerkroof en brandflichting; als een verdediger van meineed en moord; die het Katholijk en Apostolisch Geloof van het ligchaam en bloed des Heeren in twijfel trok; en een oud leerling van den Ketter berengarius; aan waarzeggen en droomen gehecht; een openbaar zwartekunltenaar, met één woord, een afvallige van het geloof, afgezet, en in zijne plaats wibert of guibert , Aartsbisfchop van Ravenna , verkozen werd, die den naam van klemens III aannam. hendrik zelve zocht in het jaar 1080 zijnen mededinger in Sakfen op, alwaar het tusfchen hen in October tot eenen derden veldflag kwam aan de Els ter, niet ver van Merfeburg. In dezen veldflag waren weder aan weêrskanten vele Bisfchoppen tegenwoordig; van hendriks zijde onder anderen de Aartsbisfchoppen van Keulen en Trier; de Sakfen lieten voor den aanvang van het gevecht hunne Geestelijken den LXXXIIflen Pfalm zingen, hendrik C 4 ver- V BOEK IV ïoofdft. ia C. G. aario73. ot 1517. rerkiest :enen tegenpaus , U EMENï [II. Dood van RUDOLF.  4° KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 HENDRIK trekt nas Italië. verloor wel dezen flag, maar eene doodelijke wonde, welke rudoi.f ontving, bevrijdde hem tevens van dezen mededinger. Hier verhaalt de Chroniek van ■ Auerberg (*), hoewel anderhalve eeuw daar na, ' dat rudolf , toen men hem zijnen regter arm, die hem afgehouwen was, vertoonde, al zuchtend tot de omftaande Bisfchoppen gezegd zal hebben: Dit was de hand, met welke hij weleer aan hendrik , zijnen Heer, den eed van trouwe gezworen had ; zij, die hem op deszelfs troon gebragt hadden , mogten toezien, of zij hem langs den regten weg geleid hadden, bruno (f) integendeel, zijn tijdgenoot, die geheel en al van de regtmatigheid van zijne verkiezing overtuigd was, meldt, dat rudolf geruster geftorven is, toen hij vernam, dat zijne Sakfen overwinnaars waren. 1'aul van bernried (J) merkt aan, dat hij en zijne aanhangers onder de Duitfche Rijksvorsten niet meineedig genoemd konden worden, dewijl hendrik met regt naar de grondftellingen van gregorius den Grooten afgezet was. Maar wederom zegt sigbert (**), dat de Paus voorzegd had, als ware hem dit van God geopenbaard, dat de valfche Koning dit jaar fterven zou; dit was ook vervuld, maar in een' anderen, dan hij bedoeld had. Thans bood hendrik op eene vergadering r der Bisfchoppen van beide zijden in Februarij des jaars 1081 te Kauffungen aan de Werta , aan de Sakfen den vrede aan. Maar de Aartsbisfchop van Salts- (*) abbas Urfpergenfts p. 172. (f) K c. p. 226 228. (5) /. c. Cap. 97. (**) ad a. 1080.  GESCHIEDENIS. 4* Saltsburg belette den vrede , door te beweeren , dat geene Kerkdijken noch Leeken hendrik, zonder nadeel van hunne zielen, als Koning konden aan- [ nemen; ook wilden de Sakfen geen' wapenftilftand t fluiten, zoo hun opperhoofd, de Paus, 'er niet me- , de in begrepen was. Maar hendrik had thans bedoren, den Paus, dien hij als den aanftoker van al zijn ongeluk befchouwde, in Italië zelve aan te tasten, waar toe hij met een leger optrok. De troepen van de Markgravin mathildis werden doorhem geflagen , en de meeste aanhangers van den Paus raadden denzelven thans, hendrik, gelijk de Paus zich in eenen Brief aan zijne Legaten in Duitschland uitdrukt, in genade aan te nemen (*) , maar de Paus dacht zoo niet, en wilde, dat zijne Legaten den Hertog welf van Beyeren tot zijne hulp zouden oproepen, tevens echter oordeelde hij het best, dat 'er niet terftond weder een Koning in Duitschland verkoren werd, waar bij hij het formulier van eenen eed voegde, welken zulk een Koning in allen gevalle zou behooren te zweeren, hoofdzakelijk behelzende eene getrouwe en ware gehoorzaamheid aan den H. petrus, en deszelfs plaatsvervanger gregorius, ook zou hij, de eerfte keer, als hij den Paus zien zou, door handdag, een vafal, (miles,) van den H. petrus en den Paus worden moeten. Naardien mathildis , en hare Moeder beatrix, •niet hadden kunnen beletten, dat hendrik in Italië tot voor Rome zelve was doorgedrongen, begreep de (*) Libr. IX. Epist. Ut p. 1480. v DOEK IV loofdft. a C. G. aan 073. ot 1517. De Paus zoekt de» bij (land van ro-  42 KERKELIJKE V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaano73tot 1517. eert gl'iscard HENDRIK bemagtigt Rome. de Paus , dat hij zich eene andere meer vermogende hulp bezorgen moest. De Noormannifche Vorsten in Neder-Italië waren reeds federt het midden der Xlde eeuw Vafallen of Leenmannen van de Paufen geworden, maar zij hadden zich niet altijd naar den wil der Paufen gedragen; zelfs had gregorius in het jaar 1074 uobert guiscard in den ban gedaan, omdat deze vijandelijk in Kampanië gevallen was, waar de Roomfche Kerk vele goederen had, en hoe zeer robert herhaalde keeren om ontflag van den ban verzocht (*) , echter had de Paus niet alleen geweigerd, hem te ontdaan, maar den ban in het jaar 1075 zelfs herhaald. Maar nu de Paus begreep , dat hij dezen Vorst noodig had, werd, door bemiddeling van den Abt desiderius van Monte Casfino, in het jaar 10S0 de vriendfchap met den Plertog herfteld, die aan den Paus te Benevent plegtig trouw beloofde, en van hem de beleening van zijne landen ontving. Intusfchen was hendrik in het jaar 10S0 met zijn leger tot Rome toe voortgerukt, en had zelfs reeds begonnen, deze ftad te belegeren , toen hij naar Toskanen terug keerde. In het volgende jaar hernieuwde hij de belegering, maar verliet zijn leger weder, over hetwelk hij aan zijnen Paus klemens III het bevel gaf. Doch bij eene derde onderneming in het jaar 1083 gelukte het hem, het deel dezer hoofdftad, hetwelk over den Tiher ligt, te vermeesteren. Nu bood hij den Paus den vrede aan, ter- (*) gregor. L. II. Ep. 9. p. 1270.  GESCHIEDENIS. 43 terwijl de Romeinen, in uitzigt op denzelven, een' üilftand van wapenen met hem floten; maar de Paus hield veel meer eene Sijnode, op welke hij met f moeite terug gehouden werd, om den Keizer op i nieuw in den ban te doen. hendrik , Rome inge-j floten houdende, was nu in het jaar 1084 voorne-. mens, om ook de Noormannifche Vorsten te beoorlogen, waar toe de Griekfche Keizer hem ook door het aanbieden van geld zocht te.bewegen. Eindelijk openden de Romeinen, de langdurige influiting moede, hem de poorten, omtrent Pafchen van het jaar 1084, waar op de Paus de vlugt nam op Engelenburg , toen nog de Toren van Crescentius genoemd; ook bleven de bruggen over den Tiber, en eenige verfterkte plaatfen in de ftad in handen van zijne aanhangers. Thans ftelde de Keizer klemens III Hatelijk in het bezit der Pausfelijke waardigheid, en liet zich van denzelven tot Keizer kronen, hendrik verliet Rome in het jaar 1084 weder met zijne troepen, waar na robert guiscard in Rome rukte, en den Paus bevrijdde, wien de Romeinen nu om vergeving moesten bidden. Bij deze gelegenheid bedreven de Noormannen , bij welken zich eene menigte Arabieren bevond, de fnoodfte wreedheid en verwoesting ; zij verbrandden onder anderen het heerlijke Amfitheater van flavius, welks overblijffels nog onder den naam van het Collifeo bewonderd worden. gregorius verzuimde nu niet, op eene ten fpoedigfte vergaderde Sijnode den Keizer en deszelfs Paus in den ban te doen; ook gaven zich eenige na- v BOEK IV [oofdft. a C. G. aan 073. ot 1517. Dood van 3e )rgius VII.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 Aanmerking ove zijn karakter. 44 KERKELIJKE naburige fteden weder aan hem over. Maar dewijl hij befpeurde, dat zijn verblijf te Rome niet veilig zou zijn, begaf hij zich met den Hertog robert • naar Salerno, alwaar hij den 25lten Meij des jaars " 1085 overleed. Hoe zeer het fchijnen moge, dat 's Paufen worfteiiug met den Keizer alle zijne vermogens bezigheid verfchaffen moest, verwaarloosde echter zijn veel omvattende geest niets van alles, wat in Kerk en Staat elders, tot in het Oosten zelfs, zijne oplettendheid waardig mogt zijn. Wij zien dit uit de verzameling van zijne Brieven , gemeenlijk Registrum Gregorii VII genoemd) in elf Boeken en twee Aanhangfels, waar van echter het tiende Boek geheel verloren is, en het elfde flechts twee Brieven bevat. Ook lezen wij 'er veel in, het gene ons zijne gevoelens en karakter kan leeren, ten minfle zoo als hij zelve die befchouwd wilde hebben. Dus fchreef hij in het jaar 1080 aan alfonsus, Koning van Kastilië (*), dat hij wel wist, dat men dezen Vorst veel nadeeligs gemeld had van zijne handelingen en redenen; ook bekende hij, dat hij een zondaar was. „Doch," vervolgt hij, „wanneer men de oorzaken van den haat en het kwaadfpreken van onze vijanden nader onderzoekt: dan zal het duidelijk blijken, dat zij niet zoo zeer op ons vergramd zijn uit hoofde van eenig misdrijf, als omdat ik de waarheid handhave, en de ongeregtigheid tegenfpreek. Wij hadden ook hunne diensten en rijkelijke gefchenX 11 ken (*) Libr. IX. Ep. 2. p. 1478.  GESCHIEDENIS. 45 ken kunnen bekomen, als wij liever met hun en ons gevaar de waarheid hadden willen verzwijgen , en ons houden, als of wij niets van hunne boosheid wisten. Maar dewijl wij naar de kortheid van dit leven, en naar de gelteldheid van tijdelijke voordeelen, de aanmerking gemaakt hebben, dat nooit iemand een Bisfchop genoemd kan worden, dan wanneer hij om der geregtigheid wille vervolging lijdt: Zoo hebben wij befloten, liever door gehoorzaamheid aan de Goddelijke bevelen, ons de vijandfchap der boozen te verwekken , dan Gods toorn daar door te tergen, dat wij hun met onregt behagen." Tevens echter wist gregorius zich ook naai den tijd, de omftandigheden en perfonen fomtijds te fchikken, en zulken , die hij reden had te vreezen, zachter te behandelen, en in hen tegenkantingen te dulden, welke hij in anderen ten fterkften vervolgde ; waar van zijn gedrag omtrent willem den Veroveraar, Koning van Engeland, ten voorbeeld kan ftrekken, die in het jaar 1076 ronduit weigerde, aan den eisch van 'sPaufen Legaat te voldoen, om aan den Paus den eed van getrouwheid af te leggen; ook vergunde deze Vorst, niettegenftaande de herhaalde aanzoeken van den Paus , aan niemand van zijne Bisfchoppen om naar Rome te reizen, en in perfoon den Paus van hunne gehoorzaamheid te verzekeren. Dit alles duldde gregorius, en gelastte ook zijnen Legaat bij dezen Koning (*), denzelven toch niet zonder zijn bevel te verbitteren, want alhoewel hij niet (*) L. IX. Ep. $. pag. 1483. V BOEK IV Hoofdff. na C. G. Jaario73« tot 1517-  V BOEK IV Hoofcift. na C. G Jaar 1073 tot 1517 Dictatus van gregoriusVII. 46 KERKELIJKE niet zoo godsdienftig was , als hij, (de Paus,) wel wenschte, echter hielp hij geene Kerken te gronde, hij hield vrede en geregtigheid, en fcheen ligter door zachtheid dan door geftrengheid tot rxftendige liefde voor den Heiligen petrus opgewekt te kunnen worden. Het merkwaardigfte in zijne Brieven zijn zijne zoogenoemde Dictatus (*). Onder dezen naam zijn 27 Hellingen of uitfpraken begrepen, in welke gregorius alles zamengevat zal hebben , wat de hoogheid en ommetrek der Pausfelijke magt uitmaakt. Zij zijn de volgende: „ De Roomfche Kerk is van den Heere alleen gegrond geworden. — De Roomfche Paus alleen wordt met regt de algemeene genoemd. — Hij alleen kan Bisfchoppen afzetten, en weder met de Kerk verzoenen. —Zijn Legaat heeft, hoewel minder in rang zijnde, op eene Kerkvergadering de Voorzitting voor alle Bisfchoppen, en kan het vonnis van afzetting over hen vellen. — De Paus kan afwezenden afzetten. — Met de genen, die hij in den ban gedaan heeft, mag men onder anderen niet in hetzelfde huis blijven. — Het is hem alleen geoorloofd, naar de behoefte der tijden nieuwe wetten te maken; nieuwe gemeenten te verzamelen; van een Domftift eene Abdij te maken , en daartegen een rijk Bisdom te verdeden; maar arme te vereenigen. — Hij alleen kan zich van Keizerlijken tooi bedienen. — Dtn'Paus alleen moeten alle Vorsten de voeten kusfen. — Zijn naam alleen in de (*) L. II. post. Ep. 55. pag. 1304.  GESCHIEDENIS. 47 de Kerken genoemd worden. — Dit is eenige naam van zijne foort in de wereld. — Het is hem geoorloofd, Keizers af te zetten. — Hij mag de Bisfchoppen, als het de nood vordert, van het ééne Bisdom naar het andere verplaatfen. — Het ftaat hem vrij, in de geheele Kerk een' Geestelijken te wijden , waar toe hij wil. — Een van hem gewijde kan eene andere Kerk befturen ; maar niet krijgsdienden doen , noch van eenen anderen Bisfchop een' hoogeren rang aannemen, -r- Zonder zijn bevel mag geene Kerkvergadering eene algemeene genoemd worden. — Zonder zijne bekrachtiging mag men geene wet / ( Capitulum,) ook geen Kanoniek Boek aannemen. — Zijn vonnis mag niemand opheffen; dit kan hij alleen doen. — Hij mag van niemand geoordeeld worden. — Niemand mag zulk eenen, die zich op den Apostolifchen Stoel beroepen heeft, veroordeelen. — Alle groote belangen van elke Kerk moeten voor dezen Stoel gebragt worden. — De Roomfche Kerk heeft nooit gedwaald, en zal ook, gelijk de Schrift getuigt, nooit dwalen. — Als de Roomfche Paus Kanoniek verkozen is, dan wordt hij door de verdienften van den Zaligen petrus buiten twijfel heilig gemaakt; de Heilige ennodius , Bisfchop van Pavia, getuigt dit, en verfcheidene Heilige Vaders ftemmen met hem overeen; zoo als men het in het Decreet van den Zaligen Paus symmachus vindt. — Wanneer de Paus het beveelt en veroorlooft, kan een geringere eenen hoogeren aanklagen. — De Paus kan Bisfchoppen afzetten» en weder met de Kerk verzoenen, zonder daar eerst eene V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 48 KERKELIJKE eene Sijnode over te houden. — Wie met de Room" fche Kerk niet overeenftemt, wordt niet voor regtzinnig, (catholicus,) gehouden. - Hij kan de onderdanen van den eed van trouwe aan hunne Vorsten ontdaan." Voorheen geloofden zoo wel Roomfche als Proteftantfche Geleerden, dat deze Hellingen in der daad van gregorius VII zeiven waren, en men kan niet ontkennen, dat hij zijne handelingen werkelijk naar deze grondregelen heeft ingerigt; naderhand hebben inzonderheid Franfche Geleerden ze als een onecht verdichtfel, ftrijdig met de denkwijze van gregorius, verworpen, omdat zij niet in zijne Brieven noch in de handelingen van eenig door hem gehouden Sijnode voorkomen ; de middelweg fchijnt hier echter de veiligfte te zijn , dat namelijk een ijverig vereerder van gregorius ze zal hebben opgefteld, om de grootheid van den Roomfchen Stoel in haar geheel voor te Hellen. Hoe het zij, dit is zeker, dat gregorius deze grootheid tot dat toppunt verheven heeft, hetwelk reeds in voorgaande eeuwen de Bisfchoppen van Rome hadden pogen te bereiken, om namelijk in den naam van den Apostel petrus het geheele Christendom te beheerfchen; en hier toe kwamen hem zijne groote geestvermogens, zijne onwrikbare vastheid van gemoed, en zijne Monnikenvroomheid buitengemeen te Hade; maar befchouwt men hem, als Leeraar der Christenen, dan kan zijn gedrag in geenen deele goedgekeurd of prijswaardig geoordeeld worden; in plaats van waarheid door leer en onderwijs te verbreiden, en zich te beijveren, dat het ver-  GESCHIEDENIS... 49 verftand der menfchen verlicht, en hun hart verbeterd mogt worden, tastte hij de ontwijfelbare regten der Vorsten en der Geestelijkheid met geweld aan, en (lookte daar door een vuur, hetwelk meer dan vijftig jaren met eenen hevigen gloed gebrand, en toen nog naauwelijks heeft kunnen gebluscht wordenw óaü,.ni'< jjdDfrl 'ny'hn:h .i;> sigbert van Gemblours (*) verhaalt, dat hij in een fchriftelijk berigt gevonden heeft, dat gregorius, zijnen dood voelende naderen, zijnei geliefdften.Kardinaal bij zich ontboden, en voor hem aan God, den Heil. petrus en de geheele Kerk bekend hebbe, dat hij in het hem toevertrouwde Leerambt zeer gezondigd, en op aanftoken des Duivels haat en toorn tegen het menschdom veroorzaakt had. Hier op volgen eenige duistere uitdrukkingen van sigbert, QPostea vero fententiam, qua in orbe terrarum effufa est, pro argumento Christianilatis coepisfe dicebat;) en eindelijk meldt hij nog, dat gregorius dezen Kardinaal aan den Keizer gezonden, en door hem zoo wel dezen Vorst als alle andere levende en overledene Christenen, die hij ooit in den ban gedaan had, van denzelven ontflagen heeft (f). Maar paul van bernried verhaalt (§), dat hij tegen de Kardinalen en Bisfchoppen, die in zij- (*) Chronogr. ad a. 1085. (t) alberich in Chronogr. pag. 129. en matth. Paris. Hist. Maj. pag. 13. hebben dit verhaal van hem overgenomen. (5) Vit. Gregor. VII. Cap. 108. 110. XVI. Deel. D V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517.  V BOEK IV Hoofd I na C. Jaar i o; cot 151 I $a KERKELIJKE zijne laatfle uren bij hem ftonden, en hem wegens zijn leven en leere gelukkig noemden, gezegd hebt be, dat hij op zijne werken geheel geenen prijs fieldde; alleen vertrouwde hij op dit eenige, dat hij al3 tijd de geregtigheid bemind, en de ongeregtigheid l' gehaat had ; dat hij daarom oók in ballingfchap ftierf; bovendien had hij allen van den ban vrijgefproken; alleen den Keizer en den Tegenpaus uitgezonderd. Het is moeijelijk tusfchen deze verhalen uitfpraak te doen; sigbert fchreef wat vroeger dan paulus , en was den Keizer toegedaan; maar paulus was een driftig voorftander van den Paus, en verhaalt veel omftandiger. Ook is dit zeker, dat de partij van gregorius in het vervolg de overhand behield, en dat dus het voordeeligfte van hem geloofd werd. Hoe zwart zijne Tegenftrevers dezen Paus hebben afgemaald, daar van zagen wij in het voorgaande een voorbeeld, in de redenen, waarom Keizer hendrik en zijne aanhangers tot zijne afzetting befloten. Niemand echter heeft hem met afzigtiger kleuren afgebeeld, dan de Kardinaal bruno, 'sPaufen Tijdgenoot, in zijne Levensbefchrijving van gregorius , welke hij kort na deszelfs dood heeft opgefield, en welke eigenlijk uit twee Brieven van dezen Kardinaal aan de Roomfche Kerk beftaat. Als men hem gelooven zal, dan is hildebrand op eene overhaaste en onregtmatige wijze Paus geworden ; hij heeft de Kardinalen, die naar de Kerkelijke wetten getuigen van zijn leven zijn moesten, van zich verwijderd, zonder hunne toeftemming den Keizer in  GESCHIEDENIS. St ui den ban gedaan; moorddadige aanflagen op hun leven gemaakt; onregtvaardige ftrafoefeningen bevolen; door een Tooverboek den Duivel tot zijnen dienst opgeroepen, en deze booze kunst van twee leerlingen van Paus gerbert of sylvesterII, die ook Paufen geweest zijn, onder den naam van benedictus IX en gregorius VI, geleerd; de ketterij, dat de doop door eenen in den ban zijnde bediend, nietig is, beweerd; door goochelfpel gewaande wonderen verrigt ; zijne naaste voorzaten op het laaghartigst, zelfs met flagen, mishandeld, en fommigen van hen door zijne vrienden laten vergiftigen. Men ziet hier zeker den haat van den Kardinaal tegen den Paus doorfchijnen, maar daar uit volgt niet, dat alles enkel laster zij. Aan den anderen kant hebben de aanhangers van dezen Paus, ert al de voorftanders der Pausfelijke hoogheid, hem door buitenfporige loftuitingen verheven. Reeds bij zijn leven verfpreidde men Wonderwerken, als door hem verrigt, gezigten en verfchijningen, aan hem gebeurd, en zijne hem beguhftigende Levensbefchrijvers hebben *er na zijnen dood nog meer verhaald. Hier doof werd men allengs opgewekt, om gregorius voor eenen Heiligen tl Verklaren. In het jaar 1584 liet gregorius VIII, nadat één zijner voorzaten reeds in de XlVde eeuw zijn Beeld onder de Beelden van andere Heiligen had laten plaatfen, zijnen naam in het Roomfche Martyrologium invoegen; maar in het jaar 1609 veroorloofde paulus V het eerst aan den Aarts* bisfchop van Salerno en deszelfs Domkapittel, om D a tsr V BOEK IV Hoofdfh na C. Gi Taan 073» tot 1517» GREGOÜi* us VII Heilig verklaard»  V BOEK IV Hoofdft. na C. G J aan 073 tot 1517 VICT0R 111 opvolgervan gre gor1us VII. p, KERKELIJKE ter zijner eere een Feestdag te vieren; en deze vrijheid verkregen vervolgens meer andere Gemeenten. Doch, toen benedictus XIII in het jaar 1729 hem in zijne ganlche Kerk ter algemeene vereering voor(telde; en ook de Legende, of de Liturgie, (Kerkedienst,) welke op zijnen Heiligendag in de Kerk gebruikt zou worden, bekend maakte, in welke uitdrukkelijk gezegd wordt, dat hij den goddeloozen Keizer afgezet, en deszelfs onderdanen van hunnen eed Gindagen had, verboden de Keizer, de Koning van Frankryk, en andere Roomschkatholijke Vorsten , de plegtige vereering van gregorius in hunne landen (*). gregorius VII was op zijn fterfbed door de aanwezende Kardinalen en Bisfchoppen verzocht, hun eenen man te noemen, wien men, na zijnen dooi, de befcherming der Kerk kon toebetrouwen. Hij (telde hun daar op anselmus, Bisfchop van Lucca, voor; die in het jaar 1071 dit Bisdom en de beleening van hetzelve door ftaf en ruig van hendrik gekregen, maar daar over berouw hebbende, zich aan 'sPaufen zijde gevoegd, en dien in zijne fchriften tegen klemens III verdedigd had, waarom de Paus hem zoo hoog achtte, dat hij hem in zijn Bisdom weder herftelde, en ook bij het naderen van zijnen dood, hem zijne wonderdadige Bisfchopsmuts of mijter toezond; behalve hem liet gre- GO- (*) L. Avocat du Diablc, ou Memoires hhtoriques et critiques fur la vie et fur la Legende du Pape Gregoire VU. 3 Poll. 1743- in Svo-  GESCHIEDENIS. 53 «orius aan de Kardinalen de keuze tot zijnen opvolger tusfchen den Kardinaal desiderius, Abt van Monte Casfino, den Bisfchop otto van Ostia, thans zijnen Legaat in Frankryk, en den Aartsbisfchop van Li-ons, hugo; maar onder dezen prees hij bijzonder den Kardinaal desiderius aan. Deze was de eenige Zoon van eenen Vorst van Renevento, die, geheel tegen den zin zijner bloedverwanten , Monnik, en in het jaar 1058 Abt van Monte Casfino geworden was, en kort daar na Kardinaal der Roomfche Kerk werd. Hij bragt de verzoening tusfchen gregorius VII en den Hertog robert guiscard te wege, geliik wij hier voor gezien hebben; maar vermijdde zorgvuldig allen omgang met hendrik IV; zelfs, als hij eens genoodzaakt was, in het jaar 1082 voor denzelven te verfchijnen, weigerde hij, hem den eed van trouwe af te leggen. Bij deze gelegenheid beweerde hij ook tegen de Bisfchoppen, dat nicolaus II heel zot gehandeld had, dat hij de noodzakelijkheid eener Keizerlijke bekrachtiging tot de veikiezing van eenen Paus erkend had; geen mensch kon den Apostolifchen Stoel tot eene dienstmaagd vernederen, en de Italiaanfche Geestelijkheid zou zich hier in alleen tegen de geheele wereld verzetten (*). desiderius betoonde zich echter volftrekt afkeerig van de Pausfelijke waardigheid, en weigerde zelfs te Rome te komen, om de verkiezing bij te wonen, opdat men hem niet verkiezen en noodzaken zou dezelve aar « (*) leo Ostiens. L. III. C. 5°D 3 V BOEK IV Hoofdft. na C. G. jaario73. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G )aarlo73 tot 1517 54 KERKELIJKE te nemen, waar mede het geheele jaar 1085 verliep. Doch het volgende jaar befloot desiderius naar Rome te gaan, omdat van hem niet meer gefproken werd. Hier werd hij terltond verkoren onder ' den naam van victor III , maar hij bleef deze waardigheid weigeren, en begaf zich weder naar zijn Klooster, tot hij zich eindelijk in het jaar 1087 liet bewegen, op eene Kerkvergadering te Kapua, om zijne verkiezing aan te nemen. Nu kwam hij, verzeld van de Vorsten van Kapua en Salerno, te Rome, alwaar hij in de Pieten Kerk, uit welke de foldaten van den Tegenpaus klemens verdreven werden , gewijd werd , waar na hij weder naar zijn Klooster keerde, maar door de Markgravin mathildis, die met een leger te Rome gekomen was, overgehaald zijnde, om naar Rome te keeren , werd hij meester van het grootfte gedeelte der ftad, en ook van Engelenburg, en de naburige Heden Porto en Ostia, wanneer een gewaande Bode van den Keizer de Romeinen opriep, om aan hunnen pligt te denken, waar op zij de geheele ftad bemagtigden, uitgezonderd de Pieters Kerk en Engelenburg, zoodat, fchoon klemens thans fcheen boven te drijven, Rome echter in opfchudding bleef. Inmiddels was victor weder naar Monte Casfino vertrokken , waar hij eene foort van kruistogt uitfchreef tegen de Arabieren van Afrika, die de kusten van Italië plunderden, maar fpoedig door deze kruisvaarders geflagen werden. Doch victor had ook een' onverwachten tegenftander aan hugo, Aartsbisfchop van Lions , die ook  GESCHIEDENIS. 55 ook van gregorius VII tot Paus was aangepre. zen, en gelijk men geloofde, en victor hem te laste leide, uit nijd, omdat hij voorbijgegaan was, zich met den Abt richaud van Marfeille tegen victor verbond. Hoe het zij, in twee Brieven aan de Markgravin mathildis (*), geeft hij de flechti fte fchets van dézen Paus, deszelfs trotsheid, arglistigheid, en zeden over het algemeen. Daartegen verweet victor, op eene Sijnode te Benevent, in het jaar 1087, aan hem en den Abt richard lasteringen en vervolgingen, verbiedende tevens alle gemeenfchap met hen; te gelijker tijd ontzette hij den Tegenpaus, dien hij den voorlooper van den Antichrist, en den aanvoerder des Satans noemt, var deszelfs Priesterlijke waardigheid, en fprak den banvloek tegen hem uit. Ook verbood hij op nieuw alle beleeningen der Bisfchoppen en Abten, dooi Wereldlijke Vorsten; zelfs zou niemand den Gods dienst bijwonen der genen, die zoodanige beleeninj ontvangen had, dewijl het eene dwaling was, hei voor Priesters te houden (f). Drie dagen na deze vergadering ftierf victor dei iöden September 1087. Een gelijktijdig Duitscl Schrijver ( § ) verhaalt, dat hij niet alleen door om koopingen op den troon geraakt was, maar ook da hij een zeer verachtelijk einde gehad hebbe. Maa hie (*) In hugoN. Flaviniac. Chron. Virod. Tart. II pag. 233. (f) petrus Diaconus Libr. III. Cap. 72(§) In Chron. Augustens- ad a. 1087. D 4 V BOEK IV Eloofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. I l I t r r  50 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdrt. na C. G Jaar 1073, toe 1517, URBANUS II. hier fpreekt een ijverig aanhanger des Keizers, wiens berigten nog onzekerder zijn dan de doorgaans prijzende berigten van petrus den Diahen. Zekerder is het, dat hij Schrijver is geweest van een werk tot lof van den Heil. benedictus, (Dialogorum Lihri IV. de Miraculis S. Benedicti,) doch waar van het vierde Boek verloren is geraakt. victors dood bragt zijne partij in groote ontfteltenis, evenwel, door de aanmoeding van mathildis kwam 'er eene vergadering bijeen in Maart 108S te Terracina, in welke de Kardinaal- Bisfchop otto van Ostia, die insgelijks door gregorius was aangeprezen , tot Paus verkoren werd, onder den naam van urbanus II. Deze was uit een adelijk gedacht in Frankryk afkomftig, en een leerling van den beroemden bruno, dichter van de Karthuizer Orde te Rheims; hij ging in het jaar 1070 in het Klooster te Clugny, in hetwelk hij ipoedig Prior werd. Op verzoek van gregorius VII werd hij in het jaar 1078 door zijnen Abt, met anderen, als de wf.sten van het Klooster, naar Rome gezonden, en door den Paus tot zijnen raadsman verkoren, en met het Bisdom van Ostia begiftigd, hendrik IV, aan wien hij door den Paus als Legaat gezonden was, liet hem in het jaar 1083 gevangen zetten, fchoon hij fpoedig weder ontdagen werd; evenwel was hij van nu af te ijveriger in het voorftaan van de belangen van zijnen Meester. In eene vergadering, in het jaar 1085 te Quedlinburg, alwaar ook de door de Pau.'felijke partij nieuw verkorene Koning herman van Luxemburg tegenwoordig was, had hij de voorzitting. Naau-  GESCHIEDENIS. 57 Naauwelijks was hij tot Paus verkoren, of hij liet tevens bij de kennisgeving van zijne verheffing overal bekend maken , dat hij de grondregelen van gregorius VII volftrekt zou volgen, doch, fchoon men zich vrij algemeen gereed, toonde, om hem te erkennen , wilden echter de Engel/eken tot het jaar 1091 zich nog voor hem noch voor klemens III verklaren, zelfs fchoon hun Aartsbisfchop anselmus van Canterbury zich toen voor urbanus verklaarde, volgden zij eerst in het jaar 1095 deszelfs voorbeeld. Te Rome zelve leefde urbanus in benauwde om Handigheden , in den winter des jaars 1083, zoodat hij flechts van eenige, gedeeltelijk arme vrouwen, het noodige tot zijn onderhoud bekomen kon, en ter naauwer nood op een eiland van den Tiber door eenen dapperen Romein befchermd werd. In het volgende jaar echter werden de omHandigheden voor hem gunftiger, toen de veranderlijke Romeinen den Tegenpaus klemens uit hunne ftad verjaagden, waar op urbanus II eene Kerkvergadering hield, en op dezelve den ban tegen den Keizer vernieuwde, en de uitfpraken zijnes voorzaats bevestigde (*). In het volgende jaar won urbanus II in Italië nog meer gezag ; hij leide den twist bij tusfchen roger en BoëwuND, Zonen van robert guiscard, en roger deed hem den eed van Leenmanfchap; ook bragt hij een huwelijk tot ftand tusfchen mathildis, die thans reeds over de 40 jaren oud was., (*) hard. Act. Concil. T. IV. P. II. p. 1653. E>5 V boek IV Hoofdft. ia C. G, ]aano73. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. naC. 0 Jaar 1073 tot 1517 58 KERKELIJKE was, en den Hertog van Beyeren, welf V. Dit huwelijk echter tergde den Keizer zoo zeer, dat hij in het jaar 1090 met een fterk leger in Italië kwam, en twee of drie jaren lang de Landen van mathildis verwoestte en plunderde. Reeds was zij bedacht op vrede, toen zeker Abt haar verzekerde van den Goddelijken bijftand, op de voorbede van den H. petrus ; en zijne voorfpelling fcheen ook bewaarheid te worden, toen het geluk in het jaar 1092 de wapenen des Keizers verliet. Gedurende deszelfs voorfpoed hadden ook de aanhangers van klemens III weder moed gevat, die zich in 1091 van Engelenburg meester maakten, terwijl urbanus op eene Sijnode te Benevent den ban tegen hem herhaalde. In het jaar 1093 hield hij eene andere vergadering van bijna 100 Bisfchoppen,«te Troja in Apulië, alwaar hij allen in den ban deed, die de zoogenoemde Trevia of Treuga Dei, ( opfchorting van alle bijzondere vrede en vijandelijkheden, door de Geestelijkheid bevolen,) zou fchenden. Men leide hem, om dezen tijd, de gewetensvraag voor: of zulken, die in den tegenwoordigen krijg in Italië eenen Scheurmaker, (zoo noemde men de aanhangers van den Keizer,) om hals bragten, ook aan de Kerkelijke boete onderhevig waren? Hier op antwoordde hij: dat hij die genen wel niet voor doodflagers hield, die uit brandenden ijver voor hunne Katholijke Moeder, (de Kerk,) eenigen, die in den ban waren, gedood hadden. Opdat nogtans de Kerketucht niet geheel verloren ging, zouden de Bisfchoppen hun, naar het oogmerk, waar mede zij deze daad ver-  GESCHIEDENIS. 59 verrigt hadden , (fecundutn intentionem, ) een* voegzame boete opleggen , opdat zulke lieden dt oogen der Goddelijke eenvoudigheid met zich ver zoenen mogten, als zij misfchien volgens de menfchelijke zwakheid daar bij iet dubbelzinnigs in dt gedachten gehad mogten hebben (*). In het jaar 1093 kreeg de Paus urbanus II t< meer in Italië de overhand, toen de partij van ma thildis 's Keizers Zoon koenraad, die reeds voo: lang door AtDuitfchers tot opvolger van zijnen Vadei verkoren was, tegen den Vader wist op te zetten, zoodat hij zich onverziens tot de zijde van der Paus wendde, dodechin , Abt van het Kloostei Difenberg of Difibodenberg, (S. Dy/ibodi,') in der Paltz , die in de XlIIde eeuw gefchreven heeft, geeft van dezen opftand des Zoons eene zoo ver foeijelijke als onwaarfchijnlijke oorzaak op (f). D< Keizer, zegt hij, begon zijne Gemalin adelheid te haten, en floot haar in eene gevangenis op, alwaai hij haar van verfcheidene perfonen liet verkrachten ; hier toe wekte hij zelfs zijnen Zoon koenraad, wiens Stiefmoeder zij was, insgelijks op; en als deze van zoodanige fchendaad terug beefde, gaf zijn Vader hem voor eenen Bastaard en ondergeftokenen Zoon uit. adelheid ontvlugtte uit hare gevangenis naar mathildis , en den Paus, wien zij haat ongeluk verhaalde, en toen in een Klooster ging. koen- (*) Decret. Gratiani P. II. Caufa XXIII. quast. 5. Cap. 47- pag. 810. (t) 4ppend. ad Marian. Scoti Chron. a. 1093. V BOEK IV Hoofdrt. na C. G. Jaario73. tot 1517. : HENDRIKS Zoon KoEN- ' RAADftaat te^en den Vader op. 1  6c KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. naC. G. Jaano73lot 1517. koenraad begaf zich insgelijks, uit tegenzin tegen zijnen Vader, bij den Paus, die hem van den ban onthief en aflaat gaf. — Het is waar, men vindt dit verhaal ook bij donnizo of domnizo , Hofgeestelijke van mathildis, op het Slot Canosfa, die haar leven in Hechte Latijnfche Verzen befchreven heeft, en bij bertold, maar deze allen zijn hevige vijanden van den Keizer, en het verhaal brengt zoo veel inwendige ongeloofwaardigheid met zich, dat geen mensch van eenig doorzigt 'er geloof aan hechten zal. Men heeft, naar alle waarfchijnlijkheid, den jongen Prins van zijnen Vader afkeerig gemaakt, deels wegens den ban, die zoo dikwijls tegen denzelven vernieuwd was, deels door hem te doen hopen op het Koningrijk van Italië* Gelijk hij dan ook dadelijk reeds in het jaar 1093 te Monza en te Milaan als Koning van Italië gekroond werd. Ook werden vele fteden in Lombardyen tegen den ouden Keizer oproerig, en niet alleen welf IV, Hertog van Beyeren, Vader van den Gemaal van mathildis, maar ook andere Vorsten op eene vergadering te Ulm in het jaar 1093, leiden den eed aan den Heil. petrus af. Evenwel beledigde koenraad den Paus al fpoedig, door in hetzelfde jaar, als Koning van Italië, aan den nieuwen Aartsbisfchop van Milaan, arnulf , de beleening van zijne wereldlijke regten en goederen te geven. Met dit alles kon urbanus geen meester van Rome worden, waar de Tegenpaus tot in het jaar 1097 Engelenburg in bezit hield. Ook waren zijne  GESCHIEDENIS. 61 tie inkomften in treurige omftandigheden, zoodat hij, als in het jaar 1094 de Opziener van het Paleis van Lateranen hem aanbood, hetzelve tegen eene fom- , me gelds over te leveren, zich bijna vergeefs, om 1 dezelve te bekomen, tot de aanwezende Bisfchoppen en Kardinalen wendde. In het jaar 1095 deed de Paus eene reize naar Lombardyë, alwaar hij te Piacenza de vermaarde Kerkvergadering hield, welke den kruistogt vastftelde tegen de Muhammedaften. Ook veroordeelde de Paus op deze vergadering de Ketterijen van berengarius, en die der ■Simonie en der Nikolaiten, in den zin van gregorius VII. Toen hij vervolgens te Cremona kwam, hield de Koning koenraad voor hem den ftijgbeugel, en deed hem den algemeenen eed van trouwe, , waar tegen de Paus hem voor eenen Zoon der Kerke erkende, en hem zijnen raad en bijftand beloofde, om het Duitfche Rijk en de Keizerlijke Kroon te bekomen, doch behoudens alle regten der Roomfche Kerk, bijzonder ten aanzien der Investituur van Geestelijken door Leeken. Middelerwijl werd urbanus II in gefchillen ge wikkeld met den Koning van Frankryk, filips I. Deze Vorst, die reeds niet zeer gezien was bij gre' gorius VII, had in het jaar 1097 zijne Koningir jsertha verftooten, en bertrada , die hij aan haren Gemaal eenen Graaf van Anjou ontvoerd had. getrouwd. Hier tegen verzette zich ives of ivo Bisfchop van Chartres, waarom de Koning de lan derijen van zijne Kerk liet plunderen, en hen zei V BOEK IV loofdft. ia C. G. jaano73-. :ot 1517. URBANUS II doet den KoningvanFrankryk indenbaa 1  62 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G, Jaario73. tot 1517, zei ven gevangen nam. Dus verhaalt ivo zelve (*), en anderen na hem; maar david blondell heeft beweerd (f), dat filips zich reeds in het jaar 1085 van bertha, ook met bewilliging zijner Geestelijkheid, uit hoofde van te na bloedverwantfchap, heeft laten fcheiden; maar ook dat bertha , met regtmatige bekommering voor* hare eere, haren Gemaal verlaten hebbe, waar bij echter de Koning eenige misdagen beging; bij voorbeeld, dat hij op zijne vermaagdfchapping met haar geen acht gegeven hebbe, noch haar vorig huwelijk eerst behoorlijk had laten ontbinden. Hoe het zij, urbanus beftrafte in het jaar 1092 rainauld , Aartsbisfchop van Rheims, en andere van dezen afhankelijke Bisfchoppen, onder welken ook die van Sen* lis was, die het huwelijk des Konings bevestigd had, en belastte hun, den Koning terftond te vermanen, om deze zaak fpoedig te verbeteren, dewijl de Paus anders dezen Midianitifchen echtbreker met het zwaard van pinehas zou moeten doordeken (§). Maar de Koning liet daartegen in het jaar 1094 eene Sijnode te Rheims houden, om zijn huwelijk goed te keuren, en ivo als een' oproerig hoofd te draffen. Meer weten wij niet van deze vergadering, dan (*) Epist. 13, 14, 15> 19, 21 , 22, 35. (t) De formula: Regnante Christi, in Fett. Monum. nfu SeCt. II. pag. 16. CS) Append. Epistt. Urbani ft. Ep. 35. ap. hard. Concil. T. VI. P. II. pag. 1672.  GESCHIEDENIS. 63 dan dat ivo, die nu weder in vrijheid gefield was, voor dezelve ontboden zijnde, geweigerd hebbe te verfchijnen (*). Doch de Paus benoemde den Aartsbisfchop van Lions, hugo , tot zijnen Legaat in Frankryk, die in het jaar 1094 op eene Sijnode te Autun den ban tegen Keizer hendrik IV en den Tegenpaus klemens III liet vernieuwen, maar denzelven ook tegen Koning filips liet uitfpreken, omdat hij bij het leven zijner Gemalin eene andere genomen had. Thans begon filips zich voor den Paus te verootmoedigen. Hij liet denzelven onder eede verzekeren , dat hij met bertrade geene verkeering had gehad, federt de Paus zich deze zaak had aangetrokken. De Paus onthief hem daar op van den ban, en gaf hem vrijheid , verder zijne kroon te gebruiken, welke de Franfche Koningen ten dezen tijde, als zij op Feestdagen in hunnen fieraad verfchenen, uit de hand van eenen Bisfchop ontvingen (f). Spoedig echter veranderde de Paus zijne gevoelens weder omtrent den Koning, waarfchijnlijk, omdat deze met bertrade bleef verkeeren, en fulco, haar voormalige echtgenoot, zich deswegens bij den Paus beklaagde. Hij deed den Koning op nieuw in den ban, op de vermaarde Kerkvergadering te Clermont, in het jaar 1095, op welke de eerfte kruistogt vastgefteld werd. In den XV en XVIden Canon van deze vergadering verbood ook de Paus in het algemeen, dat geen Gees- (*) hard. /. c pag. 1709» I710- (f) urb. II. Ep. 36. ap. hard. /. cp. 1673. V boek IV Hoofdft. na C. G. Taan 073. tot 1517.  64 KERKELIJKE V boek IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073, tot 1517. Geestelijke eene Kerkelijke bediening uit de hand van eenen Leek ontvangen, en geen Leek eenige beleening over Geestelijke waardigheden geven zou; en in den XVIIden verbood hij aan alle Bisfchoppen en Priesters in handen van eenen Koning of anderen Leek den eed van leenroerig- of onderdanigheid af te leggen, (ne in manibus ligiam fidelitatem faciat) (*). Als eene reden van dit laatfte verbod gaf de Paus (f) het volgende: het was verfoeijelijk, dat handen, welke tot zulke eer verheven waren, dat door derzelver dienst God gefchapen werd, en dat zij aan God den Vader tot zaligheid der menfchen offeren konden, het gene zelfs den Engelen niet geoorloofd is, dat deze zich aan zulke handen zouden onderwerpen, welke onophoudelijk door onkuifche aanzoekingen, roof en bloedvergieten bevlekt worden. Doch deze Canon is noch in Duitschland, noch in Frankryk en Engeland ten uitvoer gebragt. In het jaar 1096 keerde urbanus als in zegepraal naar Italië terug, na den Koning van Frankryk in deszelfs Rijk beftraft, en daar eenen geduchten oorlog tegen de Muhammedanen aangevangen te hebben; Rome was thans ook geheel in zijne magt, behalve het Kasteel Engelenburg; en fchoon mathildis in misverftand geraakt was met haren Gemaal, den Hertog welf, die haar verliet, zette zij ech- (*) Ap. hard. Concill. I. c. p. 1717. (j-) roger van Heviden bij petr. de marca Concord. Sacerdot. et hnper. L. VIII. C. 21. p. 1203.  GESCHIEDENIS. 65 echter den oorlog tegen hendrik IV met zoo veel werkzaamheid voort, dat deze in het jaar 1097 van alle ondernemingen op Italië in het vervolg moest afzien. In het jaar 1098 bevond urbanus II zich bij de belegering van Kapua, welke ftad tegen haren Vorst richard was opgeftaan. Na het overgaan dezer ftad hield de Paus te Salerno een mondgefprek met roger , Graaf van Sicilië, aan wien en deszelfs opvolger hij het voorregt fchonk, om altijddurende Legaten van den Heil. petrus in Sicilië te zijn, hetwelk aan deze Vorsten een groot gezag in de Kerkelijke zaken van hun land bezorgde, en daarom gemeenlijk Monarchia Sicilice geheeten wordt (*). In later tijd ondernam de Kardinaal baronius in het Xlde Deel zijner Kerkelijke Jaarboeken deze fchenking van den Paus, en die. zoogenoemde Siciliaan* fche Monarchie te ontkennen, en te beweeren, dat urbanus II alleen aan roger of rogier zekere bepaalde Kerkelijke voorregten had toegeftaan, en dat de zoogenoemde Monarchia Sicilia haren oorfprong veel later had gehad van eenen onregtmatigen Tegenpaus anakletus II enz. Het Spaanfche Hof, hetwelk toen in bezit was van Sicilië, nam dit zoo hoog op, dat dit Deel van baronius werk terftond verboden en zelfs volgens fommigen open» lijk in Spanje verbrand is geworden Ter- (*) gaufeued of galfried van Malaterra Hist. Sic. Libr. III. Cap. 27. (t) i" e1" nu pin Defenfe de la Monarchie de Sicile contre les entreprifes de la- cour de Rome. XVI. Deel. E V boex IV Hoofdft. na C. G. faario73. tot 1517. Monarchia Siciliaj.  66 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 Dood vs Terwijl urbanus zich-bij de Normannifche Vorsten onthield, vergaderde zijne partij in het jaar 1098 driemaal, ten einde, zoo zij zeide, de door hildebrand uitgevondene of van hem onder voorwendfel van Godzaligheid vernieuwde oude Ketterijen te niet te doen , en de goddeloosheid van die genen uit te roeijen, die onlangs in het Katholijk Geloof fcheuringen verwekt hadden. De Hoofden dezer partij fchreven deswegens eenen Brief, met het opfchrift: Aan allen, die God vreezen, en de Room.fche Kerk liefhebben (*). Maar dit was ook de laatfte poging dezer partij, alzoo de geheele ftad Rome zich in het jaar 1099 aan urbanus II onderwierp. Hij had in het jaar 1098 nog eene Kerkvergadering te Bart in Apulië gehouden, op welke -gehandeld werd over eene vereeniging der Griekfche met de Latijn fche Kerk. anselmus, Aartsbisfchop van Kanterbury, was op dezelve tegenwoordig, en verhinderde, dat de ban tegen zijnen Koning niet 'werd uitgefproken, wien echter de Paus tijd ftelde ter verantwoording. Maar daartegen had 's Paufen Legaat in Frankryk den Koning filips weder in den ban gedaan, omdat hij niet lang zonder bertrade gebleven was. De Paus, nu meester van Rome, hield daar eene Kerkvergadering, op welke hij de banvloeken tegen den Tegenpaus en deszelfs aanhangers vernieuwde, en eenige andere fchikkingen maakte. n Kort daar na overleed urbanus II, den ipden Ju- (*) bruno Fit. Gregor. VII. L. II. p. 26,  GESCHIEDENIS. *>? Julij 1099. Men heeft hem ook wonderwerken toe» gëfchreven, ep zijn naam is in fommige Martijrologien en Lijsten van Heiligen geplaatst, hoewel hem nooit een Feestdag gewijd is. Ook is zijne geleerdheid en welfprekendheid geroemd geworden, doch in zijne Brieven, welke ons alleen zijn overgebleven, komt Hechts de gewone Latijnfche ftijl van die tijden en eenige belezenheid in de Kerkvaderen voor ; voor het overige was hij een man van ondernemenden geest, ftandvastigen moed , en aanhoudende werkzaamheid, in het voorftaan en uitbreiden van de grondregelen van gregorius VII, ter verheffing van de Pausfelijke magt en gezag, welke hij in alle ppzigten, en met een gevolg, overeenkomfh'g zijne oogmerken, bevorderd heeft. , Omtrent veertien dagen na de dood van urbanus II, werd in Augustus 1099 de Kardinaal rai. ner of raginer , onder den naam van paschalis II, tot zijnen opvolger verkoren. Bij zijne inwijding deed men hem eenen gordel aan met zeven nederhangende fleutelen en zegelen, om daar mede te beteekenen, dat hij naar de zevenvoudige genade des Heiligen Geestes, in de regering der Kerk, de magt had, om te fluiten en te openen. In het jaar 1100 overleed ook de Tegenpaus klemens III. Deze wordt van de Pausfelijke partij, die hem eenen Aartsketter, (h. 1176. (t) Abb. Urfperg. pag. 193. ES V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. HENDRIK Vfluiteen vergelijk met den Paus over de Investituur.  V boek IV Hoofdft. naC. G. ]aano73. tot 1517, 74 KERKELIJKE bemoeijen, verfchenen ook Gezanten van hendrik , ftroeve en fpijtige Heeren,(zegt de Abt suger)(*), en onder dezen welf, (welf V van Beyerenf) (yir corpukntus, et tota fuperficie longi et lati admirabilis, et clamofits.') De Aartsbisfchop van Trier alleen was onder deze Gezanten een befchaafd en wellevend man, die zeer verftandig fprak en in de Franfche welfprekendheid geoefend was (gaïïicano cothurno exercitatus.~) Deze ftelde namens den Keizer voor: dat van de tijden van gregorius den Grooten af in gebruik was geweest, dat bij de verkiezing van Bisfchoppen den Keizer kennis werd gegeven, en zijne toeftemming verzocht, dat vervolgens de verkiezing op verzoek des volks door de Geestelijkheid gefchiedde. Vervolgens begaf zich de nieuwverkozene Bisfchop vrijwillig en zonder Simonie tot den Keizer, om van denzelven door ring en fiaf met de Regalien beleend te worden , en hem den vafallen eed te doen, opdat de Bisfchop bezit konde nemen van fteden, floten, tollen enz. die hem van den Keizer gefchonken zijn. Als de Paus dit wilde toegeven, kon 'er tusfchen het Rijk en de Kerk eene vereeniging getroffen worden. De Paus liet door een' Bisfchop hier op antwoorden: de door Christus bloed verloste en in vrijheid gefielde Kerk mogt geene dienstmaagd verbeelden ; als zij zonder 's Keizers wil geene Prelaten kan verkiezen, dan was de dood des Verlosfers krachteloos (*) In Vtta Ludovici Grosfi ap. duchesne SS. HisU Franc. T. IV. ƒ>. 289.  GESCHIEDENIS. 75 loos verklaard, en de Kerk flaafs aan den Vorst onderworpen enz. De Gezanten toonden zich hoogst onvergenoegd en zeiden: Niet hier, maar te Rome moet deze zaak dan door het zwaard afgedaan worden! De Paus zond nog wel aan den Rijkskanfelier albrecht , om een vergelijk te treffen , maar hendrik wilde niet, dat dit in eens anders Rijk zou gefchieden, en men kwam overeen, da! men in het volgende jaar te Rome ten dezen eindt een algemeene Sijnode houden zou. Eerst in het jaar 1109 gingen 'er Gezanten van hendrik naar Rome, aan welken de Paus verklaar* de, dat hij den Keizer met vaderlijke zachtmoedigheid zou onthalen, indien hij zich als een Katholijk Koning, als een Zoon en verdediger der Kerk! als een vriend der geregtigheid gedragen zou. It het jaar 1110 trok hendrik zelve met een legei van 30,000 man naar Italië, om bezit van het Rijl van Italië te nemen, zich tot Keizer te laten kro nen, en van den twist met den Paus een einde t< maken. Op zijne aannadering naar Rome liet d< Paus hem voorflagen doen tot een vergelijk , het welk ook werkelijk in het jaar 1110 getroffen werd op de volgende voorwaarden : De Keizer zou af ftaan van de Investituur van alle Kerken; hij zot alle Kerkegoederen vrijgeven, die niet openlijk to het Duitfche Rijk behoorden, en ieder van den eed. welke tegen Bisfchoppen gefchied was, ontflaan; h| zou aan den Heiligen petrus alle zijne bezittingei wedergeven , en den Paus alle mogelijke veiligheie verzekeren; en daar voor eenige Grooten tot gijze laar V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. [ l i 1 1  V boek IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 76 KERKELIJKE laars leveren. De Paus daartegen wilde op den dag, als hendrik gekroond zou worden, aan alle Bisfchoppen bevelen, dat zij aan den Keizer en zijn Rijk alle Regalien zouden overlaten. Te gelijk beloofde de Paus voor zich en zijne nakomelingen den Keizer en het Rijk over dit alles niet te zullen ontrusten, hem te zullen kronen, hem tot handhaving des Rijks bij te ftaan, en voor dit alles ook zekerheid te geven (*). De Paus en Geestelijkheid verloren bij dit verdrag, tegen de affchaffing der ijdele plegtigheid van de Investituur, zoo veel wezenlijke voordeden van Regalien enz. , dat het naauwelijks geloofbaar fchijnt, dat des Paufen meening bij het fluiten van hetzelve opregt geweest zij; trouwens, men had bij hetzelve voorbehouden, dat de Bisfchoppen'er in bewilligen zouden, welke bewilliging kwalijk te verwachten was; evenwel is 'er nog een gefchrift van den Paus voorhanden (f). uit hetwelk fchijnt te blijken, dat de Paus opregt zal hebben te werk gegaan, dewijl hij daar in de gronden en redenen ontvouwt, welke hem dit vergelijk hebben doen aannemen. Daartegen heeft hendruc naderhand in eenen rondgaanden Brief aan alle Christenen (§) zich beklaagd , dat paschalis arglistig gewerkt hebbe , om het Rijk (*) petr. Diacon. Chron. Cafin. L. IV. C. 3S- *'« MU' rator. SS. rer. Ital. T. IV. p. 513- (f) In dodechin Append. ad mariaNI Scoti Chron. Tom. I. pistor, pag. 660. (J) Bij denzelven. /. c. p. <568.  GESCHIEDENIS. 77 Rijk en de Kerk te fcheiden, niettegenftaande het geflotene vergelijk, volgens hetwelk de Kerk zich met hare tienden en vrijwillige giften zou vergenoegen, pandulf in zijne Levensbefchrijving van paschalis II, zwijgt geheel van dit vergelijk, om den Keizer des te meer als eenen vijand der Kerk en als een' trouweloos en wreed Vorst te kunnen affchilderen. Nadat het vergelijk van weerskanten bezworen was, trok hendrik in het jaar mi binnen Rome; maar wilde niet eer in de Hoofdkerk gaan, bij welker ingang de Paus hem ontving, voor dat derzei ver deuren en de nabijzijnde kleine vestingen dooi zijne getrouwen bezet waren. Toen de Paus var hem het gefchrift van afftand der Investituur be geerde, fprak hij eerst in het geheim met zijne Bis fchoppen en Vorsten. Deze raadpleging duurde zoc lang, dat de Paus bij den Keizer op de uitvoerinj vas het vergelijk liet aanhouden, waar op eenig vertrouwden des Keizers antwoordden, dat het ver gelijk onregtvaardig, en even daarom nietig was De Schrijvers, die dit verhalen, noemen het een listige hardnekkigheid van de Keizerlijke partij,maa vergeten tevens de waarfchijnelijke oorzaak te mei den, dat namelijk de Bisfchoppen, die bij het vei gelijk te veel verloren, het aannemen en uitvoerei van hetzelve verhinderd hebben. Men twistte hier nog over in de Kerk, toen eei Duitfcher uit het gevolg des Keizers optrad en te gen den Paus zeide: „ Wat behoeft men zoo vee „ woorden ? Gij moet maar zeker weten, dat on V BOEK IV Hoofdlr. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. HENDRIK wordt tot Keizer gekroond 1 1  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 107 3. tot 1517. Jo; ihwii ^ KERKELIJKE „ ze Heer, de Keizer, even zoo gekroond wil zijn, „ als karel , pipyn en lodewyk gekroond zijn M geworden." Als de Paus desniettegenftaande hier in weigerig bleef, omdat het vergelijk verbroken was, liet hendrik denzelven gevangen nemen , en met het vallen van den nacht uit de Kerk naar een huis wegbrengen. Maar zoo dra de Romeinen dit gevangennemen van den Paus vernamen, vielen zij op de Duitfchen aan, die in de ftad verftrooid waren, van welken zij een groot getal ombragten. Den volgenden dag kwam het tot een hevig gevecht, waar in de kans eene poos twijfelachtig was, maar de Keizer eindelijk met zijne gevangenen van de ftad aftrok. Deze werden op Sloten en Kastelen gezet en 61 dagen lang bewaard, en terwijl hendrik intusfchen Rome belegerd hield, en het gebrek in deze Hoofdftad toenam, drongen de Romeinen zélve bij den Paus aan, dat hij den Keizer zou toegeven, gelijk hij dan ook ten laatften daar in bewilligde. . Dienvolgens beloofde paschatis, en 13 Kardinalen bezwoeren het voor en met hem, dat hij in het vervolg zou dulden , dat de met goedkeuring des Keizers vrij gekozene Bisfchoppen en Abten van denzelven, voor hunne inwijding, door ring en ftaf beleend konden worden ; ook dat hij den Keizer wegens al het gebeurde nooit ontrusten of ooit in den ban zou dóen; waar tegen hendrik op zich nam, onder eede van zijne Bisfchoppen en Grooten, den Paus en al de gevangenen in vrijheid te (lellen; hem bij te ftaan en getrouwelijk te gehoorzamen,  GESCHIEDENIS. 79 tnen, zoo ver de eer van zijn Rijk zulks duldde. Aangaande het inwilligen in de Investituur moest de Paus een bijzonder gefchrift aan hendrik ter hand ftellen bij deszelfs kroning, welke in April des jaars mi in de Pieterskerk plaats had. Bij die gelegenheid bood hem de Paus ook de helft eener gebrokene Hostie aan met deze woorden : „ Gelijkerwijze dit''deel' van het levendmakend ligchaam gefcheiden is, zoo worde ook die geen van het Rijk van christus en God gefcheiden, die het beproeft, om dit vergelijk te breken!" Thans fcheen alles op eenen goeden voet te zijn, maar terftond na den aftogt des Keizers verklaarden de Kardinalen, die niet mede gevangen geweest waren, in eene vergadering, het door den Paus bewilligde verdrag voor nietig, en paschalis,fchoon hun gedrag in eenen Brief afkeurende, beloofde nogtans te gelijk, te zullen verbeteren, waar in hij zich door ijver voor het algemeene best mogt misgrepen hebben, bruno , Bisfchop van Signia, en Abt van Monte Casfino, die een' grooten naam van heiligheid had, drong insgelijks bij den Paus aan, om dit verdrag te niet en den Keizer in den ban te doen; de Paus daartegen, die hem ontzag, verbood hem, Bisfchop en Abt te gelijk te zijn, en gebood den Monniken, eenen anderen Abt te verkiezen. bruno zocht hun in het eerst door foldaten eenen opvolger op te dringen, maar leide kort daar na Zijn ambt neder (*). Het onlangs gefloten vergelijk (*) petr. Diac. Chron. Monast. Cafin, L. IV. C. 42. V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. Nieuwe bewegingen.  V BOEK iv Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. Het vergelijk vei broken e HENDRIK weder in den ban gedaan. 8o KERKELIJKE lijk verwekte ook opzien in andere landen; onder anderen ontfchuldigde ivo, Bisfchop van Chartres, anders een ijverig voorftander van de regten der Geestelijkheid, den Paus, in eenen Brief aan een' Abt, die hem naar zijn oordeel over dit vergelijk gevraagd had (*) , hij erkende daar in, dat de Paus eene zwakheid getoond had, en als hij daar ongeneeslijk bijbleef, dan mogten wel de Bisfchoppen den Paus niet oordeelen, maar zij behoefden hem niet te gehoorzamen, ook mogten zij, als hij iet ftrijdigs met het Euangelie leerde, hem tegenfpreken, gelijk paulus aan petrus gedaan had. Hetzelfde beweerde ivo , aan den Aartsbisfchop joannes van Lions, welke Primaat van Frankryk eene Sijnode bijeen geroepen had, op welke ivo niet verfcheen, maar aan welke hij zijne gevoelens mededeelde in eenen Brief (f); in dezen veroordeelde hij de Investituur der Leeken, maar wilde dezelve geene Ketterij genoemd hebben, men moest dezelve wel uitroeijen, maar wanneer dit niet zonder Kerkelijke fcheuring gefchieden kon, behoorde men dit uit te (tellen. Te Rome baatte het ondertusfchen niet , dat de ' Kardinalen, die met den Paus gevangen waren gefeest, het vergelijk mede bezworen hadden. Men noodzaakte den Paus door hevige verwijtingen, zoo hij zelve dit niet van eerden af voornemens geweest was, om het vergelijk te herroepen ; ten minfte zond hij nog voor de Sijnode, welke hij in het jaar (*) Epist. 21$. (f) Epist- 236.  GESCHIEDENIS. 81 jaar n 12 houden moest, eenen rondgaanden Brief aan alle zijne Legaten, waar in hij alles, wat hij als een gevangene genoodzaakt geweest was , den Koning te belooven, voor nietig verklaarde en voor altijd veroordeelde (*). In de Kerkvergadering, welke daar op in de Kerk van Lateraan gehouden werd, verklaarde de Paus, dat, alhoewel de Koning en die het bezworen vergelijk niet gehouden hadden, hij echter nooit den banvloek tegen hem uitfpreken, of hem over de Investituur ontrusten zou. Het overgeleverde gefchrift erkende hij voor eenen misdag, dien hij wenschte, verbeterd te zien, doch de wijze van verbetering aan de Prelaten overlatende. Zeldzaam genoeg, en waar bij men den Paus van ftrijdigheid en huichelen niet vrij kan fpreken! Vervolgens, nadat de Paus zijne Geloofsbelijdenis had afgelegd, veroordeelden en excommuniceerden de leden der vergadering het van hem aan den Keizer overgeleverd gefchrift, als ftrijdig tegen den Heiligen Geest en tegen de Kerk (f). Het gene paschalis zelve tegen den Keizer niet wilde ondernemen, deed, waarfchijnlijk niet zonder zijn weten, of welligt niet zonder zijne heimelijke bevelen, zijn Legaat \\\ Frankryk, de Aartsbisfchop guido van Vienne, die in het jaar 1112 met een aantal Bisfchoppen eene Kerkvergadering te Vienne hield. Deze fchreven aan den Paus (§), dat zij in (*) baron. Annal. ad a. 1112. n. 3. p. 95» (t) ap. hard. T. VI. P. II. p. 1899. (5) ap. hard. /. c. p. 1913XVI. Deel. F v boek IV Hoofdft. naC. G. ]aario73. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft naC. G Jaario73 tot 1517 Sa KERKELIJKE in hunne vergadering, door medewerking van de genade des Heil. Geestes, geraadpleegd hadden over de Investituur, over zijn gevangennemen en over het gefchrift, hetwelk de meineedige Duitfche Keizer hem , ( a vestra Majestate,) afgeperst had , — dat zij, om de verwoesting der Kerk en des Geloofs te verhoeden, ook tot Gods en tot zijne eer, door ingeving des Heil. Geestes, elke Investituur, die van eenen Leek over Kerkelijke dingen gefchonken werd, voor eene Ketterij verklaard, het gefchrift, hetwelk de Koning van zijne eenvoudigheid afgeperst had, veroordeeld, en tegen den Koning den banvloek uitgefproken hadden. — Zij eindigden met de verklaring, dat, als de Paus dit bevestigde, en zich ,van alle verbindtenis 'met dien wreeden dwingeland onthield, zij zijne getrouwe Zonen wilden blijven. Maar als hij hun gedrag niet wilde goedkeuren, mogt God hun genadig zijn, dewijl hij daar door hen van hunne gehoorzame onderwerpelijkheid terug zou ftoten. - Doch paschai.is dankte God terftond in eenen nieuwen Brief aan deze Bisfchoppen , voor den ijver, met welken zij als leden des Kerkdijken ligchaams, de krankheid, met welke deszelfs hoofd bevangen was geweest, hadden zoeken te verdrijven , en bevestigde voorts hunne befluiten (*> Dus werd hendrik V, dien men eenen anderen judas noemde, in één van zijne eigene Rijken, want Vienne behoorde tot het Burgundifche Rijk, door (*) Ibid. pag. 1915.  GESCHIEDENIS. 83 door zijne eigene Bisfchoppen, in den ban gedaan. Maar ook in Duitschland ging adelbert, wiens raad hij federt jaren gevolgd was, en dien hij onlangs het Aartsbisdom Mentz gefchonken had, tot de Pausfelijke partij over, waar op hendrik hem gevangen liet nemen. — De ftrenge en inhalige regering van hendrik maakte hem bij verfcheidene Rijksbenden hatelijk, en gaf in het jaar 1113 aanleiding tot eenen binnenlandfchen oorlog in Duitschland. Niemand onder de Bisfchoppen was heviger dan die van Halberftad, die in het jaar 1115 den veldflag bij Welfesholze in het Mansfeldfche beftuurde, in welken de Keizerlijken geheel geflagen werden , en deze Bisfchop verbood, de Keizerlijke dooden te begraven, omdat zij voor eenen, die in den ban was, geflreden hadden. Ook noodzaakten de Burgers van Mentz den Keizer, om hunnen Aartsbisfchop te ontdaan, die in eenen vermagerden haveloozen toeftand te voorfchijn kwam, en nu meer dan ooit tegen den Keizer verbitterd was. De misnoegde Rijksftenden ontboden zelfs 's Paufen Legaat uit Hongaryen, tot eene plegtige excommunicatie van den Keizer, maar de Legaat ftierf gedurende het maken van fchikkingen tot dezen ftap; tot welken echter verfcheidene Bisfchoppen in het jaar 1115 te Keulen bijeenkwamen, hendrik zond den Bisfchop van Wurtzburg aan hen, maar ook dezen haalden zij tot hunne zijde over. Middelerwijl werd de Keizer in het jaar 1114 en het volgende door den Pausfelijken Legaat in Frankryk op verfcheidene Kerkvergaderingen op nieuw in den ban gedaan. F a Ook V BOEK IV Hoofdft. na C. G. f aan 073. tot 1517.  ?4 KERKELIJKE V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario73 tot 1517, hendrik V trekt naar Italië. Ook hield de Paus in het jaar 1116 eene Kerkvergadering in het Lateraan , in welken hij zijnen misflag nederig bekende; één der Bisfchoppen voerde hem te gemoet, dat in zijn aan den Keizerovergeleverd gefchrift eene Ketterij vervat was, maar de Paus deed de uitfpraak , dat de Roomfche Kerk nooit in eene Ketterij vervallen kon. Tevens bevestigde hij alles, wat zijn Legaat in Frankryk gedaan had; doch bleef nog fteeds bij zijne ellendige akvlugt, dat hij den Keizer niet in den ban deed (*). hendrik fcheen alle deze banblikfems te verachten, maar befloot in het jaar n 15 naar Italië te trekken; deels omdat 'er onderhandelingen op til waren met den Griekfihen Keizer alexius , die aan den Paus voordellen had laten doen, om zich te Rome als wettig Keizer te laten kronen; deels uit hoofde van de dood van de Markgravinne mathildis , die alle hare goederen en bezittingen aan den Roomfchen Stoel bij uiterden wil vermaakt had , zonder zelfs behoorlijk te onderfcheiden tusfchen hare eigene bezittingen en die welke Leenen waren van het Keizerrijk , alhoewel de Paufen in het vervolg enkel aanfpraak gemaakt hebben op hare erfgoederen, Qallodium Mathildis.) hendrik in Italië gekomen, maakte zich in het jaar 1116 meester van alle de bezittingen van mathildis; van de Leengoederen, als Keizer, en van hare Erfgoederen, alszijnde haar naaste bloedverwant ; zonder dat paschalis in daat was, zich hier in tegen den Keizer (*) hard. /. c. pag. if)33'  GESCHIEDENIS. 85 zer te verzetten, hoewel zijne opvolgers zich beijverd hebben, hunne aanfpraken te doen gelden, gelijk zij ook hare weldoenfter vereerd hebben, toen urbanus VIII in het jaar 1630 haar lijk uit het Benedictyner Klooster te Padollro naar Rente heeft laten overbrengen, en daar in de Pieterskerk begraven , alwaar een fchoon praalgraf van wit marmer met haar ftandbeeld en een Latijnsch opfchrift ter harer eere werd opgerigt. Men begrijpt ligtelijk, dat het in bezit nemen der landen van mathildis door den Keizer weinig diende, om hem met den Paus te bevredigen, alhoewel de Keizer, getroffen door den verwarden toeftand van Duitschland, en door eene geweldige aardbeving in het jaar 1117, den Paus voorflagen van vrede liet doen, doch waar op de Paus antwoordde: dat hij zijne hem afgeperste belofte gehouden, en den Keizer niet in den ban gedaan had, maar dewijl de Bisfchoppen zulks gedaan' hadden, kon hij niet dan met derzelver goeddunken hem daar van ontheffen. Inmiddels naderde de Keizer Rome, alwaar hij in het jaar 1117 zijne intrede deed, wordende door het Volk en de Wereldlijke Grooten met vreugde verwelkomd , terwijl de Paus naar Benevento geweken was. hendrik zelve verhaalt, in eenen Brief, die nog voorhanden is (*), dat hij, nadat de Paus hem had laten verzekeren, tot vele Happen van zijne Legaten tegen den Keizer geen (*) In UDALRici Babenberg. Cod. Epistel. Epist. 318. in eccadi Corp. Hist. Med. avi T. II. p. 331. F 3 V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. hendrik Vlaat zich andermaalte Rome kronen.  V boek IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 In Enge land wordt d< twistov delnvei tituur b< dist. 86 KERKELIJKE geefi last gegeven te hebben, zich naar de Hoofdftad begeven had, om een hevig oproer der Romeinen tegen den Paus te ftillen; dat hij op het Kapitool eene vergadering van al de Stenden had gehouden; dat de Kardinalen drie uit hun midden aan hem hadden gezonden met vredesvoorflagen, onder voorwaarde: dat hij van de Investituur door ftaf en ring zou afzien; maar dat hij, (de Keizer,) geantwoord had, dat dit een Keizerlijk regt was, hetwelk hij niet op kon geven. Ten laatften fchrijft de Keizer aan den Bisfchop van Regensburg, aan wien deze Brief gerigt is: Deze zijn die muggenzifters, van welken de Zaligmaker fpreekt, die om kleinigheden het groote vergeten; en hij eindigt met de verklaring: dat hij den ban niet vreest. De inhoud van dezen Brief verfchilt dus veel van de aanfpraak, welke pandulf (*) den Keizer laat houden aan de Geestelijkheid, waar in hij haar .tot eenigheid vermaant, en voor zich zeiven de bekeering als een zondaar belooft enz. Ook liet hendrik. zich daar op van den Aartsbisfchop van Braga, dien de Paus aan hem gezonden had, de Keizerlijke kroon opzetten. pasghalis kon dus den twist over de Investituur _ met hendrik niet ten einde brengen, maar in En;rgeland, alwaar anselmus, Aartsbisfchop van Kan- terbury, met zijnen Koning hendrik I, federt het " jaar 1100 insgelijks daar over geftreden had, werd de- C*) Vit. Pafchal. II. ap. murat. T. III. P-l. SS. Rer. Ital. pag. 385.  GESCHIEDENIS. «7 dezelve in bet jaar 1106 bijgelegd, toen van de zijde der Bisfchoppen werd toegegeven, dat zij den eed van getrouwigheid doen zouden. Ook nam de langdurige twist met filips, Koning van Frankryk, in het jaar 1105 een einde. De ban tegen dezen Koning, in het jaar 1100 in de Kerkvergadering van Poitiers uitgefproken, bleef zijne kracht behouden, filips verzocht den Paus om aflaat, waar op deze in het jaar 1104 den Bisfchop richard van Albano naar Frankryk zond, om onderzoek te doen. Deze hield eene vergadering te Beaugenci bij Orleans, op welke ook de Koning en bertrada verfchenen, en zich, volgens het voorfchrift van den Paus, gereed toonden, om onder eede te belooven, dat zij voortaan zonder verlof van den Paus niet zamen wonen zouden. Doch na lange gefprekken werd niets befloten, terwijl de Koning zich beklaagde, dat hij flecht behandeld was. Daar op gaf de Paus aan den Aartsbisfchop lambert van Arras volmagt, om den Koningen bertrada van den ban te ontheffen, als zij den gemelden eed deden (*). Dus kwam de Koning in de vergadering der Aartsbisfchoppen en Bisfchoppen te Parys, in het jaar 1105, in de houding van eenen boeteling, metbloote voeten, en verkreeg den aflaat, waar na hij, gelijk ook bertrada, den eed afleide. Evenwel bleef filips tot aan zijn' dood in het |aar 1108 met bertrada als met zijne Gemalin li- (*) pasch. II. Ep. 35. ap. hard. /. c. p. 1798. F4 V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. Eindevan den twist nietFiLiPS Koning van Frankryk  88 KERKELIJKE V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. 'sPaufen Legaten vinden tegenftand in Engeland , Hongary en enz. leven, waar uit men befloten heeft, dat de Paus, dewijl ook 's Konings eerfte Gemalin voor lang overleden was, verlof tot dit tweede huwelijk zal gegeven hebben, hetwelk echter anderen ontkennen. Dewijl men ook in verfcheidene Staatsftukken gedurende de regering van filips de dagteekening vindt: Regnante Domino nostro Jefu Christo, zonder bijvoeging van het jaargetal van 's Konings regering , heeft men daar uit afgeleid, dat filips zich, gedurende zijnen ban, van de regering onthouden zal hebben; tot dat blondel in een opzettelijk werk over deze fpreekwijze getoond heeft, dat men dezelve ook in vele andere openbare ftukken ping te gebruiken, om zijnen eerbied jegens jezus als Koning te kennen te geven. Bij al den eerbied echter, met welken de bevelen van dezen Paus in bijkans alle Europifche Landen ontvangen werden, gebeurde het echter nu en dan, dat men zijne Legaten niet wilde erkennen; gelijk zulks aan zijnen Legaat guido, Aartsbisfchop van Vienne, in het jaar 1100 gebeurde, in Engeland, alwaar men geenen anderen Plaatsbekleeder van den Paus erkennen wilde, dan den Aartsbisfchop van Kanterbury. In Hongaryë weigerde de Aartsbisfchop van Colocza den eed, dien de Paus hem afvergde, dat hij den Pausfelijken Legaat gehoorzamen en onderhoud bezorgen zou, Ook klaagde vele eerlijke lieden ten dezen tijde overluid over de geldzucht, roofzucht, onregtvaardigheid, weelde en andere buitenfporigheden der Pausfelijke Legaten in ver-  GESCHIEDENIS. 89 verfcheidene landen (*). Ook fchreef onder anderen een ongenoemde Geestelijke in naam der Kerke van Luik eenen Brief aan den Paus met ftoute verwijtingen, dat hij den Graaf robert van Vlaande ren tot vergeving van zijne zonden opgewekt had, om hunne goederen te plunderen; onder anderen wordt in dezen Brief gezegd: dat door de heerschzucht van den Roomfchen Stoel vele ongehoorde dingen bedreven werden; dat de Keizers verfcheidene Paufen veroordeeld en afgezet hadden; dat derzeiver moed daar bij meer gegolden had, dan de ban van hildebrand en zijne opvolgers, en dal deze Paus de eerfte geweest was, die de Priesterlijke lans tegen de kroon van het Rijk had opgeheven (f). Paus paschalis II overleed den 2iften Januari des jaars 1118, juist als hij aan het hoofd van eer klein leger krijgswerktuigen liet oprigren, om d< Keizerlijke partij uit de St. Pieterskerk te verdrijven baronius berispt dezen Paus zeer, omdat hij d< zwakheid gehad heeft, van al te getrouw aan zijner eed te zijn, en den Keizer niet in den ban gedaai te hebben, muratori daartegen prijst hem, dat hi zijnen eed heefc gehouden, en den Kardinalen te vens toegelaten, om den ban tegen den Keizer ui te fpreken. De onpartijdige zal echter moeite heb ben. (*) petr. de marca de Concord. Sacerdot. et imper L. V. C 49, 50. p. 711. (t) Inter Epistt. Pafchal. II. ap. hard. Tom. VI P. II. p. 1769. F5 V boek IV Hoofdft. na C. G. [aar 1073. tot 1517- Dood va» paschalis II. I I i  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaano/3, tot 1517 GELASIUS II wordt Paus. 9o KERKELIJKE ben, om hem van fchandelijke huichelarij vrij te keuren. Drie dagen na den dood van paschalis II verkoren de Kardinalen den Kardinaal en Kanfelier der Roomfche Kerk joannes cajetanus, (naar zijne Vaderftad Ga'ètaf) eenen getrouwen aanhanger van paschalis, tot zijnen opvolger, onder den naam van gelasius II. Maar nauwelijks had cenci frangipani, een der vermogendfte Heeren te Rome , het hoofd der Keizerlijke partij, dit vernomen , of hij viel met eenige ge wapen den in de Kerk, waar gelasius de eerfte eerbewijzen ontving, en greep den Paus bij de keel, floeg hem met vuisten, trapte hem met de voeten, en wondde hem bloedig met zijne fporen, en hem dus in zijn huis gelLept hebbende , wierp bij hem, met ketenen beladen, in eenen Kerker. Ook werden de Kardinalen en Bisfchoppen niet minder mishandeld. Maar eenige voorname Heeren en het Volk, de wapens opgevat hebbende, noodzaakten de frangipani, den Paus los te laten. Doch na zijne kroning kreeg de Paus 'snachts tijding, dat de Keizer, die op het eerfte berigt van den dood van paschalis naar Rome opgetrokken was, door een' bedekten gang in de Pieterskerk gekomen was, welke zijne aanhangers nog in bezit hadden, gelasius nam terftond de vlucht in een burgerhuis, en ging 'smorgens op den Tiber fcheep, om in zee te Heken, maar door ftorm terug gedreven, droeg de Kardinaal van Alatro hem op zijne fchouders in het Kasteel Ardea, van waar hij eindelijk in Gaeta ontkwam. De Keizer zond hier op  GESCHIEDENIS. ot op Gezanten aan hem, om hem te verzoeken naar Rome te keeren, waar de Keizer zijne inwijding wilde bijwonen, maar de Paus, den Vorst niet vertrouwende, weigerde dit voordel, maar bood aan, den tegenwoordigen twist te Milanen of Cremona op eene Sijnode te laten onderzoeken (*). De Keizer, zich hier door geregtigd oordeelende, om eenen anderen Paus te doen verkiezen, werd in Maart des jaars 1118, die zelfde Aartsbisfchop van Rraga, burdin , die den Keizer voor de tweede keer gekroond had, tot Paus benoemd , die den naam van gregorius VIII aannam. De Romeinen waren ook op gelasius verfbord, omdat hij twee afgelegene fteden voorgeflagen had, en werden verders door den vermaarden Leeraar in de Regten, guarnerius of irnerius , opgezet. Van dezen Paus liet hendrik zich nog eens kronen, terwijl gelasius hen beiden te Kapua in den ban deed (f). Toen de Keizer naar Lombardyë terug getrokken was, waagde de Paus het, om naar Rome te reizen. Maar, als hij daar in eene Kerk de Mis las, overvielen de frangipani de wijk, waar hij zijn verblijf had, waar uit een gevecht met zijne aanhangers ontftond; gedurende hetwelk hij buiten de ftad vlugtte. Thans zeide hij tegen zijn gevolg: dat hij dit nieuwe Babyion, zoo als de Proferen het noemden, Sodom en Egypte wilde ontvlieden; ja, als (*) Gelafii Ui Epist. ap. hard. Tom. VI. Part. II. pag. 1941. (f) petr. Diac, Chron. Monast. Cafin. L. IV. C. 64. V boek IV Hoofdft. na C. G. }aario73. tot 1517. hendrik verkiest eenen anderen Paus gregorius ViII. Dood van gelasius II.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. CALlXTt'S II wordt Paus. 92 KERKELIJKE als het mogelijk was, wilde hij liever éénert Keizer hebben, dan velen; waar op al de aanwezenden Amen! riepen. De Paus zeilde vervolgens naar Frankryk met zes Kardinalen en andere aanzienelijke lieden en Geestelijken. Hier werd hij met allen eerbied ontvangen , en ftond nu gereed , te Rheims eene Sijnode te houden, toen hij den 29ften Januarij des jaars 1119 in het Klooster Clugny overleed, na den Kardinaal-Bisfchop van Preneste tot zijnen opvolger te hebben aangeprezen; doch die volftrekt deze waardigheid weigerde , maar den Aartsbisfchop guido van Vienne daar toe voorftelde, die ook door de Kardinalen tot Paus verkoren werd, onder den naam van calixtus II. calixtus II was de Zoon van eenen Graaf van Burgondi'ê, en zoo wel met het Koninklijke Huis van Frankryk als met hendrik V vermaagdfchapt, doch den laatstgemelden had hij reeds voor zeven jaren als Pausfelijk Legaat op eene Sijnode te Vienne in den ban gedaan. Thans, nadat hij te Vienne gekroond was, hield hij in het jaar 1119 twee Kerkvergaderingen. Op de eene te Touloufe werden zekere Ketters veroordeeld, die de Sacramenten, den geheelen ftand der Geestelijkheid, en het wettig huwelijk verwierpen; ook werd aan de Vorsten en andere Leeken verboden, geene Kerkelijke inkomften, noch de goederen van overledene Geestelijken aan zich te trekken (*). De tweede vergadering werd te Rheims gehouden, alwaar Prelaten uit Frankryk, En* (*) Concil. Tolos ap. hard. T. VI. P. II. ƒ>. 1977,  GESCHIEDENIS. 93' Engeland en Italië, en uit Duitschland onder anderen ook de Aartsbisfchop van Mentz tegenwoordig waren; maar de Koning van Engeland, hendrik I, had zijne Bisfchoppen verboden, op dezelve klagten tegen malkanderen in te brengen, dewijl hij hun zelve in zijn Rijk regt doen zou; ook zouden zij wel de Pausfelijke fchikkingen nederig aanhooren, maar geene overtollige nieuwigheden medebrengen, lodewyk VI, Koning van Frankryk. verfcheen zelve met een aantal van zijne Grooten op deze Sijnode, en bragt klagten in tegen den Koning van Engeland, ook werden nog andere klagten van aanzienlijke lieden gehoord, maar de hoofdzaak , welke ter tafel kwam, betrof den langdurigen twisl met den Keizer over de Investituur. Deze Vorst had alle reden, om van dezen twisl een einde te maken. De binnenlandfche oorlog ir Duitschland vermeerderde van jaar tot jaar de wan omen; en memaiiu was neviger tegen aen i\eizer in de weer, dan zijn voormalige vriend adelbert , Aartsbisfchop van Mentz. In Sakfen had men reeds eigendunkelijk de Investituur afgefchaft ; de Bisfchop van Verden was door den Aartsbisfchop van Keulen ingewijd, zonder zich Om de goedkeuring van hendrik te bekreunen. In het jaar 1118 werd de Keizer met eenige Vorsten op eene Sijnode te Keulen in den ban gedaan. Eindelijk, als de genen , die zich tegen den Keizer verbonden hadden, hem met de afzetting dreigden , hield hij in het jaar 1119 eene algemeene. Rijksvergadering te Tribur , waar hij allen bevredigde. Op deze vergadering kwa- V BOEK IV Hoofdft* na C. G. Jaario73. 'tot 1517.  94 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G, Jaano73tot 1517. kwamen ook Gezanten van calixtus en gregorius; maar het grootde deel der Rijksdenden erkenden den eerden als Paus, en wilde den ouden Kerkdijken twist te Rome bijgelegd hebben. Eer de Sijnode daar nog gehouden werd, had 'er eene onderhandeling plaats tusfchen den Keizer en den Bisfchop van Chalons, en den Abt van Clugny. Deze floegen voor, dat de Keizer van de Investituur zou afzien, onder voorwaarde, dat de Bisfchoppen en Abten voor hunne Regalien den Keizer de fchuldige dienden zouden bewijzen. Dit werd van den Keizer en den Paus beiden aangenomen, en een vergelijk op dien voet ontworpen. De Paus ging toen zelve in October des jaars 1119 op reis, om met den Keizer een mondgefprek te houden; maar zijne Gezanten, door hem vooruitgezonden , ontmoetten den Keizer aan het hoofd van 30,000 foldaten, waar op de Paus niet verder ging. 'sPaufen Gezanten vonden den Keizer ongenegen, om het vergelijk te bekrachtigen, integendeel verklaarde hij, van de Investituur niet eer te zullen afzien , voordat hij het goeddunken van alle zijne Rijksdenden vernomen zou hebben. Nu keerde cat-ixtus naar Rheims terug, alwaar de vergadering de eigenlijke Simonie op nieuw veroordeelde, en voorts alle Investituren van Bisdommen en Abdijen door Leeken, op draffe van den ban, en verlies der Geestelijke waardigheid verbood. In het eerst was bij dit laatde bed uit ook ingevoegd: en van alle Kerkelijke bezittingen; maar dewijl de Geestelijkheid vreesde, dat daar door haar de  GESCHIEDENIS. 95 de Tienden en andere inkomften onttrokken mogten worden, noodzaakte zij den Paus, om deze woorden weg te laten; vervolgens fprak hij in tegenwoordigheid van al de Aartsbisfchoppen, Bisfchoppen en Abten, die ten getale van 427 tegenwoordig waren, en brandende kaarfen in de handen hadden , den ban tegen den Keizer, den Tegenpaus en derzelver aanhangers uit, waar op de kaarfen werden uitgebluscht. Eenige Bisfchoppen waren niet vergenoegd, dat de Keizer in den ban gedaan werd, maar dewijl de Paus dreigde hen insgelijks van de gemeenfchap uit te fluiten, durfden zij hem niet verder tegenfpreken (*). Door dezen afloop der vergadering te Rheims werd aan het gezag des Keizers een nieuwe flag toegebragt; de Sakfen ftoorden zich voortaan geheel niet aan hem, en vervulden de openftaande Bisdommen met eigene verkiezing, terwijl de Aartsbisfchop van Mentz deze nieuwverkorenen inwijdde, zonder dat 'er van den Keizer gefproken werd. hendrik daartegen handhaafde zijne regten met de wapenen, en maakte fchikkingen, om Mentz, het hoofdbolwerk van zijne partij, te belegeren; doch als de legers in het jaar 1121 gereed ftonden, eenen beflisfenden flag te wagen, werd op 'sKeizers voorftel een wapenflilftand, en kort daar na te Wurtsburg de vrede voor Duitschland gefloten; en men kwam overeen, dat de Paus eene algemeens Kerkvergadering zou befchrijven, opdat het gene door geen (*) HARD. /. C. p. I9S3 , I9P7- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tor 1517.  V BOES IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 lot 1517 De Tegenpaus gregorius VIII in een Klooster gebannen 96 KERKELIJKE geen menfchelijk oordeel beflist kon worden, doof het oordeel des H. Geestes zou beflist worden (*). Ondertusfchen was calixtus volkomen meester van Rome geworden. Zoo dra hij in het jaar 1120 uit Frankryk te Rome wedergekeerd was, vlugtte gregorius VIII, dien de tegenpartij enkel burdin noemt, naar Sutri, een vast ftadje in de nabuurfchap van Rome. Maar hier werd hij in het volgende jaar door den Paus belegerd, en toen de inwoners de ftad hadden overgegeven , ruggelings , met een fchapenvacht bekleed, op een kameel gezet, waar van men hem den ftaart in de hand gaf, en in deze houding naar Rome gebragt, en eindelijk werd hij in een Klooster gebannen (f). Dezen hinderpaal der verzoening met den Keizer dus uit den weg geruimd zijnde, zond de Paus den KardinaalBisfchop van Ostia, als zijnen Legaat, met twee andere Bisfchoppen, in het jaar 112a, om over die verzoening te handelen, naar Duitschland, van waar 'er reeds ten zelfden einde Afgevaardigden gezonden waren. 'Er was wel ten dezen tijde eene nieuwe fcheuring in Duitschland ontftaan. Na den dood van den Bisfchop erlong van Wurtshurg, in het jaar 1121, waren de Domheeren omtrent zijnen opvolger verdeeld, en de Keizer had aan gebhard , Graaf van Henneburg, terftond de Investituur gefchonken, terwijl rutgers , deszelfs mededinger, door (*) Annalista Saxo p. 645. (f) pandplf. Pis. Fit. Calixti II. p. 419. Cardin. de arragenia Vit. ejusd. p. 420.  GESCHIEDENIS. 97 door den Aartsbisfchop van Mentz onderfteund werd; ook ftond de Keizer op het punt, otn Afchaffenburg, hetwelk door den Aartsbisfchop onlangs verfterkt was, te belegeren, wanneer de Pausfelijke Legaat op eene Sijnode aan den vrede arbeidde, en de Aartsbisfchop adelbert zelve tot zachtere gevoelens werd overgehaald, zoodat hij aan den Paus fchreef: dewijl zoo wel het Rijk als de Keizer de beleening door ftaf en ring als het ware volgens een erfelijk regt wilden bezitten , en de Leeken in het gemeen deswegens de Bisfchoppen van de Pausfelijke partij rustverftoorders van het Rijk genoemd hadden, zoo was het niet mogelijk, den Keizer alle aandeel aan de verkiezing der Bisfchoppen te ontzeggen. Eindelijk werd in het jaar 112a op eene Rijksvergadering te Worms, met eenige verzachting der Pausfelijke eifchen , het vergelijk , ( Concordatum Wormatienfe,) met den Keizer gefloten. Vuoraf ontfloegen de Pausfelijke Gezanten den Keizer en zijn ganfche leger van den ban. Daar op ftelde hij den Legaat een gefchrift ter hand van den volgenden inhoud: ,, Ik, hendrik, door Gods genade „ Roomsen Keizer, late uit liefde tot God, tot de „ Heilige Roomfche Kerk, en tot den Heer Paus „ calixtus, ook tot losgeld voor mijne ziel, aan „ God, en zijne heilige Apostelen, pftuus en „ paulus , insgelijks aan de heilige Roomfche Kerk, ,, alle Investituren door ring en ftaf, over; ook „ geef ik toe, dat in alle Kerken de verkiezing en „ inwijding vrij gedaan worde. Da bezittingen en . XVI. Deel. G „Re- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73, tot 1517. Verdrag vnn Worms.  V BOEK IV Hoofdft. naC. G. Jaario73. tot 1517. $g KERKELIJKE „ Regalien van den Heiligen petrus, welke, van „ het begin dezer oneenigheid af, tot op den hui„ digen dag, ten tijde mijns Vaders en in mijnen „ tijd, zijn genomen, en welke ik nog heb, zal ik „ aan de Heil. Roomfche Kerk terug geven; maar „ welke ik niet heb, derzelver teruggave zal ik ge„ trouwelijk bevorderen. Ook zal ik de bezittin„ gen van alle andere Kerken, naar den raad der „Vorsten, van andere Geestelijken en Leeken, ', volgens regten, als ik ze heb, terug geven, en „ als ik ze niet heb, derzelver teruggave getrouwe,, lijk bevorderen. Aan calixtus en de Heilige Roomfche Kerk geve ik eenen waren vrede; ook „ aan allen, die zijne partij gehouden hebben, of „ nog houden , ook zal ik de Heilige Roomfche „ Kerk getrouwelijk bijftaan , als zij mijne hulp „ vordert." — Daartegen gaf hem de Legaat de volgende fchriftelijke verzekering: „Ik, calixtus, „ knecht der knechten Gods, aan hendrik, van Gods genade Roomfchen Keizer! Ik fta toe, dat „ de verkiezingen der Bisfchoppen en Abten des „ Duitfchen Rijks, die tot het Rijk behooren, „ (dat is, die onmiddelijk onder hetzelve ftaan,) in uwe tegenwoordigheid zonder eenige Simonia ,, en geweld voltrokken worden; en dat gij, wanneer onder de partijen eenige oneenigheid ontftaan „ mogt, naar den raad en het oordeel van den Me,, tropolitaan, en der overige Bisfchoppen der Pro„ vintie, aan het verftandigfte deel uwe goedkeu„ ring en bijftand fchenken moogt. Maar de nieuw„ verkozene zal te Regalien van u door den fchepter „ ont>  GESCHIEDENIS. 9S „ ontvangen, uitgezonderd alles, wat openbaar aan „ de Roomfche Kerk behoort; en hij zal doen, wat „ hij dienvolgens u te doen fchuldig is. Maar uit „ andere gedeelten des Rijks zal de gewijde binnen „ zes maanden van u de Regalien door den fchep„ ter ontvangen. Waar gij bij mij over klagen „ zult, daar in zal ik u, volgens mijnen fchuldigen „ pligt, bijftand bewijzen. Ik geve u en allen, die „ uwe partij, van het begin dezer oneenigheid af, „ genomen hebben, eenen waren vrede." Nadat deze (lukken openlijk waren voorgelezen, hield de Kardinaal Legaat de Misfe, en nam tevens den Keizer door den kus des vredes volkomen weder in de Kerkelijke gemeenfchap aan (*). Dus eindigde deze krijg tusfchen het Priesterdom en het Rijk, gelijk men hem genoemd heeft, die vijftig jaren geduurd had, en eene bron van zoo vele onoverzienbare rampen geweest was. Men zal zich misfchien verwonderen, dat de Pausfen op de beleening door (laf en ring zoo zeer aangedrongen hadden, en evenwel de beleening door den fchepter aan den Keizer overlieten; maar men bedenke, dat een Jlaf en ring zinnebeelden van eene Geestelijke regering vertoonden, welke men in de handen der Leeken volftrekt niet dulden wilde, tevens hadden de Pausfen bij dit verdrag van Worms dit voordeel, dat zij de Keizers beletten, om voortaan de Bisdommen en Abdijen in hun Rijk te vergeven of te ver» koo- (*) Annalista Saxo pag. 648. Abb. Ursperg. Chron. pag. 204. G 3 V BOEK iV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517.  ioo KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdll. naC. G Jaario73 W 1517 koopen, hoewel aan den anderen kant het oppergezag des Keizers over de Duitfche Prelaten, ten aanzien van de landsheerlijke regten, bevestigd werd; en als de Keizers de verkiezingen konden bijwonen, kon zulks. gewigtige gevolgen voor hun hebben , alzoo zij daar door gelegenheid hadden, om dezelven naar hunnen zin te doen uitvallen, behalven het regt, hetwelk hun werd gelaten, om in gevallen van verfchil uitfpraak te doen. Doch aan den anderen kant werden de Keizers bij dit .verdrag uitgefloten van alle deelneming aan de verkiezing der Italiaanfche Bisfchoppen, en van de Pausfen zelve, Welke zij te voren bekrachtigd hadden. De twist over de Investituren had zich niet alleen tot de Duitfche Keizers bepaald , fchoon hij met ckzelven het hevigst werd doorgezet, om de nadere betrekking, welke zij van onds op Italië en Rome zelve hadden, maar in Engeland werd hij in het begin der Xllde eeuw ook gedreven door den Aartsbisfchop anselmus; en in Frankryk. hadden de Koningen al voor het jaar 1122 de Investituur door ftaf en ring, als ook den Leeneed der Geestelijkheid opgegeven. In de latere jaren der Xïlde eeuw fprak Keizer frederik I, van het merkwaardig gevolg der thans ingevoerde vrije verkiezing der Bisfchoppen , zeggende tegen eenen Aartsbisfchop van Keulen: „zoo lang dit naar den wil des Keizers gefchiedde, vond men meer regtfchapene Priesters, dan thans, nu zij door de vrije verkiezing tot den Bisfchoppelijken Stoel komen. Want zij deelden de Investituur  GESCHI F, D 'E N I S. (Oft tuur mede, naar mate hunne zeden die verdienden; maar thans worden zij niet met betrekking tot God, ■maar naar gunst, verkoren (*)." calixtus bekrachtigde in het jaar 1123 het geflotene verdrag van Worms op eene Kerkvergadering in de Lateraanfche Kerk te Rome. Behalven den twist over de Investituur, door welks einde hij zijne regering vermaard gemaakt heeft, had hij ook deel in eenen twist, welken de Engel fche Aartsbisfchoppen van Kanterbury en Tork hadden over de onafhankelijkheid. In het jaar 1072 befliste een Pausfelijk Legaat ten voordeele van den Primaat van Kanterbury. Maar thurstan, die in het jaar 1118 Aartsbkfchop van Tork geworden was, handhaafde de regten van zijnen Stoel, waar in hij door paschalis II onderfteund werd. Toen in het jaar 1119 de Kerkvergadering te Rheims door caltxtus II gehouden werd, liet hendrik I wel toe, dat de Aartsbisfchop thurstan bij dezelve tegenwoordig zou zijn, doch op voorwaarde, dat hij zich van den Paus niet zou laten wijden, evenwel gefchudde dit kort daar na te Rheims. hendrik verbood hem om deze reden, ooit weder in Engeland of in het Hertogdom Normandie te komen. In dit Hertogdom te Gifors hield de Paus niet lang daar na een mondgefprek met den Koning, wien hij toegaf, dat hij geen Legaat naar Engeland zou zenden, ten zij op begeerte van den Koning, en wanneer deszelfs Bis- fchop- (*) Arnold. Luhec. Contin. Chron. Slav-or. Libr. III. ap. 17. . G 3 V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73« tot 1517.  V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 10 73, tot J517, 102 KERKELIJKE fchoppen niet in ftaat mogten zijn, zekere zaken van belang tot ftand te brengen. De Paus verzocht., dat hendrik Thurstan weder wilde herftellen , hetwelk de Koning weigerde, omdat hij gezworen had, dit nooit te zullen doen. De Paus geloofde, dat het genoeg was, als hij den Koning verzekerde, dat hij Paus was, (ego Apostolicus fum,) en dat hij den Koning van dezen eed ontflaan wilde. De Koning verzocht tijd van beraad, en liet den Paus toen melden, dat het tegen zijne eer ftreed, zulk een ontflag aan te nemen, dewijl niemand den anderen op zijnen eed gelooven zou, als men aan zijn voorbeeld zag , dat die eed te niet gedaan kon worden; alleen wilde hij, om des Paufen wil, dulden, dat thurstan in het bezit van het Aartsbisdom Tork herfteld zou worden, mits dat hij naar Kanterbury gaan, en aan den Aartsbisfchop aldaar gehoorzaamheid beloven zou, zoo als zijne voorzaten gedaan hadden. In het jaar 1120 verklaarde de Paus de Kerk van Tork onafhankelijk van het Aartsbisdom Kanterbury, en gelijk de Monnik eadmar van Kanterbury verhaalt, in het volgende jaar gebood hij de herl'celling van thurstan, op ftraffe van den ban, waar op het dezen gelukte, te Tork weder te keeren, doch onder voorwaarde, dat hij geenen Godsdienst zou bedienen buiten zijn eigen Kerspel, voordat hij aan de Kerk te Kanterbury voldoening gegeven had (*), doch deze voorwaarde heeft hij nooit volbragt. ca(*) eadmer. Hist. nov. Libr. V. pag. 04. post Anfelmi Cant. Opp.  GESCHIEDENIS. 103 calixtus II overleed in December des jaars 1124. De ijverige vereerders van zijnen Stoel prijzen hem, dat hij de Kerk volkomen in vrijheid gefield heeft, nadat zij te voren door de dwingelandij des Keizers in eene flaaffche onderdrukking geleefd had. Hoe fchandelijk hij zijnen mededinger Mauritius burdin of gregorius VIII behandeld hebbe , hebben wij hier voor gezien, geen wonder, dat deze in de Gefchiedenis doorgaans in een ongunllig licht geplaatst wordt; maar hij heeft eenen verdediger van zijne eer in later eeuw gevonden in steven baluzius, die aangetoond heeft, dat burdin een man geweest is van voortreffelijke gaven en hoedanigheden , wiens verkiezing tot Paus ook gemakkelijk te regtvaardigen is, gelijk dan ook een der beste gelijktijdige Gefchiedfchrijvers (*) van hem getuigt: „dat burdin verdiend had, van ieder een vereerd en bijna aangebeden te worden, zoo hij niet liever dooi eene zoo kwalijk beruchte onderneming had willen uitmunten (f )." Nog voor het einde des jaars 1124 verkoren de Kardinalen éénen uit hun midden tot Paus, thebaldo buccapecu, die den naam coelestinus aannam. Maar zoo als zij den gewonen Lofzang aanhieven, riep robert frangipani met zijne aan> hangers en eenige Hovelingen lambert, Kardinaal- Bis- (*) gulielm. Malmesb. Libr. V. de Cestis Regg. Anglor. ( f ) steph. baluz. Vit. Manrit. Burdini Episc.Bracarenjis in Mhcellan. L. III. p. 471-514. G4 V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. Dood van calixtus II. Karakter van den Tegenpaus gregorius VUL honoriuj II wordt Paus.  ic'4 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 Dood vai Keizer HENDRIK V.LOTHA mus wordt Keizer. Bisfchop van Ostia, tot Paus uit, die den naam van honorius II aannam, coelestinus maakte echter lpoedig een einde van de wanorden, die daar door ontftond , door vrijwillig afftand van zijne waardigheid te doen. honorius, die voelde, hoe weinig Kanoniek zijne verkiezing geweest was, deed hetzelfde; maar liet zich terftond daar op op nieuw verkiezen (*). 1 In het volgende jaar overleed de laatfte Keizer uit het Frankifche Huis, hendrik V. De Paus zond aanfbnds twee Legaten naar Duitschland, om de verkiezing van den nieuwen Keizer bij te wonen. De keuze viel, tot groot genoegen van den Paus, en waarfchijnlijk niet zonder zijnen invloed, op lotharius, Hertog van Sakfen, die in de oorlogen met den voorgaanden Keizer ten minden voorgewend had, de vrijheid der Kerk te verdedigen. Zoo zeer waren de omftandigheden veranderd, dat, daar voorhenen Keizers de verkiezingen der Paufen moesten bekrachtigen, thans de verkiezing van lotharius door twee Bisfchoppen mondeling aan den Paus werd bekend gemaakt, om door hem bekrachtigd te worden. De Zusters Zonen van den laatstoverledenen Keizer hendrik V, koenraad en frederik, Hertogen van Frankenland en Zwaben, vatten wel tegen lotharius de wapenen op, waar uit een oorlog van omtrent tien jaren ontftond; koenraad nam zelfs den titel van Duitsch Koning aan, liet zich (*) pandulf. Vit. Honorii II. pag. 421. Ejusd. Vit* Auct. Cardin. de Arragon. p. 422.  GESCHIEDENIS. 105 zich in het jaar 1228 tot Koning van Italië kronen, en ging reeds op Rome los; maar de beide Broeders werden zoo wel van de Duitfche Bisfchoppen, als in het gemelde jaar van den Paus zeiven in den ban gedaan. Met rooier, Graaf van Sicilië, die na den dood van willem, Hertog van Apulië, laatften afitammeling van rorert guiscard, in het jaar 1127, het Vorstendom Salerno, en de Hertogdommen van Apulië en Kalahrië in bezit genomen had, geraakte Paus honorius in eenen hevigen twist, hij deed den Vorst niet alleen in den ban, maar trok zelfs in het jaar 1228 tegen hem te veld, maar dewijl het den Paus aan geld haperde, en hij van zijne foldaten verlaten werd, kwam men fpoedig tot een verdrag, volgens hetwelk de Paus rogier , mits den eed van hulde doende , en eene jaarlijkfche fchatting belovende, met de beide gemelde Hertogdommen beleende. honorius II ftierf in Februari) des jaars 1130. Terftond na zijnen dood haastten zich zestien Kardinalen, ten einde den Kardinaal petrus leonis, die naar de Pausfelijke waardigheid ftond, voor te komen, om den Kardinaal gregorius van St. Angelo tot Paus te verkiezen, die zich innocentius II noemde. Maar de overige Kardinalen, die de meerderheid hadden, gaven hunne ftemmen aan den uitgeflotenen Kardinaal petrus, die, onder den naam van anacletus II, op denzelfden dag gewijd werd als innocentius , maar in eene andere Kerk. anacletus was de Zoon van een' gedoopG 5 ten V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. HONORIUS II fterft. - INNOCENTIUS 11 en ANACLETUS II te gelijk verkoren.  V BOEK IV Hoofdft. naC. G Jaar 1073. tot 1517. B0GIER. door ANACLETUS II Koning vanSicilic gemaakt. INNOCEÏ T1US wordt erkend 0 106 KERKELIJKE ten Jood, een' zeer vermogend man te Rome, maar die van velen als een woekeraar gebaat werd; ook wordt zijn Zoon door de Schrijvers der tegenpartij niet beter afgefchilderd. Hij had thans uit de Pieterskerk, en eenige andere Kerken, alle kostbaarheden ontroofd, en met het één en ander zoo veel aanhangers gekocht, dat hij volkomen de meerderheid kreeg, waar door innocentius zich in het jaar 1130 genoodzaakt zag, met zijne Kardinalen naar Frankryk te wijken. Het was de zaak dezer beide Paufen, zich van de gunst der Vorsten te verzekeren, anacletus verkreeg die van roger of rogier, door dezen Hertog de waardigheid en titel van Koning van&'alien te fchenken, en hem het bezit van het Vorftendom van Kapua, het Hertogdom van Napels, Apulië, Kalabrïè en Sicilië te verzekeren; van deze landfchappen had Kapua zijnen eigenen regtmatigen Vorst, robert, maar deze had zich voor innocentius verklaard, reden genoeg voor anacletus , om hem van zijne heerfchappij te ontzetten; Napels had nooit aan eenen Noormannifchen Vorst behoord, maar de Paufen hadden reeds de gewoonte, om landen, op welke zij geen het minfte regt hadden, aan Vorsten weg te fchenken, van welken zij zich voordeel beloofden , en deze Vorsten gebruikten deze giften van de Paufen als een fcbijnbaar regt, om zulke landen aan derzelver bezitters te ontnemen. innocentius daartegen werd in Frankryk als de regtmatige Paus erkend, alwaar hij in het jaar 1131 peene Kerkvergadering hield te Rheims, op welke hij den  GESCHIEDENIS. 107 den Tegenpaus in den ban deed. Dit was ook reeds in het jaar 1130 gefchied te Wurtsburg, op •eene Kerkvergadering, alwaar Keizer lotharius zich insgelijks voor innocentius verklaarde. In het volgende jaar hield deze Paus een mondgefprek met den Keizer, die bij deze gelegenheid van denzelven het Investituur-mgt terug verlangde, hetwelk den Paus in zijne tegenwoordige omftandigheden verlegen maakte, maar de vermaarde Abt bernhard van Clairveaux verzette zich met zoo veel ftoutheid tegen den Keizer, dat deze dien eisch niet verder aandrong. lotharius, die reeds in het jaar 1131 door innocentius te Luik gekroond was, trok ook in het volgende jaar naar Rome, doch uit hoofde van de onlusten in Duitschland, met niet meer dan 1500 man. Evenwel nam hij in het jaar 1133 een gedeelte van Rome dadelijk in bezit, en werd toen van innocentius, die ook te Rome gekomen was, in de Kerk van Lateranen plegtig tot Keizer gekroond. Ook kwam de Paus met den Keizerovereen, dat de Paus aan den Keizer het erfgoed van mathildis , ( Allodium Mathildis,) zou overlaten, mits dat het na 's Keizers dood weder aan den Roomfchen Stoel vervullen zou. In hetzelfde jaar keerde de Keizer, wiens krijgsmagt te zwak was, weder naar Duitschland terug, gelijk innocentius, die te Rome tegen zijnen mededinger niet beltand was, insgelijks die ftad verliet; maar daartegen in het jaar 1134 te Pi fa op tene Kerkvergadering, bij welke ook bernhard van V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. de Kerkvergadering te Rheims. lotharius wordt door innocentius tot Keizer gekroond innocentius moet Rome weder verlaten.  io8 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. lotharius trekt andermaal naar Rome. Zijn dood. Dood van ANACLETUS. 1NNOCEN ti s doe den Koning van Sicilië in den ban. van Clairveaux tegenwoordig was, anacletus op nieuw bande; hij werd verders in genoegzaam alle Christen landen erkend, behalve in Italië, alwaar de Koning van Sicilië, wiens magt geftadig aanwies , voor hem zoo gevaarlijk was, dat hij bij den Keizer nadrukkelijk aanhield, om ondertand en hulp. lotharius kwam derhalve in het jaar 1136 voor de tweedemaal in Italië, maar thans verzeld van eene fterkere krijgsmagt, ook maakte hij zulke voortgangen, dat hij zelfs Apulië bemagtigde; doch in het volgende jaar 1137 ftierf de Keizer, op zijnen terugtogt naar Duitschland, waar op Koning roger weder begon de overhand te krijgen, toen de dood van den Tegenpaus anacletus II in het begin des jaars 1138 eene verandering maakte. Men befchuldigt dezen Paus van vele buitenfporigheden en onkuifche zeden, ook maakt de Heil. bernhardus eene zoo fcliandelijke afbeelding van hem, als men van een tegenpartij alleen verwachten zou kunnen. Zijne aanhangers verkoren wel tot zijnen opvolger den Kardinaal gregorius , onder den naam van victor IV, maar deze werd door den ijver van den Abt bernhard , en door de geldfommen, welke innocentius befteedde, fpoedig van zijne voornaamfte aanhangers verlaten , en genoodzaakt, zich na eene fchaduwregering van twee maanden aan de voeten van zijnen mededinger neder te werpen. Thans hield innocentius in het jaar 1130 eene ■ algemeene Kerkvergadering, welke de tweede Lateraanfche genoemd wordt, op welke hij den ban uitfprak tegen roger , Koning van Sicilië, die den Tegenpaus anacletus befchermd had. On-  GESCHIEDENIS. 109 Onder het Pausfchap van honorius II, omtrent het jaar 1228, was zekere Priester en Kluizenaar, arnolf, te Rome, alwaar hij voorgaf, dat hem een Engel verfchenen was, die hem geboden had, in deze Hoofdftad de ondeugden der Geestelijkheid in den naam van God openlijk te beftraffen. Hij deed dit ook met alle koenheid, en verweet aan de Geestelijkheid, voornamelijk aan de Kardinalen, hunne hovaardij, weelde en geldgierigheid, hen vermanende, om het leven van christus en de Apostelen na te volgen. Men verbood hem dit prediken, en als hij daar mede aanhield, werd hij heimelijk bij nacht gevat, en in den Tiber verdronken (*). platina noemt hem, in het leven van honorius II, eenen voortrerTelijken Prediker van den Christelijken Godsdienst, die door de lagen der Geestelijken te Rome omgebragt is geworden, omdat hij t< fcherp tegen hunne ongebondenheden was uitgevaren, en hun de armoede van christus had aange prezen. „Velen van den Romeinfchen Adel," vervolg hij, „volgden hem , als een' waar leerling van chris tus en de Profeten; verhieven hem tot den hemel: maar maakten even daar door haat en toorn teger den welmeenenden man gaande, tot zijnen ondergang. Het is onzeker, of deze zeer heilige mar Priester, Monnik of Kluizenaar, geweest is. Sommi gen fchrijven ook, dat honorius zelve zijnen moorc heeft afgekeurd; maar dat hij den aanlegger van een< zoo fchandelijke daad niet heeft kunnen ontdekken.' Thans (*) trithem. Chron. Hirfaug. T. Lp. 389. V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1075. tot 1517. arnulf, een Priester en Kluizenaar , predikt tegen de Geestelijken. i t !  no KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. ARN0LD van Brescia insgelijks Thans op de bovengemelde Kerkvergadering te Rheims kwam de zaak van eenen dergelijken man, arnold van brescia , een man, die zonder eenig vermogen, dan hetwelk zijne kundigheden, moed en ijver, en zijne welsprekendheid hem gaven, voor den Paus en de Geestelijkheid gevaarlijk begon te worden, te berde. Hij voerde den naam naar zijne geboorteftad Brescia of Brixia , in Opper-Italië. Eenigen tijd het onderwijs van abelard in Frankryk genoten hebbende, werd hij Geestehjke en Voorlezer in de Kerk van zijne vaderftad. De Bisfchop otto van Freyjingen ( *) fchrijft van hem, dat het hem niet ontbroken hebbe aan natuurlijke begaafdheden; maar dat hij meer woordenrijk dan nadrukkelijk ware in het fpreken; een liefhebber van zeldzaamheden en jeukerig naar nieuwigheden; hoedanig foort van lieden geneigd is, om Ketterijen voort te brengen, en Kerkelijke fcheuringen te veroorzaken. „ Hij trok het Geestelijke kleed alleen aan," vervolgt de Bisfchop, ,, om meer te kunnen bedriegen, hij fchimpte op alles, knaagde aan alks, zonder iemand te verfchoonen. Hij zocht de Geestelijken en Bisfchoppen te benadeelen , vervolgde de Monniken en vleijde alleen de Leeken. Want hij zeide, dat geene Geestelijken, die iet in eigendom, noch Bisfchoppen, die de Regalien, noch Monniken , die geld of goed bezaten, op eenigerlei wijze zalig konden worden. Bovendien zal hij ook van het Sacrament des Altaars en van den Kinderdoop niet (*) De Gest. Itnp. Trider. I. L. Ui C. 20.  GESCHIEDENIS. m niet behoorlijk gedacht hebben. Als hij op deze en andere wijze de Kerk van Brescia ontrustte, en den Leeken dier plaats, wier ooren kittelachtig waren omtrent de Geestelijken, de Kerkelijke Schriften boofelijk verklaarde; werd hij op de groote Kerkvergadering te Rome door innocentius gehouden, van den Bisfchop der bovengemelde ftad en van de Geestelijken befchuldigd, en de Paus gebood hem het ftilzwijgen, opdat eene zoo gevaarlijke leere niel verder verbreid mogt worden. Nu vlugtte arnold over de Alpen, en verkondigde een' tijd lang zijiK leer in de Alemannifche ftad Turgum, (het heden daagsch Zurich."~) Indien arnold ook van geloofsdwalingen befchul digd geweest ware, zou de Paus hem zeker als een Ketter harder behandeld hebben, maar zijne gevoelen; omtrent den rijkdom der Geestelijkheid waren voorhaa: gevaarlijk genoeg. Geen wonder, dat de Abt kern hard van hem fchrijft (*): „dat hij als eei booze Scheurmaker bij den Paus aangeklaagd, et van denzelven genoodzaakt is geworden, om zijt vaderland te verlaten; hebbende hij moeten zwee ren, zonder 'sPaufen verlof niet derwaards te zullei keeren." Voor het overige toont deze beroemde Heil Abt, dat hij even zoo bang zal geweest zijn voo de Kerkelijke goederen, als de bovengemelde Duitfch Bisfchop; daar hij van dezen arnold verders zegt „ dat het te wenfchen was, dat zijne leer zoo ge zone (*) Epist. 135. V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. i t t I  ii» KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. naC. G. Jaar 1073. tot 1517. zond ware, als zijn leven ftreng was; hij was een mensch, die at noch dronk, en die, met den Duivel, alleen hongerde en dorstte naar het bloed der zielen; één van het getal der genen, welken de Apostolifche waakzaamheid kenmerkt , dat zij de gedaante van godzaligheid hebben, maar de kracht derzelve verloochenen. — Vervloekt van den Apostel petrus , had hij abelard aangehangen , en alle deszelfs door de Kerk veroordeelde dwalingen met hem , en nog meer dan hij, hardnekkig zoeken te verdedigen. Op eene andere plaats. (*) noemt hij hem den wapendrager van dezen goliath, met wien hij gemeenfchappelijk zich opgemaakt had tegen den Heere en tegen zijnen Gezalfden, pagi echter heeft beweerd (j), dat zijne dwalingen in den XXIIIften Canon der tweede Kerkvergadering van Lateranen veroordeeld zouden zijn in de verachters der Sacramenten, van den Geestelijken Rand en van het huwelijk. Een vernuftig Schrijver uit den naastvolgenden tijd fchijnt het berigt van otto van Freifingen als Dichter omfchreven te hebben (§), aangaande arnold, doch hij voegt 'er nog bij , dat arnold veel waarheid gezegd hebbe, hoewel met onwaarheid gemengd, als zijne tijden maar geene getrouwe vermaningen verfmaad had- ( *) Epist. 198. (f) Critic. in Annall. Baronii ad a. 1139. «. 9. pag. 1139- (5) Guntheri Ligurinus Libr. III. v. S62. fqq*  GESCHIEDENIS. 113 hadden; ook had hij de fraaije kunst verftaan, om onder het beeld der waarheid te bedriegen: Veraque multa quidem, nifi tempora tiostra fideles Respuerenc monitns, falfis admixta monebat. Et fateor, pulchram fallendi noverat artem, Veris falfa probans; quia tantum falfa loquendo Fallere nemo potest; veri fub imagine falfum Influit, et fnrtim decep'tas occupat aures. arnold was eerst in het jaar 1140 naar Frankryk gevlugt, maar als hij zich hier met aeelard , wien de Abt bernhard zoo hevig vervolgde, tegen dezen verbond, bragt de Abt het bij den Paus daar toe, dat deze bevel gaf, om hen elk bijsonder in een Klooster op te fluiten , en hunne Boeken te doen verbranden ( *). Thans eerst begaf arnold zich naar Turegum, alwaar hij zijne grondregelen , even als hij te Brescia gedaan had, voordroeg; maar ook hier liet hem de Abt geen rust, veelmeer fchreef hij aan den Bisfchop van Confians, dat hij dezen vijand van christus , dezen vervolger der Geestelijkheid, niet moest dulden in zijn Kerspel, of liever dat hij hem moest laten opfluiten (f). Zelfs als de Kardinaal guido van Casteiïo, Pausfelijke Legaat in Frankryk, arnold heimelijk in zijn huis nam, hield hem bernhard (§) de waarfchuvving van den Apostel voor, om eenen Ketterfchen mensch na herhaalde waarfchuwing te verwerpen. (*) Innocent. II. Epist. in Act. Concil. Senon. a. 1140. ap. iiird. Tom. VI, P. II. pag. 1224. (f) Epist. 195. (S) Epist. ,96. XVI. Deel. H V BOEI IV Hoofdft. na C. G. Janrio73. tot 1517.  V boek tv Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. Oproer der Romeinentegen im- NOCEKTI- us. De Paus door Koning ROGIER gevangen. 114 KERKELIJKE pen. Van dezen tijd af hoorde men van arnold niets meer, zoo lang innocentius leefde. Misfchien hebben zijne grondregelen invloed gehad op den opftand der Romeinen tegen den Paus, in het jaar 1143, hoewel 'er de Schrijvers van dien tijd niets van melden. De inwoners van Tivoli, ( het oude Tikir,) waren van den Paus in den ban gedaan, en werden door de Romeinen bedwongen, die, nu verbitterd door derzelver wederftand, van den Paus begeerden, dat hij die ftad zou ontmantelen, als de Paus dit weigerde, rotten zij te hoop, en willende de oude gedaante van regering invoeren, Helden zij eenen Senaat aan, en kondigden Tivoli op nieuw den oorlog aan, zonder dat innocentius het een of ander kon verhinderen (*). Nog ongelukkiger was de Paus jegens den Koning rogier van Sicilië geweest. Dezen had hij op de Kerkvergadering van Lateranen in den ban gedaan, maar rogier kreunde zich hier zoo weinig aan. dat hij veel meer in hetjaarii3p zich bijna van geheel Apulien, na den dood van den Hertog rainulf, meester maakte. Om hem te fluiten trok de Paus met 1000 ruiters en eene menigte voetvolk hem tegen bij San Germano, bij welke plaats, na eenige vruchtelooze onderhandelingen, den aaflen Julij 1139 een gevecht voorviel, in hetwelk het Pausfelijke leger geflagen, en de Paus zelve gevangen werd. De Koning behandelde hem echter heel ftaatkundig, en liet den gevangenen Paus op het (*) otto frising. Chron. Li VII. C. 27.  GESCHIEDENIS. u nederigst verzoeken, om met hem vrede te fluiten hetwelk de Paus zonder uitftel bewilligde, waar oj rogier en zijne Zonen den Paus te voet vielen; hem om vergiffenis verzochten, en aan den Heiliger petrus , den Paus en zijne regtmatige opvolgen den eed van trouwe en leenroerigheid zwoeren, er ook de gewone jaarlijkfche fchatting beloofden; waai tegen de Paus innocentius rogier als Koning van Sicilië erkende; te meer, omdat, gelijk hij zei' de, zijn voorzaat honorius II het Koningrijk van Sicilië gefticht had, hoewel men weet, dat hetzelve met toeflemming van den Tegenpaus anakletus opgerigt was. Dus flrekte zelfs de gevangenfchat van den Paus tot bevestiging van zijne heerfchappi over een nieuw Koningrijk, en hij wist, even gelijl zijne voorzaten, een voordeelig gebruik te maker van den naam des Apostels petrus. Volgens verhaal van nieuwer Schrijvers, hoewel zonder gezag der Ouden, begeerde alfonsus VII, Koning van Kastilië, van den Paus, als opvolger van petrus, dat hij den Graaf alfonsus van Portugal, die zich federt het jaar 1139 Koning noemde, deswegens in den ban zou doen, doch als alfonsus van Portw gal aan den Paus jaarlijks twee Mark gouds beloofde, verkreeg hij van denzelven in het jaar 1141 de bevestiging van zijne Koninklijke waardigheid. Met meer zekerheid weet men, dat innocentius het Rijk van Frankryk in het jaar 1140 onder een Interdict of verbod van Godsdienst bragt, omdat de Koning lodewyk VII den Aartsbisfchop van Buurges volflrekt niet wiide erkennen. Maar deze H 2 PauS, , V , BOES IV Hoofdlr. na C. G„ Jaano73» tot 1517. Dood va» INNOCENTIUS II.  V boek IV Hoofdft. na C. G, Jaar 1073. tot 1517. De Romeinenwillen de oude regeringsvorm her «ellen. 116 KERKELIJKE Paus, die de grootfte Vorsten zoo heerschzuchtig behandelde, kon de inwoners van Rome niet beteugelen ; zij bleven tegen hem oproerig, hetwelk zijnen dood verhaastte, die den 24ften September des jaars 1143 voorviel (*). De Romeinen fchreven verfcheidene keeren aan den Keizer koenraad III, die federt het jaar 1138 op den troon zat, hem verzekerende van hunne getrouwheid en bijftand; als hij hun niet antwoordde, fchreven zij hem nader (f); dat zij het Romeinfche Rijk wilden herftellen, zoo als het onder konstantyn en justiniaan geweest was, dat zij daarom den Senaat weder hadden herlteld; zij verzochten hem fpoedig over te komen, en te Rome, de Hoofdflad der wereld, zijn verblijf te vestigen, en floten hunnen Brief met de volgende wenfchen in dichtmaat : Rex valeat, quidquid cupit obtineat, fuper liostes lauperium teneat, Romas fcdeat, regat orbem; Princeps terrarum, ecu fecit Justinianus, Ca:fiiris accipiat Csefar, qua; funt fua, Praïful, Ut Christus jusfit Petro folvente tributum. koenraad verwierp deze voorftellen als een ijdel gezwets, maar ontving den Kardinaal guido van Pifa, en andere aanzienelijke mannen, door de Roomfche Kerk aan hem gezonden , met alle eer. Hij was voorheen, toen hij de wapens tegen den Keizer lo- tha- (*) otto Frifing. Chron. Libr. VII. Cap. 27. (f) Deze Brief is door otto Frifing. bewaard, de Cest. Fred. I. Imp. L. I. C. 28.  GESCHIEDENIS. 117 tharius had opgevat, door Paus innocentius II in den ban gedaan, maar thans had de Pausfelijke partij zelve in Duitschland hem tot de Keizerlijke waardigheid bevorderd. Maar zijne overhaaste verkiezing, tot welke men de aankomst van Hertog hendrik. van Beyeren en Sakfen niet had afgewacht, had hem in twist gebragt met dit Opperhoofd van het Welffche Huis, welke wel door deszelfs dood in het jaar 1139 fcheen te eindigen, maar toch twee partijen te weeg bragt, die meer dan twee honderd jaren lang Duitschland en Italië hebben doen daveren; de Welfifche en de Hohenftaufifche , van welke de eerfte door eene nieuwe verandering de ijverige Pausfelijke geworden is. Ondertusfchen had toch koenraad zijn gebruik kunnen maken van de voorftellen der Romeinen, te meer, daar deze onlusten verfcheidene jaren voortduurden. Drie dagen na den dood van innocentius werd op den aöften September des jaars 1143 de Kardinaal guido van San Marco uit de Familie Castelh in Toskane, onlangs Pausfelijke Legaat in Frankryk, een leerling van abelard , en befchermer van arnold van Brescia, onder den naam van coelestinus II., ©p den Pausfelijken troon verheven. Hij hief het Interdict of verbod van Godsdienst weder op, hetwelk zijn voorzaat op Frankryk gelegd had. Evenwel ftond hij op het punt, om in twist te geraken met den Koning van Sicilien , omdat hij het onder zijn voorzaat met denzelven gefloten verdrag weigerde te bevestigen. Maar hij overleed den gden Maart 1144. H 3 coe- V boek IV Hoofdft. na C. G. }aario73. tot 1517. COEI.ESTINUS II wordt Paus.  V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. Voorzeggingenvan den Abt MALACHIAS. n6 KERKELIJKE coelestinus II is de eerfte onder de Pausfen, op welken de vermaarde voorzeggingen van den Aartsbisfchop malachias doelen. Deze Ier fche Aartsbisfchop, in zijne moedertaal malmedoic o morgar genoemd, was door twee Bisfchoppen van zijn vaderland onderwezen, en tot eene Monnikengodzaligheid gevormd. Hij werd fpoedig plaatsvervanger van eenen Bisfchop, en vervolgens Bisfchop van Connereth; hij bouwde Kloosters, en gaf aan dezelve Opzieners, tot hem in het jaar 1134 de Aartsbisfchop van Armagh op zijn doodbed tot zijn' opvolger, en dus tot Primaat van Ierland benoemde. In deze waardigheid werd hij door benijders en vijanden vervolgd. Een derzelven beroofde zijne Kerk van den zoogenoemden Staf van jezus , dien de Zaligmaker zelve gedragen en gemaakt zou hebben , met goud beflagen, en met juweelen verfierd; met denzelven trok bij rond, en kreeg daar door vele aanhangers, tot hij genoodzaakt was, denzelven terug te geven. Na binnen drie jaren de rust en orde in zijn Aartsbisdom herfteld te hebben, gaf malachias hetzelve aan een ander over; maar nu bedenkende, dat aan den Metropolitaanzetel in het Aartsbisdom van Armag de hoogfte eer, het Pausfelijk Pallium, nog ontbrak, deed hij deswegens eens en andermaal eene reize naar Rome; op de laatfte dezer reizen ftierf hij, zoo als hij gewenscht, en gelijk men verhaalt, ook voorzegd had, in het Klooster Clariveaux. De Abt bernhard , die bij zijn fterven tegenwoordig was, heeft zijn leven, en daar in verfcheidene wonderen, die hij verrigt zon heb-  GESCHIEDENIS. 119 hebben, zelfs de opwekking van eenen dooden, omftandig befchreven (*). Deze heeft ook twee Predikatiën op zijn overlijden gehouden (f). Deze werkzaamheden van den Heiligen bernhardus, tot eerwaardige gedachtenis van zijnen vriend, hebben veel toegebragt, dat malachias naderhand onder de Heiligen van zijne Kerk geplaatst is geworden (§). Aan dezen malachias dan worden Voorzeggingen toegefchreven over de toekomende Pausfen, ( Prophetia de futuris Pontificihus, ) die hij tet tijde van innocentius II opgefteld, en van coe lestinus II tot den laatften van alle Paufen voort gezet zal hebben (**). Zij beftaan Hechts uit wei nige woorden, in welke het karaktermatige van eikei Paus uitgedrukt zijn zal. Maar deze woorden zijl meestendeels zoo raadfelachtig of zoo laf, dat mei de gedwongenfte uitleggingen te hulp heeft moetei roepen, om derzelver vervulling in eiken Paus t vinden. Zoo is de Paus pius VI aangeduid met d woorden Peregrinus religiofus , (de Godsdienltigi Pelgrim,) dit karakter kan men in denzelven nie ontdekken, ten ware men zijne reize naar Weenei 0 (*) Liber de Vita et Rebus Gestis S. Malachia Hibernia Episcopi Opp. T. II. p. 663-698. ( f) Sermones duo in tranfitu S, Malachite Tom. III Opp. p. 326-332. (5) Bulla Canonifationis B. Malachia, in berNhab Di Opp. Tom. II. p. 697. (**) Men zie van dezelven fabricius Bibl. med. t inf. Latinit. Tom. V. v. Malachias. p. 9. H4 V boek IV Hoofdft. naC. G. Jaar 107 3. tot 1517- f 1 t  iaö K E R K E L IJ K E V bobk IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 tucius II door de Romeinen geilenigd. of zijne vervoering naar Frankryk daar toe brengen wilde. De tegenwoordige Paus zal door de woorden Aqulla rapax, (de roofzuchtige arend,) onderfcheiden moeten zijn. Van de tijden van den allerlaatften der Paüfen, (daar zullen 'er na den tegenvvoordigen nog XV zijn,) wordt voorzegd: ,, De ,, Roomfche Kerk zal in de uiterfte vervolging zit„ ten; de Roomfche petrus zal de Kerk onder ve„ le jammeren weiden; na het einde derzelven zal „ de ftad van de zeven heuvelen verwoest worden, „ en de ontzagchelijke Regter zal zijn volk oordee„ len." Om al deze voorzeggingen te fchrijven , behoefde men juist nog geen Profeet te zijn , en bovendien is het misfchien nog niet zoo zeker, dat zij van den Heil. malachias oorfpronkelijk zijn ; dewijl de Heil. bernhard, fchoon hij van zijne gave der voorzegging fpreekt, evenwel geen het minfte gewag van deze voorzeggingen maakt. Onder den opvolger van coelestinus , lucius II, voorheen Kardinaal gerardo caccianemici , rezen de onlusten te Rome ten hoogden trap. In verre landen werd het gezag van den Paus hoog geëerbiedigd, voornamelijk, door Vorsten, die zijnen invloed noodig hadden, alfonsus , Koning van Portugal, bij voorbeeld, vervoegde zich in eenen Brief (*) aan dezen Paus, met aanbod van Vafal, (proprius miles,) van den Apostel petrus en den Paus te zullen zijn, met eene jaarlijkfche fchatting van twee oneen goud, mits dat hij de befcherming van (*) Ap. balüz. Miscell. L. II. p. 220.  GESCHIEDENIS. van den Apostolifchen Stoel genoot, en lucius beloofde hem, in zijn antwoord, befcherming tegen Geestelijke en Ligchamelijke vijanden, en den ingang in het Koningrijk der Hemelen. Maar zoo eerbiedig behandelde men den Paus niet in de nabuurfchap, waar de zwakheid zijner regering meer in het oog liep. Een Mondgefprek tusfchen den Paus en Koning rogier van Sicilië, te Caperato, in het jaar 1144 vruchteloos afgeloopen zijnde, liet de Koning het Romeinfche Kampaniï door zijnen Zoon verwoesten, hoewel hij kort daar na met den Paus tot een vergelijk fchijnt gekomen te zijn. — Maar de Paus had zich nog meet over de Romeinen te beklagen, otto van Freyfingen (*) verhaalt, dat de Romeinen, behalve der door hen aangeftelden Senaat, ook eenen Patriciw. verkoren hebbende, voor denzelven van den Pau; alle landsheerlijke regten vorderden , willende, dal de Paus, als Bisfchop, zich, gelijk de oude Pries' ters, met de tiendén en vrijwillige giften zou verge noegen; waar door de Paus kort daar op wegen: zoo vele bekommeringen, van verdriet geftorven za zijn. Maar volgens den Kardinaal van Arrago nië (f) zal hij de Senatoren gewapenderhand ge noodzaakt hebben, het KapitoVtum te verlaten, er hunne waardigheden af te zweeren. Doch, gottfried van Viterbo, die in dezen tijd leefde, ver haalt, dat de Paus in deze onderneming op hei Ka- (*) Chron. Libr. VII. Cap. 31. (t) In Vita Lucii II. pag. 157. H5 V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517.'  T22 KERKELIJKE V BOER IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. EUGENIUS III wordt uit Rome gedreven. Kapitool zoo ongelukkig is geweest, dat hij in een oogenblik terug geflagen, en met groote fteenen zoo hevig getroffen is geworden, dat hij tot zijnen dood toe, die den asften Februarij 1145 volgde, niet weder op den Pausfèlijken Stoel heeft kunnen zitten. De Kardinalen haastten zich, opdat deze onlusten door het ledigftaan van den Pausfèlijken Stoel niet gevaarlijker mogten worden, om denzelven te vervullen, en verkoren petrus bernhard uit Pi/a, Abt van een Cistercienfer Klooster bij Rome, een leerling van den Heil. bernhard , tot Paus, onder den naam van eugenius III. Maar toen hij in de Pieterskerk zich wilde laten wijden, vernam hij, dat de Senatoren voornemens waren, om hem te noodzaken, om hen in hunne waardigheid te bevestigen, waarom hij met de Kardinalen de vlugt nam in het Klooster Farfa, waar zijne inwijding voltrokken werd. Vervolgens begaf hij zich naar Viterbo, waar hij tijding kreeg van den treurigen toeftand der Christenen in het Heilige Land, hetwelk hem aanleiding gaf, om den Koning van Frankryk, lodewyk VII, tot eenen nieuwen kruistogt aan te fporen. Middelerwijl hadden de Romeinen den Pausfèlijken Bevelhebber in hunne ftad afgezet, en zich van de Pieterskerk en de geheele ftad meester gemaakt; waarom de Paus vooreerst hunnen Patricius in den ban deed, en hen vervolgens met hulp van die van Tivoli noodzaakte, den vrede te vragen, welken hij hun verleende, onder voorwaarde, dat zij het Patriciaat affchaffen, zijnen Bevelhebber herftellen, en de Senatoren alleen naar zijnen wil aannemen zouden. Dus  GESCHIEDENIS. 123 Dus keerde eugenius III tegen het einde des jaars 1145 naar Rome terug, maar alzoo de Romeinen Tivoli ten gronde toe wilden vernielen, en de Paus dit weigerde, moest hij in 1146 de ftad andermaal verlaten. Kort na dat de Paus de regering aanvaard had, was arnold van Brescia ook te Rome gekomen, alwaar hij dit vuur van oneenigheid merkelijk aanblies, door zijne voordragt, dat de Paus geen ander dan Kerkelijk gezag aldaar behoorde te oefenen (*). eugenius nam vervolgens de wijk naar Frankryk , terwijl zijn oude Leermeester, de Abt bernhard , zijne zaak zich met ernst aantrekkende, eenen nadrukkelijken Brief aan de Romeinen fchreef, ten einde hen te vermanen, om, gelijk hij zich uitdrukt, weder te keeren tot den Herder en Bisfchop, (Opziener,) van hunne zielen; zich met God, ei met hunne Prinfen, petrus en paulus , te verzoe nen; als ook met zoo vele duizend Martelaren, dii bij hen, maar nu tevens tegen hen waren; en ein delijk ook met de ganfche Kerk der Heiligen (f) Te gelijker tijd drong hij met eenen Brief (§) bi den Keizer aan, dat hij het zwaard behoorde aai te gorden, om aan den Keizer, het gene des Kei zers was, en aan God, het gene Godes was, we der te bezorgen, en de Romeinen te ftraffen. Ii het bijzonder deed hij den Paus eenen gewigtigei dienst ( * ) otto Freyfing de Gest. Frid. I. Imp. L. II. C. 2c (t) Epist. 243. Opp. Tom. I. pag. 24I. (§) Epist. 244. V boek IV Hoofdft. na C. G. jaari073. tot 1517. >  Ï24 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaari073, tot 1517, dienst, toen hij in het jaar 1146 zelve naar Duitschland reisde, en den Keizer tot eenen kruistogt naar het Heilige Land overhaalde. — Ook hielp hij den Paus met raad en daad, om in het midden van deze omftandigheden zijn gezag te handhaven, gelijk hij deed in het jaar 1147 en 1148, door twee Kerkvergaderingen te houden , eene te Parys, en eene te Rheims, op welke de zoogenoemde Ketterijen veroordeeld, en verfcheidene vastftellingen in Kerkelijke zaken gemaakt werden. Zoo ver ging deze invloed van den Abt op den Paus, dat deszelfs Kardinalen zich daar over ten uiterften misnoegd toonden, doch de Abt wist hen door zachte woorden en nederige verklaringen te bevredigen. Ondertusfchen werd de Paus door zijnen raad meermalen in netelige omftandigheden gebragt. In het jaar 1140 verkoos een gedeelte der Domheeren van Tork willem , een' Zusterszoon van Koning steven, maar een ander gedeelte den Abt murdach, een' Cistercienfer Monnik en Leerling van den Heil. bernhard , tot Aartsbisfchop. De eerfte, als de meeste Hemmen hebbende, werd door hendrik, Bisfchop van Winchester, 'sKonings Broeder, gewijd; maar murdach wendde zich tot den Paus, en werd door bernhard onderlteund. willem bleef echter in hét bezit van het Aartsbisdom tot in het jaar 114,% wanneer de Paus hem op de vergadering te Parys afzette, baronius zelve erkent de onregtvaardigheid van dit vonnis, fchoon hij tevens aanmerkt, dat dit de heiligheid van bernhard niet benadeelt, als dit niet ontkende, dat hij fomtijds door valfche bff-  GESCHIEDENIS. 125 berigten misleid was geworden, willem is naderhand onder de Heiligen der EngeJfche Kerk geplaatst, ook heeft hij na 's Paufen dood het Aartsbisdom weder gekregen. bernhard beijverde zich nog, om een blijvend gedenkftuk van zijne verkleefdheid aan den Paus te geven, waarom hij, om dezen tijd, een werk opHelde , behelzende regelen en voorfchriften voor eenen Paus (*); in het tweede Boek van dit werk onderligt hij den Paus, waar hij zijne aandacht op behoore te vestigen, te weten, op zich zeiven, op hei gene onder hem, om hem, en boven hem is. In zich zeiven moest hij overwegen: wat, wie, en hot hij gefield was? Op de eerfte vraag is het antwoord: een mensch, gevolgelijk een redelijk en Herfelijk dier, waar uit zekere lesfen volgen. De tweede vraag is ligt beantwoord : Hij is Paus; maai dit behandelt de Abt omftandiger; hij leert den Paus, dat hij deze grootheid niet gekregen heeft, om te heerfchen, maar om anderen te dienen; hij zou meer werk vinden, dan hij afkon enz. ,, Gij zijt," zegt hij verders, „ de groote Priester, de Prins der Bisfchoppen, de erfgenaam der Apostelen, in Eerstgeboorte Abel, in regering Noach, in Patriarchaat Abraham , in orde Melchizedek, in waardigheid Aaron , in aanzien Mozes, in regterlijke magt Samuel, in vermogen Petrus, in zalving Christus. Aan u zijn de fleutelen gegeven, en de fcha- (*) De Confideratione Libri V. ad Eugenium III. T. II. Opp. p. 413 -464. V BOEK IV Hoofdfl. na C. G. Jnano73. tot 1517. Voorfchrift van BEENHARD aan Paus EUGENIUS.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073, tot 1517. 116 KERKELIJKE fchapen toevertrouwd. Daar zijn nog wel andere Deurwachters van het Koningrijk der Hemelen, en Herders der Kudden, maar aan u is de geheele kudde overgelaten. Immers toen christus aan petrus beval, zijne fchapen te weiden, zonderde hij 'er geene uit; en deze zelfde Apostel wandelde op de zee, welke de wereld beteekent, tot zijnen Meester. " De derde vraag geeft hem gelegenheid , om den Paus verfcheidene deugden aan te prijzen. In het derde Boek wordt den Paus voorgehouden, wat hij onder of beneden zich heeft op te merken. Aan hem, als erfgenaam der Apostelen, is de geheele wereld als erfenis toebedeeld, doch niet ter bezitting of ter beheerfching, — maar ter bezorging en befturing, ( dispenfatio,) Hij moet de Ongeloovigen bekeeren, de Ketters en Scheurmakers tot het regte geloof en tot de eenheid terug brengen, ook in toom houden, dat zij geen nadeel aanrigten. Vervolgens klaagt hij, dat de geest van eerzucht, die alleen het zijne zocht , de geheele Katholijke Kerk en ook den Apostolifchen Stoel befmet heeft, dat 'er een misbruik gemaakt wordt van de beroepingen op den Apostolifchen Stoel, waar van het gevolg is , dat de Bisfchoppen trotfcher, en de Monniken liederlijker, ja zelfs armer worden; maar anderen ergeren zich, worden onwillig, en lasteren. Eindelijk brengt hij den Paus onder het oog , dat de wetten door hem zeiven voor eenige jaren aan de Geestelijkheid , (Clerus,) voorgefchreven, geheel niet waargenomen werden. In het vierde Boek overweegt hij het gene om den Paut  GESCHIEDENIS. 127 Paus is. De Geestelijkheid van Rome behoorde de gefchiktfte van allen te zijn, maar desniettemin klaagt hij over de flechte zeden der Romeinen, en der Prelaten van het Pausfelijke Hof, over de eerzucht, geldgierigheid en kleederpragt dezer laatften, over de hebzucht der Pausfelijke Legaten , en over den pligt van den Paus, die geen Heer der Bisfchoppen, maar één van hen behoort te zijn. Eindelijk houdt hij zich in het vijfde Boek het langst op, om den Paus te leeren bedenken, het gene boven hem is, alwaar hij in vele Spitsvinnigheden zich breedvoerig uitlaat over de befchouwing van God en de Engelen enz., en veel Mijfiikerij bijbrengt. Dit geheele werk is ondertusfchen daarom te merkwaardiger, dat in deze eeuw een Abt zich zoo veel vrijmoedigheid veroorlooft, terwijl uit het gene hij aanvoert natuurlijk dit gevolg voortvloeit, dat de Pausfen niet Vorsten behoorden te zijn, gelijk zij toenmaals waren , maar enkel Leeraren van den Godsdienst; hoewel bernhard juist ten dezen niet geheel met zich zei ven beftaanbaar is. Deze raadgevingen en voorfchriften van den ten dien tijde algemeen hooggeachten man, mogen met dankbaarheid van den Paus aangenomen en in zijne huisbibliotheek bewaard zijn geworden, het blijkt echter niet, dat zij in de uitoefening veel voordeel aangebragt hebben; het tegendeel blijkt veel meer uit de klagten van bernhard, over eenen Pausfèlijken Legaat, in het jaar 1152 aan den KardinaalBisfchop van Ostia (*): „ Ulieder Legaat," zegt (*) Ep. 290. hij, V BOEK IV Hoofdft. na C. G» jaar 1073. tot 1517.  128 KERKELIJKE V BOKK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. Doodvm EUGEiNIU III. hij, ,, is van het ééne Volk en Koningrijk tot het andere gegaan, en heeft overal fchandelijke en verfoeijelijke voetftappen bij ons achtergelaten. Van den voet der Alpen en van het Duitfche Rijk af, heeft deze Apostolifche man, terwijl hij bijkans alle Kerken van Frankryk en Normandyè is rondgereisd, die niet met het Euangelie maar met Kerkroof vervuld. Overal zal hij flechte dingen uitgevoerd, buit uit de Kerken gehaald, en fchoone jongens tot Kerkelijke bedieningen bevorderd hebben, of ten minften hebben willen bevorderen. Velen hebben zich vrijgekocht, opdat hij maar niet bij hen mogt komen ; waar hij zelve niet komen kon, beeft hij door zijne Afgevaardigden geld afgeperst. Hij heeft zich in Scholen, aan Hoven, op de ftraten en wegen, openlijk ten fpot gemaakt. Wereldlijken en Geestelijken fpreken flecht van hem; armen, Monniken en Geestelijken beklagen zich over hem. Zelfs lieden van zijnen ftand betuigen den hoogden afkeer van zijn' naam en zijn leven. Laat onzen Heer dezen Brief lezen! Hij mag zelve toezien, wat met zulk een mensch te doen is; ik heb mijne ziel bevrijd. Doch dit zeg ik met mijne gewone vaardigheid: het is goed voor hem, als hij zelve zijn Hof zuivert, en op deze wijze zijn geweten ontlast." 1 Ondertusfchen duurde het lang, eer eugenius ! gerust bezit van Rome kon nemen. Hij had wel in het jaar 1149 de Romeinen met hulp van Koning rogier tot onderwerping genoodzaakt, maar in het volgende jaar deze HoofJftad weder moeten verlaten. Eindelijk floot hij in het jaar 1152 een vergelijk  GESCHIEDENIS. l3g lijk met de Romeinen, doch overleed den 7den Julij des volgenden jaars. Hij had zich door aalmoezen en andere weldaden gedurende dien tijd het grootfte gedeelte der ftad geheel onderdanig gemaakt, en zou waarfchijnlijk het affchaffen der Senatoren uitgewerkt hebben, indien de dood hem niet weggerukt had. Reeds in Februarij des jaars 115a was ook de Keizer koenraad III overleden, aan wien eugenius III zoo veel te danken had, en wiens afwezenheid van Italië de groote fteden van Lombardyë gediend had, om zich onafhankelijk te maken. In Maart des gemelden jaars werd zijn Broeders Zoon frederik , Hertog van Zwaben, een Vorst van veel grooter begaafdheden tot regeren en oorlogen, tot zijnen opvolger verkoren. Deze zal, naauwelijks zeventien dagen na zijne verkiezing, indien men een oud Ituk, ten opfchrift hebbende, Cencius Cameralis, door baronius (*) het eerst in het licht gebragt, geloof mag geven, te Konftans een verdrag met den Paus gefloten hebben. Doch, tegen de echtheid van dit ftuk, is zeer veel ingebragt; ook openbaarde deze Keizer fpoedig zoodanige gezindheden jegens den Paus, welke met den inhoud van dit verdrag niet wel te vereffenen zijn. Te Maagdenburg had een deel der Domheeren ; den Proost van hunne Kerk, gerhard , en een an- j der deel den Deken tot hunnen Aartsbisfchop verkoren. De partijen wendden zich beiden tot den Kei00 Ann. ad a. 1152. ». 5. XVI. Deel. I V BOEK iv Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. Dood van Keizer ÏOENJAAD.?REDEItIK [ wordt Keizer. LNASTA- ïusIV 'ausy  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. Dood va: ANARTASl us IV. ADRIAAN IV volgt hem op. I3o KERKELIJKE Keizer, die den Deken en zijne partij bewoog, om wichman, Bisfchop van Zeiz, tot Aartsbisfchop te verkiezen, aan wien de Keizer terftond de Regalien van het Stift fchonk; maar gerhard vervoegde zich tot den Paus, die in eenen fcherpen Brief de Duitfche Aartsbisfchoppen en Bisfchoppen beftrafte, dat zij in deze zaak niet het beste van Gods Kerk in acht genomen, maar den aardfchen Vorst hadden zoeken te behagen, hen gebiedende, den Keizer te vermanen, om zich niet tegen de Kerk van God te verzetten. Ondertusfchen overleed eugenius III in het jaar 1153» en de Kanaal • Bisfchop van Sabina, koenraad , een geboren Romein ,werd tot zijn opvolger benoemd, onder den naam van anastasius IV. Deze zond den Kardinaal gerhard naar Duitschland, om dit verfchii bij te leggen; maar deze moest onverrigter zake terug keeren, waar op de Keizer wichmann zeiven met zijnen Gezant naar Rome liet reizen, alwaar de Paus zijne verkiezing bevestigde, en hem ook het Pallium fchonk. ! anastasius ftierf in het jaar 1154. In zijne - plaats werd nicolaus van brakespeare , een Engelschman, thans Kardinaal-Bisfchop van Albano, verkoren, die zich adriaan IV noemde. Deze was van een'Bedelaarsjongen in zijn Vaderland, naderhand Monnik géwordén in een Klooster digt bi] Avignon, in hetwelk hij in het jaar 1137 tot Abt opgeklommen was. Maar de Monniken hadden fpoedig berouw , wegens de geürengbeid zijner zeden , en brasten tot tweemalen hunne bezwaren tegen hem bij  GESCHIEDENIS. 131 bij den Paus eugenius in; doch deze, zijne onfchuld erkennende, hield hem te Rome, ën verhief hem tot aanzienlijke waardigheden. Bij de aanvaarding van zijne regering vond hij den voor de Paufen zoo gevaarlijken arnold van Brescia nog in de Hoofdftad. Deze, door de Senatoren en andere aanzienlijke Romeinen befchermd, bleef in deze ftad, niettegenftaande de bevelen der Paufen, die hem uit dezelve verdrijven wilden. Zelfs verdedigden zijne aanhangers hem met geweld, en wondden onder anderen eenen Kardinaal op ftraat doodelijk, hetwelk zekere Vatikaanfche Acten bij baronius .(* ) aangehaald, aan arnold zeiven toefchrijven; waar op de Paus alle Godsdienstoefening in Rome verbood; de eerfte ftraf van die natuur vooi deze ftad; welke niet werd opgeheven, voordat arnold met zijne aanhangers uit de ftad verdreven werden; arnold zworf eenigen tijd om, maar viel fpoedig eenen Pausfèlijken Legaat in handen; uit welke hij wel door twee Graven van Kampani'è verlost werd, maar die door Keizer frederik eerlang genoodzaakt werden, hem over te leveren; hebbende de Keizer misfchien den man, die algemeen voor een' Ketter verklaard werd, niet durven onthouden aan de magt der Geestelijkheid, uit hoofde zijner toenmalige omftandigheden, hoe zeer deze anders voor de Keizerlijke regten tegen de aanmatigingen der Paufen geijverd had. Hoe het zij, arnold werd naar Rome gevoerd, alwaar de Stadhouder in het (*) ad a. 1155. n' •• I 2 V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. toe 1517. Uiteinde van ARNOLD van Brescia.  V boek IV Hoofdft. naC. G Jaario73 tot 1517 13a KERKELIJKE het midden van het jaar 1155 hem openlijk liet ophangen , en zijn ligchaam, opdat het van het volk niet vereerd mogt'worden, verbranden, en de asch in den Tiber werpen (*). — arnold was bij de Geestelijkheid van zijnen tijd een oproermaker en ketter, en dewijl zijn ontwerp van eene geheele ftaatsverandering in de Kerk, bij gebrek van onderfteuning der Vorsten, geheel mislukte, durfde niemand zijner tijdgenooten voor de vuist 'smans voorftellen en gedrag onderzoeken ; wat gunther 'er van gefchreven heeft, hebben wij boven (f) gezien. Ook verdienen de woorden van geroh of gerho, Proost van Reichersberg, die toen leefde, opmerking (§): „ arnolds booze leer," fchrijft hij, „ is misfchien met goeden ijver, maar te gelijk met geringe kunde, voorgedragen. Doch even min keure ik zijne orregtmatige terdoodbrenging goed. Ik wilde, dat hij wegens zijne leerftellingen, of door verbanning, of door gevangenis, of op eene andere wijze, maar niet door den dood , geftraft was geworden, ten minden dat men hem zoo omgebragt had, dat de Roomfche Kerk of het Roomfche Hof niet aanfprakelijk ware. Want is hij, zoo als men zegt, zonder haar vonnis en toeftemming, door den Stadhouder aan zijne wacht ontnomen, en van deszelfs knechten om bijzondere redenen gedood, omdat dezelve namelijk, door aanleiding der leerftellingen (*) otto Freifing. de Gest.Fred. I. L. II. C.20./>. 461. (f) Bladz. na, 113- ($) De investigatione Antichrist* Libr. I.  GESCHIEDENIS. 133 gen van arnold , zeer veel van de Romeinen geleden had, waarom hebben zij zich ten minften niet ontzien, zijn lijk nog verder te mishandelen, opdat de bloedftraffe van het Priesterlijke Huis verwijderd bleef?" — De Proteftanten hebben in het gemeen arnold als een' moedigen voorftander der Christelijke vrijheid en Hervormer der Geestelijkheid befchouwd, en zeker is het, dat hij zich voor regtmatige grondregelen heeft opgeofferd, maar ten aanzien der wijze, waar op hij zulks deed, kan men uit gebrek van onpartijdige befcheiden naauwelijks oordeelen. Dat hij de regten en aanfpraken van den Paus op het wereldlijk bezit van Rome beftreed, kan of mag op zich zelve geen oproer genoemd worden. Zijne aanhangers, Arnoldisten genoemd, hebben naderhand, doch altijd te vergeefs, foortgelijke ondernemingen beproefd. De Keizer zelve toonde, door zijn gedrag, dal hij volftrekt de Wereldlijke Opperheer van Rome wilde zijn. Hij was reeds tegen het einde des jaars 1154 met eene talrijke krijgsmagt in Italië gerukt, niet alleen om zich plegtig te laten kronen , maar ook om het verloren Keizerlijk gezag bijzonder in de fteden van Lombardyë te herftellen, gelijk hij dan ook het trotfche Milanen, waar men zijne bevelen met voeten getrapt had, gevoelig vernederde. Vervolgens trok hij in het midden des jaars n 55 zoo fchielijk op Rome aan, dat Paus adriaan met verhaasting in de vesting Castellana vlugtte, maar door den Keizer gerust gefield zijnde, vervoegde hij zich bij denzelven te Sutri, in de nabuurfchap van RoI 3 me. V boek IV Hoofdft. naC. G. Jaano73. tot 1517. FREDERIK 1 wordt te Rome gekroond!  V BOEK IV Hoofdft na C. G Jaario73 tot 151'/ 134 KERKELIJKE me. Doch, toen de Keizer, wanneer de Paus van: het paard fteeg , hem niet , zoo als het gewoon was, den ftijgbeugel hield, ontftelden de Kardinalen . over dit verzuim zoo zeer, dat zij ten fpoedigften weder naar Castellana keerden. De Paus zelve zette zich ontfteld op eenen ftoel; frederik kustte hem knielend den voet; maar als hij den kus des vredes verwachtte, zeide de Paus tegen hem: „ Dewijl gij mij de gewone en fchuldige eer onthouden hebt, die uwe voorzaten, de regtzinnige Keizers, uit eerbied voor. de Apostelen petrus en paulus, aan onze voorgangers bewezen hebben, zal ik u ook niet eer tot den kus des vredes toelaten, voordat gij mij voldoeniag gegeven hebt." De Keizer beweerde, daar toe niet verbonden te zijn, en men twistte hier den geheelen volgenden dag over. Ten laatften, nadat men de oude Vorsten, die bij de kroning van lotharius tegenwoordig waren geweest , geraadpleegd, en de oude gewoonte bij zoodanige gelegenheid onderzocht had, bewilligde het geheele Keizerlijke Hof daar in, dat fp^ederik , als de Paus te paard zou ftijgen, den ftijgbeugel zou houden , hetwelk dan ook gefchiedde (* ). — Maar helmold, die niet lang na deze gebeurtenis geleefd heeft, verhaalt dezelve op deze wijze (f) : De Keizer was den Paus, bij deszelfs komst, te gemuet gegaan, en had hem, toen hij van het paard fteeg, (*) Zoo verhaalt baronius uit de Vatikaanfchc Akten ad a. 1155. ». 4. (t) Qhvon. Slavor. L. I. C. 8.  GESCHIEDENIS. 135 fteeg, den ftijgbeugel gehouden. Daar op had de Bisfchop van Bamberg, in naam des Keizers en der Vorsten, aan den Paus gemeld, dat zij eenen Vorst hadden van de roemrijkfte hoedanigheden, en inzonderheid eenen ongemeenen vereerer van de Roomfche Kerk, zoo als de eerbied thans door hem bewezen, getuigde. Dus was nog overig, dat de Paus het zijne deed, en het gene nog aan de volle Keizerlijke Hoogheid ontbrak , door Gods genade vervulde. Hier op zou de Paus geantwoord hebben: „ Het zijn bloote woorden, Broeder, die gij fpreekt. Gi; zegt, dat uw Vorst den Heiligen petrus de fchul dige eerbiedigheid bewijst; maar deze fchijnt eer ver. acht te zijn: want daar hij den regter ftijgbeuge had behooren te houden, heeft hij den linker ge houden." Toen men dit aan frederik door eenei Tolk verklaarde, zeide hij heel nederig: „ Meli hem, dat het mij daar bij niet aan godsvrucht maa aan kunde ontbroken heeft; alzoo ik juist nooit vee werk gemaakt heb van den ftijgbeugel te houden hij is de eerfte, wien ik zoodanige gehoorzaamhei bewezen heb. " Als eindelijk de Paus hernam „ Indien hij het ligtfte uit onwetendheid verzuim heeft, hoe gelooft gij wel, dat hij het groote z; waarnemen?" werd frederik misnoegd, en vraa£ de: van waar deze gewoonte ontftaan was? N hevig twisten werd eindelijk een vergelijk tusfche den Keizer en den Paus getroffen. Deze kibbelin over het houden van den ftijgbeugel tusfchen de Keizer en den Paus is karakteristiek zeker voor di zen tijd en voor de gefchiedenis der Paufen. I 4 Schi V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. I 1 l r I > i 1 \ a ti ti s-  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 Twist van den Paus met den Koning vanSicilie Twist met Keizer FREDERIK 136 K E R K E L IJ K E Schielijker werden de voorftellen der Romeinen door den Keizer van de hand gewezen, tegen weiken de Paus den Keizer waarfchuwde, op wiens raad de Keizer de Pieterskerk en dat gedeelte van Rome, hetwelk leo's ftad genoemd werd, met krijgsvolk deed bezetten, waar op hij den eerften Junij des jaars 1155 gekroond, maar ook terftond door de Romeinen aangevallen werd, die hij echter met groot verlies terug floeg. Dus had hij nu de Keizerlijke kroon ontvangen, maar geenszins de heerfchappij van Rome verkregen; integendeel, toen hij door eene ziekte, onder zijn leger ontftaan, kort daar na naar Duitschland moest keeren, bleef deze ftad in den vorigen toeftand (*). Ondertusfchen was de Paus in een onaangenaam verfchil ingewikkeld met willem, Koning van Sicilië, Zoon en Opvolger van Koning rogier, met wien hij in oorlog raakte, omdat hij denzelven in zijnen Brief in het jaar 1155 niet Koning maar Heer van Sicilië genoemd had. In dezen oorlog had willem, niettegenstaande de Paus hem in den ban deed, ver de overhand, en belegerde den Paus in Benevento; maar als de Paus om vrede verzocht, fchonk willem hem niet alleen denzelven, maar viel hem zelfs te voet, en deed hem den Leeneed voor het Koningrijk Sicilië en zijne andere Landen in Italië. Dit vredesverdrag mishaagde den Keizer frederik I, die om des Paufen wil mede deel in dezen oor- (*) otto Frifing. de gest. Imp. Freder. I. L. II. C. 21-23.  GESCHIEDENIS. i37 oorlog genomen had; nog meer werd de Keizer getergd door eenen Brief van den Paus aan hem, bij gelegenheid dat de Aartsbisfchop van Lunden in Schonen, op zijne terugreis van Rome bij Diedenhoyen, (Thionville,) van eenige roofzuchtige Edellieden gevangen was genomen, waar aan frederik zich weinig had laten gelegen zijn, waar over de Paus hem beftrafte, met eenen Brief, aan welken niet alleen de Keizer, maar ook de Rijksvorsten zich zeer ergerden, omdat de Paus daar in zeide, dat hij den Keizer de volkomenheid der waardigheid en eere door de Keizerlijke kroon had opgedragen, en hem gaarne nog grooter weldaden, (beneficia,*) zou bewezen hebben; welk laatfte woord beneficium toenmaals de beteekenis had van leen, leengoed, even als of de Paus het Roomfche Rijk als een Pausfelijk leen had willen befchouwen , eene verklaring, welke niet zoo vreemd was , federt men, na de tijden van gregorius VII, te Rome van de leenroerigheid van alle Christelijke Rijken van den Paus begonnen had te fpreken. Men voegde hier bij, dat men de leenroerigheid der Keizeren te Rome zelfs door fchilderijen op de Nakomelingfchap wilde voortplanten, zoo vond men in het Paleis van Lateranen eene fchilderij van den Keizer lotharius, met het onderfchrift (*): Rex venit ante fores, jurans prius urbis honores; Post homo fit Papa, fumit quo «ante coronam. Toen de Rijksvorsten over het een en ander hun mis- C) RADEVic. de gest. Fred. I. Imp. L. I. C. 10. 15 V BOEK IV Hoofdlr. na C. G. Jaario73. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73 tot 151/. i33 KERKELIJKE misnoegen te kennen gaven, verftoutte zich de Kardinaal-Legaat, die den Brief had overgebragt, om te vragen, „ van wién heeft dan de Keizer het Rijk, indien hij het niet van den Heer Paus heeft?" Hier door werden de Vorsten zoo verbitterd, dat de Paltsgraaf otto van wittelsbach , die het bloote zwaard voor den Keizer droeg , bijna met hetzelve den Legaat zou nedergefabeld hebben, indien de Keizer het niet verhinderd had; maar deze beval de Pausfelijke Gezanten, den volgenden morgen te vertrekken, en zonder in het gebied der Bisfchoppen en Abten rond te reizen, regelregt naar Rome te keeren. Vervolgens liet de Keizer rondgaande Brieven afgaan aan alle de Wereldlijke en Geestelijke Rijksftenden, waar in de Keizer klaagde over de verbazende trotsheid van den Pausfèlijken Legaat, (de eltttudine fuperbice, de fastu arrogantice, de execrabili cordis elatione,') vervolgens over den inhoud van den Pausfèlijken Brief, die het Rijk als een Pausfelijk leen fcheen aan te merken, betuigende, zich eer aan doodsgevaar te zullen blootftellen, dan de eer des Rijks te laten verminderen. Te Rome maakte het lot der Legaten verfchillenden indruk; een deel der Geestelijkheid gaf den Keizer gelijk, geloovende, dat de Legaten zich te onachtzaam of te onvoegelijk gedragen hadden; een ander deel nam de partij van den Paus; maar de Rijksvorsten gaven in het jaar 1158 aan den Paus den raad, om zich bij den Keizer te ontfchuldigen, uit vrees voor de verderfelijke gevolgen, welke uit deze zaak mogten voortvloeijen. De  GESCHIEDENIS. 139 De Paus, vernemende, dat de Keizer voornemens was, met een leger in Italië te komen, volgde dezen raad, doch fchreef eerst aan de Duitfche Bisfchoppen, bij welke hij de handelwijze des Keizers ten ergften affchilderde, maar dezen fchreven hem een antwoord, in hetwelk zij hem meldden, dat zij den Keizer over deze zaak onderhouden hebbende, van den Vorst het volgende befcheid hadden gekregen: „ Ons Rijk moet door twee dingen geregeerd wor„ den; door de heilige wetten der Keizeren , en 5, door de goede gewoonten onzer Voorvaderen. „ Wij willen en kunnen deze grenzen niet over„ fchreden; wij nemen niets aan, wat van dezelven afwijkt. Gaarn bewijzen wij aan onzen Vader „ de fchuldige eerbiedigheid; de vrije kroon van „ ons Rijk fchrijven wij enkel aan de Goddelijke „ weldaad, (divino beneficio,) toe; de eerfte keur„ ftem kennen wij toe aan den Aartsbisfchop van „ Maintz; het overige aandeel aan de verkiezing ,, der Vorsten naar derzelver orde; het regt der „ Koninklijke Zalving aan den Aartsbisfchop van „ Keulen, en der hoogfte, welke de Keizerlijke is, „ aan den Paus. Wat hier boven is, is overtol4, lig, is van den Boozen. De Kardinalen hebben „ wij, niet tot verachting van onzen geliefdften en „ eerwaardigften Vader en inwijder , (confecrato„ ris,) genoodzaakt, ons Rijk te verlaten. Ook „ willen wij niet dulden , dat zij verder met ge„ fchriften, die tot fchimp en ergernis van het Rijk „ ftrekken, te voorfchijn komen; den in- en uit„ gang van Italië hebben, wij niet verboden; er „ wil- V BOEK IV Hoofdft. naC. G. ]aario73. tot 1517.  V EOF.lt IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. £Ot ISI?. 140 KERKELIJKE „ willen denzelven ook voor Pelgrims, of voor de „ genen, die in hunne belangen met regt en met „ het getuigenis van hunne Bisfchoppen naar den „ Roomfchen Stoel reizen, niet fluiten; maar wel „ willen wij de misbruiken voorkomen, door welke „ al de Kerken van ons Rijk bezwaard en verzwakt „ zijn, en bijkans alle Kloostertucht geftorven en „ begraven is. God heeft de Kerk in het aange„ zigt der wereld, (in capite orhis,) door het Rijk „ verhoogd; thans verftoort de Kerk, (maar wij „ gelooven niet, door God,) het Rijk in het aan„ gezigt der Wereld. Met de fchilderij is het be„ gonnen; bij die fchilderij is dit gefchrift geko„ men; het gefchrift poogt een geldend gezag te „ verkrijgen. Wij zullen dit niet dulden of verdra„ gen; wij willen eer de kroon nederleggen, dan „ dat wij de kroon des Rijks zoo met ons zouden „ laten vernederen. De fchilderij moet vernietigd, „ het gefchrift moet teruggenomen worden, opdat „ 'er geene eeuwige gedenkftukken van vijandfchap „ tusfchen het Rijk en het Priesterdom overblij„ ven." Zij raadden daarom den Paus, om den Keizer door een' vriendelijker Brief te verzachten. Ingevolge van dezen raad zond adriaan twee Kardinalen aan den Keizer, die geheel anders ten Hove wisten te verkeeren dan de voorgaande. Deze gaven zelfs, het geen geheel ongewoon was, aan de Keizerlijke Gevolmagtigden, die in Italië gekomen waren , eerst een bezoek, om hun opening van hunnen last te geven. In het Trentifche werden zy van twee roofzuchtige Graven geplunderd en  GESCHIEDENIS. 141 en gevangen genomen, maar door Hertog hendrik van Beyeren en Sakfen met alle voldoening bevrijd. Zij ontmoetten den Keizer in het jaar 1158 in het leger bij Augsburg; begroetten hem van wege den Paus en al de Kardinalen als Heer en Keizer der ftad en der wereld, beklaagden zich, dat de Roomfche Kerk tegen hare bedoeling zijn ongenoegen op zich geladen had; en gaven eenen Brief over van den Paus aan den Keizer, welken de Bisfchop otto van Freyfingen voorlas en vertolkte. De Paus beklaagde zich in denzelven, dat de Keizer, op aanftoken van anderen, het woord beneficium in den zin van een leen had genomen, hetwelk hij betuigde verftaan te hebben van eene goede daad; zoo was ook het woord contulimus door hem alleen gebruikt, om te beteekenen, dat hij hem de Keizerlijke kroon had opgezet; vervolgens geeft hij den Keizer eene zachte beftraffing, dat hij zich niet bi hem beklaagd had, dewijl hij terftond voor zijne eere zou gezorgd hebben; voorts vermaant hij hem. zich volkomen met de Kardinalen te verftaan, die hij onder bemiddeling van den Hertog hendrik had afgezonden. Hier door werd de Keizer te vrede gefteld, te meer, dewijl de Kardinalen alles tot zijr genoegen beantwoordden. Of de ontfchuldiging var den Paus omtrent het woord beneficium opregt ware. kan men niet beflisfen, te minder, omdat duidelijk in het onderfchrift op de bovengemelde fchilderij gezegd werd, dat de Keizer een Vafal of Leenman van den Paus is. Deze fchilderij zal toen wel weggenomen en aan eene zijde gefchoven zijn, maai mei V BOEK IV Hoofdft. naC. G. Jaano73tot 1517.  jg* KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G, Jaano73tot 1517. DeKeizei trekt naai Ironie. Nieuwe verfchillen met den Paus niet vernietigd, zoo als de Keizer begeerd had. Want nog in het jaar 1656 heeft de Kanunnik van de Kerk van Lateranen, caesar rasponi, dezelve als eene afbeelding of fchilderij, in een vertrek van het Paleis tegen deze Kerk ftootende, te vinden, in het koper laten brengen (*). Men ziet daar den Keizer met zijn gevolg voor eene poort van Rome te paard ftilhouden, en den Paus, die in de poort ftaat, hem ontvangen. Het onderfchrift is, zoo als wij het boven hebben aangehaald , alleen met dit onderfcheid, dat hier de eerfte woorden zijn: Rex ftetit ante fores. Thans was, gelijk het zich liet aanzien, de goede verftandhouding tusfchen den Keizer en den Paus herfteld, maar de zaken veranderden reeds weder in het volgende jaar. frederik trok in het jaar 1158 met een ongemeen talrijk leger naar Italië, en noodzaakte Milanen tot onderwerping, ook hield hij eene groote Italiaanfche Rijksvergadering in de Roncalifche Velden, dat is bij Roncaglia, in het gebied van Piacenfa, op welke de vermaardfte Leeraars in het Romeinfche regt te Bologna met Afgevaardigden der fteden van Lombardyen bewezen, hoe vele en groote Regalien den Keizer in Italië toekwamen, die hem tot de aanzienlijkfte bezittingen, eifchen en inkomften regt gaven. Door deze uitgeftrekte verklaring der Keizerlijke regten verloren alle Grooten en fteden; maar ook was 'er de Paus kwalijk mede (*) De Bafilica et Patriarchio Lateranenfi L> IV. p. 291. Rom. foL  GESCHIEDENIS. 143 «e vrede. Niets kon hem onaangenamer zijn, dan deze vermeerdering van magt des Keizers in Italië; een bekommerlijke nijd, zegt een Schrijver van dezen tijd (*), werd in hem gaande, hij zag alles, wat de Keizer genomen had, aan, als of het hem ontgaan was. Daar bij kwam nog, dat de Keizerlijke ambtenaren even zoo wel in de Paufelijke fteden en landerijen, als in andere gewesten van Italië, de thans ingevoerde belastingen inzamelden. Ook verzekert een ander Schrijver (f), dat adriaan, die zijne laatfte vernedering voor den Keizer nog niet vergeten kon, en wien het bijzonder verdroot, dat de Bisfchoppen en Abten aan dezen Vorst de Regalien moesten overlaten, fpoedig een voorwendfel zocht, om met hem te breken. Hij bezwaarde zich bij den Keizer in eenen Brief, welken een flecht mensch overgaf, die zich terftond wegfpoedde, eer hij nog gelezen was; hetwelk den Keizer niet weinig tergde. Bovendien weigerde de Paus de bevestiging van guido, Zoon van den Graaf van Blandrata, en Onderdiaken der Roomfche Kerk, die in tegenwoordigheid van den Pausfèlijken Legaat en de Keizerlijke Afgevaardigden tot Aartsbisfchop van Ravenna verkoren was; ook vond de Keizer zich door den Paus beleedigd, omdat deze hem door eenen Brief als het ware verbood, eenen twist tusfchen de fteden Brescia en Bergamo door eene regterlijke uitfpraak te beflisfen. Door (*) guntheri Ligurinus L. IX. C. 101. (t) radevic. /. c. L. II. C. 15. V boek IV Hoofdft. na C. G. jaar 1073. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. De twist tusfchen tien Paus en den Keizer wordt heviger. 144 KERKELIJKE Door deze behandeling getergd, gebood de Kei* zer aan zijne Kanfelarij, om in het vetvolg in zijne Brieven aan den Paus zijnen naam voor dien van den Paus te zetten. Nu wilde men ook Brieven van den Paus onderfchept hebben, in welke hij Milanen en andere fteden van Lombardyen op nieuw tot oproer aanhitfte. In eenen Brief aan den Keizer voer de Paus hevig uit tegen de nieuwigheid, (infolentia,) om het geene trotsheid, (arrogantia,) te noemen , dat de Keizer in zijnen Brief zijnen naam voor des Pausfen naam gezet had, met deze bedreiging: „ Bekeer u, bekeer u! wij raden het u, omdat wij anders voor u , ( nobilitati tttce, ) bezorgd zijn, dat gij, nadat gij van ons de inwijding en de kroon ontvangen hebt, terwijl gij naar ongeoorloofde dingen ftreeft, ook het geoorloofde, ( of het gefchonkene, concesfa,) verliezen zult. — frederik beantwoordde dezen Brief nadrukkelijk, met eenen Brief, welks hoofd enkel dus luidde: Adriano, Ecclefue Pontifici, met den bijgevoegden wensch, dat hij jezus in alles, wat deze gedaan en geleerd had, mogt navolgen, die voor zich zeiven en petrus den fchattingpenning betaalde, tevens bragt hij den Paus onder het oog, dat het Pausdom alle Regalien, welke het bezat, aan de mildheid der Vorsten te danken had, en fteeds verpligt bleef, den Keizer te geven, wat des Keizers is, Gode, wat Godes is. Hij erkent, dat hij aan ie. Legaten van den Paus den ingang in fteden en Kerken verboden had, omdat zij zich niet als Predikers, maar als vrijbuiters gedroegen, die onverzadelijk geld za- men-  GESCHIEDENIS. m menfchraapten. Ten flotte beveelt hij den Paus nederigheid aan; het deed hem weinig eer aan , zulke verfchillen, welke den Godsdienst weinig betroffen, aan wereldlijke perfonen voor te leggen; en het was te beklagen, dat het verfoeijelijk monfler van hoogmoed tot den Stoel van petrus was opgekropen. De Paus fcheen wel de hand te willen leenen tot een vergelijk, door twee Kardinalen aan den Keizer : te zenden, maar derzelver eifchen waren zoo aanJ fiootelijk, dat zij den Keizer nog meer verbitterden; die echter aanbood, alle betwiste Hukken door zes ! Kardinalen van 's Paufen zijde , en even zoo vele Bisfchoppen van zijne zijde, te laten beoordeelen en beflisfen. Daar is nog een Brief voorhanden van I den Paus adriaan, van Maart 1159, in welken deI ze met veel hevigheid den Keizer dreigt, hem het Duitfche Rijk te zullen ontnemen, en dat aan eenen anderen Vorst te fchenken, doch de echtheid van dezen Brief wordt door fommigen in twijfel getrok; ken, hoewel de grondftelling, in denzelven vervat, : dat de Paus magt had, dat Rijk te geven, aan wien ; hij wilde, als bekend veronderfteld wordt in eenen ! Brief van dezen Paus aan hendrik II, Koning van i Engeland (*). Deze Vorst had hem zijn voornemen gemeld, om Ierland te vermeesteren, maar teI vens beloofd, van elk huis op dat eiland vervolgens i eenen penning jaarlijks aan den Heil. petrus naar ! Rome te zullen zenden; dat is, met andere woorijden, de Koning, die geen regt op dit eiland had, zocht || (*) aP' baron, ad a. 1159. ». 21. XVI. Deel. K V boek IV Hoofd!!, na C. G. Jaario73. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. Dood van adr1aan IV. Merkwaardiggefprek van joaj nes van U6 KERKELIJKE zocht hier door een fchijn van regt op hetzelve te bekomen , als hij het leenroerig maakte aan den Roomfchen Stoel, adriaan verzuimde ook niet, aan zijne verwachting te voldoen, en fchreef hem, dat in der daad alle eilanden, aan welke christus geopenbaard was, aan den Heil. petrus en de Roomfche Kerk behoorden, en gaf op dezen grond den Koning vrijheid, om zich van dit eiland meester te maken, tot uitbreiding van de grenzen der Kerk en tot verbetering van de zeden der inwoneren. Ierland was ondertusfchen reeds federt verfcheidene eeuwen Christelijk, maar moest thans volkomen Pausfelijk worden. Midden onder zijne twisten met den Keizer, overleed adriaan IV, den iften September 1159, nadat hij zich met willem, Koning van Sicilië, en de fteden van Lombardyen , verbonden, en voor eene aanzienlijke geldfomme beloofd had, den Keizer in den ban te zullen doen. baronius en die prijzen hem, als zoo geheel vrij van het Nepotismus of Neeffchap, dat hij veel meer zich geheel aan zijne namaagfchap niet liet gelegen zijn, maar het duldde, dat zelfs zijne Moeder in Engeland behoeftig en van aalmoezen leefde. Zij hebben deze bijzonderheid ontleend uit de fchriften van joannes van Salisbury, maar tevens verzuimd het merkwaardig gefprek medetedeelen, hetwelk deze ge" leerde man verhaald gehad te hebben met den Paus (*). Zij (*) joann. Sarisber. Policratic. five de Nugis Curiall. etc. L. VI. C. 24.  GESCHIEDENIS. i47 Zij waren landslieden en bijzondere vrienden; als dus joannes zich eens te Benevent drie maanden bij den Paus onthield, vraagde deze hem, wat de wereld van hem en van de Kerk van Rome oordeelde? „ Velen zeggen," antwoordde joannes rondborftig: „ dat deze Kerk, in plaats van de 1 Moeder aller Kerken te zijn, veel meer zich als derzelver Stiefmoeder gedraagt. In dezelve zitten Schrift! geleerden en Farizeeën, die den menfchen ondrage| lijke lasten opleggen, welke zij zeiven niet met den I vinger aanraken. Zij heerfchen over de Geestelijk- II heid; maar zijn geene voorbeelden der kudde, die den regten weg ten besten behoorde te gaan; zij J verzamelen kostbare gereedfchappen, en bezwaren : hunne tafels met goud en zilver, terwijl zij tevens uit gierigheid al te fpaarzaam omtrent zich zeiven ' zijn. Zeer zelden laten zij eenen armen tot zich i toe: en ook dan voert niet christus, maar ijdele roemzucht denzelven bij hen in. Zij doen de Kerken j daveren; veroorzaken twisten; hitfen de GeestelijkI heid en het Volk tegen malkanderen op; hebben | geen medelijden met den arbeid en de ellenden der 'i verdrukten; verblijden zich over den buit uit de I Kerken, en houden elk gewin voor godzaligheid, i Zij oefenen 'geene geregtigheid om der waarheid wille ; maar voor zekeren prijs ; want zonder dezen i kan men volftrekt niets verkrijgen. Zij befchadi* gen meesttijds, en volgen daar in den Duivel na, 1 dat zij dan fchijnen nut aan te brengen, wanneer !izij ophouden te befchadigen; eenige weinigen uitgezonderd, die wezenlijke Herders zijn. Maar zelfs Ka de V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. Salisbury met den Paus.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G, Jaar 10 73 tot 1517 ï48 KERKELIJKE de Roomfche Paus valt aan allen bezwaarlijk, en bijkans onverdragelijk. Allen werpen hem tegen, dat hij, terwijl de Kerken, welke de godsvrucht der Voorvaderen gefticht heeft, inltorten, en de altaren een flecht voorkomen hebben, Paleizen bouwt, en niet flechts in purper, maar zelfs verguld, binnentreed. De Paleizen der Priesteren fchitteren; maar de Kerk van christus wordt in hunne handen verontreinigd. Zij plunderen geheele Provintien, als of zij de fchatten van christus wilden opeenftapelen; maar de allerhoogfle behandelt hen ook regtvaardig, terwijl hij hen aan anderen, meermalen aan verachtelijke lieden, ten roof overgeeft." adriaan vraagde'hem, welk zijn eigen gevoelen hier omtrent was? Hier omtrent, antwoordde joannes , bevind ik mij in groote verlegenheid. Wanneer ik alleen al het volk te.renfpreek, moet ik vreezen, dat men mij van leugens of vleijerij zal befchuldigen. Maar zeg ik hetzelfde, dan beleedige ik de Majefteit, terwijl ik mijnen mond tegen den hemel verhef. Doch nademaal de Karoinaal guido clemens het volk gelijk heeft gegeven, waag ik het niet, hem te wederfpreken, alzoo hij beweert, dat 'er in de Roomfche Kerk een zekere wortel van valschheid, (duptkitatis,) en een voedfel van geldgierigheid plaats heeft, waar uit alle kwaad ontftaat; en dit heeft hij op eene Kerkverga. derin* voor den Paus eugenius gezegd, joannes van Salisbury erkent wel, dat hij nergens waardiger Geestelijken heeft aangetroffen, dan in de Kerk te Rome zelve; maar hij voegt 'er evenwel bij: men ma» u in alle uwe werken niet navolgen. „ Waar0 om,  GESCHIEDENIS. 149 om," vervolgt hij, „ onderzoekt gij het leven van anderen, en niet u zeken? Men noemt u den algemeenen Vader en Heer; maar als gij Vader en Heer zijt, waarom verwacht gij dan van uwe Zonen gefchenken en belooningen? Zoo gij Heer zijt, waarom verwekt gij dan geene vrees bij uwe Romei' nen, en noodzaakt hen tot getrouwheid? Gij wilt deze ftad door gefchenken voor de Kerk bewaren; maar heeft sylvester ze wel door geichenken verkregen? Geef liever om niet, het gene gij om niet i ontvangen hebt. De geregtigheid is de Koningin . der deugden; zij fchaamt zich, voor eenen prijs verruild te worden." Op dit geheele verwijt lachte i de Paus, was over de vrijpostigheid van zijnen 1 vriend voldaan , beval hem , als hij nadeelige ge! fprekken van hem zou hooren, hem dit terftond te : melden; en eindigde met de bekende Eabel van de zamenzweering der leden des ligchaams tegen de maag. Na den dood van adriaan ontftond 'er eene fcheut ring in de Roomfche Kerk, waaromtrent de verhalen ] der doorgaans partijdige Gefchiedfchrijvers zeer ver! fchillen. Volgens zeker verhaal bij baronius (*) werd : de Kardinaal roland , uit Siena in het Florentijn.. 'fche , Kanfelier der Roomfche Kerk , door alle de Kardinalen, behalve drie, onder den naam van alex' ander III, tot Paus benoemd. Maar één van deze i drie, de Kardinaal octavianus, een geboren Ro: mein, fcheurde hem den mantel van het lijf, en 1 wanneer een daar tegenwoordig zijnde Senator hem dien (*) Annal. ad a. n59. «■ 28. K 3 V boek IV Hoofdft. na C. G. jaar 1073. tot 1517. Scheuring inde Room(cheKerk.Twee Paufen verkoren. alexander Uien /ictorIV  V BOEK IV Hoofdft. naC. G. Jaar 1073. tot 1517. 150 KERKELIJKE dien terftond weder ontnam , eischte hij met een woest getier eenen anderen van zijnen Kapellaan, welken hij zich met zoo veel overhaasting deed omhangen , dat het bovenfte gedeelte van achteren op den grond hing, hetwelk een algemeen gelach veroorzaakte. Als nu de deuren der Kerk geopend werden, drong eene menigte gewapenden, door 00 tavianus gehuurd, in de Kerk, waarom alexander met zijne Kardinalen de wijk nam in een' Toren, die tegen de Kerk ftond. Hier werden zij negen dagen lang bewaard , en toen, dewijl het volk hunne partij koos, in eene veiliger plaats opgefloten, tot zij eindelijk werden vrijgelaten, omdat de geheele ftad op de been kwam. alexander liet zich vervolgens te Ninfe, niet ver van Rome, wijden, octavianus, die zich victor II noemde, vond nog twee Bisfchoppen, en een' derden Kardinaal, die hem erkenden. Ook fteunde hij, gelijk deze Schrijver zegt, op des Keizers gunst, wiens Gezanten alexander niet erkennen wilden. Deze fchreef wel ootmoedig aan den Keizer, die toen Crema in Lombardyen belegerde, maar frederik verwaardigde zich niet hem te antwoorden , en zou zelfs zijne Gezanten hebben doen ophangen, als de Hertogen van Beyeren en Sakfen dit niet verhinderd hadden. Het grootfte gedeelte dezer berigten bevestigt alexander zelve in eenen Brief aan den Bisfchop, Kanunniken en Leeraars aan de beroemde School te Bologna (*), met bijvoeging, dat hij den afval- Lv (*) ap. radevic. de gest. 7reder. I. L. II. C. 51.  GESCHIEDENIS. 151 ligen en fcheurzieken octavianus , die den Antichrist vertoonde, met zijne aanhangers openlijk in den ban gedaan, en met hunnen aanftoker , den Duivel, verdoemd had. victor. daartegen beweerde, dat hij de regtmatige Paus was. In eenen Brief aan de Prelaten en Wereldlijke Vorsten, die zich bij den Keizer bevonden (*), verhaalt hij, dat hij, na lange raadpla ging, door de Kardinalen, op verzoek der Geesta lijkheid, en met goedkeuring der Romeinen, Kano niek verkoren en ook gewijd was; maar dat twaal dagen daar na de aanhangers van willem van Si cili'é, door eene zamenzweering tegen de Kerk ei het Rijk, den Kanfelier roland , op eene onge hoorde wijze, met geweld ingefchoven hadden. O] dezelfde wijze fchrijven de voornaamfte aanhanger van victor, vijf Kardinalen en een Abt, in eene Brief aan al de Prelaten van het Rijk (f), en au dere Schrijvers gewagen insgelijks van eene zameii zweering der Kardinalen met den Koning van Sici lil tegen den Keizer; hoe het zij, dit is duidelijk dat de Sicilianen en de ijverigfte Pausgezinde parti alexander, gelijk de Keizerlijke victor gedragei hebben; evenwel wilde de Keizer zich niet terftom verklaren, maar geloofde , dat de algemeene Kerl tusfchen de beide mededingers, die malkanderen ii den ban gedaan hadden, uitfpraak behoorde te doen waarom hij, volgens zijn regt, hetwelk hij oordeel d (*) ap. radrv. I. c. Cap. 50. (f) ap. radev. /. c. Cap. 52. K4 V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. l > i > i 1 1 c i f  i5a KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. de hem als Keizer toe te komen , eene algemeens Kerkvergadering in het begin van het jaar 1160 te Pavia bijeen riep, tot welke hij ook de beide mededingers uitnoodigjde, ten einde zich aan derzelver oordeel te onderwerpen, hetwelk alexander, die reeds door Koning willem als Paus erkend was , volftrekt weigerde. De vergadering kwam echter bijeen, en onderzocht de gedane verkiezing zeveii dagen lang, waar na zij zich voor victor , die hier tegenwoordig was, verklaarde, en te gelijk Roland , die ingedaagd zijnde niet was verfchenen, veroordeelde. Als eene ophelderende oorkonde van deze uitfpraak brengt radewich (*) bij eenen Brief van de Kanunniken der Pieterskerk te Rome, aan den Keizer en aan de Kerkvergadering , in welken zij met aanhaling van vele omftandigheden aantoonen, dat octavianus alleen regtmatig verkoren Paus was, en dat eerst twaalf dagen na zijne verkiezing roland van zijne partij met den Pausfèlijken mantel omhangen was; waar bij verders nog meer getuigen kwamen , die hetzelfde bevestigden. De Keizer bekrachtigde terftond deze uitfpraak der Kerkvergadering, en bewees aan victor alle de gewone eerbewijzen, ook het houden van den Itijgbeugel, tevens zond de vergadering in eenen rondgaanden Brief een berigt van haar belluit aan de Prelaten, met bijvoeging van hare redenen voor hetzelve, ziinde onderteekend door vele Duitfche en Italiaanfche Prelaten, en eenige Franfche; ook meldde (*) /. c. Cup. 66.  GESCHIEDENIS. 153 de zij, dat de Koningen van Engeland, Hongaryen, Bohemen en Denemarken , dit befluit hadden bekrachtigd; maar desniettemin haalde alexander het grootfte gedeelte van Europa tot zijne zijde over, welke door de Koningen van Frankryk en Sicilië, als ook door de Spaan fche Koningen omhelsd werd, gelijk hij dan ook al in het jaar 1160 niet alleen den Tegenpaus en zijne aanhangers, maar onder dezen bijzonder den Keizer in den ban deed. Dewijl hij zich echter in Italië niet veilig rekende, vertrok hij in het jaar 1162 naar Frankryk. De dood van victor, die in het jaar 1164 te Lucca voorviel, maakte echter geen einde aan de fcheuring, alzoo de Kardinalen van zijne partij terftond den Bisfchop guido van Crema tot zijnen opvolger verkoren, die den naam paschalis III aannam, en van den Keizer bevestigd werd. Ondertusfchen was alexander door de Romeinen uit Frankryk terug geroepen, en met veel betoon van eerbied ontvangen. Maar daartegen beriep de Keizer in het jaar 1166 eenen algemeenen Rijksdag te Wurtshurg, en ondernam in het jaar 1167 eenen krijgstogt naar Italië, en nadat de Aartsbisfchop van Keulen, rainald , de Romeinen bij Tuscoli geflagen had, rukte de Keizer voort naar Rome, alwaar hij zich van de Pieterskerk en een gedeelte der ftad meester maakte, en zich door paschalis liet kronen. Nog handhaafde alexander zich in de ftad met hulp van eenige Italiaanfche troepen, hem door den jongen Koning van Sicilië, willem II, toegezonden. K 5 Maar V BOEK IV Hoofdft. na C. G. f aan 073. tot 1517. victor IV fterft, PASCHALIS III in zijne plaats verkoren. DeKeizer :rekt naar tlome en ,vordt loorpA- ;chaus jekroond  v boek iv Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 Dood va PASCIULisiü. 154 KERKELIJKE Maar als de Keizer aan de Kardinalen voorftelde, om de zaak daar heen te brengen , dat de beide Paufen van hunne waardigheid afftand deden, opdat zij eenen wettigen Paus met volkomene vrije keuze ' konden verkiezen, en dit voorftel door de Romeinen algemeen werd toegejuicht, fchoon de Kardinalen daar aan weigerden te voldoen, week de Paus verkleed uit Rome naar Benevent, waar op de Keizer met de Romeinen een verdrag floot, waar bij zij zijn regtsgebied erkenden , terwijl hij hun verfcheidene voorregten toeftond. Doch in het midden van dezen voorfpoed ontftond eene befmettelijke ziekte in 's Keizers leger, welke duizenden wegtleepte, en den Keizer noodzaakte, met het ellendig overfchot van zijn leger naar Duitschland te keeren. 1 Door dit ongeluk des Keizers rees de moed van alexander III niet weinig. Hij had wel het voorftel van den Griekfchen Keizer manuel , dat hij zijne Kerk met de Roomfche wilde vereenigen, indien de Paus het Roomfche Keizerrijk op hem wilde overbrengen, van de hand gewezen , maar echter reeds in het jaar 1167 frederik in eene Kerkvergadering van Lateraan afgezet, en zijne onderdanen van den eed van trouwe ontflagen, ook floten de fteden van Lombar dfè een verbond, om de burgers van Milanen, wier ftad op 's Keizers bevel gefloopt was, bij te ftaan, om dezelve te herbouwen, hetwelk ook vervolgens ondernomen en voltooid werd, voorts bouwden zij eene nieuwe ftad, welke zij, ter eere van den Paus, en tot fpijt des Keizers, Alexandria noemden. Eindelijk werd het gezag van alex-  GESCHIEDENIS. 155 alexander. als het ware ten vollen bevestigd dooi den dood van paschalis III, in het jaar 1168. Deszelfs aanhangers, onder welken echter geene Kardinalen meer waren, verkozen wel tot zijnen opvolgei den Bisfchop van Tuscoli en Abt van Struma, die zich calixtus III noemde, doch deze, hoewel hr van den Keizer bevestigd werd, kon tot geen grool aanzien geraken. Ouder deze omftandigheden oordeelde Keizer frederik het dienftig , aan alexander in het jaai 1170 voorflagen van vrede te laten doen; welke onderhandeling echter vruchteloos afliep, doordien de Paus niet wilde handelen zonder de fteden van Lombardy'è te kennen, met welke de Keizer als mei muitelingen in geene onderhandeling komen wilde. Dus zag de Keizer zich genoodzaakt tot eener nieuwen veldtogt naar Italië, welken hij in het jaai 1174 ondernam , maar die zeer ongelukkig eindigde. Hij belegerde Alexandrië te vergeefs, en, doordier Hertog hendrik van Sakfen en Beyeren hem me zijn krijgsvolk verliet, verloor hij in het jaar ii7( den veldflag bij Lignago, tegen de Lombardifch Bondgenooten, waar door hij verpligt was, om bi den Paus om vrede aan te houden; waar toe de on derhandelingen te Venetië werden aangevangen, waai heen zich de Paus begaf met den Gezant van Sicilii en de Afgevaardigden van Lombar dyë; doch de Paus dwong tevens den Doge en den Raad van Venetië. met eede te beloven , dat zij den Keizer zondei voorkennis van den Paus niet in hunne ftad zouder laten, voordat de vrede dadelijk gefloten was, alleer mog- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. Keizer FREDERIK moet zich voorden Paus vernederen. 1 1  V BOER IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 156 K £ R K E L IJ K E mogten 's Keizers Gezanten in de ftad komen. Eindelijk werd in Julij 1177 de vrede tot ftand gebragt, waar bij de Keizer beloofde, alexander als den regtmatigen Paus te zullen erkennen; de voogdij der ftad Rome, en al wat aan de Roomfche Kerk ontnomen was , terug te zullen geven; de goederen van mathildis zou de Keizer nog vijftien jaren behouden , maar dan zou het regt op dezelve en alle nog overige verfchillen, door een geregtelijk onderzoek en vonnis, afgedaan worden. De Tegenpaus calixtus zou eene Abdij bekomen; met den Koning van Sicilië werd een beftand voor vijftien, en met de Lombarden voor zes jaren getroffen (*). Zoo dra de vrede getroffen was, liet de Paus toe, dat de Fenetianen den Keizer in hunne ftad ontvingen, nadat hij, in een Klooster digt bij de ftad , van eenige Kardinalen van den ban ontflagen was. Toen de Keizer in de ftad kwam, wachtte de Paus met de Kardinalen hem voor de deuren der Kerk van St. marcus, zittende op; de Keizer, den Keizerlijken mantel afgelegd hebbende, knielde voor den Paus neder, en kuste hem den voet. Den volgenden dag las de Paus, op verzoek des Keizers, in de gemelde Kerk de Mis; en na het eindigen van den dienst, knielde de Keizer andermaal voor hem neder, kuste hem de voeten, en offerde hem goud. Ver- (*) Legis Pacis facta inter Imperatorem et Papam, Statuta in Anagnia a. 1176. in goldasti Conftitt. lmperialcs T. III. p. 360. et Acta Pacis public* inter Freeler. I. Imp. et Alex, Papam. ibid. p. 353-  Knielle 3.e Keizer aiuleraaaal voor lem neder, iuste Tiem Se voeten, en offerde lieim o-oud. o XVI. 3). ïladz. 156.   GESCHIEDENIS. 157 Vervolgens leidde hij den Paus buiten de Kerk naar deszelfs paard, en hield den ftijgbeugel, zelfs zou hij 's Paufen paard bij den teugel geleid hebben , indien de Paus dit niet belet had, om den verren weg. De Gefchiedfchrijver rowuald , Aartsbisfchop van Salerno, die als Gezant van den Koning van Sicilië bij dit alles tegenwoordig was , verhaalt (*) , dat de Keizer, als een Kerkelijke deurwachter, voor den Paus den weg naar het altaar baande, hebbende zijnen mantel afgelegd en een' ftok in de hand, om het volk af te weeren. Eindelijk plaatfte zich de Paus op het groote plein voor het Paleis van den Patriarch, op zijnen troon, aan zijne regterhand zat de Keizer, aan zijne linker de gemelde Aartsbisfchop romuald , terwijl de Kardinalen , Bisfchoppen , Rijksvorsten en vele andere toekijkers, in het rond ftonden. Hier fprak de Paus veel van de blijdfchap, welke men over de verbetering en bekeering des Keizers, dezen verlorenen Zoon, maar die weder gevonden was, die geftorven en weder levende was geworden, dien God van zijne dwaling terug gebragt had, en die als een verdoold fchaap in den fchaapsftal zijner Moeder, de Kerk, terug gekeerd was, en over het herftel van den Kerkdijken vrede gevoelen moest. Hij verklaarde daarom, dat hij den Keizer, deszelfs Familie en Vorsten weder als Katholijke Vorsten aannam. Hier op zeide de Keizer in het Hoogduitsch , hetwelk zijn Kanfelier in het Italiaansch vertolkte: dat het hem zeer aangenaam was, (*) Chron. pag. 23t. V boek IV Hoofdft. na C. Gr Jaano73. tot 1517.  158 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 was, dat God, die de zuiverheid van zijn geweten kende, zoo vele verftandige mannen uit verfchillende oorden der wereld hier zamen had laten komen, opdat zij zijne dwaling en zijne bekeering uit zijn eigen berigt duidelijk verftaan; maar ook thans zijne verkleefdheid aan de Kerk van God in hun vaderland bekend maken konden; bet was waar: de Keizerlijke Majefteit had hem niet van de menfchelijke natuur bevrijd; op aanhitfen van booze menfchen had hij de Kerke Gods, terwijl hij geloofde, haar te verdedigen, bijkans verftoord, en door ketterijen en fcheuringen gefchud, tot dat God hem eindelijk tot de waarheid en in den fchoot der Kerk terug gebragt had, zoodat hij nu alexander als Katholijken Paus vereerde. Zoo diep moest zich deze magtige Vorst vernederen voor den Paus alexander, wien hij als roland veracht en zeventien jaren lang moedig het hoofd geboden had ! Met deze vernederingen nog niet vergenoegd, hebben later Itaüaanfche Schrijvers van de XIV en XVde eeuw nog eene fchandelijke bijzonderheid verhaald, welke frederik van alexander zou ondergaan hebben. De Paus namelijk zal den Keizer voor de Kerk van Se. Marais geboden hebben , neder te vallen, en hem om vergeving te bidden; vervolgens zal hij hem den voet op den nek gezet, en daar bij deze woorden uit den XCIften Pfalm gefproken hebben: Op den feilen leeuw en den adder zule gij treden. Gij zult den jongen leeuw en den draak vertreden; de Keizer had hier op gezegd: Niet voor u, maar ter eere van petrus, maar  GESCHIEDENIS. 153 maar de Paus zal des te trotfcher geantwoord hebben : Niet flechts voor petrus , maar ook voor mij! Men beriep zich ter bevestiging van dit verhaal op eene Schilderij in het Hertoglijk Paleis te Venetië, welke kort na deze gebeurtenis zal gefchilderd zijn. Doch bij nader onderzoek heeft men op dezelve wel de bovengemelde vernedering van den Keizer, maar geen bewijs voor dit laatfte vertelfel gevonden, ook wordt hetzelve genoeg wederlegd uit het omftandig verhaal van den ooggetuigen romuald , die daar van volffrekt zwijgt, gelijk ook de andere Gefchiedfchrijvers uit de XII en XlIIde eeuwen; zelfs zwijgt 'er Paus alexander zelve van in eenen Brief, in welken hij aan de Engelfche Prelaten berigt geeft van de verootmoediging des Keizers ( * ). Men gist, dat de vertelling haren oorfprong heeft, omdat de Paus , gelijk eene oude Chronik van Arignon meldt, terwijl de Keizer hem de voeten kuste, deze Bijbelplaats: fuper aspidem et bajiliscum ambulants* door de Geestelijkheid in het Koor hebbe laten zingen. — Hoe het zij, merkwaardig en zekerder is eene andere bijzonderheid, in eene Chroniek van Petersberge (f). Het was, volgens deze Chroniek, wichmann, Aartsbisfchop van Maagdenburg, die den Keizer beweegde, om zich aan des Paufen voeten neder te werpen, en zijne dwaling openlijk te erkennen. Maar, als de Paus wat lang talmde, om den Keizer op te heffen, riep diederik , Markgraaf van (*) apud. baron. ann. ad a. 1177. n. 26. (t) Chron. Montis Sereni ad a. n 77. V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. naC. G. Jaario73 tot 1517. Schikkingen van ALEXANDER. III omtrent de verkiezing van eenen Paus in't vervolg. 160 KERKELIJKE van de Nederlausnitz. (Orientalis Marchiof) den Keizer gemelijk toe: waarom hij toch zijne waardigheid aan zulk eene befchimping blootftelde ? De Paus vraagde, wat die Duitfche Vorst gezegd had, en dit verftaan hebbende, haastte hij zich, om den Keizer op te beuren, en hem den kus des vredes te geven. In het jaar 1178 wierp de Tegenpaus calixtus zich insgelijks aan de voeten van alexander, en werd door dezen zoo wel ontvangen, dat hij hem aan zijn Hof en tafel hield. In het volgende jaar hield de Paus eene Kerkvergadering van bijna 300 Prelaten in de Kerk van Lateranen, welke de derde algemeene Kerkvergadering van Lateranen genoemd wordt; op dezelve verordende hij, ten einde voor het vervolg alle fcheuringen voor te komen, dat die geen voor regtmatig verkoren Paus zou erkend worden, die twee derden had van de ftemmen der Kardinalen ; zullende een, die één derde der ftemmen hebbende, zich den naam van Paus zou aanmatigen, terftond aangemerkt worden, als in den ban zijnde; deze fchikking werd te noodiger verklaard, omdat, daar alle andere Kerken Opperften erkenden , door welke de ontftane twisten over verkiezingen beflist konden worden, de Roomfche Kerk geen' Overheer had. Te gelijk verklaarde hij alle inwijdingen door Tegenpaufen, (hcerejiarchee,) gedaan, voor nietig ; zoodat allen, die door hen Geestelijke ambten bekomen hadden, dezelve moesten nederleggen (*). Eenige aanhangers van den laat- (*) Concii. Lateran. ap. hard. T. VI. P. II. p. 1673.  GESCHIEDENIS. iöi laatften Tegenpaus verkoren nog wel zekeren lanDus sitinus tot zijnen opvolger, die zich innocentius III noemde. Maar de kleine vesting, die hem in de nabijheid van Rome ingeruimd was, aan den Paus verkocht zijnde, werd hij door dezen uit het land gebannen. Nog maakte deze Paus andere fchikkingen omtrent de Pausfelijke verkiezingen. Niettegenftaande de verordeningen van nicolaus II in het jaar 1059, dat de verkiezing van een' nieuwen Paus zou gefchleden door de Kardinaal ■ Bisfchop. pen en Kardinaal'-Priesters, hebbende de overige Geestelijkheid en het volk van Rome het regt om hunne bewilliging te geven, gaf deze blijvende invloed der Geestelijkheid en des volks gedurig aanleiding tot wanorden, om welke in het vervolg voor te komert alexander deze geheel uitfluitende, de verkiezing tot de Kardinalen alleen bepaalde; van eenig regt der Keizeren werd federt de tijden van gregorius VII niet meer gefproken. Evenwel nam alexander in het Kollegie der Kardinalen nog eenige der voornaamfle uit de Roomfche Geestelijkheid aan, zoo als den Prior of Aartspriester der Lat er aan fche Kerk, de Aartspriesters van den Heil. petrus en St. Maria Maggiore, als ook de Abten der Heil. paulus en laurentius buiten de muren der ftad; insgelijks de hooge Ambtenaren der Roomfche Kerk, (Primicerius, Secundi eer ius , Protoscriniarius, Saccellarius , Arcarius , Adminiculator , Primïcerius Defenftonum, ) wier ambten afgefchaft werden, of andere namen kregen; op deze wijze was het ge» makkelijk, de lagere Geestelijken en het volk van XVI. Deel. L al- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaariö73. tot 1517.  V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. Twist van den'Paus met HENDRIK II, Koning vanEngeland,ovei THOM-iS XECKET. ïÊa KERKELIJKE alle deelneming aan de verkiezing van eenen nienwen Paus uit te fluiten. Deze vermeerdering van Kardinalen leide den grond tot de derde klasfe van het Kollegie der Kardinalen, welke de KardinaalDiakenen uitmaken, hoewel het onzeker is, wanneer hetzelve volkomen voltallig is gemaakt met de Opzieners der voomaamfte Gods- en Gasthuizen te Rome. Keizer frederik was de eenige Vorst niet, die na dapperen wederftand voor de Pausfelijke trotsheid moest bukken, maar ook hendrik II, federt het jaar 1154 Koning van Engeland, een magtig en moedig Vorst, moest insgelijks vele vernederingen ondergaan, niet alleen van den Paus, maar ook van eenen heerschzuchrigen Prelaat in zijn eigen Rijk. Deze Prelaat was thomas becket, de Zoon van een aanzienlijk man te Londen. Deze te Bologna in het geestelijk en burgerlijk regt geftudeerd hebbende, werd vervolgens Aartsdiaken te Canterbury; de Koning, wien Mi een' aanmerkelijken dienst gedaan had, trok hem aan het Hof, en fchonk hem vervolgens de waardigheid van Kanfelier, waar door becket zoo goed als eerfte Staatsdienaar was, ook werd hem de opvoeding van 's Konings oudften Zoon toevertrouwd. In dezen ftaat kefde hij volmaakt als een Hoveling, prachtig en kostbaar, hebbende zijn vermaak in jagen, fpelen en tournooijen. Van zijne gemeenzaamheid met den Koning verhaalt men onder anderen de volgende bijzonderheid. Alszij eens te zamen door de ftraten van Londen reden, ontmoette hun een bedelaar, die van koude trilde. Zou het niet loffelijk zijn, zeide de Koning, als  GESCHIEDENIS. i6< als wij deze armen man wat gaven? Als becket dit toeltemde, vatte de Kouing beckets mantel, om hem dien af te nemen; deze verweerde zich, en beide trokken zoo fterk, dat zij bijna van het paard vielen. Eindelijk moest becket den mantel laten flippen, dien de Koning toen aan den bedelaar gaf. hendrik zich verbeeldende, dat zulk een man als becket hem zou kunnen dienen, om de buitenfporige vrijheden, welke de Engelfche Geestelijkheid zich had aangematigd, te beperken, deed hem in het jaar utfa tot Aartsbisfchop van Canterbury verkiezen; maar vond zich weldra in zijne verwachting bedrogen, becket zond terftond aan den Koning, die zich in Nor mandien bevond, het groot zegel toe, en deed afftand van de waardigheid van Kanfelier, verklarende , dat hij zijn geheele leven voortaan aan zijn geestelijk ambt wilde wijden. Ook ving hij eene ftrenge levenswijze aan, en droeg eert kleed van heel gemeen linnen op het bloote lijf, hetwelk hij niet afleide, voordat het geheel morfig en met ongedierte vervuld was; zijne gewone fpijze was water en brood, hetwelk hij nog door zekere kruiden eenen walgelijken fmaak gaf; hij geefelde zich zeiven dikwijls, en wiesch dagelijks aan bedelaars knielende de voeten, waar na hij hen met gefchenken gaan liet. Zijne mildheid aan Kloosters en Godsdienflige Geflichten , zijn aanhoudend bidden en lezen van godvruchtige boeken, zijne verkeering en gelaatstrekken zelve, alles vertoonde aan het volk eenen Hoveling, die plotfeling in eeneo Heiligen veranderd was, alhoewel fchrandere meaL * fchen- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73, tot 1517,  V BOEK IV Hoofdft. na C. G, Jaario73 tot 1517 l64 KERKELIJKE fchenkenners door dit alles heen zijnen hoogmoed efl heerschzucht zagen doorftralen; ja 's Konings ongenoegen openbaarde zieh fpoedig tegen hem bij verfchei- dene gelegenheden, alzoo de Vorst in hem denheerschzuchtigen Prelaat ontdekte, welke niet alleen de Engelfche Kerk maar het Rijk zelve beheerfchen wilde. Schielijk openbaarde becket zijne heerschzucht door daden. Hij eischte van eenen der aanzienlijkfte Heeren des Rijks eene Baronij terug, die voor dezen tot zijn Aartsbisdom zou behoord hebben; tegen de Engelfche Staatsregeling aan deed hij eenen Vafal des Konings in den ban, en liet den Koning een trotsch antwoord geven, die hem gebood, den ban op te heffen. Een Geestelijke in het Graaffchap Worcester had de Dochter van een' Edelman onteerd, en den Vader vermoord, om deszelfs wraak te ontgaan. becket liet dezen in de Aartsbisfchoppelijke gevangenis brengen,en ftrafte hem alleen met de ontwijding van zijnen ftand, volftrekt weigerende hem ter ftraffe aan den Koning en de Wereldlijke Overheid over „ te leveren. Op eene fchandelijke wijze plunderde de Geestelijkheid de geheele Natie, daar zij de misdaden met geld liet boeten, terwijl zij zelve ftraffeloos alle fchendaden bedreef, zoodat 'er federt het begin van hendriks regering meer dan honderd moorden gepleegd waren, zonder dat men hen als eigenlijke misdadigers behandelde. De Koning wilde aan deze wanvoegelijkheden eens vooral een einde maken, en beriep ten dien einde de Prelaten van zijn Rijk bijeen in het jaar n 63, hun de vraag voorleggende: of zij zich aan de oude  GESCHIEDENIS. 16 de Engelfche wetten en gebruiken onderwerpen wil den ? Zij namen dit aan , doch met bijvoeging, behoudens de regten van hunnen fiand. De Ko ning verliet daar op de vergadering met ongenoegen, en liet den Aartsbisfchop aanzeggen, om dt Kasteelen over te geven, welke hij nog bezat. In het volgende jaar 1164 hield hendrik eent algemeene vergadering van zijne Geestelijke en Wereldlijke Standen te Qarendon, op welke de Bisfchop van Oxford de voorzitting had. Hier werden ter voorkoming van alle misverftand in het vervolg tusfchen de Geestelijke en Koninklijke en Adelijke Gerigtshoven, de gewoonten en wetten, welke onder Hendriks Voorvaderen in gebruik waren, vernieuwd, en voor een gedeelte in zestien voorfchriften begrepen (*), deze vastftellingen, hoe zeer gefchikt, om de Geestelijkheid te kortwieken, werden echter door alle de aanwezende Geestelijken met eede aangenomen. De Aartsbisfchop becket was de eenige , die dit weigerde. Maar als de Groot Prior der Tempelheeren in Engeland hem te voet viel, en fmeekte, om zich niet aan 's Konings toorn bloot te (lellen, onderteekende hij met de overigen, drukte zijn zegel op de bovengemelde verordeningen, en deed 'er den eed op. Maar fpoedig toonde hij berouw over deze infchikkelijkheid, waar yoor hij door flechte fpijzen en harde kleederen boete deed; ja hij onthield zich zelfs van het lezen der Misfe, tot dat de Paus alexander III hem van zij. (*) hard. Act. Concil. T. VI. P. II. p, 1903. L3 V boek 1 IV ' Hoofdft., na C. G. Jaar 1073. tot 1517. Vastftellingenvan Clarendon.  V, BOEK IV Hoofd 11. na'C. G. Jaano73. tot 1517. 166 KERKELIJKE zijnen eed en van alle fchuld ontfloeg. Want aan dezen had hij terftond alles gemeld , en ten antwoord gekregen, dat hij alleen dan ftrafbaar was , wanneer hij geheel vrijwillig, én niet door den nood gedwongen, eenen misflag begaan had. hendrik wendde zich ook tot den Paus, maar deze befchouwde in becket een fteunpilaar van de regten der Geestelijkheid, hij vergunde dus wel aan den Koning, op deszelfs verzoek, eenen Pausfèlijken Legaat in zijn Rijk, maar onder voorwaarde, dat hij niets ten nadeele van becket zou ondernemen, waarom de Koning deze vergunning ook terftond terug zond. Daartegen zocht de Koning zich op allerhande wijze aan becket te wreken, tegen wien verfcheidene min of meer zware, ook fomtijds opgeraapte befchuldigingen werden ingebragt. Maar becket, op den bijftand van den Paus (leunende, bood aan dit alles onverfchrokken het hoofd, en begaf zich eindelijk, na het houden der Mis, uit de Kerk naar het Koninglijk Paleis, latende het Kruis, als zijn noodweer, voor zich dragen , of als een teeken, dat hij de geestelijke wapenen tegen den Koning gebruiken wilde. Zijne verfchijning ten Hove was des te onverwachter, dewijl de Koning hem als eenen meineedigen verrader had laten veroordeelen. Ook bragten de Prelaten, die toen juist ten Hove waren, hem zijn gedrag tegen de bezworene vastftellir.gen van Clarendon onder het oog; doch deze verklaarde hij voor nietig, dewijl ook de Paus dezelve, op eenige weinige na, verworpen had, terwijl hij hen op eenen gebiedenden toon vermaan-  GESCHIEDENIS. i6j maande, zich tegen de onderdrukking der Kerk te verzetten , zich te gelijk op den Paus beroepende. Over dit beroep was de Koning ten hoogften verbitterd, maar becket ontging 'sVorsten toorn, door vermomd het Rijk te verlaten , en naar de Nederlanden over te deken. Behalve den Paus kon becket ook ftaat maken op den Koning van Frankryk, lodewvk VII, die deze onlusten in het Rijk van hendrik met genoegen zag, en den Aartsbisfchop in zijn Rijk noodigde. hendrik , over het een en ander verbitterd, verdreef al de nabeftaanden van becket uit zijn Rijk, en noodzaakte de vrienden der genen, die hem gevolgd waren, door eenen eed, om zich tol hem te begeven, van welken eed de Paus hen echter terftond ontfloeg. Voorts liet de Koning de in> komlten van alle Geestelijken, die de partij van becket genomen hadden, en van deszelfs Aartsbisdom intrekken, hij ftrafte allen, die bevelen van hem of van den Paus in handen hadden , tevens verbood hij alle Appellen naar Rome, op zware ftraffen, onder welke waren voor Wereldlijke Geestelijken het uitfteken der oogen en ontmanning, en voor de Monniken het af houwen der voeten. Ooè verbood hij het betalen van den Pieterspenning aar den Paus. Maar tegen dit alles werd becket te halftarriger, naardien de Paus hem in alles gelijk gaf. Toen hendrik in het jaar n6ó in Normandië kwam, beklom deze Aartsbisfchop den Kanfel, en deec openlijk al de genen in den ban, die de zoogenoem^ L 4 dt V boek IV Hoofdft. na C. G. }aano73. tot 1517.  i68 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdfl. na C. G Jaario73 tot 1517 de oude gebruiken der Engelfchen voorftonden. Aan den Koning zeiven fchreef hij, dat hij hem wel als zijnen Koning en Heer raad en eerbied fchuldig was; maar dat hij tevens zijn Geestelijke Vader zijnde, de Koning van hem kastijding en vermaning moest aannemen, ook kondigde hij hem de Goddelijke ftraffe aan, indien hij niet ophield, de vrijheden der Kerk te onderdrukken. Vergeefs fchreven hem de Bisfchop van Londen en zijne overige Suffraganen, hem meldende, dat zij wegens zijne handelwijze op den Paus appelleerden, maar deze liet den Aartsbisfchop niet varen, hoewel hendrik in eenen hevigen Brief aan den Aartsbisfchop van Keulen en eenen anderen aan den Paus zeiven in het jaar 1168 dreigde, alle gehoorzaamheid aan alexander te zullen opzeggen, omdat hij eenen verrader begunftigde. Ondertusfchen was de Koning in der daad in verlegenheid, en moest het aanzien , dat becket den Bisfchop van Londen en vele andere Engelfche Geestelijken in den ban deed , ja eindelijk tot een mondgefprek met becket befluiten, hetwelk in de jaren ï 168 en 1169, in tegenr woordigheid des Konings van Frankryk, bij herhaling, doch vruchteloos gehouden werd. hendrik befloot ten laatften, gedurende eene gevaarlijke ziekte, zich rust te bezorgen; ook kwam men in een nieuw mondgefprek, in het jaar 1170, over alle voorwaarden van bevrediging, overeen , doch toen de Aartsbisfchop daar op zeide, dat hij den Koning den kus des vredes wilde geven ter eere Gods, weigerde de Koning dien aan te nemen, gelooven- de3  GESCHIEDENIS. 169 de, dat 'er in deze uitdrukking iet nadeeligs voor hem verborgen- lag. Evenwel bewilligde hij kort daar na in alles. In der daad zegevierden bij deze bevrediging alexander en becket over den Koning. De hoogmoed des Aartsbisfchops wies door 's Konings toegevendheid fteeds aan, en hij kwam, terwijl de Koning zich nog in Normandi'è onthield, zegevierend, onder de toejuichingen des volks, en voornamelijk der Geestelijkheid, in Engeland terug. Terftond na zijne terugkomst zond hij aan den Aartsbisfchop van Tork eenen Brief van den Paus, waar bij aan denzelven de waarneming van zijn ambt verboden werd, omdat hij beftaan had, den Koninklijke Prins hendrik tot Koning te kronen, hetwelk aan den Aartsbisfchop van Kanterbury toekwam. Een andere Brief van den Paus kondigde dezelfde ftraf aan de Bisfchoppen van Londen, Salisbury, Oxford, Chester, Rochester en anderen aan, omdat zij deze kroning hadden bijgewoond. In den Kersnacht des jaars 1170, (met welken toen het jaar 1171 begon,) deed hij van den Kanfel te Kanter• bury twee Edellieden in den ban, den eenen, omdat hij aan de Aartsbisfchoppelijke Kerk haar landgoed onthield; den anderen, omdat hij een paard van den Aartsbisfchop den ftaart had afgehouwen. De bovengemelde Prelaten en meer anderen bragten hunne klagten over de handelwijze van becket bij den ouden Koning in Normandi'è in, die daar door in hevigen toorn ontftoken, zich eenige woorden liet ontvallen, welke zijnen wensch te kennen lt 5 ga- v BOEK IV Hoofdft. na C. G. jaar 1073. tot 1517. Schijnbare verzoening des Konings met beo KET. Moord van THOMAS BECiET.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 lot 1517, Gevolget van dezer moord. 170 KERKELIJKE gaven, dat hij van dezen rustverftoorder eens verlost mogt worden. Vier Edellieden van het Hof, door deze gezegden opgewekt, verbonden zich zamen, en naar Engeland overgeftoken , overvielen zij den Aartsbisfchop in de Kerk onder den Vesperdienst , en bragten hem, onder het roepen, waar is de verrader des Konings? voor het altaar om het leven op den 2often December des jaars n 70. Men zegt, dat hij den dood bedaard ondergaan hebbe, noemende zich een' verdediger der Kerk, en biddende, dat men zijne Geestelijken fparen zoude, i Op de tijding van dezen moord was hendrik, de gevolgen van denzelven voorziende, ten hoogden ontfteld, en toonde alle blijken van leedwezen; hij floot zich zeiven drie dagen lang, van allen afgezonderd, op, en weigerde zelfs fpijs of drank te gebruiken, tot dat zijne vertrouwelingen hem als het ware noodzaakten, noodiger maatregelen te beramen. 'Er werd dan een Gezantfchap, met den Aartsbisfchop van Tork aan het hoofd, aan den Paus gezonden , maar deze wilde hetzelve niet ééns toelaten. Een ander Gezantfchap vond naauwelijks gehoor bij eenige Kardinalen, en ftuitte met moeite de afkondiging van een Interdikt van Godsdienst op den Koning en alle deszelfs landen, hetwelk de Paus voornemens was op Witten Donderdag uit te fpreken. De Gezanten beloofden onder eede, dat de Koning de uitfpraken van den Paus en de Kardinalen in alles gehoorzamen zouden, waar op de Paus den Banblikfem terug hield; maar daartegen deed hij in den ban de moordenaars van becket  GESCHIEDENIS. RET niet alleen, maar allen, die tot deze daad geraden , geholpen, of ze goedgekeurd hadden; ook allen, die hen in hunne landen opnemen en begunftigen zouden, hoewel zij in der daad een jaar lang veiligheid genoten op een Koninklijk Kasteel. Twee Kardinalen begaven zich nu in het jaar 117a naar Normandi'è, alwaar zij te Savigny met hendrik een gefprek hadden, maar zoo buitenfporig waren hunne eifchen, dat hendrik hen met bedreigingen verliet, doch echter kort daar na een vergelijk met hen trof; volgens hetwelk de Koning zwoer, dat de bewuste moord zonder zijn weten en wil gefchied was. Dewijl hij echter, door onvoorzigtige woorden, tot denzelven aanleiding gegeven had, bad hij ootmoedig om abfolutie of aflaat, welke hij ook ontving; tevens beloofde hij, tweehonderd Ridders ter verdediging van het Heil. Land een jaar lang te zullen onderhouden; de appellen vrij toe te laten, en die geregtelijke gewoonten, die ten zijnen tijde tegen de vrijheden der Kerk ingevoerd waren, voor nietig te verklaren; aan de Kerli te Kanterbury hare goederen te zullen wedergeven enz. Tot hier toe had hendrik zijne waardigheid nog ftaaude gehouden, maar binnen kort werd hij dooi de omftandigheden genoodzaakt, zich voor de Geestelijkheid te verootmoedigen. Zijne drie Zonen Honden in het jaar 1173 tegen hem op, ook werd hij daar door in eenen oorlog met den Koning van Frankryk, die hen befchermde, ingewikkeld; eindelijk viel ook de Koning van Schotland met een tal- V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. HENDRIE doet boete.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 172 KERKELIJKE talrijk leger in zijn land; tegen deze zamenfpanning verweerde hendrik zich wel dapper en niet ongelukkig, maar geloofde echter, den bijftand der Geestelijkheid noodig te hebben. Hij verzocht dan den Paus alexander III, dat deze zijne vijanden in den ban zou doen, om daar door bijzonder zijne Zonen tot hunnen pligt terug te brengen; bij deze gelegenheid fchreef hij aan den Paus, dat het Koningrijk Engeland onder deszelfs regtsgebied ftond, en dat hij, ten aanzien van het Leenregt, alleen van hem afhankelijk was; maar alhoewel de Aartsbisfchop van Kanterbury in naam van den Paus, al de genen in den ban deed, die den Koning ontrustten, waren de gevolgen daar van niet van veel aanbelang, terwijl de Geestelijkheid niet ophield, den tegenwoordigen Staat van Zaken voor te dragen, als eene Goddelijke ftraffe voor den moord van becket. De Koning befloot daarom, zich door eene openbare daad van boete van de genegenheid van zijn volk en ook van de Geestelijkheid te verzekeren. In het jaar 1174 uit zijne Franfche landen te Southampton gekeerd, vastte hij op water en brood , en deed eene bedevaart naar Kanterbury, en wel zoo dra hij in het gezigt dier ftad kwam, met bloote voeten. Hij wierp zich in de Kerk bij het Graf van becket op den grond neder, en deed een lang gebed, terwijl hij door den Bisfchop van Londen openlijk van den Predikftoel liet verklaren, dat hij aan den moord des Aartsbisfchops niet het minde deel had. Evenwel tot eene boete voor de aanleiding, welke hij door zijne onbedachte woorden tot  GESCHIEDENIS. 173 tot denzelven gegeven had , ontblootte hij, nadat hem door de aanwezende Bisfchoppen aflaat gegeven was, den rug, en liet zich door de Monniken, die in groot getal tegenwoordig waren, met roeden geefelen. Vervolgens deed hij aan de Kerk aanzienlijke gefchenken, en wees geld aan, tot het onderhoud van waschkaarfen bij het graf van becket; ook hield hij nog drie dagen in vasten en bidden aan. Hier door, zegt de Gefchiedfchrijver mattheus paris, verwierf hij zich zoo zeer de gunst van dezen Martelaar, dat op dienzelfden tijd zijne Veldheeren eene volkomene overwinning op de Schotten behaalden, en hunnen Koning zeiven gevangen maakten. De Geestelijkheid , die becket aanmerkte, als eenen Martelaar voor haar gezag en aanzien, hetwelk men gemeenlijk de vrijheid der Kerk noemde , kondigde fpoedig eene menigte wonderen aan, welke bij zijn graf gebeurde , aan lammen, dooven, blinden; overledenen werden opgewekt, en zelfs doode vogels en andere beesten kregen het leven weder. De Koning van Frankryk , wiens Erfprins heel ziek was, deed, door eene openbaring daar toe vermaand zijnde, eene bedevaard naar dit graf, en de Prins herftelde. alexander III had hem reeds in het jaar 1173 plegtig voor eenen Heiligen en Martelaar verklaard, en zijne vereering fteeg in Engeland zoo hoog, dat hij de Maagd maria zelve den rang betwistte. Van alle gewesten kwamen vreemdelingen hunne aandacht bij zijn graf verrigten, zoodat men dikwijls in één jaar meec V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. THOMAS BECKET voor eenen Heiligen verklaart!  V BOEK lV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 15,7. ALEXANDER 111 «erft. LUClUSll 174 KERKELIJKE meer dan 50,000 Pelgrims naar hetzelve telde. Onder» tusfchen moeten wij hier niet vergeten , dat zelfs reeds in die eeuwen niet altijd even voordeelig over dezen Heiligen thomas geoordeeld werd. Zijn tijdgenoot, de Engelfche Gefchiedfchrijver willem van Newbridge, berispte zijne onltuimigheid, hoewel Hechts huiverig; maar de Godgeleerden van Parys hebben kort na zijnen dood over zijne heiligheid en zelfs over zijne zaligheid getwist, dewijl één van hen beweerde , dat hij wegens zijne trotsheid den dood, hoewel niet juist zulken dood, verdiend had (*). Op deze wijze zegevierde alexander III over de magtiglte Vorsten van Europa, den Keizer frederik en den Koning hendrik; geen wonder, dat hij zijne overmagt ook aan andere Vorsten deed gevoelen. In het jaar 1180 dreigde hij Koning willem van Schotland met den ban en een interdikt, omdat hij zekeren Bisfchop niet tot het gerust bezit zijner waardigheid wilde laten komen; en deze bedreigingen werden terftond vervuld. Aan den Koning van Portugal bevestigde hij den Koninklijken titel, die hem reeds in het jaar 1142 door innocentius II gegeven, maar door de Koningen van Kastili'è tot hier toe betwist was. — Deze Paus, die de magt van zijnen Stoel zoo zeer gevestigd had, overleed in het jaar 1181. I Zijn opvolger lucius III, te voren ubaldo, Kardinaal-Bisfchop van Ostia en Veletri, geboortig van Lucca, kon uit hoofde van aanhoudend mis- ver- (*) bal/eus Hist. üniverftt. Paris. T. II. p. 388.  GESCHIEDENIS. 1/5 verftand met de Romeinen zijn verblijf in deze ftad niet nemen; maar onthield zich te Veletri. Dt Romeinen hielden Tuscoli belegerd, en als de Aartsbisfchop van Mentz, christiaan, door den Paus daar toe verzocht, de ftad met eenig Duitsch volk te hulp kwam, wisten zij dien, gelijk men toen verhaalde, met vergift om te brengen. In het volgende jaar 1184 kregen zij eenige Geestelijken van 's Paufen partij gevangen; dezen ftaken zij de oogen uit, behalve een, die hen tot leidsman dienen moest, en dus zonden zij hen met Bisfchopsmijters op ezels aan den Paus. In dit jaar reisde lucius naar den Keizer te Verona. Deze had in het jaar 1183 te Confians den vrede gefloten met de fteden van Lombardyë, waar bij aan dezelve vele voorregten werden vergund , maar echter de oppermagt des Keizers bewaard bleef; ook werd de naam van Alexandrië in C Zekerder is het, dat hendrik, volgens een verdrag met de Romeinen, zijne bezetting uit de ftad Tuscoli trok, en daar door die ftad, op welke de Romeinen federt langen tijd zeer gebeten waren, aan hunne woede overliet, gelijk zij dan ook dezelve beroagtigden en ten gronde doopten , na de inwoners gedeeltelijk om~ gebragt, gedeeltelijk op het wreedst mishandeld te hebben. De Keizer haastte zich, om naar Apulis voort terukken, en het Rijk van Sicilië aan tankred teontweldigen. Dit mislukte hem echter in den eerften veldtogt, veel eer geraakte zijne Gemalin kon-. stan- (*) Verg. ch. gottlieb schwarz Disf. de HenricilV Romerna, eaque igwuiniofa coronatione Altorf. IZ37-  GESCHIEDENIS. 181 stantia in tankreds handen, hnewel zii, ook ■door 's Paufen medewerking, fpoedig in vrijheid gefield werd. Maar toen tankred in het jaar 1193 overleden was, drong hendrik zegevierend het Koningrijk in, en liet zich tot Koning van Sicilië kronen, zonder naar de toeftemming van den Paus te vragen. Deze was intusfchen nog in eenen anderen twist met den Keizer geraakt, richard, Koning van Engeland, was in het jaar 1192, als hij uit Syrië over land door Duitschland, als een bijzonder perfoon vermomd, naar huis keerde, in het gebied van den Hertog leopold van Oostenryk herkend en gevangen genomen, tot wraak van eenen hoon, welken de Hertog voorwendde, in Palestina van den Koning geleden te hebben, hendrik VI noodzaakte den Hertog, den Koning aan hem over te leveren, onder voorwendfel van bezwaren tegen denzelven te hebben, maar in der daad, om hem een groot losgeld af te perfen. Daar de kruisvaarders onder de bijzondere befcherming van den Paus Honden, wendde zich richards Moeder, eleonora, Koningin weduwe van Engeland, herhaalde keeren fchriftelijk met ernftigen nadruk tot den Paus, maar deze kende den Keizer te wel, dan dat hij zich openlijk durfde te laten zien; richard werd eindelijk in het jaar 1194. ontflagen tegen het betalen van 150,000 Mark zilver Keulsch gewigt; deze Vorst zond in het volgende jaar 1195 een gezantfchap naar Rome, om den Paus onder fcherpe verwijtingen te bewegen, om den Hertog van Oostenryk te M 3 nood- V DOÊK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517.  182 KERKELIJKE V boer IV Hoofdft. na C. G Jaar1073 tot 1517 Dood van Keizer HENDRIK VI en Paus coe- LFSTiNUS 111. INNOCENTIUS III. noodzaken, de Engelfche Gijzelaars, die hij in handen had, te ontflaan, het reeds ontvangen geld aan den Koning terug, en hem voorts behoorlijke voldoening te geven. De Paus zich nu niet langer kunnende onttrekken, deed den Hertog en allen , die deel hadden gehad aan het gevangennemen van Koning richard, in den ban, en ftelde deszelfs land onder Interdict. Doch nog in het jaar 1198 moest de Paus innocentius III desHertogs Zoon, op ftraffe van den ban bevelen, den Koning het afgeperste geld te herftelien. Keizer hendrik VI ftierf in het jaar 1197 te Mesfina in Sicilië; gelijk een en andere Schrijver verzekert, onder den Paufelijken ban, doch waar van de overige Schrijvers niets melden; hij was integendeel, voornamelijk dewijl hij ook het Rijk van Sicilië bezat, voor de Paufen geduchter, dan zijn Vader ooit geweest was; in het volgende jaar 1198 overleed ook de Paus coelestinus. Op dezen grijsaard van negentig jaren volgde een man van niet meer dan zeven en dertig jaren, niet zonder tegenfpraak van verfcheidene Kardinalen. Hij was de Kardinaal Diaken lotharius, uit Anagni, een ftadje bij Rome, geboortig, Zoon van den Graaf van Segni, en nam den naam van innocentius III aan. Hij had te Rome, Parys en Bologna zich in de Wijsbegeerte geoefend, bezat de tot zijne waardigheid noodige begaafdheden , en kwam in zeer gunftige tijden voor de Paufelijke hoogheid aan de regering. hendrik VI liet Hechts eenen Zoon, een kind van pas vier jaren, na, frederik, die wel  GESCHIEDENIS. iS3 wel reeds in het jaar 1197 als Koning, en zijne Moeder konstantia als Regentesfe des Rijks erkend was, gelijk zijn Vader hem ook reeds in het jaar 1196 van de Duitfche Rijksftenden als zijn' opvolger had laten benoemen, doch de heerschzucht der Paufen en de verdeeldheid der Duitfche Vorsten veroorzaakten, dat de Broeder van hendrik, filips, Hertog van Zwaben en Thuscia, (Toskanen,') bezitter der Erfgoederen van mathildis, zich buiten ftaat bevond, om de regten van zijnen Neef te handhaven. Van deze voor hem gunftige omftandigheden verzuimde innocentius niet gebruik te maken. Daags na zijne inwijding reeds noodzaakte hij den Stadhouder van Rome aan hem den eed van trouwe af te leggen, waar door zelfs de laatfte fchaduw der Keizerlijke Oppermagt over deze ftad een einde nam. Vervolgens eischte innocentius den eed van hulde „van markward of marcualdus , Rijksfenefchal Hertog van Ravenna en Romandiola, die door den vorigen Keizer ook met de Mark Ancona beleend was geweest. Deze bood. wel den Paus alle voordeden en eene jaarlijkfche fchatting aan, indien hij .-hem de Mark wilde laten behouden, maar kon echter niet beletten, dat de inwoners, uit afkeer tegen de Duitfchers, die de Italianen te zeer gedrukt hadden, zich aan den Paus onderwierpen, zoodat ^Ancona, Fermo, Ofimo en andere fteden zich onder deszelfs gehoorzaamheid begaven, koenraad van Zwaben, Hertog van Spokto, en Graaf van Asfisfo, werd insgelijks genoodzaakt, zijne landen en Heden M 4 aan V boek IV Hoofdft. na C. G. |aano73. tot 1517. innocentiuswordt meester van Rome; van de Mark vanAncona en vestigt den Kerke) ijken ftaat in Italië.  V BOEK IV Hoofdft naC. G. Jaar 1073. toe 1517. 184 KERKELIJKE aan den Paus af te ftaan, en zich naar Duitschland te begeven. Bij dit alles gebruikte de Paus het voorwendfel, dat hij aan de Roomfche Kerk flechts herftelde, het gene haar van ouds had toebehoord, en maakte zijn gebruik van den eerwaardigen naam van den Apostel petrus, maar in der daad bediende hij zich, gelijk mattheus paris (*) uitdrukkelijk fchrijft , van den tegenwoordigen ftaat des Rijks, hetwelk zonder Keizer was, om hetzelve vele kasteelen en fteden te ontnemen. Dus was innocentius eigenlijk de ftichrer van het Paufelijk Wereldlijk gebied in Rome en Midden- Italië, hetwelk tot onzen tijd toe den naam van den Kerkdijken Staat gedragen heeft (t). Gaarn had de Paus ook het voormalige Exarchaat van Ravenna, de Erflanden van mathildis enz. onder zijne magt gebragt, maar hier zag hij zich genoodzaakt eene gunftiger gelegenheid af te wachten. In Toskanen gingen de voornaamfte fteden, als Florence, Lucca, Pi fa, en Siena een verbond met eikanderen aan, hetwelk door den Paus onderfteund werd, die niet naliet aan allen in te prenten, dat 'er twee groote lichten aan den Kerkhemel waren , welke hunnen Zetel in Italië hadden, en van welken het kleinfte, de Keizerlijke magt, zijn licht had van het grootfte, de Paufelijke magt, even als de maan haar licht van de zon ontleent. De (*) Hist. Major. ad. a 1210. (f) Gesta Innocentii III Rom. Pontif. pramisfa ejusd* Epistt. ex edit. baluzii Par. .éZi.fol. Tom. I.  GESCHIEDENIS. 185 De tegenwoordige gefteldheid van het Koningrijk Sicilië bood insgelijks aan den Paus eene voordeelige gelegenheid aan, om zijn gezag in dat Rijk te vestigen. De Keizerin Moeder konstantia was in het jaar 1198 overleden; de Grooten des Rijks waren onrustig, de Natie haatte de Duitfchers, en de Geestelijkheid was geheel op de zijde van den Paus. De uiterfte wil van Keizer hendrik Vf gevonden onder de papieren van den Hertog markward in het jaar 1200, was insgelijks zeer gunftig voor den Paus, waarfchijnlijk omdat deze Vorst geene betere veiligheid voor zijn onmondig kind wist uit te vinden, dan indien hij de gunst van den Paus voor hetzelve winnen kon. konstantia had reeds voor haar overlijden den Paus laten verzoeken, dat hij haren Zoon de gewone beleening van het Koningrijk Sicilië, het Hertogdom Apulië, het Vorstendom Kapua enz. wilde fchenken; aan welk verzoek de Paus voldeed, onder voorwaarde, dat de Koningen van Sicilië zich verpligten zouden om de Kerkelijke Bisfchopsverkiezingen te erkennen, eenen Paufelijken Legaat te ontvangen, aan de Geestelijken vrij Appel op den Stoel van Rome te vergunnen enz. — De bovengemelde Hertog markward verhinderde echter een' geruimen tijd den Paus, in het volvoeren van zijne oogmerken. Teiftond na het overlijden van konstantia kwam hij in Sicilië over, onder voorwendfel, dat de overleden Keizer hem tot Voogd over zijnen nasdatenen Zoon had aangefteld; waar tegen de Keizerin konstantia deze Voogdijfchap aan den Paus had opgedragen , die M 5 ook V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. De Paus beftuurt Sicilië als Voogd van den jongen FREDERIK  KERKELIJKE V BOF.K IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 ook terftond eenen Kardinaal, als zijnen Legaat, naar Sicilië zond, om daar met de Grooien, aan welken de opvoeding van den jongen frederik was aannevolen, de regering op zich te nemen. — Ten ' zelfden tijde wendde zich nog een ander mededinger naar een gedeelte van het Rijk, walther , (of gautier,) Graaf van Brienne, tot den Paus; deze Franfche Heer was onlangs getrouwd met de oudfte dochter van den Koning tancued , en eischte voor zich het Graaffchap Lecce in Terra d'Otranto, en het Vorstendom Tarento. De Paus, zich hier door in verlegenheid bevindende , oordeelde raadzaam, hem zijnen eisch te bewilligen, maar deed hem tevens in een open Konjiflorie, (eene vergadering van Kardinalen, gehouden in tegenwoordigheid van vele andere Toehoorders,) bij eede beloven, dat hij niets ten nadeele van frederik ondernemen, maar dien hulde zweeren en tegen zijne vijanden verdedigen zou. Maar de Grooten des Rijks, inzonderheid de Bisfchop van Troja, Kanfelier van Sicilië , walter , ( Of gualtero, ) de la pa- gliana, een vijand van het Huis van tancred, namen dezen ftap des Paufen zoo euvel op, dat de laatstgemelde de inwoners van Mesfina opriep, en voor hen aan den Paus de booste oogmerken toefchreef; hier op reisde brienne naar Frankryk, om krijgsbenden te verzamelen, en zijne eifchen met de wapenen aan te dringen. Ondertusfchen had markward zulke voortgangen gemaakt, dat hij in het jaar 1200 Palermo belegeren! kon. De Pau$ zond een leger tegen hem onder zijnen  GESCHIEDENIS. 187 -nen Neef en Veldheer jakob , hetwelk op markward in eenen veldflag eene volkomene overwinning behaalde, hoewel deze kort daar na weder dt overhand in Sicilië kreeg, doordien de bovengemelde Bisfchop van Troja, pagliana, zich met hem verbond. Deze had zich, na den dood des Aartsbisfchops van Palermo , tot deszelfs opvolger later verkiezen, ( of postuleren,) en zonder den Paus t< kennen of het Pallium ontvangen te hebben, d< befturing van het Aartsbisdom aanvaard; de Paus wilde hem daartegen wel vergunnen het Bisdom Troja te behouden, maar alleen toeftaan, om zich Voogd of Dienaar der Kerk van Palermo te noemen. De trotfche Prelaat verwierp deze fchikking, als te vernederend, en fprak zoo wel van den Paus als van brienne met verachting, terwijl hij zich alle magt in Sicilië aanmatigde, en eindelijk mei markward verbond, alhoewel deze door den Paus jn den ban gedaan was. Hier op deed de Paus hem in het jaar 1201 insgelijks in den ban, waai door hij, y&n ieder verlaten wordende, genoodzaakt was, zich voor den Paus te verootmoedigen, maai als deze hem gebood, dat hij zich niet verder tegen den Graaf van Brienne zou verzetten, gaf hij ten antwoord, dit niet te kunnen doen, al zou de Apostel petrus zelve van christus gezonden worden, om hem zulks te bevelen, en al zou hij 'er om in de Hel komen. Ook vereenigde hij zich met eenen anderen Duitfchen Veldheer, diepold , die al fe4ert eenige jaren in Apuiië voortgangen gemaakt had; V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517.  i88 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario^. tot 1517. De Paus doet uitfpraakover de ver iezing van eenen Keizer. had; maar zij werden door brienne in het jaar 1201 geflagen. Inmiddels had markward Palermo bemagtigd, en zich meester gemaakt van den jongen Koning frederik, maar werd in zijne verdere oogmerken in het jaar 1202 door den dood gefluit. Nu deed zich weder een ander Duitsch Veldheer op, welken de Italianen willem capparone noemen, die in Palerno drong, zich van frederik meester maakte, en zich Opperopziener des Konings en Stadhouder van Sicilië noemde. Thans verzocht de Kanfelier pagliana, van deze onrusten gebruik makende, den Paus andermaal om abfolutie, welke hij ook, onder belofte van volkomene gehoorzaamheid, verkreeg. — Onderwijl bleven diepold en brienne malkanderen beoorlogen, tot de laatstgemelde in het jaar 1205 het leven verloor, waar na de Paus diepold in het jaar 1206 van den ban onthief, en naar Sicilië zond, alwaar capparone en pagliana om het Regentfchap twistten, tot de Paus eindelijk zelve in het jaar 1208 in Sicilië kwam , en door zijn gezag en fchikkingen op eenen Rijksdag te San Germano de rust en orde eenigermate herflelde. Terwijl innocentius zich beijverde, om zijn weeskind frederik te handhaven, hoewel nog meer, om zijne eigene belangen te bevorderen, was hij tevens werkzaam , om denzelven uit te fluiten van het Keizerrijk, hoewel de jonge Vorst, gelijk wij gezegd hebben, reeds in het jaar 1196 door de verkiezing der Duitfche Vorsten een regt op hetzelve  GESCHIEDENIS. i8p ve verkregen had. De meeste Vorsten waren ongenegen, om een kind, hetwelk ver buiten Duitschland leefde, tegen den zin des Paufen, te erkennen, en boden daarom aan frederiks Oom , filips, Hertog van Zwaben en Toskanen, die tot hier toe alle moeite voor zijnen Neef gedaan had, zeiven de kroon aan, welke deze in het jaar 1198 befloot aan te nemen, wordende door de Sakfifche, Zwabifche, Eeyerfche en andere Grooten erkend, terwijl de meeste Geestelijken en de Vorsten aan den Rhyn tegen hem den Hertog otto verkozen, Zoon van hendrik den Leeuw, weleer Hertog van Sakfen en Beyeren, onder den naam van otto IV. Deze beide Mededingers deden terftond hun best, om den Paus tot hun belang over te halen, filips, die uit een Huis afftamde, hetwelk bij de Paufen hatelijk was , en wien de Paus zelfs in den ban gedaan had, omdat hij als Hertog van Toskane in het Paufelijk gebied eeneu inval gedaan had; alhoewel hem deze ban niet plegtig was aangekondigd, en daarom van filips ontkend werd; verzocht evenwel van den Paus abfolutie , die dit aan zijnen Legaat overliet, indien filips alle Paufelijke voorfchriften zou nakomen. De Legaat fchijnt zich daar mede overhaast te hebben, alzoo de Paus zijne vrijfpreking niet bevestigde. — otto daartegen, behoorde tot eene partij, welke den Paufen fteeds toegedaan geweest was. De Geestelijke en Wereldlijke Vorsten, die hem verkoren hadden, fchreven ook eerbiedig aan den Paus, met verzoek, om hunne keuze te bevestigen, onder belofte, dat otto al de reg- ten V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517.  ioo KERKELIJKE V boek IV Hoofdft. na C. G, Jaario73. lot 15 j 7, ten der Kerk voorftaan, en haar alle gehoorzaamheid' bewijzen zoude. Doch de aanhangers van fii.ips fchreven op een' geheel anderen toon, zij verzochten wel, dat de Paus aan den door hen verkorenen Vorst zijne genegenheid wilde bewijzen, tevens berigtende, dat zij met denzelven fpoedig te Rome zouden komen, ten einde hem de Keizerlijke kroon door den Raus te laten opzetten, maar geen woord van eenig verzoek om de bevestiging der verkiezing door den Paus, integendeel verzochten zij heel ernftig, dat deze de regten van het Rijk niet benadeelen, en den meermalen genoemden Hertog markward als Gevolmagtigden van hunnen Keizer erkennen zou. Op deze ftoute taal antwoordde innocentius aan deze Duitfche Vorsten, dat hij wel wist, wie der beide Vorsten de genegenheid van den Apostolifchen Stoel verdiende; dat 'er nog fteeds fchadelijke lieden waren, die geene eendragt wenschten tusfchen de Kerk en het Rijk, dat het leugen was, als of hij tot vermindering van het Rijk werkzaam was; hij zou de Keizerlijke kroon aan den genen geven, die regtmatig verkoren was; markward was een meineedig verrader, die reeds genoegzaam te onder gebragt was. Bovendien zond hij naar Duitschland een wijdloopig gefchrift over, in hetwelk hij zijne gedachten over den toeftand des Rijks, en de drie verkorene Mededingers , den jongen frederik , filips en otto ontvouwde, hetzelve beduitende met de Rijksvorsten te vermanen, dat zij zich over een bekwaam per-  GESCHIEDENIS. 191 perfoon vereenigen, of hem het oordeel daar ovei laten zouden ; zoo zij geen van beiden deden , zoude hij, om hunne oneenigheid niet te voeden, en met petrus tot verloochening der waarheid gebragt te worden, den Hertog otto , die der Kerke zoo genegen was, tot Koning en Keizer verklaren. Doch geene der beide partijen fchikte zich naar dit aanfchrijven van den Paus, maar zij bedreden malkander federt het jaar 1198 allerhevigst, in Duitschland in de eerde jaren met gelijk voordeel, maar in Italië was alles voor otto gedemd, en de Paus zelve zal verklaard hebben, dat hij filips de kroon ontnemen zoude, of dat deze zulks aan hem zou doen (*). Eindelijk liet innocentius in het jaar I2oi door eenen Kardinaal-Legaat in Duitschland^ bekend maken, dat otto Koning was, en dat hij filips met zijne aanhangers op nieuw in den ban zou doen. Maar deze dap van den Paus werd door de aanhangers van filips zeer euvel opgenomen, en verfcheidene Aartsbisfchoppen en Bisfchoppen toonden hem in eenen nadrukkelijken Brief hunne verontwaardiging over denzelven. De Paus beantwoordde dezen Brief in eenen anderen, gefchreven aan berthold, Hertog van Zaringen, die insgelijks van eenige Rijksvorsten verkoren , maar vervolgens op de zijde van filips overgegaan was. In denzelven verklaarde hij, dat hij het regt der Duitfche Vorsten, om eenen Koning te verkiezen, volkomen erkende , maar dat het regt, om den door hen ver- ko- (*) Chron. Urfperg. p. 233 , 234. . V boek iV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. De Paus doet filips in den ban.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. WLIPS wordt vermoon 192 KERKELIJKE korenen perfoon te onderzoeken , aan den Paus ftond, van wien dezelve gezalfd, gewijd en gekroond moest worden. Of zou de Paus, indien de Vorsten eens eenparig eenen Kerkroover, eenen geexcommuniceerden , eenen dwingeland of krankzinnigen, eenen Ketter of Heiden tot Koning verkoren, dien zalven en kronen? Zijn Legaat had niet, gelijk de Vorsten hem hadden tegengeworpen, gehandeld als Verkiezer of als Rigter, maar Hechts als Aankondiger, ( Denunciator, ) bekend gemaakt: dat filips onwaardig, maar otto tot het Rijk bevoegd was. Maar ook deze Paufelijke Brief deed geene uitI werking bij de partij van filips , hoewel deze Vorst zelve in het jaar 1293 voordeelige aanbiedingen aan den Paus ter verzoening liet doen, welke thans wel niet aangenomen werden, maar als de magt van filips toenam , en hij zelfs door den Aartsbisfchop van Keulen andermaal te Aken gekroond was, kwam men in onderhandeling, waar in filips beloofde, zoo hij den Paus of de Roomfche Kerk mogt beleedigd hebben, het oordeel daar over aan de Kardinalen en aan zijne Vorsten te willen onderwerpen; maar zoo de Paus hem of het Rijk beleedigd had, zulks wilde hij, ter eere van christus, wiens ftadhouder de Paus was, en uit eerbied voor den Apostel petrus, en tot zijne eigene zaligheid, aan het geweten van den Paus overlaten; verders beloofde hu" zijne Dochter ten huwelijk te zullen geven aan des Paufen Neef, waar bij men hopen mogt, dat de Erfltaten van mathildis tot eene bruidfchat zou-  GESCHIEDENIS. m fcouden gefchonken worden. Sommigen verzekeren, dat innocentius op deze toezeggingen bewilligd zal hebben, dat filips Keizer zou zijn; zoo veel is zeker, dat hij eischte, dat otto eenen dildand van wapenen met iilips zou aangaan, welke ook in het jaar 1207 gefloten werd, ook liet hij filips van den ban ontdaan , en zou zich misfchien .geheel met hem verzoend hebben, indien filips niet in het jaar 1208 door den Paltsgraaf otto van PFittelsback-wns vermoord geworden. Nu liet zich otto nogmaal in Duitschland eenparig verkiezen, en innocentius zelve was geheel voor hem werkzaam, otto erkende, dat hij het Keizerrijk aan den Paus als eene weldaad verfchuldigd was, en noemde zich in eenen Brief aan den Paus duidelijk genoeg: door Gods en des Paufen ge. nade Roomsen Koning, (Innocentio Dei Gratia S* Rom. fedis Summo Pontifici Otto eadem Gratia et fua Romanorum Rex. ) (*) Ondertusfchen verwekten de pogingen, welke de Koning van Sicilië. frederik, Neef van filips, aanwendde, om het Keizerrijk voor zich te verkrijgen, aan otto bekommeringen, waarom hij zich haastte, om aaar Italië te trekken, ten einde de kroon van Italië, en te Rome de Keizerlijke kroon te ontvangen. — Deze togt, die in het jaar 1209 ondernomen werd, Haagde in het eerst naar wensch. otto , als een afftammeling uit het Welf fche Huis, werd in de deden van Lombar dfè met blijdfchap,ontvangen, en te Monza als Koning van (*) In Registro Innffc. til. Epist, 160. p. 754, XVI. Deel. N V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. otto Keizer, wordt van den Paus gekroond*  V BOEK IV Hoofdfl. ,laC, G Jaar 1073 tot 1517, Maar ver volgens in den bar gedaan. 194 KERKELIJKE van Italië gekroond. Maar de Keizerlijke kroon ontving hij uit handen van den Paus te Rome in den herfst van gemelde jaar, doch niet eer, voor dat hij eenen plegtigen eed in handen des Paufen had afgelegd, waar bij hij genoegzaam in alle de eifchen van den Roomfchen Stoel bewilligde. Met deze plegtigheid nam echter de goede verftandhouding tusfchen den Paus en den Keizer fpoedig een einde. Vooreerst geraakten de Romeinen, gelijk zoo menigmaal gebeurd was, met een aantal foldaten van het Keizerlijk leger, hetwelk voor Remt gelegerd lag, in twist, waar bij' de Duitfchers niet weinige dooden en gewonden kregen; maar ook kreeg otto fpoedig met den Paus zeiven verfchil; het was reeds voor hem beleedigend, dat de Paus van hem eischte, dat hij den dag na zijne kroning met zijn leger het Roomfche gebied zou verlaten, gelijk een Schrijver van deze tijden dit verhaalt; ook gebeurde zulks niet eer, voordat de Keizer gebrek aan levensmiddelen begon te krijgen, welke de Romeinen niet langer leveren wilden; waar bij fpoedig nog andere bezwaren kwamen. Volgens mattheus paris, herinnerde de Keizer zich, dat hij bij eede beloofd had, ook de waardigheid des Rijks te zullen handhaven, en deszelfs regten herftellen, waar over noodwendig verfchil ontftaan moest, dewijl de Paus, gedurende het openftaan van den Keizerlijken troon, vele Kasteelen en andere bezittingen des Rijks ingenomen had, gelijk ook de Koning van Sicilië zich van verfcheidene Rijksvestingen had meester gemaakt. Anderen verhalen, dat de twist ontftond over  GESCHIEDENIS. 195 over de erfgoederen van mathildis. — Hoe het zij, otto bezette verfcheidene fteden, welke de Paus voor eenige jaren aan zich onderworpen had, ook beoorloogde hij in het jaar 1210 den Koning van Sicilië, wien hij bijna geheel dpulië ontnam. De Paus liet hem herhaalde keeren vermanen, om de Roomfche Kerk en den Koning van Sicilië niet te vervolgen, maar otto beriep zich op zijne verpligting als Keizer, tot handhaving van de regten des Rijks; waar op de Paus nog in hetzelfde jaar den Keizer en deszelfs aanhangers in den ban deed, en alle Stenden van het Duitfche en Roomfche Rijk van den eed, aan hem gedaan , ontfloeg. otto Relde aan den Paus eene bijeenkomst te Rome voor al zou hij zich ook met gevaar van zijn leven derwaarts begeven, maar de Paus fchreef hem, dat dezélve om vele redenen onmogelijk was. Den bah achtte otto in het eerst zoo weinig, dat hij in het jaar 1211 zijnen veldtogt tegen Koning frederik vervolgde, die bijna het geheele vaste land van zijn Rijk verloor; maar daartegen werkte de Paus in Duitschland des te fterker tegen hem, alwaar zijn Legaat, de Aartsbisfchop van Mentz, sigfried, het zelfs daar toe bragt, dat Koning frederik op eene vergadering te Bamberg tot Keizer verkoren werd; en de Paufelijke partij verfterkte zich onder de Duitfche Vorsten zoo aanmerkelijk, dat otto in het jaar 121a genoodzaakt was naar Duitschland te keeren. Dus werd innocentius onverziens bewogen, om 1 frederik , die thans achttien jaren oud was, wien ' N 2 hij' V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. NNQCEN- 'ius beverkt de  V BOEK IV Hoofdfl. na C. G. Jaar 1073' tot 1517- verkiezing van FREDERIK II tot Keizer. FREDERI II toont zich zee eerbiedi jegens den Pan t0<5 KERKELIJKE hij van zijne kindsheid af met allen ijver van der Keizerlijke waardigheid had zoeken uit te fluiten , thans daar toe te bevorderen. Dewijl vele Vorsten verlangden, dat hij in Duitschland zou komen, liet de Paus hem in het jaar laia naar Genua brengen, van waar hij, niet zonder moeite en gevaar , in Zwaben aankwam , maar zoo veel onderfteuning vond, en zich daar van zoo werkzaam bediende, dat hij nog in hetzelfde jaar te Mentz de hulde van vele Rijksvorsten ontvangen, en van den Aartsbisfchop aldaar gezalfd kon worden, otto zelve maakte hem het beklimmen van den troon gemakkelijk, door zich in eenen oorlog met den Koning van Frankryk filips augustus in te wikkelen , tegen wien hij in het jaar 1214 eenen grooten veldflag verloor, die hem zoo van alle magt ontzette, dat hij federt, in zijne Brunswijkfche Erflanden opgefloten, alleen den naam van Keizer behouden kon. In den gemelden veldflag merkten de Franfchen zich alleen als Christenen aan, omdat otto met zijn Ieger in des Paufen ban was. rjus hadden de Duitfchers in frederik. II weder eenen Keizer uit handen van den Paus ontvangen, ; jegens wien frederik zich ten uiterften dankbaar 1 betoonde, noemende in eene Gouden Bulle in het s,jaar 1213 te Èger uitgegeven, innocentius zijnen liefden Heer en vereerïngs waardig ften Vader , Befchermer en Weldoener, en doende tevens alle die beloften, welke otto IV in het begin zijner regering aan den Paus gedaan had. Bij zijne kroning te °Akeny in het jaar 1215, nam hij, om den Paus  GESCHIEDENIS. 197 te believen, met den Aartsbisfchop van Mentz, het kruis aan, om Palestina te hulp te trekken. Evenwel moest hij nog een foort van geregtelijk onderzoek ondergaan voor het hoogde Geestelijk gerigt, hetwelk de Paus in het jaar 1215 hield in de algemeene Kerkvergadering in het Lateraan, eer de Paus zijne Keizerlijke waardigheid bevestigde. Op deze vergadering bevond zich als Gezant van frederik de Aartsbisfchop van Palermo, en als afgevaardigde van Keizer otto zekere Milanees; die uit naam van zijnen Meester alle gehoorzaamheid aan de Kerk aanbood, indien zij zijne Keizerlijke waardigheid wilde erkennen, maar de Markgraaf van Montferrat, een aanhanger van frederik, bragt hier tegen verfcheidene befchuldigingen tegen otto in, dat hij den eed verbroken had, welken hij aan de Kerk had gedaan, eeren geëxcommuniceerden Bisfchop in befcherming genomen, eenen anderen, die Paufelyk Legaat was, in de gevangenis gezet, en tot fchimp der Roomfche Kerk frederik eenen Papeiikoning , ( regem presbijterorum, ) genoemd had. Daar en boven beweerde de Markgraaf, dat de Milanees niet moest gehoord worden, dewijl alle Milanezen als vrienden van otto met hem in den ban waren. Hier over kwam men tot wederzijdsch fchelden, zoodat de Pairs de vergadering moest doen fcheiden, hoewel hij kort daar na de verkiezing van frederik goedkeurde, die ook reeds te voren in Junij des jaars 1215 een* der gewigtigfte wenfchen van den Paus voldaan had. Hij had namelijk in eene Gotiden Bul te Straatsburg opgelleld, N 3 be- V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73 tot 1517, insocen tius zet Koning jan van Engelanc af. I98 KERKELIJKE bepaald, dat zijn Zoon hendrik, die op zijn bevel tot Koning van Sicilië gekroond was, van zijne Vaderlijke magt ontheven zijn , en het Koningrijk Sicilië geheel alleen als een Paufelijk Leenrijk bezitten zou; hij wilde zelfs den titel van Koning van Sicilië niet voeren, maar dit Rijk, tot de meerderjarigheid van zijnen Zoon, door een' bekwaam mail laten regeren, die van alles aan de Roomfche Kerk rekenfchap zou geven; en dit, ten einde het Rijk van Sicilië, tot nadeel van den Paus en de erfgenamen van frederik, niet zou mogen fchijnen, met het Keizerrijk vereenigd te wezen. Op deze wijze waren Duitschland en Italië, gedurende de achttienjarige regering van Paus innocentius III, van hem genoegzaam afhankelijk ; maar Engeland werd dit op nog fchandelijker wijze. In dit Rijk was in het jaar 1199 Koning jan zijnen Broeder richard opgevolgd. Hij was een Vorst van een laag, wreed, onftandvastig en laf karakter, die zijnen Neef arthur met onmenfchelijke wreedheid vermoordde, en zonder tegenweer zijne landen in Frankryk door filips augustus liet bemagtigeu; door al hetwelk hij zich de verachting en haat zijner onderdanen op den hals haalde. Hij toonde zijnen lagen geest ook daar door, dat hij den Paus om deszelfs hulp verzocht tegen den Koning van Frankryk, maar daar voor moest hij in zijn eigen Rijk de overmagt van den Paus voelen. Na het overlijden van hubert, Aartsbisfchop van Kanterbury , in het jaar 1205 , verkoren de jonge Monniken uit het Klooster van den Heiligen AU-  GESCHIEDENIS. 199 augustinus , den Apostel der Angelfakfen, of de Kanunniken der Christuskerk te Kanterbury , des nachts in de Kerk hunnen Ouderprior reginald tot deszelfs opvolger. Nog dien zelfden nacht ging deze met eenige Monniken op reis naar Rome, om de bevestiging van den Paus te verzoeken, hebbende met een eed beloofd, niets van zijne verkiezing voor af te zullen openbaren, dewijl men eerst des Paufen goedkeuring wilde weten, eer men den Koning van de verkiezing kennis gaf. Maar reginald verbreidde, zoo dra hij in Vlaanderen gekomen was, overal uit, dat hij tot Aartsbisfchop verkoren was. Zijne medebroeders in Engeland voor des Konings toorn vreezende, werden hier door zoo misnoegd, dat zij den Koning om verlof vraagden, ten einde eene nieuwe keuze te doen; hetwelk hun de Koning verleende, en daar bij joan van gray, Bisfchop van Norwich, aanprees, die onder al de Prelaten van zijn Rijk zijn grootfte vertrouwen bezat. Op 's Konings bevel werd joan dadelijk verkoren, en plegtig door de Monniken ingevoerd (*). reginald kwam intusfchen te Rome aan, maar de Paus weigerde hem, zonder nadere kundfchap, te bevestigen, terwijl de Suffraganen of Bisfchoppen , die onder het Aartsbisdom Kanterbury behoorden, zich bezwaarden, dat men hun geen deel gegeven had in de verkiezing; ook bleef de Koning niet in gebreke, twaalf Monniken naar Rome te zenden, om de nieuwe verkiezing te verdedigen. Ein- (*) matth. Paris. Hist. Major. p. 193, 212. N 4 V boer IV Hoofdft.' na C. Gt Jaano73i tot 1517.  ?oo KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 Eindelijk deed de Paus in het jaar 1207 uitfpraak, waar bij hij de beide verkiezingen te niet deed, en aan de veertien Monniken, die zich te Rome bevonden , op hunne belofte van gehoorzaamheid en ftraffe van den ban , gebood den Kardinnal stevenlangton, eenen den Paus geheel toegedanen Engehchman, die zich toen aan zijn Hof te Vtterbo bevond, tot Aartsbisfchop te verkiezen, het geen zij ongaarn en al morrend, een uitgezonderd, deden, waar na de Paus hem terftond wijdde. Om echter den Koning wegens deze eigendunkelijke aanmatiging eenige voldoening te geven, fchreef de Paus hem eenen Brief, verzeld met een gefchenk van vier gouden met juweelen bezette ringen, van welke in den Brief eene zeldzame allegorifche verklaring gegeven werd, welke beuzelarijen den Koning niet kwalijk behaagden; maar toen de tweede Brief hier op volgde, met een verzoek van den Paus, dat hij den Kanoniek verkorenen langton, die als een zeer geleerd man door den Paus werd aangeprezen , gunftig zou onthalen, ontftak de Koning in woedenden toorn tegen de gemelde Monniken, die hij van verraad befchuldigde, en door gewapende magt uit hun Klooster verdreef, terwijl zij naar Vlaanderen vlugtten, waar na hij het Klooster met andere Monniken bezette, hoewel de landerijen van hetzelve, zoo wel als die van 'het Aartsbisdom, federt onbebouwd bleven leggen. Vervolgens fchreef de Koning eenen fcherpen Brief aan den Paus, met klagten ovet het fchenden van zijne regten, welke hij, als het noodig was, tot den dood toe wilde hand-  GESCHIEDENIS. SOI handhaven, dreigende tevens, dat, indien de Paus de verkiezing van den Bisfchop van Norwich niet wilde goedkeuren, hij alle zijne onderdanen beletten zou, zich naar Rome te wenden, opdat zijn land niet van geld uitgeput, en hij daar door buiten ftaat gefield mogt worden , om deszelfs vijanden terug te drijven. In het antwoord van den Paus op dezen Brief , zag men , onder een zachte wijze van voordel , echter duidelijke blijken , dat alle tegenftand van den Koning vergeefs zou wezen, en dat de Paus volflrekt niet wilde toegeven. Evenwel was dezelve niet voldoende, om 'sKonings gezindheden te veranderen. Waarom de Paus in het jaar 1208, met raad van zijne Kardinalen, aan de Bisfchoppen van Londen, Ely en Worcester last gaf, om den Koning te vermanen, dat hij zich, in deze zaak, van God zou laten overwinnen , en daar door deszelfs genade verwerven, en zoo de Koning bleef wederflreeven, in 's Paufen naam over geheel Engeland een Interdict of verbod van Godsdienstoefening te brengen. De drie Bisfchoppen baden den Koning met tranen, dat hij zich toch niet hier voor wilde blootflellen, maar deze werd bijna woedend, en berstte in grove fcheldwoorden uit tegen den Paus en de Kardinalen, en zwoer, zoo als hij gewoon was, bij Gods tanden, indien zij, of wie het ware, zich durfden vermeten het Interdict tegen zijn Rijk uit te fpreken, zou hij alle Prelaten en Geestelijken naar Rome zenden , en hunne goederen verbeurd verklaren; ja alle Romeinen, die zich in zijn land bevinden mogten, de oogen laten uitfleken, en den N 5 neus V ÜOEK IV Hoofdft. ra C. G. Jaano73. "ot 1517.  aoi KERKELIJKE V neus affnijden, en hen dus wegjagen, opdat zij voof alle volken kenbaar zouden wezen. Evenwel konHoofdit. digden deze Bisfchoppen kort daar na het algemeen na C. g. [nterdict voor Engeland af, zoodat alle openbare 10^1517. Godsdienst aldaar ophield en ftilftond. Van de Sam crameuten werden alleen de Biecht en het Avond¬ maal aan zieltoogenden, als ook de Doop aan de kinderen toegelaten. De lijken der overledenen werden, zonder van een' Priester verzeld te zijn, weggedragen, en gelijk paris zegt, als honden, op de wegen en in de gragten begraven. Behalve de gemelde drie Bisfchoppen, vlugtten nog twee anderen het land uit, om 'sKonings toorn te ontgaan. Dezelve berstte ook in der daad allerhevigst uit tegen de Geestelijkheid en Prelaten, welke hij het land uitbande, terwijl hij de Kerkelijke goederen in beflag nam, ook liet hij zich van alle zijne onderdanen den eed van hulde en trouw vernieuwen. Doch ondertusfchen ftond de Godsdienst ftil, en langton vergunde flechts aan fommige Kerken, om eens in de week Godsdienst te houden. — In het jaar 1209 deed de Paus den Koning in den ban, waar op onder anderen de Aartsdiaken vmNorwich, een van de Opzieners der Koninklijke Schatkamer, (Exchequer, bij mattheus paris Scaccarium.y zijn ambt uederleide, verklarende , dat het voor iemand, die eene Geestelijke waardigheid bekleedde, gevaarlijk was, in dienst van een' Koning te blijven, die in den ban was, waar voor de Koning hem in boeijen liet kluisteren, en eenen JoodenPriestermantel omhangen , onder welks gewigt hij en voorts  GESCHIEDENIS. 203 voorts van honger en gebrek binnen kort ftierf. Volgens jviattheus paris werd de Koning in zijn opzet geltijfd door zekeren, zoo als hij hem noemt, vallenen Godgeleerden, alexander , bijgenaamd Ccementarius of den Metzelaar, die met waarfchijnlijke gronden bewees, dat de Paus geene Koninklijke of wereldfche bezittingen behoorde te hebben, dewijl de Heere aan den Apostel petrus alleen magt over de Kerk en Kerkelijke zaken gegeven had; de Koning begunftigde dezen Godgeleerden en fchonk hem vele aan de Geestelijkheid onttrokkene Prebenden; maar naderhand, door het gezag van den Paus gevallen zijnde, had hij, zegt de Gefchiedfchrijver, zijn brood moeten bedelen. Tot hier toe betoonde Koning jan grooter moed, tegen de overmagt van den Paus, dan men anders in dezen tijd van de Vorsten gewoon was. Ook oorloogde hij ten dezen tijde voorfpoedig tegen de Schotten, 'mier/and, en in Walles. Bovendien ftond hij in verbond met Keizer otto IV, die insgelijks bij den Paus in den ban was. Doch toen deze zijne magt begon te verliezen, begon ook de moed van Koning jan te verflaauwen, en men begon over een vergelijk te handelen, ten welken einde twee Paufelijke Legaten in Engeland overeenkwamen; ook hield de Koning te Dover een mondgefprek met langton, hetwelk vruchteloos afliep, omdat langton een volkomene fchavergoeding voor de Geestelijkheid eischte. Eindelijk kwam de Paus tot het uiterfle. De ban werd op nieuw herhaald, elk verboden, met den Ko. V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. De Paus zet den Koning af  V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 10 73, lot 1517. en biedt zijn Rijk aan den Koning van Frankryk aan. 204 KERKELIJKE Koning aan tafel of anders eenige verkeering te on* derhouden, en alle zijne onderdanen van den eed van trouwe aan hein ontflagen. Hier op volgde in het jaar 1212 eene plegtige afzetting , waar bij de Paus den Koning van de regering vervallen verklaarde, de uitvoering van welk vonnis hij aan den Koning van Frankryk, filips augustus, opdroeg, en hem daar voor het erfelijk bezit van het Rijk van Engeland afftond, en vergeving van al zijne zonden beloofde. Om den Koning van Frankryk daar toe te bewegen, zond.de Paus zijnen Onderdiaken pandolf aan denzelven, echter , met heimelijken last, om , indien de Koning van Engeland voldoening wilde geven, en zich onderwerpen, denzelven weder in genade aan te nemen. filips augustus, die reeds voor lang op gelegenheid geloerd had, tegen zijnen ouden vijand , verzamelde terftond eene aanzienelijke krijgsmagt te Rouen, en bragt eene talrijke vloot in zee, waar tegen joan echter van zijne zijde 60,000 man en eene nog talrijker vloot gereed had, zoodat, indien alle Bevelhebbers en Soldaten hem getrouw geweest waren, hij niet veel van de Franfchen zou te vreezen gehad hebben. Doch de Staatkunde van den Paus bedoelde , de beide Koningen te vernederen, maar geenszins om de magt van filips geduchter te maken, dan hij reeds was; onverwachts kwamen in het jaar 1213 twee Tempelheeren uit Frankryk bij den Koning van Engeland, die hem, uit naam van pandulf, een mondgefprek met denzelven voorfloegen, waar  GESCHIEDENIS. 205 in de Koning bewilligde, en hetwelk eerlang te Dover plaats had. De Pausfelijke Legaat ftelde den Koning in hetzelve zijn dreigend gevaar voor oogen, en vermaande hem, nog in tijds aan de uitfpraak der Kerk gehoor te geven, in welk geval hij zijn Rijk terug ontvangen, en uit zijne verlegenheid gered zou kunnen worden. Thans ontzonk den Koning den moed; het interdict en de ban, welke nu reeds vijf jaren hadder geduurd , maakten hem twijfelmoedig omtrent dt zaligheid van zijne ziel; de geweldige toerustingen des Konings van Frankryk maakten hem bevreesd, te meer, omdat hij zijne Grooten en zijn Volk niel kon vertrouwen, bij al hetwelk kwam, volgens onzen Gefchiedfchrijver, de voorzegging van zekeren Kluizenaar uit het Graaffchap Tork, die door geheel Engeland verfpreid was, dat hij den volgenden Hemelvaartsdag niet meer Koning zou zijn. Door dil een en ander moedeloos gemaakt, zwoer de Koning in pandolfs tegenwoordigheid, dat hij de uitfpraali der Kerk gehoorzamen zou, en zestien van zijne voornaamfte Graven en Baronnen zwoeren in zijne ziele, dat zij hem, indien hij zijnen eed niet hield , met al hun vermogen tot voldoening aan denzelven verpligten zouden. Ingevolge van deze belofte kwamen weinige dagen voor Hemelvaartsdag des jaars 1213 de Koning, pandolf , verfcheidene Grooten enz. te Dover bijeen, alwaar de Koning eene fchriftelijke verzekering opftelde, welke vier Baronnen in zijn' naam bezwoeren, dat hij aan de Prelaten ten Geestelijkheid vrijheid ver- V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. Koning jan onderwerptzich aan den Paus.  V boek IV Hoofdft. naC. G, jaario73. tot 1517. 206 KERKELIJKE vergunde, om in het Rijk terug te keeren, en hun fchadeloosftelling bezorgen zou; willende anders zijn Patronaatregt aan den Paus verliezen, en het den Bisfchoppen vrijlaten, de Kerk tegen hem te dienert. Door deze belofte verwierf de Koning het opheffen van den ban en het interdict, maar om van zijne afzetting vrijgefproken te worden, moest Kohiftg jan nog fchandelijker vernedering ondergaan. Twee dagen na de bovengemelde bijeenkomst verfcheen bij andermaal met zijne Bisfchoppen en Grooten voor pandolf , en gaf in handen van denzelven, als vertegenwoordiger van den Paus, zijne kroon, met de Koningrijken Engeland en Ierland over; zijne fchande met eenen openen Brief aan alle Christenen zelve bekend makende; en daar in verklarende, de gemelde Rijken voortaan van den Paus en de Roomfche Kerk te leen te zullen houden, voor zich en zijne nakomelingen, en als Leenman, in plaats van alle dienften, welke hij als zoodanig fchuldig was, jaarlijks aan de Roomfche Kerk te zullen betalen 1000 mark zilver, 700 voor Engeland en 300 voor Ierland, boven de betaling van den Pieterspenning, en onverminderd de Koninklijke Regten en Regalien. Vervolgens deed Koning jan den eed aan pandolf , dat hij God , den Heiligen petrus , de Roomfche Kerk en zijnen Heer den Paus innocentius , en deszelfs regtzinnige opvolgers getrouw zijn zoude. Tevens liet hij terftond aan den Legaat het eerfte jaar van het beloofde Leengeld betalen, die onbefchaamd genoeg was, om hetzelve met voeten te treden; waar over alleen de Aartsbisfchop van x Du-  GESCHIEDENIS. 207 Dublin, die tegenwoordig was, openlijk zijn misnoegen betuigde. Zelfs verhaalt men, dat de Legaat de kroon en fchepter , welke hem de Koning ten teeken van 2'ijne leenroerigheid aan den Paus overgaf, vijf dagen lang onder zich heeft gehouden, eer hij dezelve, als eene genadegift, aan den Koning terug gaf. pandolf reisde met 's Konings hahdfchrift en het ontvangen geld naar Frankryk, alwaar hij de Engelfche Prelaten en Monniken last gaf, om naar En* geland over te Heken, tevens den Koning van 'Frankryk vermanende, om geene vijandelijkheden tegen Engeland aan te vangen. Deze, woedend van fpijt, deed den Legaat hevige verwijtingen, en zou werkelijk met den oorlog zijn voortgegaan, indien niet de Graaf van Vlaanderen, één zijner magtigfte Vafallen, geweigerd had, hem in denzelven bij te ftaan, ©ok werd de Franfche Vloot doör de 'Éngelfchen volkomen vernield. Toen de Engelfche Geestelijken in Juli] 1313 in het Rijk terug keerden, ging de Koning hun te gemoet, en zich voor de Prelaten nederwerpende, verzocht hij hen met tranen, dat zij zich over hem ett zijn Rijk wilden ontfermen. Zij beurden hem, insgelijks weenende, op, leidden hem in het Kapittelhuis te Winchester, en ontfloegen hem van den ban, terwijl hij zwoer, de Kerk en Geestelijkheid te zullen befcherrnen, en de hun aangedane fchade binnen zekeren bepaalden tijd te zullen vergoeden. Thans geloofde Koning jan , dat hem niets kon ( Verhinderen, om zich aan Frankryk te wreeken,ó maar V boek iv Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. )orIog erBajnnen.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73tot 1517. co8 KERKELIJKE maar zijne Grooten weigerden hem hunnen dienst, waar op hij hen met geweld wilde noodzaken, doch de Aaitsbisfchop langton noodzaakte hem, door gebeden en bedreigingen, dit voornemen te laten varen. Ook verzachtte deze het verbod van Godsdienst thans in zoo verre, dat hij toeliet, dat de Kanonieke uren met eene zachte ftem gezongen werden; doch te gelijk ontwierp hij met eenige Grooten eene voor den Koning gevaarlijke verbindtenis. Hun eene geheel vergetene oorkonde van Koning hendrik II, waar bij aan zijne onderdanen vele vrijheden waren toegeftaan , vertoond hebbende , zwoeren zij, in zijne tegenwoordigheid , dat zij ter wederkrijging van deze regten, ten bekwamen tijde , zoo het noodig ware, zich dood vechten zouden. De Koning, waarfchijnlijk onderrigt van deze verbindtenis, wendde zich thans tot den Paus, wiens magt hij ondervonden had, en riep hem als zijnen Leenheer te hulp tegen zijne Grooten en Baronnen. De Paus zond daar op eenen nieuwen Legaat, den Kardinaal-Bisfchop van Tuscoli, in het jaar 1213, naar Engeland, om de fchadeloosftelling der Geestelijkheid te bevorderen, en des Konings afzetting van het Rijk op te heffen. Ook toonde de Paus zich daar in infchikkelijk jegens den Koning, en terwijl de Geestelijkheid onmetelijke eifchen deed, berustte de Legaat in het aanbod des Konings, om in eens 100,000 mark ter fchavergoeding te betalen ; waar tegen de Koning op nieuw zijne onderwerping aan den Paus betuigde, en ten teeken daar van, in eene groote vergadering in de Pauluskerk te Londen ,. an-  GESCHIEDENIS. 209 andermaal zijne Kroon en Rijken overgaf. De Paus gaf ook aan zijnen Legaat volmagt, om de ledig, ftaande Bisdommen en Abdijen door eene Kanonieke verkiezing of Postulatie, doch naar zijnen raad en met Koninklijke bewilliging te doen vervullen, en geene tegenfpraak of Appellen daaromtrent toe te laten. De Legaat ging hier in zoo willekeurig, geweldig, en partijdig te werk, dat 'er een algemeen misnoegen ontftond, en de Aartsbisfchop langton zelve in het jaar 1214 hem dit gedrag verbood, tevens zich op den Paus beroepende; maar deze was thans over den Koning zoo voldaan, dat de Prelaten niets konden uitrigten. Eindelijk fchreef de Paus aan zijnen Legaat, in het jaar 1214, dat hij het Interdict volkomen uil vaderlijke genegenheid had opgegeven, mits de Koning 40,000 mark aan de Geestelijkheid betaalde , welk geld echter de Prelaten alleen ontvingen, terwijl de lagere Geestelijkheid en de Monniken, hoewel zij zich tot den Legaat gewend hadden, niet! ter fchadeloosftelling verkregen. Nu fcheen de Paus wel Engeland in rust gebragl en deszelfs Koning vernederd te hebben, maar de Grooten en Baronnen des Rijks, bij welken de Koning jan reeds lang verachtelijk en gehaat was . eischten in het jaar 1315 van hem de herftelling dei wetten van den Heiligen eduard , en andere in de bovengemelde oorkonde van hendrik I, aan hunne Voorvaderen toegedaan. De Koning nam tijd van beraad, liet zich in zijn Rijk op nieuw huldigen, en nam zelfs het kruis aan, om zich tegen de Ba- XVI. Deel. O ron. V BOEK IV Hoofdft. na C."G. Jaano73. cot 1517. Het groot Charter door den Koning getekend;  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. De Paus doet de Baronnen in denton aicf KERKELIJKE ronnen te verzekeren; maar toen zij eene krijgsmagt op de been bragten, Londen zich aan hun overgaf, en de Koning hun niet langer kon tegenftaan, onderteekende hij eindelijk in Julij des jaars 1215 den zoogenoemden grooten Vrijheidsbrief, (the great Charter,) welke de grondflag van de vrijheid der Engelfche Natie geworden is. Dezelve werd wederzijds door vele eeden bekrachtigd, ook zou men de Pausfelijke bevestiging daar op verzoeken. Maar jan was alleen op wraak tegen zijne Grooten bedacht. Terwijl hij een groot leger vreemde foldaten tegen hen verzamelde, beklaagde hij zich bij den Paus, dat zijne Baronnen hem onbehoorlijke vrijheden hadden afgeperst. De Paus , een uittrekfel uit den Vrijheidsbrief gelezen hebbende, riep vol ongenoegen uit: „ Willen dan de Engelfche Baronnen eenen met het kruis geteekenden en onder de befcherming van den Apostolifchen Stoel ftaande Koning van den troon fiooten, en de heerfchappij der Roomfche Kerk aan een' ander overdragen? Bij den Heiligen petrus, deze beleediging kunnen wij niet ongeftraft laten!" Hij verklaarde vervolgens bij eene Bulle den Vrijheidsbrief voor nietig, en veroordeelde hem, ook fchreef hij aan de Baronnen niet zonder bedreigingen,-dat zij zich aan den Koning zouden onderwerpen. Maar deze gehoorzaamden aan deze aanfehrijving te minder, omdat de Koning de vijandelijkheden reeds tegen hen begonnen had; en zeiden openlijk, dat de Paus zich eene kwade zaak aantrok; waar op de Paus in het jaar 1215 den ban tegen hen uit- fprak,  GESCHIEDENIS. sü ïprak, hunne landen onder verbod van den Godsdienst bragt, en van alle Vafallen des Konings eischte, dat zij, tot vergeving van hunne zonden, hem tegen deze vijanden zouden bijflaan. Doch zelfs de voornaamfie Prelaat van Engeland, de Kardinaal en Aartsbisfchop langton , weigerde den Paus gehoorzaamheid. Het Domkapittel van Tork had zijnen Broeder simon langton tegen 's Konings wil tol Aartsbisfchop verkoren, waar tegen de Koning zich aan den Paus vervoegde, die de verkiezing te niet deed, en het Domkapittel gebood, Afgevaardigden naar Rome te zenden, om daar met raad van den Paus een' ander bekwaam man te verkiezen. Geen wonder, dat langton het vonnis tegen de Baronnen niet wilde laten 'afkondigen, voorwendende, dat het met list van den Paus verkregen was, en dat hij, die naar Rome ging op de algemeène Kerkvergadering, welke de Paus bijeengeroepen had, den Paus zeiven zou fpreken. Maar pandolp en de Bisfchop van Winchester lieten, als daar toe van den Paus gevolmagtigd, den ban openlijk afkondigen , aan welken de Grooten zich echter niet kreunden, omdat 'er niemand bij name in genoemd was; maar de Gevolmagtigden van den Paus verboden ook aan den Kardinaal-Aartsbisfchop langton de waarneming van zijn ambt, en toen hij te Rome kwam, bevestigde de Paus hunne uitfpraak. De Kanunniken van Tork, die daar Ook aangekomen waren, moesten nu den genen tot hunnen Aartsbisfchop verkiezen, dien de Paus hun voorfchreef, van wien echter de Paus 10.000 pond Iterlings voor de- 0 2 *j| V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. naC. G. Jaari.073. tot 1517. IM KERKELIJKE ze verkiezing afperste. Ook moesten al de Pretóteff der nu afgeloopene Kerkvergadering hem groote geldfommen betalen, en die van de woekeraars te Rome opnemen. Ten einde ook de Engelfche Baronnen tot onderwerping te noodzaken, deed de Paus een aantal derzelve bij name in den ban, en zelfs de Burgers van Londen, wier ftad ook onder verbod van Godsdienst, (Interdict,) gelegd werd. Maar deze beletten de afkondiging van den ban, en deden den Godsdienst in hunne ftad bij aanhoudendheid vieren. Zij zeiden eenparig, dat alle deze bevelen met list verkregen en nietig waren, dewijl wereldlijke zaken den Paus volflrekt niet aangingen, nademaal de Heer aan petrus en zijne opvolgers alleen Kerkelijke zaken overgelaten had. „ Waarom, " riepen zij , ftrekt zich de onverzadelijke hebzucht der Romeinen tot ons uit? Wat raakt onze twist de Apostolifche Bisfchoppen? Dat zijn dus opvolgers van konstantyn, en niet van petrus! Nademaal zij dezen in verdiende en werken niet navolgen, „ kunnen zij ook dezelfde magt met hem niet heb„ ben. O fchancle! deze magere fchoften, (marei,, di ribaldi,) die niets van wapenen of wellevend„ heid weten, willen thans door hunnen ban over ,, de geheele wereld heerfchen; zij, die flechts ver„ achtelijke woekeraars en Simoniaci zijn! " Hoe gegrond ook deze aanmerkingen in den grond waren, dat de Paus en de Geestelijkheid in Staatszaken niets te zeggen hebben , zij werden gemaakt van lieden, die hunnen Koning zonder tegenfpraak van den Paus hadden laten afzetten! Mid-  GESCHIEDENIS. 213 Middelerwijl liet jan door zijne vreemde foldaten de landen en goederen der Baronnen met zulke wreedheid verwoesten, dat zij tot eenen wanhopigen ftap kwamen, en in het jaar 1215 de kroon van Engeland aan den Prins lodewyk, Zoon van den Franfchen Koning filips augustus , aanboden. Deze, niettegenftaande de pogingen van den Paus, om den Koning van Frankryk af te fchrikken, landde in het jaar 1216 met eene groote Vloot in Engeland, alwaar hij in Londen en het zuidelijk gedeelte des Rijks ontvangen en erkend werd. Tevens zond hij Gezanten aan den Paus, van wien hij in den ban gedaan was, om zich te verdedigen, en deze bevond zich in geene geringe verlegenheid, toen de dood van Koning jan in het jaar 1216 een einde vaÉtlden twist maakte. Met zijn dood veranderde het misnoegen der Engelfchen tegen hem in medelijden met zijnen minderjarigen Zoon hendrik III, die in zijne plaats den troon beklom, lodewyk verloor fpoedig alle genegenheid, door zijne partijdigheid ten voordeele van de Franfchen; hij werd te land en ter zee geflagen, en moest blijde zijn, dat hij in het jaar 1217 met een dragelijk vergelijk naar Frankryk kon keeren. Engeland was dus geheel aan den Paus onderworpen, maar hij beproefde zijne magt ook aan andere Vorsten, filips augustus , Koning van Frankryk, was minder dan andere Vorsten geneigd, pm hem iet toe te geven; immers, als des Paufen Legaat hem in het jaar 1188 met een Interdict dreigde, indien hij met den toenmaligen Koning van O 3 En- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. De Baronnenbieden LODEWYK Zoon van den KoningvanFrankryk de kroon aan. Twistmet den KoningvanFrankryk.  V boek ,V Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 «ia KERKELIJKE Engeland, hendrik H, niet rot een verdrag wilde komen, had hij fier geantwoord, dat het der Roomfche Kerk niet toekwam, eenen Koning, allerminst der Franfchen, te oordeelen; evenwel moest ook deze Vorst voor den Paus onderdoen. Hij was in het jaar 1193 gehuwd met de Deenfche Prinfes ingeburgis, maar had terftond na de voltrekking van zijn huwelijk tegenzin in haar gekregen hebbende, zich, onder voorwendfel van te nabloedverwantfchap, door zijne Bisfchoppen van haar laten fcheiden, en was in het jaar 1196 met waria, Dochter van den Hertog van Meraniê, getrouwd. Zoo dra innocentius den Paufelijken troon beklommen had, trok hij zich deze zaak aan. Zijn Kardinaal-Legaat dreigde in het jaar 1199 in eene algemeene Kerkvergadering der Franfche Geestelijkheid xzDijon geheel Frankryk met een verbod van Godsdienst , indien de Koning zijne wettige Gemalin niet weder aannam. Kort daar na werd , niettegenftaande de Koning aan den Paus appelleerde, deze bedreiging ook voltrokken, filips hier over verbitterd, dat zijne eigene Bisfchoppen daar in bewilligd hadden, dreef hen allen uit hunne posten; en joeg hunne Kanunniken weg, na hen te hebben laten plunderen, ook mishandelde hij de Priesters op gelijke wijze. Maar in het jaar 1201 kwamen twee andere Legaten in Frankryk, die ter beflisfwg dezer zaak eene Kerkvergadering beleiden te Soisfons. Hier was de Koning zelve met zijne Grooten tegenwoordig , en 'er werd vijftien dagen lang over zijn huwelijk gehandeld. Uit vrees voor den Koning durfde niemand  GESCHIEDENIS. 215 mand zich de verftotene Koningin aantrekken, tot dat een arme Geestel.jke, tot algemeene bewondering, voor haar (prak. Onverziens verliet filips de vergadering; nam ingeburgis weder tot zich, en kondigde dit den Legaten en Bisfchoppen aan. Hij ontging daar door de handen der Romeinen, zegt rigord, die reeds tot zijne echtfcheiding gereed waren (*). Op dezelfde wijze noodzaakte innocentius in het jaar 1198 alfonsus X, Koning van Gaïïici'è, en Leon, die met zijne Nicht, de Dochter des Konings van Kastilïè, getrouwd was, om zich van dezelve te laten fcheiden. — De Koningen van Arragon mogten, volgens een oud herkomen, de waardigheid en eerbewijzen van Koning niet genieten , voor dat zij of Ridder geflagen of getrouwd waren, maar als pieter van Arragon in het jaar 1204 te Rome gekomen, zich van den Paus liet kronen, en tevens zijn Rijk leenroerig aan denzelven maakte, fchonk de Paus hem en zijne opvolgers het regt. dat hun de kroon, als zij dit van den Paus verzochten, terftond door den Aartsbisfchop van Tarragona mogt worden opgezet. — Hij noodzaakte sanctius of s'anchez, Koning van Portugal, om de jaarlijkfche cijns te betalen, waar toe zijn Vadei zich verbonden had. — De Koning der Bulgaren. kalojoannes, over welk volk hevig getwist was tusfchen de Patriarchen van Oud en Nieuw Rome. om (*) rigord de Gest. Philippi Attg. p. 36. fq. bij du ciiesne SS. Hist. Franc. T V. O 4 V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. innocentius oefent zijne magt ook over andere Koningen.  V BORK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 INNOCENTIUS fterli orö KERKELIJKE onderwierp zich in het jaar 1197 aan den Paus, en ontving van denzelven eenen Patriarch der Buigaren, hij zelve werd van den Paus gekroond, en befchonken met eene tand, waar op een kruis en twee fleutels, als het Paufelijk wapen, waren afgebeeld , en verkreeg ook van hem vrijheid, om geld met zijn Beeldtenis te laten munten. — Tenzelfden tijde onderwierp zich ook de Koning van Armenië met zijnen Patriarch aan den Paus. Wanneer wij alles, wat wij van dezen Paus innocentius III verhaald hebben, overwegen, en daar bij voegen, hoe veel deel hij gehad heeft in het veroveren van Konftantinopolen door de Franken in het jaar 1204, en hoe onder zijne regering de Inquifitie, de Transfuhftantiatie en de Oorbiecht zijn ingevoerd, en de kruistogt tegen de Albigenzm gepredikt is, gelijk wij in het vervolg zien zullen , moet men erkennen: dat innocentius het Pausfelijk Rijk, door gregorius VII gegrond, tot volkomenheid gebragt heeft, terwijl de Bedelmonniken, die om dezen tijd insgelijks opkwamen, geftrekt hebben als een krachtig middel , om hetzelve te fchragen. In dit hoog aanzien overleed innocentius III in Julij des jaars 1216. Men begrijpt ligtelijk, dat zijne voorbeeldelooze heerschzucht en geweldige handelwijze hem bij velen van zijne tijdgenooten zeer gehaat hebben gemaakt, waar van waarfchijnlijk het gevolg geweest is, dat men zijn zedelijk karakter na zijn dood zeer nadeelig heeft voorgefteld, waar toe onder anderen behoort een zonderling verhaal van eenen  GESCHIEDENIS. 217 eenen beroemden Monnik en Bisfchop uit het midden der Xlllde eeuw, uit den mond van eene Heilige (*). Kort na zijn' dood, fchrijft hij, verfcheen deze Paus, met een groote vlam omgeven, aan de Heil. lutgardis. Hij maakte zich aan haar bekend, en als zij hem zuchtend vraagde, waarom toch de algemeene Vader der Christenen zoo vreesfelijk gemarteld werd? gaf hij haar ten antwoord: „ Om drie redenen; ik zou zelfs wegens dezelve „ met alle regt tot de eeuwige pijn verdoemd zijn ,, geworden, indien ik 'er, door de voorbede der ,, zaligde Moeder Gods, tot wier eere ik een Kloos„ ter gefticht heb, in mijn laatfte uur geen berouw „ over gehad had. Maar hoewel ik den eeuwigen „ dood ontgaan ben; zal ik toch tot den dag des „ oordeels met de wreedlte pijnen gepijnigd worden. „ Dat ik thans bij u mogt komen, daar toe heeft „ mij de Moeder der Barmhartigheid het verlof van „ haren Zoon bezorgd." Met deze woorden verdween innocentius. „ lutgardis, " zoo Ver- volgt de Schrijver, „ ontdekte zijnen noodlottigen toeftand aan hare Zusters, opdat zij hem te hulp zouden komen; maar zelve, vol medelijden jegens hem, leide zij zich tot zijn best eene wonderbare marteling op. Zij heeft mij die drie redenen geopenbaard ; maar die ik , uit eerbied voor zoo grooten Paus, niet bekend wil maken." Een ander gezigt, of liever wellevende hekeling op dezen Paus, ver- (*) thom vs Cantimpratens. in vitaB. lutgardis Firginis L. II. C. 7. ap. rainald ad a. \216.n. w.p. 228. O 5 V boek IV Hoofdlt. na C. G. Jaar 107 3. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 218 KERKELIJKE verhaalt een ongenoemde Duitfche Monnik, op het einde der XVde eeuw (*). Een flapende Abt, zegt hij, zag God op zijnen troon, en een mensch . met eene Pausfelijke kroon fchielijk naar hem toeloo' pende en hem om barmhartigheid fmeekende; maar hoe deze van eenen grooten Draak vervolgd werd, die God om geregtigheid tegen hem aanriep. Kort daar na vernam de Abt, dat innocentius geftorven was. Aan den anderen kant prijst een ander Schrijver (f) dezen Paus, omdat hij ver af was van alle pracht, hij roemt zijne matigheid over tafel, en zijne milddadigheid. innocentius is Schrijver geweest van verfcheidene werken, welke echter over het geheel het middelmatige niet te boven gaan. Zijne Brieven zijn belangrijk voor de gefchiedenis van dezen tijd, en voor de kennis der gronden van de Pausfelijke magt. Zij zijn voor een groot gedeelte uitgegeven door baluzius te Parys 1682 in II Deelen in Folio. Andere, die federt uitgegeven zijn,worden genoemd bij fabricius (§). Nog een Brief van dezen Paus, door gebauer. uitgegeven (**), in welken hij Keizer otto IV vermaant , het Roomfche gebied te ontzien, onder bedreiging van den ban, is te merkwaardiger wegens het korte en nadrukkelijke antwoord (*) Compilatio Chronolog. ap. pistor. Rer. German. Tom. I. pag. 1098. (•f) ap. rainald /. c. n. 15. ( S ) Biblioth. Lat. Med. et inf. at at. T. lil. p. 35. (**) Leven van Keizer richard Bladz. 611-613.  GESCHIEDENIS. 219 woord van den Keizer (*), waar in hij aan den Paus verklaart, dat dit geene Geestelijke zaak was, die voor hen behoorde; en dat hem de magt over wereldlijke zaken toekwam. (ƒ» temporalibus vero plenam, ut fcith, habeo pot est at em, de quibus vobis non convenit judicare.) Voorts zijn verfcheidene werken van dezen Paus gedrukt, anderen liggen nog in Handfchriften. Onder allen heeft men veel werks gemaakt van zijn Boek over de menfchelijke ellende; de contemtu mundi, feu miferia hominis Libr: tres, ook genoemd de miferia humana conditionis. Reeds op den derden dag na den dood van innocentius werd te Perugia van de aanwezende Kardinalen de Kardinaal-Priester cencius savelli , een geboren Romein, tot zijnen opvolger verkoren, die den naam van honorius III aannam. Het eerfte werk van dezen was, de kruistogt, reeds onder zijnen voorzaat befloten , door te zetten, joan , Koning van Engeland, had voor zijnen dood, zijnen jongen Zoon hendrik III aan den Paus aanbevolen, en deze bezorgde ook, dat dezelve te Glocester gekroond , en op den troon bevestigd werd. Het eiland Man, hetwelk toen nog zijn eigen Koning of Vorst had, reginald genoemd , werd door denzelven in het jaar 1219 insgelijks als een leengoed aan den Paus onderworpen, ten einde beveiligd te zijn tegen alle ondernemingen der En■gelfchen; over het algemeen trad de nieuwe Paus in de voetftappen van zijnen voorzaat. Al- (*) Aldaar Bladz. 314. V BOEK IV Hoofdlr. na C. G. Jaar 1073. rot 1517. HONORIUS 111.  220 KERKELIJKE v Alleen de Keizer frederik II, die in gaven van boek geest boven andere Vorsten van zijnen tijd uitmuntHoofdft. te > hoonde zicn minder infchikkelijk jegens den Paus. na c. G Niettegenftaande zijne belofte aan Paus innocentius III, wegens de fcheiding van Sicilië en het m Duitfche Rijk, werd zijn Zoon , hendrik, die hendrik, reef]s Koning van Sicilië was,- in het jaar 1220, frederik fchoon Hechts zeven jaren oud, door de Duitfche II, wordt Rijksvorsten tot Roomsch Koning verkoren, niet Ro0mscl, zonder den invloed des Keizers, gelijk men vermoeKoning den mag, en hij zelve in eenen Brief aan den Paus verkoren, bekende, fchoon hij tevens aan denzelven verzekerde, dat Sicilië van het Duitfche Rijk gefcheiden zou blijven. frederik honorius, deze verzekeringen niet vertrouwende, li door „af aan z"ne i^^aten in Duitschland last, om naar den Paus 0 , , . gekroond s Keizers oogmerken naauwkeung onderzoek te doen, te meer, omdat frederik den kruistogt, welken hij op zich genomen had, van tijd tot tijd uitfteldei Ondertusfchen ontving echter frederik in het jaar 1220 de Keizerlijke kroon van den Paus, om welke plegtigheid te bevorderen frederik , door den Abt van Fulda, als zijnen Gezant, den Paus van zijne genegenheid liet verzekeren, en tevens de Romeinen vermanen, om zich zoo jegens de Kerk en den Paus te gedragen , dat de Keizer bij zijne komst over hen voldaan kon zijn; hetwelk zag op de onrusten in die ftad, door welke de Paus in het jaar 1218 tweemalen genoodzaakt was geweest, die ftad te verlaten. De kroning werd met alle plegtigheid voltrokken, en in het jaar 1221 gaf frederik bevel,  GESCHIEDENIS. m vel, om aan den Paus alles terug te geven, wat hem van de Landen der Markgravin mathildis ontnomen was geworden. Maar zoo dra frederik begon, in zijn Erfkoningrijk Sicilië, hetwelk gedurende zijne minderjarigheid aan alle verwarringen overhevig was, zijn Koninklijk gezag en de goede orde te herflellen, namen vele misnoegden, voornamelijk Geestelijken, hunnen toevlugt tot den Paus, die hunne zaak aantrok , en ten hunnen behoeve aan den Keizer fchreef, niet zonder ingewikkelde bedreigingen, waar op deze vrij ernftig antwoordde; zelfs riep hij uit: „Hoe lang zal ik het verdragen, dat de Paus mijn geduld misbruikt? wanneer zal hij palen zetten aan zijne heerschzucht? — Thans begint hij het Keizerlijk gezag te verachten, hetwelk hij zelve heeft bevestigd. Gaat, en zegt honorius , dat ik mij eer deze kroon zal laten ontnemen, dan zijne beleedigingen verdragen zal. De Paus zond wel bevel aan alle Koninklijke ambtenaren in het Rijk van Sicilië, om van de Geestelijken geene fchattingen af te vorderen, maar hetzelve werd niet gehoorzaamd; evenwel werd het ingezamelde geld beftemd tot den kruistogt naar Egypte. De belangen van den kruistogt vereenigde de beide Vorsten ook weder met malkanderen, die in hel jaar 1222 eene bijeenkomst hielden te Veroli, in hel Pausfelijk gebied; ook trouwde de Keizer in het jaai 1225, met genoegen van den Paus, de dochter van den gewezenen Koning van Jeruzalem, joannes van brienne; maar deze goede verltandhouding werd V BOT.K IV Hoofdft. na C. G. Ja ar 1073. tot 15172 Verfchillen tusfchen den Keizer en den Paus.  222 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. werd telkens afgebroken. In het jaar 1223 fielris frederik aan den Paus eenige Geestelijken voor tot de Bisdommen van Kapua en Averfa, en als de Paus zijne uitfpraak verfchoof tot de aankomst van eenige Kardinalen, liet de Keizer hem verklaren, dat hij, indien de Paus hen niet goedkeurde, geene anderen aannemen zou, waar tegen de Paus weder in eenen Brief hevig uitvoer, zonder dat ons de uitflag dezer zaak bekend is. In het jaar 1225 vervulde de Paus vier Bisdommen en eene Abdij in het Napolitaanfche, zonder voorweten des Keizers , evenwel dien verzoekende, deze eerwaardige mannen aan te nemen, maar deze beklaagde zich over dit fchenden van zijne regten als Koning, en liet geenen der benoemde Prelaten tot het bezit van hun ambt komen; evenwel fchijnt hij in het volgende jaar hier in te hebben toegegeven , wanneer eene gewigtiger zaak hem bezig hield. Ten einde zijn gezag in Lombarbyë te herfiellen, beleide hij eenen rijksdag in het jaar 1226 te Cretnona, waar toe hij met een leger uit zijn Rijk optrok, terwijl zijn Zoon hendrik met een leger uit Duitschland in Lombardyë zou dringen. Maar de ftad Milanen en eenige andere, als ook vele Grooten , floten een verbond tegen den Keizer, en beletten deszelfs Zoon met geweld, om zich met zijnen Vader te vereenigen, wiens Vafallen in het Hertogdom Spoleto insgelijks weigerden, hem in dezen togt te volgen, en zich deswegens tot den Paus vervoegden; zoodat frederik in zijn oogmerken tegen de Lombarden te leurgefteld werd, en nu zelfs  GESCHIEDENIS. 223 zelfs de bemiddeling van den Paus verzoeken moest tot een vergelijk met de Lombarden, hetwelk deze ook tot ftand bragt, doch zoo, dat de verbondene fteden het voor zich zelve niet voordeeliger hadden kunnen opftellen. In een ander misverftand toonde frederik zich echter niet zoo buigzaam, daar hij aan zijnen Behuwdvader jan van brienne dat deel van zijn Jeruzalemfche Rijk weigerde in te ruimen , hetwelk de Arabieren den Christenen nog overig gelaten hadden, waarom de Paus aan denzelven in het jaar 1227 een gedeelte van zijn gebied tot zijn onderhoud gaf. Op den iSden Maart van het laatstgemelde jaar overleed Paus honorius III. Behalven het gene wij hier van hem vermeld hebben, zullen wij in het vervolg nog gelegenheid vinden , om van andere zijner verrigtingen te gewagen , van het bevestigen van nieuwe Geestelijke Ordens en Genootfehappen, en het invoeren van Kerkelijke plegtigheden enz. Nog Kardinaal zijnde, fchreef hij een groot Boek , waar in al de tollen en andere inkomften der Roomfche Kerk , met de ftukken daar toe behoorende, zijn opgeteekend; Liber Cenfualis, of Liber Cenfuum Ecclcepce Romance, waar van de Jefuiet papenbroch en muratori ftukken in het licht gegeven hebben ; bij hetzelve heeft hij een dienstboek der Roomfche Kerk gevoegd, waar in bijzonder de dienften, door den Paus op Feestdagen te verrigten, en de plegtigheden bij deszelfs verkiezing, en bij de krooning van eenen Keizer befchreven worden. Dit dienstboek is on- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. Dood van HONORIUS 111.  V boek IV Hoofdft. na C. G, Jaanc.73, tot 1517. GREGORIUS IX doet Keizer frederik 11 in den bar 224 KERKELIJKE onder den titel: Ordo Romanus XII, Auctore Cencio, uitgegeven door mabillon (*), van zijne andere min belangrijke fchriften heeft fabricius (f) eene lijst gegeven. Zoo dra de opvolger van honorius, gregorius IX, bezit had genomen van den Paufelijken troon, drong hij bij den Keizer frederik II aan, dat deze zijnen kruistogt naar Palestina, waar van hij zelve, toen nog Kardinaal - Bisfchop van Ostia, den Keizer de gelofte had afgenomen, thans eindelijk na veel uitftellens zou voltrekken; de Keizer maakte werkelijk toerustingen tot den togt, maar werd door eene ziekte aangetast, juist toen hij fcheep meende te gaan. Zoo zeer was de Paus hier over misnoegd, dat hij verklaarde, dat de Keizer thans werkelijk in den ban vervallen was , die hem reeds voor twee jaren bedreigd was, en dat hij deszelfs ziekte enkel voor een gezocht voorwendfel en uitvlugt hield, frederik ontfchuldigde zich vergeefs door zijne Gezanten, met den verzwakten ftaat zijner gezondheid, de Paus antwoordde, dat hij Hechts het oordeel had uitgefproken, waar aan de Keizer zelve zich onderworpen had, hem vermanende, in den fchoot der Kerk terug te fpoeden, en aan God de fchuldige genoegdoening te geven , tevens hem befchuldigende van vele andere onregtvaardigheden, inzonderheid tegen de Geestelijken, in een Rijk, hetwelk aan zijne Kerk toebehoorde, en welke hij dus niet langer dulden kon. De (*) In Mus. Ital. T. II. p. 165-220. (f) Biblioth. Lat. Med. et inf. atat. T. III. p. 267.  GESCHIEDENIS. ss< De verootmoediging, welke hij van den Keizei Verlangde, volgde niet, waarom de Paus in het jaai 1228, op Witten Donderdag, het Feest der plegtige Excommunicatien, op eene Sijnode van vek Italiaanfche Bisfchoppen , den ban met al de gewone plegtigheden openlijk tegen den Keizer uitfprak. In eenen Brief aan de Bisfchoppen van Jpulië gaf hij hun daar van kennis, met vele befchuldigingen tegen den Keizer, en met bevel, om tegen denzelven, alhoewel hunnen Koning, het banvonnis eiken Zon - en Feestdag openlijk aan te kondigen. Doch, terwijl de Paus aan alle Vorsten en Prelaten in Europa van dezen ban en deszelfs redenen kennis gaf, fchreef ook frederik aan vele Christen Vorsten, zich over dit onregtvaardig vonnis beklagende, en God tot getuige nemende, dat in der daad eene zware ziekte hem in den kruistogt belet had, en belovende denzelven, zoo dra mogelijk, te zullen volbrengen. Onder anderen droeg hij den Koning van Engeland in eenen Brief voor: hoe hrandend de geldzucht ware van de Roomfche Kerk; hij herinnerde denzelven het voorbeeld van deszelfs Vader, dat van den Graaf van Touloufe en andere Grooten. Van de menigvuldige foorten van Simonie, de ongehoorde geldafperfingen, openbaren en tot hier toe onbekenden woeker, met welken de Paufen de geheele wereld befmetten, wilde hij niet gewagen. Deze onverzadelijke bloedzuigers bedienden zich van honigzoete woorden, dat het Roomfche Hof de Kerk, onzer aller Moeder en Zoogevrouw is, maar dit Hof was de wortel en oorfprong XVI. Deel. P vaa V BOEK ïV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 De Paus door een oproer uit Romi verdreve fi26 KERKELIJKE van alle kwaad, wiens ftiefmoederlijke gezindheden uit alle deszelfs vruchten duidelijk bleken. — De eerfte Kerk was op armoede en eenvoud gegrond, en was toen ook vruchtbaar in Heilige mannen, maar thans overladen met rijkdommen, was het te vreezen, dat met de bouwlieden ook het gebouw der Kerk zou inftorten. Ten befluite waarfchuwt hij alle Vorsten tegen de geldgierigheid en onregtvaardigheid van den Paus, met de plaats uit virgilius: Tune tua res agitur, pariet cum pruximus ardet. frederik liet het niet enkel bij woorden, maar behalve dat hij aan de Kardinalen en aan de Romei, nen fchreef, aan de eerften om den Paus van zulke 1 onregtvaardige ondernemingen terug te houden , welke hij anders nadrukkelijk zou moeten ftrafTen, en aan de laatften, om, volgens hunnen pligt, de regten des Keizers van Rome, hunnen weldoener te verdedigen , bragt hij, behalve andere Grooten te Rome, de frangipani op zijne zijde, die met den Paus reeds over Viterbo in twist waren. Dezen verklaarde hij voor hunne goederen tot Vafallen van het Rijk, waar van het gevolg was, dat de Romeinen kort na Pafchen des jaars 1228 eenen opftand tegen den Paus verwekten, nadat zij hem reeds te voren, terwijl hij de Mis las, met fchelden en fchreeuwen hadden ingevallen. Zij noodzaakten hem, de ftad te verlaten, en vervolgden hem tot Viterbo, ja dwongen hem zelfs, naar Perugia te vlugten; waar voor hij hen in den ban deed. In  GESCHIEDENIS. 22 In dezen verwarden toedand zocht gregoriu rijn aanzien tegen den Keizer te handhaven, doo twee Franchkanen aan hem af te zenden met eenei eigenhandigen Brief, in eenen gezwollen dijl gefchre ven, over de onderdrukking der Geestelijken, wel ke hij den Keizer vermaande te Haken, alzoo di Paus anders nog andere fchikkingen tegen hem zoi moeten maken. Doch deze poging van den Pau werkte niets uit, de Keizer had waarfchijnlijk eenige Geestelijken gedraft, die hem als eenen in den bai gedanen Vorst behandeld hadden, tegen zijn Plak kaat, waar bij hij al die Geestelijken, die zich ver ftouten zouden, het Pausfelijk bevel te volgen, ter ftond van alle hunne wereldlijke inkomften ontzette In de Gefchiedenis der Kruistogten , hebben wi gezien, dat Keizer frederik II, in het jaar 1228, den kruistogt ondernomen hebbe, met dat gevolg, dat hij een verdrag voor tien jaren met den Sultan van Egypte floot, gedurende welke Jeruzalem den Christenen in handen zou gefield worden. De Keizer volbragt dus zijne gelofte, maar op eene wijze, welke den Paus ten hoogden verbitteren moest, omdat hij, een uit de Kerk uitgebannene, nu, zonder den Paus te kennen, en in fpijt van denzelven, den Heiligen Oorlog ondernam. Geen wonder, dat de Paus hem bij denzelven allerhande verhinderingen in den weg leide, terwijl 'er tevens, gedurende 'sKeizers afwezendheid, een vinnige oorlog ontdond tus« fchen den Paus en den Hertog van Spoleto, 's Keizers Stadhouder in Sicilië. In Sicilië waren verfcheidene Grooten tegen den Keizer opgedaan, die P a ver- r 5 v r BOEK IV 1 Hoofdft:. . na C. G. jaar 1073. " tot 1517. ! DeKeizer onder- > neemtden > kruistogt. 1 Kruistogt van FREDERIK II. Oorlog met den Paus.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 ven aa8 KERKELIJKE vervolgens de wijk' genomen hadden in de Mark Ancona, alwaar de Hertog hen vervolgde, geloovende, of vermoedende, en niet zonder waarfchijnlijkheid, dat zij door den Paus waren opgeftookt, ' alhoewel de Keizer naderhand zijnen Stadhouder be' ftrafte, dat hij zonder zijn bevel in het land van den Paus gevallen was. De Paus deed den Hertog hier op in den ban, en zond ook een leger tegen hem te veld, onder des Keizers Schoonvader jan van brienne, en den Kardinaal colonna, hetwelk in 1229 in Apulië drong, en verfcheidene plaatfen bemagtigde. Op de tijding van dezen oorlog fpoedde fredeiuk. in datzelfde jaar met zijn leger weder naar Europa, te meer, omdat de Geestelijkheid in Palestina, op aanftoken van den Paus, alle Kerkelijke gemeenfchap met hem, omdat hij in den ban was, afgebroken had. Schielijk dreef hij de Paufelijke foldaten, die men Sleuteldragers, (clave fignati,) noemde, omdat zij 'sPaufen wapen, de Sleutelen des Hemelrijks, in hunne vaandels voerden, uit zijne landen; maar moeijelijker was het, zich met den Paus te verzoenen. Deze befchuldigde hem overal, dat hij zich, onder den ban zijnde, verftout had, eenen kruistogt, en dus eenen onregtvaardigen oorlog, te ondernemen. Dit niet alleen, de Paus verweet hem bovendien den ftilftand met den Muhamwedaanfchen Vorst gefloten, als ook dat hij het zwaard van den altaar van St. Pieter genomen of daar gewijd aan denzelven overgegeven had; dat hij christus uit zijnen Tempel te Jeruzalem verdre-  GESCHIEDENIS. 210 Ven, en de wacht van het Heilige Graf aan de Saracenen toevertrouwd, en het verbond met de Oosterfche Christenen geheel verloochend had. Dit en nog meer had de Patriarch van Jeruzalem, die geheel op zijde van den Paus was, overgefchreven, onder anderen ook nog, dat de Keizer de Dominikanen en Franciskanen , die in deze ftad hadden willen prediken, van den Kanfel had laten fleepen, op den grond werpen en openlijk afkloppen. Alleen vergal hij 'er bij te voegen, of ook deze Monniken, hetwelk zeer geloofelijk is, tegen den Keizer hebber willen prediken, den ban afkondigen, en hem ever zoo beledigen , als de Patriarch en eene menigte andere Dienaars van den Paus deden, frederik daartegen beroemde zich, dat hij met eene kleini magt meer gedaan had, dan de talrijke legers de: Christenen te voren hadden kunnen uitvoeren. Ondertusfchen was frederik echter bedacht, on den vrede met den Paus te herftellen, waar toe hi denzelven voordeelige voorwaarden liet doen; maai gregorius deed aan alle kanten zijn best, om eer leger tegen den Keizer op de been te brengen; ook was hij reeds bedacht, om Hertog otto , een Kleinzoon van hendrik den Leeuw, tot Duitsch Koning te doen verkiezen, frederik, voelende, hoe veel hem aan den vrede der zoogenoemde Kerk gelegen was, om in rust te regeren, deed uil Duitschland den Hertog van Oostenryk en eenige Bisfchoppen, als bemiddelaars van den vrede overkomen, waar op in het jaar 1230 een vergelijk mei den Paus volgde, op voorwaarden, welken, gelijk P 3 ge- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. . Vrede tusfchen den Keizer en den Paus.  V BOEK IV Hoofdlt. na C. G Jaar 1073 tot 15 7 Dubbelzinnig ge drag vr n den Paus a3o KERKELIJKE gewoonlijk , voor den Keizer niet gunftig waren. De Keizer zwoer eerst en voor alles aan den Paufelijken Legaat, dat hij, omtrent alles, waarom hij in • den ban gedaan was , aan de bevelen der Kerk ge' hoorzamen zou, ook moest hij plegtig belooven , aan de Geestelijkheid alles te zullen herftellen , wat haar ontnomen was, behalven meer andere inwilligingen. Hier op hief eerst een Dominikaner het Interdict van Godsdienst op in die Kerken,over welke de Kardinaal pelagius hetzelve uiigefproken had, en ten laatften werd de Keizer door de Legaten van den ban ontflagen. Nu liepen 'er eenige jaren in rust voorbij, en de ' beide Vorsten deden zelfs eikanderen wederkeerige , diensten; evenwel bleef de Paus in den grond het Opperhoofd van het Lombardisch verbond, hetwelk in het jaar 1219, in tegenwoordigheid van eenen Pausfèlijken Gezant, vern'euwd werd; toen nogtans de Keizer in 1231 eenen Rijksdag te Ravenna uitfchaef, belastte de Paus den Bisfchoppen m Lombar» dye\ den met den Keizer geflotenen vrede ook daar bekend te maken, en te doen waarnemen. Hij deed den Keizer om dezen tijd wel een verwijt, dat hij wetten grgeven had, die hem bijkans als een vervolger der Kerk aankondigden, maar als de Keizer zich daar door beleedigd toonde, fchreef hij hem, dat zijne vermaning enkel uit den geest van liefde was voortgevloeid. gregorius was zelfs in het jaar 1-32 genoodzaakt, de hulp van den Keizer in te roepen. Dt Romeinen hadden hem, in het jaar 1230 ontlleld zijnde door eene zware overftrooming van den  GESCHIEDENI S. 331 den Tiber, met eere weder in hunne ftad ontvangen; maar in het jaar 1232 trokken zij, den Paus van partijdigheid voor Viterbo befchuldigende, met een leger in het Romein fche Kampanië; en de Paus moest hun eene aanzienelijke fom betalen, om het van verwoesting te bevrijden. De Keizer kon aan den Paus den verzochten bijftand niet verleenen, omdat hij tegen de muitelingen in Sicilië de banden volhad; zij behandelden echter over en weder elkander vriendelijk. De Keizer liet den Paus verzekeren, dat hij altijd bereid was, het zwaard tegen alle vijanden van het Geloof en de Kerk op te vatten; en de Paus verklaarde hem in eenen gezwollenen Brief, dat tusfchen de Moeder, de Kerk, en haren zoo beminden Zoon, niets anders dan volkomene eensgezindheid heerfchen kon. Maar op hoe losfen voet deze eensgezindheid ftond, bleek, toen vele fteden van Lombardfê zich vijandelijk tegen den Keizer gedroegen, en de Keizer beklaagde zich in het jaar 1233 in eenen Brief aan eenen Kardinaal, dat de Paus bij deze gelegenheid op zijne eer en die des Duitfchen Rijks geen acht geflagen had. Evenwel verhinderde dit den Keizer niet, den Paus in het jaar 1234 zijne hulp aan te bieden, toen de Romeinen hem op nieuw uit hunne ftad verdreven hadden, willende niet alleen geene Kerkelijke ftraffen meer van hem dulden, maar zelfs van hem \eene jaarlijkfche fomme gelds voor de verdediging der Kerk eifchende; ook leiden zij in vele fteden en kasteelen in hunne nabuurfchap bezettingen, en hechtten hunne wapens in dezelve P 4 op, V BOEK IV Hoofdft. naC. G Jaario73 tot 1517  V BOER IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 332 KERKELIJKE op, met het Romein fche opfchrift: S. P. Q. R.; zij oefenden het regt der munt, verwoestten fommige Pausfelijke gebouwen te Rome, en betrokken de Geestelijkheid voor hunne regtbank. De Paus deed ' hen in den ban, en deze keer deden de Keizerlijke foldaten hem grooten dienst, die den Romeinen eene groote nederlaag toebragten, waar op zij zich weder aan den Paus onderwierpen. Een oude Levensbefchrijver van dezen Paus fpreekt echter van 's Keizers trouweloosheid, waar tegen frederik zelve in eenen rondgaanden Brief (*) naderhand verhaalt, dat de Paus heimelijk uirftrooide, dat de Keizer de Romeinen zonder zijn weten en begeerte uit haat tegen hen beoorloogd had. Zoo veel is zeker, dat de Paus aan de Lombarden de verzekering gaf, dat zijne verbindtenis met den Keizer tegen de Romeinen geheel niet tot hun nadeel zou ftrekken. Dus fchijnt het gedrag van den Paus tegen den Keizer dubbelzinnig genoeg geweest te zijn. In het jaar 1234 gedroeg hij zich als middelaar tusfchen den Keizer en den Lombardifche fteden, doch met zeer weinig gevolg. Toen in datzelfde jaar de Roomsch Koning hendrik tegen zijnen Vader begon op te ftaan, deed de Paus den ontaarden Zoon op 's Vaders verzoek in den ban, door den Aartsbisfchop van SaJtsburg. Ondertusfchen zijn 'er Schrijvers , die te kennen geven, dat de Paus reeds , toen de Keizer zich in Palestina bevond, op allerhande wijze gepoogd heeft, denzelven van den troon te (*) In r-ETRifife Vineis L, II. Ep. 21. p. 148.  GESCHIEDENIS. =33 te bonzen, en zijnen Zoon hendrik op denzelven te plaatfen, en latere Schrijvers nemen het zelfs als bekend aan, dat de Paus den Roomsch Koning tot een verbond met de Lombarden verleid, en zich met hem tegen zijnen Vader verbonden zal hebben, hoewel men erkennen moet, dat het één en andei niet voldoende bewezen is. Zekerder is het, dat frederik, die thans eer ontwerp gefmeed had, om de fteden van Lombardyi tot onderwerping te dwingen, daar in door den Paus zoo veel mogelijk gedwarsboomd werd. In het jaai 1235 nam de Keizer wel de bemiddeling van den Paus aan, maar deze bleef zonder uitwerking, veel meer vermaande de Paus hem, om de gefchillen met de Lombarden geheel aan zijne beflisfing over te laten , en zelve op nieuw den kruistogt naar Palestina te ondernemen. Maar frederik fchreef aan den Paus op eenen rustigen toon, dat hij het voor onbezonnen hield, het Heilige Land te hulp te trekken, en valfche Christenen achter zijnen rug te laten , die veel erger waren , dan alle Saracenen: „ Italië, fchreef hij, is mijn erfdeel; dat weet de geheele wereld. Naar vreemde landen dingen, en zijne eigene in den pekel laten, zou buitenfporige eerzucht wezen, inzonderheid daar de Italianen, en vooral de Milanezen, mij grof beledigd en allen eerbied jegens mij verzaakt hebben." gregorius moest het dus aanzien, dat de Keizer in het jaar 1236 met een krijgsheer uit Duitschland in Lombardyë trok; alwaar hij in dit en het volgende jaar groote voortgangen maakte. Om de P 5 Ro- V BOEK IV Hoofdft. naC. G ]aario73 tot 1517  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073, tot 1517 De Paus vernieuwtden ban tegen FREDERll 234 KERKELIJKE Romeinen voor zich te winnen, zond de Keizer hun in het jaar 1237 de overblijffelen van het Carroccio of Hoofdvaandel der Milanezen, die van hem geflagen waren, met het daar toe behoorende wapen; welke op eenige pilaren in het Campidoglio, ( het oude Capitolium,) werden opgehangen ; de Romeinen namelijk hadden kort te voren weder eenen opftand gemaakt, eenen Senator verkoren, die geheel voor den Keizer was, en den Paus genoodzaakt, om de ftad te verlaten. Maar de Keizer zelve (treinde den voortgang zijner eigene wapenen, door zijne al te groote gefbrengheid tegen de vier nog overig zijnde fteden van het Lombardisch verbond, die zich reeds wilden overgeven, en die hij naderhand niet bedwingen kon. Ook bekuipte de Paus, wien de Romeinen weder met groote eerbewijzen ingehaald hadden, terwijl zijne Gezanten in het jaar 1238 bij frederik als middelaars handelden, een nieuw verbond tegen hem, waar bij hij de Venetianen en Genuezen tevens in zijne befcherming nam. Onder deze voor den Keizer min gunftige omftandigheden , waagde de Paus het op Palmzondag van het jaar 1239 den ban op nieuw plegtig tegen hem uit te fpreken, op gronden van fchuldig te zijn ' aan onderdrukking der Kerk en der Geestelijken , doch, gelijk paris aanmerkt, de naaste oorzaak was wel, dat frederik in het jaar 1238 zijne regten op Sardinië nadrukkelijk handhaafde, en zijnen natuurlijken Zoon hendrik, dien de Italianen enzio noemden, tot Koning van hetzelve maakte, niettegenftaande de Paufen aanfpraken op dit eiland had-  GESCHIEDENIS. 235 hadden. Eer nog de Paus dit vonnis afkondigde had de Keizer den Brief aan de Kardinalen gefchreven, welken anderen vroeger plaatfen, gelijk wij boven ( * ) gezien hebben, als ook aan. de Romeinen. Maar zoo weinig ftuorde zich de Paus aan dit fchrijven, dat hij op Witten Donderdag daaraanvolgende den. openlijken ban herhaalde, en aan alle Bisfchoppen in Europa gebood, denzelven plegtig bekend te maken, welken hij ook uitftrekte tot allen, die den Keizer, wien hij aan den Satan tot verderf des vleeschs had overgegeven , opdat zijn geest in den dag des Heeren mogt behouden worden , met raad of daad zouden bijftaan. Het antwoord op de bezwaren en befchuldigingen van den Paus, hetwelk fr-edertk door de Bisfchoppen van Wurtsburg, Worms, Verceïïi en Parma had laten opftellen, was ongemeen zacht, en wederleide dezelve met alle befcheidenheid. Maar toen de afkondiging van den ban in vele landen echter voortgang had, verfchoonde de Keizer den Paus veel minder. In eenen Brief aan den Graaf van Cornwallis, zijnen Zwager, en aan deszelfs Broeder den Koning van Engeland, en andere Vorsten (f), verdedigde hij zich niet alleen tegen des Paufen befchuldigingen , maar bragt zelve veel zwaardere tegen den Paus in, met alle hevigheid: ,, Slaat uwe oogen in het rond!" zoo fpreekt hij de Vorsten aan, (*) Bladz. 226. (f) ap. m*tth. Paris. pag. 500. et in Petr. de ViKets Libr. I. Epist. 21. V boek IV Hoofdft. ia C. G Jaario73 tot 1517  V BOCK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073 tot 1517. 236 KERKELIJKE aan, ,, merkt gij menfchen kinderen, op de ergernis der wereld, op de tweedragt der volken! beklaagt de algemeene verbanning der geregtigheid! De boosheid van Babyion begint van de oudften des volks, die het fchenen te regeren; maar die het gerigte in bitterheid, en de geregtigheid in alfem verkeeren ! " Na deze en dergelijke voorbereidingen verhaalt hij aan de Vorsten: hoe die nieuwe voorvechter , die ongelukkig Paus geworden is, voor dezen zijn bijzondere vriend, alle weldaden, door het Duitfche Rijk aan de Kerk bewezen, vergeten hebbende, hetzelve onregtvaardig, fnood en trouweloos behandeld had ; hij had den Sultan van Egypte gefchreven, dat hij hem Palestina niet moest overleveren; zijn Rijk, gedurende zijne afwezendheid, beoorloogd; hem dan opgehitst, om de Romeinen te beoorlogen, dan weder zich met hen tegen hem verbonden; maar bijzonder de oproerige Lombarden tegen hem geftadig onderfteund, en alle zijne regten en voordeden tegengewerkt. Wat den ban betrof, welken de Paus, zonder naar zijne redenen te hooren, overhaast, op raad der Lombardifche Kardinalen, tegen hem had uitgefproken, deze kon hem niet benadeelen , alzoo de Paus niet zijn regter, maar zijn fnoodfte vijand was. De Keizer verachtte de Paufelijke waardigheid niet, maar deze Paus was zijnen post geheel onwaardig; hij was bereid, om op eene algemeene Kerkvergadering alles, waar mede hij den Paus befchuldigd had, en nog meer, te bewijzen. Hij kon voorts, zijn geweten doorzoekende , niets anders vinden, hetwelk den  GESCHIEDENIS. S37 den Paus zoo tegen hen verbitterd had, dan dat hij zijne toeftemming geweigerd had tot een voorgetogen huwelijk van zijnen natuurlijken Zoon hendrik met eene Nicht van den Paus. De Vorsten mogten de Kerk beklagen, die een zoo krank hoofd had ; het was een brullende leeuw, een razend Profeet, een Priester , die het Heiligdom ontheiligde. Hel was hunne zaak toe te zien, dewijl de beurt var vernedering ook aan hen komen zou, wanneer eersi de magt des Roomfchen Keizers door den Paus vertreden was. Want de ware oorzaak, welke der Paus het hart geraakt had, was , dat de Keizei hem de zaken van Lombardyë niet had willen over laten. Dezen grond bijzonder vonden vele Geestelijke en Wereldlijke Rijksftenden in Duitschland zeei waarfchijnlijk. Alhoewel zij, gelijk zij aan den Paus fchreven, het uit eerbied voor den Apostolifcher Stoel niet gaarn wilden gelooven; evenwel was dil het algemeen gevoelen, dat hij den Keizer ten gevalle van de Milanezen en derzelver aanhangers in den ban gedaan had. Van nu af aan fteeg de wederzijdfche verbittering ten hooglten toppunt, gregorius beantwoordde des Keizers Brief door eenen anderen, welken hii aan alle Vorsten en Prelaten van Europa zond (*). Hevig vaart hij in denzelven tegen frederik uit: „ Hij is het beest, (bestia,) dat uit de zee is opgekomen, (uit de openbaring van joannes,) voi namen van Godslastering; met de pooten van eenen Beer, (*) matth. Paris, ad ann. 1239. V boek IV Hoofdft. naC. G. Jaario73. tot 1517. Wederzijdfchehevige befchuldigingenvan den Paus en den Keizer.  V . BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaari073. tot 1517. 238 KERKELIJKE Beer, en met de kaken van eenen Leeuw woedende, maar voor het overige als een Luipaard, opent het zijnen mond tot lasteringen van denGoddelijken naam, en tast zijnen tabernakel aan, en de Heiligen die in den hemel wonen. " Vervolgens wederlegt hij de befchuldigingen van den Keizer tegen hem, en herhaalt zijne befchuldigingen tegen den Keizer, van wien hij zegt, dat hij Gode gelogen en de Kerk bedrogen heeft, dat hij een vat is vol van de onreinfte ondeugden, eene kronkelende flang, die in zijn perfoon simon den Toveraar weder opgewekt heeft. Hij beweert, dat de Keizer zelve het voordel tot het bovengewaagde huwelijk gedaan hebbe, en dewijl de Paus daar in niet bewilligd had, handelde de Keizer als de Egyptifche Hoer met jozef ; dewijl de Keizer beweerde, dat hij van hem den Paus niet in den ban gedaan kon worden, befchuldigt hij hem, dat hij aan de Kerk de magt ontzegt, om te binden en te ontbinden , en dus een Ketter zij. „ Maar „ dewijl misfchien velen niet ligt zullen gelooven," zegt de Paus ten laatden, „ dat hij zich zeiven ,, in de woorden zijnes monds verdrikt heeft, zoo ,, zijn de bewijzen tot overwinning des geloofs ge„ reed, dewijl deze Koning der Pestilentie openlijk „ beweert, dat de geheele wereld door drie bedrie„ gers , ( Baratatores, een Italiaansch woord, ) „ christus jezus, mozes en muhammed, be- „ drogen is geworden, van welken 'er twee in eere ,, gedorven zijn, maar jezus aan een hout is op> ,, gehangen. Bovendien heeft hij onderdaan, dui„ delijk te verzekeren, of liever te liegen, dat allen „ dwa-  GESCHIEDENIS. sta dwazen zijn, die gelooven, dat God, die de Na,, tuur gefchapen heeft, en alles vermag, van eene ,, Maagd geboren zal zijn. Deze Ketterij bevestig,, de hij door de dwaling, dat niemand heeft kun,, nen geboren worden, voor wiens ontvangenis de ,, vereeniging van man en vrouw niet voorafgegaan is; en dat een mensch niets anders gelooven moet, ,, dan het gene hij door krachten en gronden dei ,, Natuur bewijzen kan." Merkwaardig zijn hier de bedenkingen van matTheus paris , den eerlijken Benedictijner Monnik, die ten dezen tijde aan het Hof van hendrik III, Koning van Engeland, leefde, en die vrijmoedigheid genoeg bezat, om zelfs de Paufen te beoordeelen: „ Toen deze Brief des Paufen in de wereld „ rondgezonden was, werd de Brief des Keizers, „ hoeveel waarschijnlijkheids die ook bevatten mogt, „ daar door verdacht: En had niet de Roomfche „ geldgierigheid de vereering der volken van den „ Heer Paus meer, dan nuttig was, afgetrokken, ,, zoo zou de geheele wereld door dezen Brief ver„ bitterd, tegen den Keizer, als tegen eenen open„ baren tegenftander der Kerk, en eenen vijand van ,, christus , hevig en eenparig opgeftaan zijn. ,, Maar helaas! vele Zonen werden van hunnen „ Vader, den Paus , losgefcheurd, en beweerden, „ als aanhangers van den Keizer, dat de onverzoe,, nelijke, tusfchen hen reeds verharde haat, de „ voorgemelde fcheldwoorden en uitgedachte be„ fchuldigingen had voortgebragt. De Heer Paus, „ zeiden zij, beroept zich ten onregte daar op, n V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft na C G. Jaario73. tot 240 KERKELIJKE ,, dat bij frederik bemind, en bet eerst tot hef „ Keizerdom bevorderd heeft. Want dit gefchiedde ,, enkel uit haat tegen otto, wien de Kerk met ,, frederiks hulp tot zijnen dood toe vervolgd „ heeft, omdat hij begonnen had, de verftrooide „ bezittingen van het Rijk, overeenkomllig zijnen „ eed, mannelijk te verzamelen; zoo als ook de „ tegenwoordige Keizer voorgenomen heeft te doen. „ frederik heeft dus daar door aan de Kerk dienst „ gedaan; en de Roomfche Kerk is meer aan hem „ verfchuldigd , dan hij aan haar redelijker wijze ,, verbonden is. De Westerfche Kerk, voorname„ lijk van de zijde der Monniken, en boven allen ,, de aan God meest gehoorzame Engelfche Kerk, „ voelt de dagelijkfche verdrukkingen der Romei„ nen; maar Keizerlijke verdrukkingen heeft zij nooit „ ondervonden. Het volk voegde 'er nog bij; wat „ zou dit beduiden? Voor dezen heeft de Paus „ den Keizer verweten, dat hij aan muhammed en „ de Saraceenfche wet meer genegenheid bewees, ,, dan aan christus en de Christelijke wet; maar „ thans befchuldigt hij denzelven in zijnen hevigen „ Brief, dat hij zoo wel muhammed, als jezus „ en mozes , hetwelk verfoeijelijk is om te zeggen, „ eenen bedrieger, ( Baratazes, ) noemt. De Kei„ zer fchrijft in zijne Brieven nederig en Katholijk ,, van God; alleen in dezen laatften fielt hij den „Paus, maar niet deszelfs ambt, ten toon; hij „ leert ook niets Kettersch openlijk, of beweert het „ ftout, zoo veel wij weten; hij heeft ons geene „ woekeraars , noch roovers van onze inkomlien „toe-  GESCHIEDENIS. £}; '„ toegezonden. En dus is 'er eene geduchte fcheu „ ring onder de Volken ontftaan." frederik, die zich tot hier toe van de kundig heden en pen van zijnen Kanfelier petrus de vi neis bediend had, liet dezen Brief van den Pau door denzelven beantwoorden (*). In de inlei ding van dit antwoord wordt gezegd: dat, gelij 'er aan den hemel twee groote lichten zijn, de Zo en de Maan, de Voorzienigheid dus ook op aard twee regeringen gefield heeft, het Priesterdom e: Keizerdom , het eerfte tot vermaning , (ad cautt lam,) het andere tot befcherming, beide tot behou des vredes op de wereld. Maar, vervolgt de Ke: zer, hij die op den Stoel der verkeerde leere zit die met den olie der fchelmerij boven zijne medi genooten gezalfde Farize'èr, de tegenwoordige Paus zoekt krachteloos te maken, het gene uit eene n; volging der hemelfche orde ontftaan is, hij wil de glans onzer Majefteit verdonkeren door ons geloc met een leugenachtig fchrijven te befchuldigert. Hij die enkel in naam Paus is, heeft ons het beest g< noemd, dat uit de zee opkomt, en dat vol name van Godslastering is. Maar wij beweeren, dat h het monfter, (belluaj) is, daar men van leest: Ee ander rood paard kwam uit de zee op, en die o hetzelve zat, nam den vrede van de aarde weg opdat de genen, die op dezelve wonen , malkandere; dooden zouden. Want, van den tijd zijner verhei fing af, heeft deze Vader, niet der barmhartigheden maa (*) PETR. DE VliNEIS L. t. Ep. 31. p. 102-2-0". XVI. Deel. Q i - V BOEK IV ■ Hoofdft. . na C. G. ^ ]aario73» 5 tot 1517. t £ I I » » l- f 1 i » t » c  V BOEK IV Hoofd il. na C. G Jaar 1073 tot 1517 Aanmerkingenover de befchuldigingaangaande drie Bedriegers. a4a KERKELIJKE maar der oneenigheden, deze zorgvuldige bevorderaar der verwoesting, niet der vertroosting, de geheele wereld tot ergernis verwekt. En, om zijne . woorden in den regten zin uit te leggen, hij is de groote Draak, die de geheele wereld verleid heeft; de Antichrist, van wien hij ons den voorlooper genoemd heeft; een andere bileam, door geld gehuurd , om ons te vervloeken; een Vorst door de Vorsten der Duisternis, die de voorzeggingen misbruikt hebben. De befchuldiging, dat hij die ergerlijke woorden van drie Bedriegers zou gefproken hebben, ontkent de Keizer niet alleen ronduit, maar legt ook eene regtzinnige Geloofsbelijdenis af van christus; omtrent muhammed verklaart hij zich, geleerd te hebben, dat deszelfs ligchaam, van Duivelen bezeten, in de lucht hangt; maar van mozes voegt hij 'er bij, dat hij een vriend en gunfteling van God, en een wonderwerker geweest is. — Bij Hot verzekert hij, dat het geluk des Keizers altijd door den Paufelijken nijd beltreden is geworden; en dreigt, zoo men zijnen brullenden wederpartijder nier beteugelt, met het zwaard geduchte ftraf te zullen oefenen. Men zal het in den eerften opflag zeker ongeloofelijk vinden, dat de Keizer, in die eeuwen, zou hebben durven onderdaan, zoodanige gezegden zich te laten ontvallen, omtrent den Godsdienst, toen zelfs eene vrije verklaring omtrent de Kerkelijken en omtrent de Kerkelijke gebruiken niet ftraffeloos geduld werd; de openbare volksmeening, gelijk wij uit paris gezien hebben, wilde dit ook van den Kei-  GESCHIEDENIS. H3 Keizer niet gelooven, en toen de Paus den Graaf robert, Broeder van lodewyk den Heiligen, Koning van Frankryk, in plaats van frederik op den Keizerlijken troon wilde zetten, wezen de Franfche Stenden dit voorftel met verontwaardiging van de hand, en verklaarden, dat 'sKeizers hoofdvijand niet tegen hem getuigen kon. Veel meer lieten zij, door Gezanten, den Keizer naar zijn geloof vragen, aan welken deze zoo nadrukkelijk betuigde, dat hij een ijverig Christen was, dat men in Frankryk daar volkomen over voldaan was (*). In der daad, dat deze befchuldiging door den Paus in de uitberfting van den hevigften haat tegen den Keizer bekend gemaakt is, maakt dezelve hoogst verdacht; en de getirige, op welken de Paus zich beriep, zet ook niet veel kracht aan derzelver geloofwaardigheid bij. hendrik, Landgraaf van Thuringen, zal dit den Keizer op eene Rijksvergadering te Frankfort aan den Mein in het jaar 1242 openlijk hebben hooren zeggen, en geoordeeld hebben, dit als een waar lid der Kerk aan den Paus te moeten melden (f). Maar deze Landgraaf heeft zich naderhand als eenen der ijverigfte aanhangers van den Paus en partijen des Keizers geopenbaard. Evenwel kan men aan den anderen kant niet denken, dat eene zoo ftellig voortgebragte befchuldiging zonder eenige aanleiding geheel zou verdicht zijn (*) matth. Paris. pag. 517, 518. Cf) Hist. de Landgrav. Thuringia in pisTORU SS. rer. Gtrman. Tom. I. pag. 327. Q3 V BOEK IV Hoofdft. na C. Gi Jaario73i wt 1517.  V bock IV Hoofdft. naC. G Jaar 1073 tot 1517 »44 KERKELIJKE zijn geworden door den Paus; en in der daad vindt men verfcheidene blgken van vrije of zelfs ergerlijke gevoelens van Keizer frederik, omtrent denGods• dienst en Godsdienstplegtigheden. Van het Heilige ' Avondmaal zal hij eenige booze en ongeloofelijk buitenfporige lasteringen gefproken hebben, zegt pa^ ris (*). Dit verhaalt een ander van zijne Tijdgenooten duidelijker (f). Volgens dezen zag de Keizer ééns eenen Priester de gewijde hostie naar eenen zieken dragen, en zeide tegen eenen zijner Geestelijken: „ O wee! hoe lang zal dit bedrog, (hij noemde het in het Italiaansch trufa,) duren! " — Ter opheldering van dit berigt kunnen nog andere overleveringen of vertellingen dienen, die men van dezen Keizer uitgeftrooid, en welke joan van winterthur, een Zwitzerfche Franciskaan, in de XlVde eeuw verzameld heeft (§). Eens woonde frederik met zijn Hof in Palestina de Mis bij. Een Muhammedaansch Vorst vraagde hem , wat toch dat gene was, hetwelk de Priester om hoog hief, en hetwelk van hem en alle Christenen zoo diep vereerd werd? Hier op gaf frederik tenantwoord: ,, Onze Priesters vertellen, dat, het gene zij zoo hoog verheffen, onze God is;" waar op deze Vorst hernam: „ Deze God moet dan van uwe Pries- (*) Pag. 484. (f) alberic. Chron. pag. 568. in leibnit. Accesf. Hist. Tom. II. (§) Chron. pag. 1739. in eccard. Corp. Hist. Med. avi T. I. et ap. leibnit. /. c. T. Lp. w.fq.  GESCHIEDENIS. 245 Priesters, die hem dagelijks in de Mis eten, al lang verteerd zijn, al was hij zoo groot als de grootfte berg!" Eene andere keer, met zijn leger voorbij -een korenveld trekkende, zal hij uitgeroepen hebben: „ O hoe vele Goden zullen 'er uit dit graan op zijn' tijd vervaardigd worden!" Waarfchijnlijk heeft dus frederik met de Transfubftantiatie gefpot, en bovendien zich vele losheden omtrent den Godsdienst veroorloofd, daar hij, een fchrander en geleerd Vorst, de Geestelijkheid niet als plaatsvervangers der Godheid befchouwde, gelijk men in zijn' tijd gewoon was, en ook met Griekfche en Arabifche Wijsgeeren en Muhammedaanfche Vorsten gemeenzaam verkeerde en verbindtenisfen had; en in der daad hoe vele aanleiding had deze Vorst niet, tot zoodanige losheid, wanneer hij het hoofd der Leeraren onder de Christenen befchouwde, in het Westen, die zich de heerfchappij over alles aanmatigde , Vorsten aan zich onderwierp, Vorsten afzette , Rijken uitdeelde, onderdanen van den eed van trouwe aan hunne Landsheeren ontfloeg, en zelfs over het verftand, geweten en leven der Christenen befliste, terwijl duizenden zoogenoemde Leeraars en Dienaars van den Godsdienst in der daad zijne dienaars waren , met de heetfte geestdrift bezield , om zijnen wil in alles te volbrengen ; met één woord, - het. was voor eenen Vorst als frederik zeer wel in te fchikken, dat hij de toenmalige gefteldheid van den Godsdienst en de Kerk als een zamenweeffel van Priesterlijke heerschzucht en flaatkunde befchouwde, maar daar uit. volgt nog niet, Q 3 dat \j iiuc veie ouueu zuiieii ei uii uu graan op ; ■" V BOEK IV Hoofdft. na C. G. J?ario73. tot 1517.  v boek jv Hoofdft. naC. G. Jaario73tot 1517. Boekovet de drie Hoofdje driegers, de tribus impostoribus. r46 KERKELIJ K E dat hij zoodanigen toeftand van den Godsdienst op rekening van deszelfs eerbiedwaardigen Stichter zou gefield hebben, fchoon ieder een gemakkelijk begrijpen kan, dat de Paufen en de Geestelijkheid zijn oordeel over hunne bedriegelijke en heerschzuchtige handelwijze hebben kunnen uitgeven voor een verachten van den Godsdienst in het gemeen, en voor loutere godslastering. Merkwaardig is het, dat naar het verhaal van een' Schrijver van deze tijden (*), de vermaarde Parysfche Wijsgeer, simon van Tournay, of Doornik, juist zoo, als fredeiuk, van de drie dichters van Godsdienften zal gefproken hebben; maar dat daar op zijne fpraak veranderd zij in een brullen, en dat hij, zijn overige leven lang, als een beest zal doorgebragt hebben. Of de Keizer misfchien het gezegde van dezen Wijsgeer herhaald hebbe, zonder duidelijke afkeuring, dan of rhen hem dit gevoelen hebbe toegedicht, uit hoofde van zijne genegenheid voor de Wijsgeeren, zijn vragen, welke moeijelijk zijn te beantwoorden. Ondertusfchen zocht frederik vergeefs zich tegen deze befchuldigingen te verdedigen. De meeste menfchen in zijnen tijd,en ook nog in het vervolg, gaven zijnen vijand den Paus meer geloof dan hem; zelfs heeft 'er zich een gerucht verbreid, dat hij, of op zijn bevel zijn Kanfelier petrus de vineis , een Boek van de drie Hoofdbedriegers, (de tribus impostoribus,) zou gefchreven hebben, om zijne ge- zeg- (*) thomas Cantimprat. in BOLiEi Hist. Univerftt. Paris. T. iii. p. 9.  GESCHIEDENIS. 247 Zegden te ftaven. Van dit gerucht, hetwelk geenen grond heeft, bediende zich in later tijd een winzuchtig mensch, zoo niet meer dan dén, om werkelijk een Boek onder dezen Tijtel op te ftellen, en als het werk van frederik uit te geven. Men zegt, dat van hetzelve reeds in de XVde eeuw een druk in Italië voorhanden geweest zij; anderen melden , dat het eerst in het jaar 1704 verdicht zal zijn. Deze hevigheden tusfchen den Keizer en den Paus bleven echter niet lang bij enkele woorden en gefchriften. Als men eenen ouden Pausfèlijken Schrijver geloof mag geven (*), zal frederik den Paus gedreigd hebben, dat hij hem tot zulke armoede zou brengen, dat hij in plaats van eene kroon asfche op zijn hoofd ftrooijen, in plaats van brood aren plukken, en voor zijn uitmuntend wit paard naar een ezel zou moeten omzien. Ook kwam het dra tot eenen hevigen oorlog, zijnde de bemiddeling tot vrede door den Koning van Frankryk aangeboden, door den Paus van de hand gewezen. De Paus namelijk verliet zich op de fteden van Lombar dys, onder welke Milanen zelfs de Priesters en Monniken gewapend had; ook floot hij in 1239 een verbond met de Venetianen, gelijk ook de magtigë Markgraaf van Este de Pausfelijke partij koos. Voorts verzamelde hij uit alle landen verbazende geldfontmen van de Geestelijkheid; hier tegen bande frederik alle Dominikanen en Franciskanen, die geboren Lombardijers waren, uit Sicilië, en leide zijne (*) ap. Rainald. ad a. 1239. Q4 V boek IV Hoofdft. na C. G. faario73. tot 1517. Hevige oorlog tusfchen den Keizeren dea Paus.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaarlo73 tot 1517, 048 KERK EL IJ KE ne Geestelijkheid eene algemeene oorlogsbelasting op; gebiedende tevens allen op te hangen, die bevelen van den Paus in zijne landen zouden invoe. • ren. Ook kon hij zich, bij den aanvang des oorlogs, gelukkiger dan zijne voorzaten, op zijne Duitfche Rijksftenden verlaten; zelfs de Bisfchoppen weigerde de afkondiging van den ban te doen, en fommige Rijkstienden fchreven aan den Paus: dat hem volftrekt geen regt toekwam , om hun eenen Keizer op te dringen ; maar enkel den genen te kronen, dien zij verkoren hadden. In het jaar 1239 rukte 'sKeizers Zoon, Koning hendrik, met een leger in de Mark Ancona. De Paus deed ook dezen terftond in den ban, maar hendrik liet desniettemin te Pi fa den Godsdienst, in zijne tegenwoordigheid, Hatelijk vieren. De Paus dreigde de Duitfche Ridders, die den Keizer getrouw bleven, vergeefs met het verlies van hunne voorregten; terwijl frederik eenen Franciskaan, die waarfchijnlijk onrust ftichtte, ten behoeve van den Paus, liet verbranden. Zelfs nam een Opperhoofd van deze Orde, een vermaard Prediker, Broeder elias genoemd, de partij des Keizers, en verweet den Paus openlijk vele buitenfporigheden, ook ontfloeg hij die genen van den ban, die wegens hunne gehechtheid aan den Keizer daar in vervallen waren. In het jaar 1239 was de kans des oorlogs wisfelvallig, maar in het volgende jaar drong frederik zelve met een leger in het Hertogdom Spoleto, en naderde, na het bemagtigen van vele fteden, Rome zelve. In dezen nood droeg gregorius , verzeld van  GESCHIEDENIS. 249 van Kardinalen en Prelaten, de gewaande hoofden Van petrus en paulus, en het gewaande kruis van christus, in eenen plegtigen omgang, rond. Ook vermaande hij het volk tot eenen kruistogt tegen den Keizer, welken velen uit het gemeen op zich namen; doch, zoo men eenen Pausfèlijken Levensbefchrijver mag gelooven, liet fredekik alle deze kruisfoldaten, als zij hem in handen vielen, met een gloeijend ijzer een kruis op het voorhoofd branden, of het hoofd in vier deelen klieven, of aan houten kruifen genageld, in het vuur werpen; en in het jaar 1240 joeg hij alle Franciskanen en Dominikanen het land uit, enkel twee landskinderen in elk Klooster uitgezonderd, om hetzelve te bewaren. gregorius IX, hoewel reeds XC jaren bereikt hebbende, toonde nog fteeds goeden moed te houden. Om den Keizer den laatften flag toe te brengen, wilde hij in 1241 eene algemeene Kerkvergadering beleggen, onder het fchijnbaar voorwendfel , dat frederik zelve zich meermalen op het oordeel van zoodanige vergadering beroepen had, maar deze Keizer wel wetende, dat in deze eeuwen op de Kerkvergaderingen de invloed van den Paus meer gold, dan alle redenen en vertoogen, weigerde in dezelve te bewilligen, en wees zelfs eenen flilfland van wapenen af, omdat die van Lombardyen daar in mede begrepen zouden wezen, die hij voor oproerige onderdanen hield. De Paus echter bij zijn voornemen blijvende, vermaande alle Bisfchoppen en Prelaten, om zich naar Rome te vervoegen, ook werd 'er te Genua eene vloot galeijen uitgerust, om Q 5 de V BOEK IV Hoofdft. tin C. G. Jaano73. tot 1517. GREGORIUS wil eene Kerkvergaderinghouden, om den Keizer af te zetten.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 Dood var GREKORILSlX. 250 KERKELIJKE de Paufelijke Legaten, en de Gezanten der fteden van Lombardyen en vele Prelaten en Bisfchoppen ter zee naar Rome over te voeren, maar deze vloot werd in het jaar 1241 door de Siciliaanfche, over welke 's Keizers Zoon hendrik het bevel had, geflagen, en de Paufelijke Legaten, de Lombardifche Gezanten en vele Prelaten gevangen genomen, en naar het Napelfche gevoerd, terwijl de Keizer te land Rome met zijn leger meer en meer naderde. Op dezen tijd was richard, Graaf van Cornwal, Broeder des Keizers, van eene bedevaart uit Palestina terug gekomen, dezen zond de Keizer met eene volmagt naar Rome, om over vrede te handelen; maar hij werd van de Romeinen openlijk befchimpt, en de Paus wilde van genen vrede hooren, ten zij de Keizer zich volftrekt aan zijnen wil en aan de bevelen der Kerk onderwierp. Dit gaf den Keizer gelegenheid, om tegen zijnen Behuwdbroeder te zeggen: dat het hem regt aangenaam was, dat deze nu ook bij ondervinding geleerd had, het gene hij hem te vooren had voorfpeld. Midden onder deze benarde omftandigheden ftierf gregorius IX. Volgens mattheus paris fmartte het hem voor zijn' dood nog, dat de Keizer een vast Kasteel, hetwelk de Paus in het Romeinsch Kampanïè aangelegd had, tot befcherming zijner nabeftaanden, innam, en allen, die hij daar in vond, liet ophangen. De ondernemende geest van gregorius openbaarde zich niet alleen in zijne handelingen met frederik II, maar ook met andere Vorsten , en zeifs met de Geestelijkheid , welke hij in af-  GESCHIEDENIS. 251 afhankelijkheid wist te horden, in zijne pogingen, om de kruistogten te bevorderen, de Grieken met zijne Kerk te vereenigen, groote geldfommen te vergaderen, nieuwe wetten te maken, heiligen te verklaren , in het gebruiken van den ban, het vastftellen van plegtigheden, het doen verzamelen van vijf Boeken van Decretalia, of befluiten en wetten van zijne voorzaten enz. Zijne fchriften zijn door gerh. vossius in het jaar 1586 te Rome in Ato uitgegeven, en van geene bijzondere waarde. De Keizer gaf terftond na 's Paufen dood aan de Kardinalen, ook aan die, welke hij gevangen had, verlof, tot het verkiezen van eenen nieuwen Paus, en de keuze viel op den Kardinaal - Bisfchop van Ostia, galfried of goffried , een' Milanees, die den naam van coelestinus IV aannam, een oud zwak man, die reeds op den achttienden dag na het aanvaarden van zijne regering overleed. Na zijnen dood verliepen 'er bijkans twee jaren, eer de Kardinalen tot eene nieuwe verkiezing zich bepaalden, waar van fommigen vergeefs den Keizer de fchuld hebben willen geven, daar het integendeel uit zijne Brieven blijkt, dat hij zijn misnoegen over dit dralen op het nadrukkelijkst aan de Kardinalen deed blijken, hoewel intusfchen de oorlog tusfchen hem en de Pausfelijke partij, waar toe de Genuezen, die van Milanen en anderen behoorden, met kracht werd voortgezet. Eindelijk werd, in Junij des jaars 1243, te dnagni, de Kardinaal-Priester sinibald , uit het Grafelijk Huis Fiefchi te Genua, tot Paus verkoren, on- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. COELESTINUS IV. INNOCENTIUS IV.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario-73tot 1517. De twisten tusfchen den Paus en den Keizer vernieuwd. 25a KERKELIJKE onder den naam van innocentius IV. Deze keuze was zelfs aan den Keizer niet onaangenaam, wiens vriend de thans verkoren Paus tot hier toe geweest was, zoo dat hij voor deze verkiezing God openlijk liet danken; doch te gelijk zal de doorzigtige Vorst zijne bekommering aan zijne Hofgrooten al fpoedig te kennen hebben gegeven: „ dat hij door deze keuze eenen vriend had verloren, die weldra zijn hevigfte vijand zou worden." frederik liet den Paus door eenen Brief en een Gezantfchap geluk wenfchen, en tevens zijnen wensch te kennen geven, dat de behandeling der Kerk jegens hem, die ftiefmoederlijk geweest was , in eene vaderlijke mogt veranderen. De Paus betuigde insgelijks door een Gezantfchap zijne zucht tot vrede , maar begeerde tevens, dat de Keizer alle gevangene Bisfchoppen in vrijheid ftellen , en zich verklaren zou, welke genoegdoening hij wilde geven op de redenen, welke hem den ban veroorzaakt hadden , eindelijk vorderde hij zijne bewilliging tot eene algemeene Kerkvergadering. Te midden van deze onderhandelingen, overvielen de Pausfelijke troepen de ftad Viterho onverziens , waar over de Keizer zich ten hoogften vertoornde, te meer, omdat men de oude befchuldigingen tegen hem te gelijk weder opzocht en vernieuwde; vergeefs kwamen aanzienlijke lieden tusfchen beiden, om eene verzoening te bewerken; alzoo de Keizer volftrekt weigerde, gelijk de eisch van den Paus was, om zich voor de Kerkelijke ftraffen te verootmoedigen, en aan de Kerk alles terug  GESCHIEDENIS. 253 rug geven; gelijk aan den anderen kant de Paus ongezind was, 'sKeizers eisch, dat hij zijne Legaten uit Lombardyen terug zou ontbieden , in te willigen, en dus zijne getrouwe bondgenoofen op te offeren. Evenwel kwam het in het jaar 1244 zoo ver, dat frederik door Gezanten onder eede liet belooven, voor alles voldoening te zullen geven, wat hem den ban veroorzaakt had, en 'er werden voorafgaande vredespunten ontworpen, zulke zelfs, welke een Vafal omtrent zijnen Leenheer zich niet zou hebben laten gevallen, toen onverwachts de heimelijke vlngt van den Paus naar Lyons eensklaps alle hoop van verzoening deed^verdwijnen. Terwijl de Keizer te Terni en de Paus te Sutri gekomen waren , waar op men een mondgefprek tusfchen hen verwachtte, befloot de Paus tot eene heimelijke vlugt, voorwendende, dat men hem berigt had, dat de Keizer eenen aanflag voorhad, om hem gevangen te nemen, doch , gelijk uit alle omftandigheden blijkt , met voorbedacht overleg, omdat hij in Italië te veel bezet was, en te Rome zich zelve niet veilig vond, alwaar de Frangipani zich voor den Keizer verklaard hadden, terwijl hij te Lyons, onder de befcherming van den Koning van Frankryk, in ftaat zou zijn, om in plaats van met den Keizer te onderhandelen, bevelen te kunnen geven. Hoe het zij, in het holfte van den nacht ontvlugtte hij uit Sutri, en begaf zich naar Civita Vecchia, alwaar, hetwelk de boven opgegevene gedachte verfterkt, eene Genueefcke welbemande vloot van 23 galeijen gereed lag, met wel- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. ]aario73. tot 1517. De Paus vlugt naar Lyons.  25* KERKELIJKE V boek IV Hoofdft. na C. G Jaario73, tot 1517, welke hij naar Genua zeilde, en zich van daar naar Lyons begaf. De Franfche Grooten raadden hunnen Koning, om, gelijk reeds de Koning van Arragon gedaan had, en ook in Engeland gefchied was, den Paus het verblijf in zijn Rijk te weigeren, maar de Cistercienfer Monniken haalden den bijgeloovig Godvruchtigen Koning lodewyk over, om den Paus tegen den Keizer in zijne befcherming te nemen, hetwelk hij hun in hunne vergadering knielende beloofde, waar voor zij hem aandeel in hunne goede werken toezeiden. frederik zond wel terftond, op de tijding van des Paufen vlugt, hem den Graaf van Touloufe achter na, om hem zijne bevreemding over dezen ftap, en zijne bereidwilligheid tot vrede te betuigen, maar de Paus zich nu in ftaat ziende, om met den Keizer als Regter te handelen, beriep in het jaar 1245 eene algemeene Kerkvergadering te Lyons, alwaar hij vooraf den ban tegen den Keizer op nieuw herhaalde, en denzelven indaagde, om in perfoon of door zijne Gezanten op de bezwaren tegen hem te antwoorden , en voor alles voldoening te geven (*). Ook zond de Keizer, hoe weinig hij zich ook van deze vergadering beloven kon, evenwel den Aartsbisfchop van Palermo, benevens thaddeus de suessa, met anderen naar Lyons, alwaar 145 Prelaten, meestendeels Franfche, Spaanfche en Italiaanfche, de vergadering uitmaakten, aan welke echter de naam van al- (*) Concil. Lugdunenf. I. ap. harduin. Tem. VII. pag' 375. ƒden zijne geldafpersfingen bij velen tegenftand , de Bisfchop van Londen verklaarde,- dat hij zich liever den kop zou laten afhouwen, dan iet daar toe betalen, en ik, zeide de Bisfchop van Worcester, wilde mij liever laten ophangen, hoewel zij, ziende dat de Paus zich met den Koning naauwer verbonden had, fpoedig het hoofd in den fchoot leiden. In het jaar 1256 verloor de Roomsch Koning willem in eenen oorlog tegen de Friezen het leven; dus ftond de Keizerlijke troon geheel ledig, zonder dat eenig Vorst aanfpraak op denzelven maakte, uit hoofde van den invloed, welken de Paufen zich op de voorgaande Keizers hadden aangematigd , waar uit zoo vele wanordens en bloedige oorlogen ontftaan waren, terwijl alexander IV thans de Aartsbisfchoppen van Mentz, Trier en Keulen bijzonder waarfchuvvde, dat zij toch niet zouden toelaten, dat de jonge konradyn tot Roomsch Koning mogt verkoren worden. Eindelijk verkoren de Vorsten van Duitschland, die in twee partijen verdeeld waren, in het jaar 1257 de ééne partij, aan wier hoofd zich de Keurvorst van Mentz bevond, richard , Graaf vari Cornwall, Broeder van hendrik III, Koning van Engeland, en de andere onder aanvoering van den Keurvorst van Trier, alfonsus , Koning van Kastili'è, den Wijzen bijgenaamd. De Paus , geen' pan beiden misnoegen willende geven, verklaarde zich voor geen' van beiden, willende eerst afwachten , wie zich het eerst op den troon zou plaatfen ,~ en  GESCHIEDENIS. 279 én van denzelven bezit nemen, dit was richard, wien nu alexander eindelijk in het jaar 1259 als Roomsch Koning erkende. Maar in Sicilië gingen de zaken niet naar 's Paufen zin. Hij deed wel manfred in het jaar 1259 in den ban, maar rigtte daar mede weinig uit; dewijl deze Vorst zich in het Rijk bemind had weten te maken, en het in eenen ftaat van rust gebragt, dien men in 60 jaren niet gekend had, zoodat niemand in Sicilië zich aan 's Paufen ban kreunde. Ook waren de wereldlijke wapenen van den Paus in Lombardyë niet gelukkig, alwaar zijn leger in het jaar 1258 door eccelino, het hoofd der Gibellinen, gellagen, en 's Paufen Legaat zelve gevangen werd. eccelino ftierf in het volgende jaar, doch desniettemin kon de Paufelijke partij de overhand niet bekomen. Zelfs werden door manfreds vrienden te Rome onrusten gedicht. De Romeinen, de onderdrukking van hunnen Adel moede, haalden hunnen voormaligen Senator brancaleone uit de gevangenis, en herdelden hem in zijne waardigheid; ook noodzaakten zij den Paus met de Kardinalen naar Fiterbo te vlugten, alwaar hij tot zijnen dood toe blijven moest, die in het jaar 1261 volgde. Hij was niet min werkzaam dan zijne voorzaten , om de Pausfelijke magt te handhaven, en zijne Kerkelijke heerfchappij onder de ongeloovigen uit te breiden; der Geestelijkheid, inzonderheid den Bedelmonniken te begundigen; den hemel met Heiligen te bevolken , en de zoogenoemde Ketters te vervolgen. — S 4 Drie V BOEK IV Hoofdft. na C. G. faario73. tot 1517. De Paus moet Sicilië aan MANFRED overlaten De Paus uit Rome verdreven. Doodval ALEXANDER IV.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 URBANUS IV wordi Paus. Zijne on. dernemingentegen MANFRED aïïo KERKELIJKE Drie maanden verliepen, eer de Kardinalen, die flechts ten getale van acht voorhanden waren, den Patriarch jakob van Jeruzalem, die juist ten dezen tijde te Viterbo om zaken zijner Kerk tegenwoordig was, tot zijnen opvolger verkoren, onder den naam van urbanus IV. Hij was de Zoon van een' fchoenlapper te Troyes in Frankryk. Terftond befloot hij zich als Rigter te gedragen tusfchen de beide mededingers naar de Keizerlijke kroon, richard en alfonsus , en terwijl zijn voorzaat alexander den eerstgemelden als verkoren Roomsch Koning erkend had, verklaarde hij in eenen Brief aan de Kardinalen, dat hij dezen titel ook aan alfonsus wilde fchenken; wanneer richard zich deswegens beleedigd hield, poogde hij hem in eenen Brief te verzachten, door hem te verklaren, dat hij hier mede niets beflist wilde hebben ten aanzien van zijne aanlpraak op het Keizerrijk. Vervolgens daagde hij de beide Vorsten tegen den tweeden Mei des jaars 1264 voor zich, ten einde over hunne eifchen uitfpraak te doen , doch richard verfcheen noch in eigen' perfoon, noch door gevolmagtigden , en ontfchuldigde zich met de verwarringen in Engeland, die hem daar op hielden, dewijl hij in dezelve deel genomen had. urbanus bepaalde daarom de beide Koningen nader tegen het jaar 1265, hetwelk hij echter zelve niet beleefde. Ook mislukten hem zijne pogingen, om manfred van het Koningrijk Sicilië te berooven. Dese Vorst had zijne Dochter konstantia uitgehuwelijkt aan den oudften Zoon van jakob, Koning van  GESCHIEDENIS. 281 van Arragon, die vervolgens zijne bevrediging met den Paus zocht te bemiddelen, maar te vergeefs, ook verbrak lodewyk IX, Koning van Frankryk, eene huwelijksonderhandeling van zijnen Zoon met eene Arragonifche Prinfes, alleen omdat haar Vader zich vermaagdfchapt had met eenen vijand der Kerk. De Paus daagde vervolgens op Witten Donderdag des jaars 1263 manfred openlijk in, om zich voor den eerften Augustus van dat jaar in perfoon of door afgevaardigden te komen verantwoorden, en 's Paufen vonnis te ontvangen, manfred zond ook in der daad Gezanten, om zich te ontfchuldigen, maar de Paus verfchoof het onderzoek eenige maanden; Waar op de Koning aan den Paus te kennen gaf, dat hij zelve wilde komen, hetwelk de Paus, ten einde, gelijk hij zelve fchrijft, in eene zaak, die het geloof betrof, zoo te handelen, dat niemand hem zou kunnen berispen, bewilligde, doch onder voorwaarde, dat manfred van niet meer dan 100 gewapenden verzeld zijn, en zich in het Kerkelijk gebied niet langer dan acht dagen ophouden zou. Aan deze voorwaarden weigerde manfred zich te onderwerpen, en nog veel minder aan eenig oordeel van den Paus, die ook niet opregt met hem handelde; immers, dewijl de Koning van Engeland, wien de Paufen Sicilië reeds voor lang hadden aangeboden, van alle ondernemingen op hetzelve fcheen af te zien, bood de Paus dit Rijk op nieuw in het jaar 1262 aan karel van Anjou, Graaf van Provence, Broeder van den Franfchen Koning loDewyk IX, aan. Middelerwijl liet manfred zijne S 5 troe- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. ]aano73. tot 1517. Koning van Sicilië. De Paus jiedt het R.ijk van Siciliëaan tARELvan Injouaan  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot i517 s8a KERKELIJKE troepen in het Roomfche Kampanië en de Mark van Ancona rukken, en de openbare oorlog tusfchen de Gibellinen, van welken manfred het hoofd wasj 1 en de Guelfen of Pausfèlijken, nam na het jaar | 1263 in het grootfte gedeelte van Italië eenen aanvang, zoodat de Paus fpoedig op zijne eigene veiligheid bedacht moest zijn. Ondertusfchen had karel van Anjou, met toeftemming van den Koning, zijnen Broeder, het aanbod van het Rijk van Sicilië aangenomen. En nu kregen de Romeinen op eens in het hoofd, om eenen Vorst tot Senator te verkiezen, waar toe fommigen manfred , anderen den Prins pieter van Arragon, anderen karel van Anjou beftemden. De Paus, wien deze geheele zaak mishaagde, maar wiens regering in zijne eigene hoofdftad zwak was, zoo dat hij zich buiten ftaat bevond, den wil der Romeinen te wederftaan, verklaarde zich voor karel, omdat hij van dien de meeste onderwerping verwachtte , doch fchreef hem de volgende voorwaarden voor, dat hij deze waardigheid na vijf jaren weder zou nederleggen, of eer, indien hij binnen dien tijd meester werd van Sicilië, of wanneer de Paus uitfpraak zou doen, dat hij dezelve niet langer zonder nadeel der Kerk behouden kon, ook zou hij niets tegen de regten en het welzijn der Kerk ondernemen, karel, deze voorwaarden toegeftemd en plegtig bezworen hebbende, zond eenen Stadhouder met een' hoop foldaten, om in zijnen naam bezit van zijne waardigheid als Senator te nemen. Meet  GESCHIEDENIS. s«3 Meer moeite vond de Paus, om dezen Vorst te doen bewilligen in de voorwaarden, op welke hij hem het Koningrijk Sicilië wilde laten bezitten, welke aan karel mishaagden, en waaromtrent de Paus genoodzaakt was, zich infchikkelijk te toonen uit vrees voor manfred, wiens foldaten Ostia bemagtigd hadden, en zelfs Rome dreigden; de Paus, het kruis tegen manfred hebbende laten prediken, behaalde vervolgens wel eenige voordeden op het krijgsvolk van manfred , maar zelfs te Orvieto, waar hij zich onthield, werden de inwoners tegen hem oproerig, zoodat hij naar Perugia moest wijken , alwaar hij den aden October 1264 overleed. Van urbanus IV meldt men nog deze bijzonderheid, dat hij de ftrengheid van het Interdict of verbod van Godsdienst, hetwelk zijne voorgangers en hij zelve zoo vaak gebruikt hadden, om Vorsten en Volken zich te doen onderwerpen, hebbe gematigd, zoodat het altijd geoorloofd bleef, in de Kerken met geflotene deuren den Godsdienst te vieren, alfchoon ook een land onder zulk een Interdict gebragt was. Eerst op den gden Februarij 1265 werd klemens IV tot opvolger van urbanus IV verkoren. Te voren heette hij guido of guy, en was geboren te St. Gilles in Languedok, hij had een' tijd lang als een voorname Raad en Regtsgeleerde aan het Hof van zijnen Koning geleefd , en was getrouwd geweest, hebbende twee Dochters in dit huwelijk verwekt; vervolgens in den Geestelijken Staat getreden zijnde, was hij bevorderd tot Aartsbisfchop van Narbonns , bij zijne verkiezing was hij Kardinaal- Bis- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. jaar 1073. tot 1517. ■ M ÜRBANVt IV wordt spgeyolgdioor {LEMEN* [V.  284 KERKELIJKE V BOEK IV - Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. kakel vanAnjou wordt Koning van Sicilië. Ongelukkige tost van kon radyn. Bisfchop van Sabina. Als een geboren onderdaan van karel vau Anjou, was hij bedacht, om het ontwerp ten uitvoer te brengen, om denzelven het Koningrijk van Sicilië te bezorgen. Ook kwam karel in Mei 1265 te Rome aan, alwaar de voorwaarden werden vastgefteld, onder welken hij het Koningrijk Sicilië bekomen zou, waar van de voornaamfte waren, dat hij nooit Roomsch Koning of Keizer zou zijn, noch Lombardyen of Toskanen met zijn Rijk zou vereenigen; hij zou den leeneed aan den Paus en de Kerk afleggen, jaarlijks 8,000 oneen goud aan den Paus betalen, en om de drie jaren een fraai wit paard of Telle aan den Paus fchenken, tot dankbaarheid voor het ontvangen Rijk. Bij gebrek van erfgenamen zou het Rijk weder aan de Roomfche Kerk vervallen enz. Ondertusfchen moest het Rijk met de wapenen veroverd worden, en het ontbrak karel zoo wel als den Paus aan geld. Evenwel drong karel in het Rijk, terwijl de Paus het kruis tegen manfred liet prediken. Ook werden eenige Siciliaanfche Grooten hunnen Koning ontrouw, die den 26ften Februarij 1266 eenen veldflag tegen karel en in denzelven het leven verloor. Dewijl hij in den ban geftorven was, werd zijn lijk in een kuil bij de brug van Benevent geworpen, welke ftad door de Franfchen deerlijk geplunderd werd. Dus werd karel meester van het geheele Rijk. Hij bezat echter hetzelve niet lang in rust. Dewijl hij zijne nieuwe onderdanen door zware belastingen drukte, en de Franfchen in het gemeen alle bui-  GESCHIEDENIS. e!5$ buitenfporigheden pleegden, ontflonden overal opfchuddingen, en de misnoegden verbonden zich met de Gibellinen, die in Lombardyen en Toskanen talrijk waren. Deze allen wierpen het oog op den eenigen overgeblevenen echten tak van het Hohenflaufifche Huis, konradyn , Zoon van Keizer koenraad IV, die toen flechts XV jaren oud was, maar wiens moed zijne jaren ver te boven ging. Deze, door zoo vele Itaiiaanfche Vorsten en fteden, en door de misnoegde Sicilianen uitgenoodigd, befloot tot eenen togt, ter herwinning van het Rijk zijner Voorvaderen, hetwelk hem door manfred en nu door karel onthouden was. In September 1267 kwam hij, met eene talrijke ruiterij, in Italië, waar hij zoo veel onderfteuning kreeg, dat hij in het jaar 1268 tot Rome toe voort kon dringen. klemens IV, die zich te Fiterbo onthield, beproefde alles, om des Prinfen voortgangen te fluiten, en fprak tegen hem een vonnis, en herhaalde keeren den ban uit, ook benoemde hij karel van Anjou tot Fredehouder, (Paciarius feu Pacis confervator,') van Toskanen, om de Gibellinen aldaar te beteugelen. Doch inmiddels verwekte een voornaam Romein, angelo capoccia, een oproer te Rome, alwaar hendrik, Broeder van den Koning van Kastilië, tot Senator verkoren werd , die volkomen de partij van konradyn omhelsde, welke Vorst, zijnen togt voortzettende, eindelijk in den zomer des jaars 1268 met eene foort van zegepraal zijne intrede in Rome deed. Hier werd zijn leger dermate verfterkt, dat zijne magt die van karel over- V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 107 3. tot 1517.  *S6* KERKELIJKE V BOER IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. lot 1517. Dood van KLEMENS IV. overtrof, zoodat hij in deszelfs Rijk indrong, ka. rel trok hem te gemoet, en de beide legers kwamen tot eenen beflisfenden veldflag, in welken de foldaten van konradyn reeds de overwinning bevochten hadden, toen zij te voorbarig aan het plunderen gevallen, door eenen Bevelhebber van karel overrompeld, en in verwarring gebragt werden, in welke konradyn zelve gevangen werd genomen , en den 2often October des jaars 1268 op karels bevel openlijk te Napels onthoofd werd. Verfcheidene Schrijvers hebben verhaald, dat karel over zijnen gevangenen den Paus hebbe geraadpleegd, die hier op deze woorden zou geantwoord hebben: Vita Conradini, mors Caroli! mors Conradini, vita Caroli, te kennen gevende, dat het leven of de dood van karel afhing van het leven of den dood van konradyn , waar van dan het ter dood brengen van den laatften het gevolg geweest zou zijn. Dit is, in later tijden, tegengefproken, doch, hoe het zij, dit is zeker, dat de Paufen en ten laatften klemens IV, met eenen onverzoenlijken haat, den ondergang van het Zwabisch-Keizerlijk Huis, en gevolgelijk ook van konradyn, bevorderd hebben. Minder gelukten dezen Paus zijne oogmerken in Duitschland; alwaar eene vreefelijke verwarring heerschte. De Keizer richard was, in de burgeroorlogen van Engeland, in het jaar 1264 door de Baronnen gevangen genomen , die hem veertien maanden lang gevangen hielden, eer hij zijne vrijheid wederkreeg. alfonsus , zijn mededinger, bleef Reeds  GESCHIEDENIS. a8 fteeds in Spanje, hoewel hij bij den Paus bleef aan houden, dat deze zijn regt erkennen zou. Toei richard zijne vrijheid weder bekomen had, bepaal de de Paus tegen het begin des jaars 1266 eenei dag, dat de beide Vorsten voor hem verfchijnen en zijne uitfpraak ontvangen zouden. De gevolmag tigden der beide Vorsten verfchenen, maar dewij de Spaanfche geene bewijzen voor het regt zijn meesters aanvoerde, werd op nieuw een uitftel ver leend tot den zomer des jaars 126S, wanneer di gevolmagtigden weder verfchenen, doch wanneer d( Spaan/eken weder reden gaven, waarom zij niet gereed waren, om hunne zaak te bepleiten, werd eer nieuwe dag bepaald op den iften Junij 1269, maai de Paus beleefde denzelven niet, alzoo hij den 29fter November des jaars 1268 overleed. Men roeml hem, als een voortreffelijk Prediker, ook wordt hij geprezen, omdat hij zijne bloedverwandten, zelfs zijne dochter, niet heeft willen verrijken of verheffen. Maar zeer was hij gezet op de uitbreiding van zijn Pausfelijk gezag en magt. Meer dan 700 van zijne Brieven zijn gedrukt geworden, van welken fabricius (*) verflag doet. Daar verliepen bijkans drie jaren, eer de Kardinalen, die zich te Viterbo bevonden, het eens waren, om hem eenen opvolger te verkiezen, zoodat zeker Bisfchop al fchertzende zeide: men moest het dak van bet Paleis afbreken, om den Heil. Geest eenen rui- (*) Biblioth. Med. et inf. Latin. Tem. h v. Clent. IV. pag. 394. F V , BOEK IV ■ Hoofdft. 1 na C. G. Jaario73. 1 tot 1517. \ \ 1 1 GREGORIUS X wordt Paus.  a88 KERKELIJKE V boek IV Hoofdft naC. G Jaanojzg tot 1517 Keizer RICHARD fterft. rudolf van Hah burg to Keizer verkore ruimere toegang te verfchaffen, ten einde hij de Kardinalen tot eenparigheid mogt brengen. Eindelijk gaven zij aan zes uit hun midden volmagt, om ■eenen nieuwen Paus te benoemen, die den ïften . September 1271 hunne ftemmen gaven aan thealdo, (of theobaldo,) visconti, uit Piacenza, Aartsdiaken te Luik, die zich thans, bij gelegenheid van eenen kruistogt, te Ptolemais bevond, en in het jaar 1272 in Italië kwam; en onder den naam van gregorius X het Pausfchap aanvaardde. Om dezen tijd overleed Keizer richard, waar op alfonsus, Koning van Kastilië, den Paus verzocht, hem nu als regtmatigen Keizer te erkennen, hetwelk de Paus weigerde, onder voorwendfel, van de regten der Rijksvorsten niet te willen benadeelen. Het misnoegen tusfchen alfonsus en den Paus vermeerderde nog, toen deze Koning krijgsvolk naar Italië overzond, om de Gibellinen bij te ftaan, en de Keizerlijke regten te handhaven, waar tegen de Paus zijnen Legaat in Italië beval, deze ftoutheid door Kerkelijke flrafFen te beteugelen. Ondertusfchen fchreef hij, gelijk een en ander s' oude Schrijver verhaalt, aan de Geestelijke Keurvorsten, op ftraffe van afzetting, en aan de Wea" reldlijke op ftraffe van den ban, dat zij aan de Kerk eenen befchermer, ( advocatus ,) zouden bezorgen , door de verkiezing van een' nieuwen Keizer, of dat hij met zijne Kardinalen zelve daar voor zorgen zou. Hoe het zij, de Vorsten verkoren den 3often October 1273 rudolf van Habsburg tot hunnen Koning, waar op de Paus door verfcheidene aanbie- din-  GESCHIEDENIS. 28c dingen alfonsus van Kastilien zocht te bewegen , om van zijne aanfpraken op het Keizerrijk afftand te doen, die echter niet dan na verloop van tijd zich door bedreiging van den ban liet bewegen, om van den titel en het wapen van Keizer af te ftaan (*). Integendeel werden rudolfs Gezanten te vriendelijkei j van den Paus in het jaar 1274 ontvangen, dewijl zij in naam van hunnen meester alles inwilligden, wat de Paus verlangde, ottokar, Koning van Bohemen, een der magtigfte Vorsten van Duitschland, had bij den Paus ook aangehouden, om hem het Keizerrijk te bezorgen, maar zijne voordellen 1 vonden geen' ingang. Alhoewel het nog eenige maanden duurde, eer de Paus zijne goedkeuring op : de verkiezing van rudolf gaf, waarfchijnlijk, ten einde dezen te doen gevoelen, dat hij aan hem zijne Keizerlijke waardigheid verfchuldigd was, beloofde hij hem echter zijnen bijftand tegen ottokar, waar j over deze zoo vertoornd was, dat hij van zijne Bisfchoppen en Geestelijken eischte, dat zij geene 1 bevelen van den Paus, die tegen hem gerigt waren, > erkennen zouden, en de genen, die dit weigerden, in hunne perfonen en goederen met hardheid vervolgde. Eene der hoofdwerkzaamheden van gregorius I X, was de Kerkvergadering te Lions in 1274, die 'j voor de tweede algemeene Kerkvergadering aldaar, * of als de XlVde algemeene Kerkvergadering, door de Roomfche Kerk erkend wordt, alhoewel niets ze- ker- (*) mariana de Reb. Hisp. L. XIII. C. 22. XVI. Deel. T V- boek IV Hoofdft. tia C. G. Jaar 1073. tot 1517. Kerkvergaderingvan Lions  290 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofd II. na C. G. Jaar 1073 tot 1517. kerder is, dan dat, ten dezen tijde, zoodanige Kerkvergaderingen geheel van den wil en invloed van den Room/eken Paus afhankelijk waren. Op deze vergadering verfchenen, behalve de Latijnfche Patriarchen van Konftantinopolen en Antiochië, 500 Bisfchoppen, 70 Abten, en omtrent 1,000 mindere Opzienders van Kerken en Kloosters; de Koningen van Duitschland', Frankryk en Sicilië hadden hunne Gezanten op dezelve, jakob , Koning van Arragon, was in perfoon tegenwoordig, maar begaf zich na de tweede zitting weder op reis, dewijl de Paus hem niet wilde kronen, voor dat hij beloofd zou hebben, aan hem de fchatting te betalen, waar toe zijn Vader zich in het jaar 1204 aan innocentius III verbonden had. De voorname werkzaamheden dezer vergadering bepaalden zich tot het beramen van eenen kruistogt naar het Heilige Land, waar op deze Paus zeer gezet was; vervolgens op eene vereeniging met de Criekfche Kerk, dewijl het Latijnfche Keizerrijk te Konftantinopolen weder te niet was gegaan; het invoeren van eene verbetering der zeden onder de Christenen, bijzonder onder de Geestelijkheid; eene onderhandeling met de Gezanten van den Keizer der Mogollen; van al hetwelk wij op zijne plaats gefproken hebben, of verder fpreken zullen; allerbijzonderst was de Paus bedacht, om door deze vergadering eene fchikking te doen vastftellen omtrent de wijze der verkiezing van eenen Paus voor het toekomende , opdat die geene vertraging zou kunnen ontmoeten, waar toe de inrigting Van het  GESCHIEDENIS. 291 het Conclave ontworpen en vastgefteld werd. «— Op zijne terugreize naar Italië had de Paus eer mondgefprek in het jaar 1275 te Laufanne met den Keizer rudolf , die nu bij eede alles zelve bevestigde, wat zijne Gezanten te voren den Paus hadden ingewilligd. Een gelijktijdig Schrijver verhaall wel, dat de Keizer vervolgens door den Paus in den ban zij gedaan, omdat hij zich, gelijk afgefproken was, niet te Milaan op den bepaalden tijd had laten vinden, om van den Paus de Keizerlijke kroon te ontvangen, maar in de voorgaande eeuw is in een opzettelijk gefchrift bewezen, dat dit verhaal geenen grond van geloofwaardigheid bezit. Met andere Vorsten gebruikte gregorius X meer ftrengheid. Den Koning van Portugal, sanctius of sanchez , noodzaakte hij, onder eede te beloven, dat hij de vrijheden der Kerk niet zou te na komen. Koning jakob van Arragon, gebood hij, zijne bijzit binnen acht dagen van zijn Hof te verwijderen, op ftraffe van den ban en een Interdict. Milanen en Florence bragt hij dadelijk onder zoodanig Interdict, hetwelk hij in het jaar 1276 in de laatfte ftad alleen voor eene poos ophief, toen hij door dezelve reisde. Doch weinige dagen daar na ftierf hij te Arezzo, den i2den Januarij 1276. De inwoners en Geestelijken dezer ftad , waar hij ook begraven werd, wisten veel te vertellen van de wonderwerken, die bij zijn graf zouden gebeurd zijn. Ook hebben zij van tijd rot tijd aangedrongen , dat de Pausfen hem voor eenen Heiligen zouden verklaren, doch het niet verder kunnen brenTj gen, V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 107 3. tot 1517. Dood van GREGORIUS X.  V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 107 3. tot 1517. innocentius V. adriaan V. joannes XXI. 292 KERKELIJKE gen, dan dat de Auditeuren der Rota te Rome ki de XVlIde eeuw eindelijk verklaard hebben , dat gregorius X de Canonifatie waardig was. Elf dagen na zijn overlijden werd door de Kardinalen, die in het Conclave te Arezzo opgefloten werden, volgens het voorfchrift van gregorius , tot deszelfs opvolger verkoren petrus van Tarantaife, een Savoijaard, die zich innocentius V noemde. Doch deze overleed reeds den 22tten Junij 1276. Aanmerkelijk is het, dat 'er honderd Hellingen in zijne fchriften tegenfpraak ondergaan hebben (*). In zijn plaats werd ottoboni van Fiesko , een Genunes, op den Paufelijken troon verheven, onder den naam van adriaan V, een oud en ziekelijk man, die reeds, eer hij gekroond en ingewijd was, den iSden Augustus van datzelfde jaar 1276 overleed. Hij had echter terftond na zijne verkiezing het voorfchrift van gregorius X omtrent de Pausfelijke verkiezing, hetwelk aan de Kardinalen geweldig mishaagde, afgefchaft. De Kardinalen lieten dit door den Aartsbisfchop van Corinthe te Viterho bekend maken; maar het volk, hier aan geloof weigerende, mishandelde den Aartsbisfchop, en floot de Kardinalen nog naauwer op, dan te voren. Dus kreeg de Roomfche Kerk nog in datzelfde jaar 1276 eenen vierden Paus joannes XXI, hetwelk eigenlijk de XXfte moest zijn, waaromtrent men verfcheidene gisfingen te berde gebragt heeft. Deze is onder den naam van petrus hispanus be- roem- (*) trithem. de SS. Eccles. C. 4.72.  GESCHIEDENIS. 293 roemder als Geleerde en Schrijver, dan als Paus onder den naam van joannes XXI. Hij was eigenlijk in 1226 te Lisfabon geboren, en heette naar zijnen Vader, die een Geneesheer was, petrus juliani. Hij had zich met zoo veel lof op de wetenfchappen toegelegd, dat hij den eernaam van Magister ontvangen had. Hij had kennis in de Griek fche en Arabifche talen; en was geoefend in "de Wijsbegeerte , Geneeskunde, en ook in de Starrenwigchelarij. Zijne Summa Logicales, waar naar hij Summulator heette, bleven langen tijd het Handboek bij het onderwijzen der Logi ca, zoo als zijn Thefaurus Pauperum, of Summa Experimentorum een hoofdboek in een ander vak is. Men verkoos hem inzonderheid, omdat men van hem, als een Geneesheer, een langer leven hoopte, daar reeds drie Paufen binnen zes maanden tijds overleden waren. Hij was geen vriend der Monniken, waarom ook deze zijn karakter met zwarte kleuren geteekend hebben. Hij hield niet van de Monniken, zegt een gelijktijdig Schrijver, die zelve een Monnik was, en dit f rekte, gelijk men geloofde, tot zijn ongeluk, terwijl hij juist tegen hen zou losgedonderd hebben, toen hij het leven verloor. Terftond na het aanvaarden zijner regering bevestigde hij de affehaffing van het voorfchrift van gregorius X omtrent de Pausfelijke verkiezing , welke zijn voorzaat befloten had. Ook ontving hij van karel den leeneed voor het Koningrijk Sicilië, maar werd door den dood verhinderd , meer te ondernemen. In Mei des jaars 1277 werd hij door het inftorten van de zoldering T 3 van V BOF.K IV Hoofdft.' na C. G. Jaar 1073. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdfl. naC. G ]aario73. tot 1517. NICOLAUS ia. Runoi.F van H;,bs burg (laat veel aan den Paus af. a94 KERKELIJKE van zijn vertrek- te Viterbo zoo kwalijk toegefteld, dat hij zes dagen daar na den geest gaf; alhoewel hij zich, gelijk men verhaalt, volgens zijne Starrenkunde, een lang leven beloofd had. Thans ondervond men weder de noodzakelijkheid van eene wet, zoo als gregorius X gegeven had. 'Er waren toen maar acht Kardinalen, maar die zoo weinig overeenkwamen, dat de inwoners van Viterbo hen eindelijk in het Raadhuis moesten opfluiten; waar door zij gedwongen den November 1277 den Kardinaal - Diaken joannes cajetanus tot Paus verkoren, die den naam van nicolaus III aannam. Hij was uit het vermaarde Huis Corfini te Rome oorfpronkelijk; zijn Vader, die tot de derde Orde yan den Heiligen franciscus behoorde, had hein als een kind reeds aan dezen Heiligen overgegeven, en hij was fteeds een ijverig befchermer der Bedelmonniken, voornamelijk der Franciskanen, waarom ook de Monniken hem hoogelijk geprezen hebben. Inzonderheid Verheffen zij zijne wellevendheid en befchaafde levenswijze, waarom men hem den wellevenden, (el Compost0,) noemde. Terwijl de Pausfelijke Stoel nog ledig ftond , fcheen het, dat rudolf van Habsburg met een leger naar Italië zou komen, om de Keizerlijke kroon te ontvangen. Doch, men mag twijfelen, of het den Keizer ernst geweest zij, die gewoon was, aangaande zoodanigen togt naar Italië, de woorden van den Vos in de Fabel te gebruiken, dat de voetfiappen zijner voorzaten hem affchrikten, die wel gelukkig derwaarts gereisd, maar zeer ongefield terug ge-  GESCHIEDENIS. ao5 gekeerd waren; zelfs vervulde hij liever in het jaar 1278 al de wenfchen van den Paus, door van de fteden en landen afftand te doen, op welke deze in Italië aanfpraak maakte, waar tegen deze den Koning van Sicilië noodzaakte, om de waardigheid van Rijkszaakwaarnemer in Toskanen neder te leggen ; evenwel, gelijk fommigen willen, niet zoo zeer uit genegenheid voor den Keizer, als wel, omdat karel gefpot had met eenen voorflag , om zijne Nicht aan eenen Neef van den Paus uit te huwelijken. Ook moest karel zich ontflaan van de waardigheid van Senator te Rome, omdat de tien jaren verloopen waren, welke klemens IV bepaald had. Voorts hielp de Paus in het jaar 1280 eenen ouden twist ten einde te brengen tusfchen rudolf en karel , over de Graaffchappen Provence en Forcalquier. Aan den Keizer zeiven deed hij nog een zonderling voorftel. Deszelfs geheele gebied zou in vier deelen gedeeld worden; van deze deelen zou Duitschland erfelijk blijven aan 's Keizers nakomelingen; het Koningrijk Vienne of het Burgondifche Rijk zou tot een huwelijksgoed ftrekken voor 's Keizers dochter, die met den Zoon van karel getrouwd was; en in Italië zouden Lombardyë enToskanen twee nieuwe Koningrijken uirmaken , welke de Paus, zoo als men geloofde, voor zijn' Neef beftemd had. nicolaus III wist zich dus een magtig aanzien te bezorgen. Zijn tijdgenoot nangis (*) verhaalt, dat C*)Gest.Pbilipp. III. Francor.reg.ap.duchesn.T.V.p 536. T4 v DOEK IV Hoofdft. na C. G. |aario73. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdrt. na C. G. Jaario73. tot 1517. MARTYN IV. 296 K E R K E L IJ K E dat hij aan karel de waardigheid van Senator te Rome ontnomen had, om die voor zich , zijn leven lang, te behouden. Als hij, zegt deze Monnik, dien Koning in alles zoo geduldig en onderworpen vond, zou hij gezegd hebben: Anderen kunnen wij wel overwinnen, maar dezen niet. Van de befchuldiging, dat hij (leeds werkzaam was, om zijne nabeftaanden te verrijken, heeft men hem niet kunnen vrijfpreken. Na de dood van dezen Paus in Augustus 1280, ontftonden 'er te Rome en te Viterbo, waar thans het Pausfelijke Hof was, groote onlusten tusfchen de familie der Annibaldini , wier opperhoofd riChar-d den Koning van Sicilië was toegedaan, en der Orfini, bloedverwanten van den overledenen Paus. Twee Kardinalen van de eerstgemelde familie werden te Viterbo door de inwoners gevangen genomen, terwijl de Orfini uit Rome verdreven werden. Eindelijk verkoren de overige Kardinalen den 22(len Februarij 1281 den Kardinaal-Priester der H. c^cilia, simon van brie, een' Franschman, tot Paus, die den naam van martinus IVaannam, hoewel 'er Hechts ééne martin onder de Paufen, doch twee marinussen geweest waren,welken naam men met dien van martinus verwisfelde. Dewijl Viterbo onder Interdict lag, en te Rome niets dan verwarring heerschte, liet martinus IV zich te Orvieto kronen. Dewijl martyn door de partij van karel op den Pausfèlijken Stoel verheven was, begunftigde hij de belangen van dezen Vorst ten fterkften. Van de Ro-  GESCHIEDENIS. 297 Romeinen verkregen hebbende, dat zij hem de waardigheid van Senator opdroegen , benoemde hij in het jaar 1281 karel in zijne plaats, en op deszelfs aanfporen deed hij den Griekfchen Keizer michael , met wien karel in oorlog was, in den ban, omdat hij zijne belofte van vereeniging met de Roomfche Kerk niet vervuld had, welke vereeniging, fchoon vastgefteld op de vergadering te Lions, geheel te niet liep. Evenwel zond de Keizer nog Gezanten aan den Paus, doch die koel ontvangen , met de tijding van den Pausfèlijken ban terugkeerden, waar op michael 'sPaufen naam uit het openbaar gebed liet wegdoen. 's Paufen partijdigheid voor den Koning van Siöfr li'è kwam denzelven echter weinig te ftade. De Bevelhebbers van karel en de Franfchen over het algemeen gedroegen zich zoo baldadig en buitenfporig in Sicilië, dat 'er op dit Eiland eene algemeene verbittering tegen de regering ontftond. joan van procida, een Siciliaansch Edelman, gaf zich inzonderheid veel moeite, om eene zamenzweering tegen karel te berokkenen; hij haalde niet alleen Koning petrus van Arragon, die door zijn huwelijk met konstantia , Dochter van manfred , regt op Sicilië had, over, om deze zamenzweering te onderfteunen, maar ook den Griekfchen Keizer michael, en, wat nog meer is, de Paus nicolaus IV nam aan dezelve deel; zelfs zeggen fommige Schrijvers, dat deze Paus petrus van Arragon met Sicilië beleend hebbe. Alfchoon nu Paus martin IV een ander ftelfel volgde, dan zijn voorT 5 zaat, V BOEK lV Hoofdft. na C. G. [aario73, tot 1517. Siciliaanfche Vesper.  V BOEK IV Hoofdft na C. C Jaario7; tot 1517 agS KERKELIJKE zaat, en Koning karel genegen was, had echter de zamenzweering voortgang, en berstte met het Paaschfeest 12S2 uit, wanneer op het luiden van i. de klok tot de Fesper een algemeene moord der • Franfchen in Sicilië een begin nam, die verfcheidene weken aanhield, en waar door vele duizenden Franfchen omkwamen. In het eerst fcheen deze omwenteling, welke met den naam van de Siciliaanfche Fesper bekend is, niet ten nadeele van den Paus te ftrekken, alzoo de ingezetenen van Palerno, waar dezelve eenen aanvang genomen had, verklaarden , zich aan de Roomfche Kerk te onderwerpen, en den Paus voor hun Opperhoofd te willen aannemen. Maar de Paus, die waarfchijnlijk deze gebeurtenis als eene voorbijgaande woede aanzag, en zich niet kon verbeelden, dat eenig Vorst ftout genoeg zou zijn, om een Rijk aan te tasten, hetwelk van den Paus leenroerig was, deed die van Palermo in den ban, en beval hun, zich terftond weder aan hunnen Koning te onderwerpen. Die van Palermo gaven hier op tot befcheid: dat zij de dienaren der ondeugd volgens den wil des Hemels geftraft hebbende, de bannier van den Heiligen petrus hadden opgerigt; maar dewijl de Paus hen zijner en des Apostels genade onwaardig had verklaard, had God, in plaats van dezen hun eenen anderen petrus te hulp gezonden; en werkelijk landde petrus van Arragon in Augustus 1282 in Sicilië aan, welk Eiland hij weldra geheel bemagtigde. Vergeefs zond de Paus eenen Legaat derwaarts, die den Koning en de Sicilianen in den ban  GESCHIEDENIS. 299 ban deed, en het Eiland onder een Interdict leide, ook dreigde hij petrus van zijne Erfkoningrijken te zullen ontzetten, en liet in 1283 bekend maken, dat allen, die onder de vaandelen van karel zouden fneuvelen, zoo volkomen aflaat zouden genieten, als zulken, die hun leven ter verdeediging van het Land van Belofte hadden opgeofferd. De beide Koningen fpraken intusfchen af, hun verfchil dooi een tweegevecht in het Engelsch gebied nabij Bourdeaux te zullen beflisfen, waar tegen de Paus karel waarfchuwde, dat de Koning van Arragon daar mede alleen ten oogmerk had, karel uit Italië te lokken. Ook kwam 'er niets van dit tweegevecht. In het jaar 1283 fchonk de Paus het Ko. ningrijk Arragon en het Vorstendom Katalonië aan karel van Valois, tweeden Zoon van den Koning van Frankryk, en het Koningrijk Falentia aan eenen anderen Zoon van dien Vorst. Maar de uitkomst beantwoordde niet aan zijne oogmerken, petrus bleef overwinnaar, dewijl zijne Spaanfche onderdanen hem getrouw bleven, en de Kerkelijke ftraffèn waren zonder uitwerking. Ook deze Paus was, terwijl hij, gelijk zijne voorgangers, Rijken uitdeelde en Vorsten afzette, in zijn eigen gebied niet veilig tegen oproeren; in het jaar 1284 was hij genoodzaakt Orvieto te verlaten, en naar Perugia te vlugten, alwaar hij den 29flen Maart 1285 overleed, en evenwel zouden 'er na zijn dood bij zijn graf wonderen gebeurd zijn. Men heeft dezen Paus ten laste gelegd, dat hij de Duitfchers meer dan eenig volk haatte, en meermalen ge- wenscht V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. Dood van martini;! IV.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073tot 1517. HONORIl'S IV. 300 KERKELIJKE wenscht zou hebben , dat geheel Duitschland een vijver, de Duitfchers kikvorfchen, en hij zelve een fnoek ware, om hen allen op te Hokken: of dat zij kikvorfchen en hij een ooijevaar zijn mogt , om hen te verllinden. honorius IV, die den sden April 1285 verkoren werd , damde af uit het aanzienlijk Romeinsch genacht Savelli, maar was van de jicht zoo mishandeld , dat hij gaan noch ftaan, noch de handen bewegen kon, zoo dat hij de Mis niet anders, dan met zekere werktuigen zittende bedienen kon. Maar des te vlugger was zijn geest. Reeds in Jannuarij 1285 was karel, Koning van Sicilië, overleden, en had het overfchot van zijn gebied in te grooter verwarring nagelaten, dewijl zijn oudfte Zoon en opvolger, Prins karel van Salerno, bij den Ko. ring van Arragon gevangen was. Paus martinus IV had terftond zijnen Legaat, den Kardinaal-Bisfchop van Sahina, en den Graaf robert van Artois, Zoon van den Koning van Frankryk, tot Rijksbeftuurders aangefteld, gedurende de minderjarigheid van karel martel , oudften Zoon van den tegenwoordigen gevangenen Koning; ook had hij den Keizer rudolf aangezocht, om bijftand tegen den Koning van Arragon, doch alles te vergeefs, dewijl deze zich dapper en gelukkig tegen de Fran-, fchen bleef verweeren. honorius IV poogde zich, op eene andere wijze, bij het Napelfche gedeelte van het Rijk van Sicilië verdien (lelijk te maken , door de wetten, welke hij in het jaar 1285 aan hetzelve gaf, die zeer  GESCHIEDENIS. 361 zeer ten voordeele der Paufen waren, en de magt der Koningen beperkten, doch alle kracht verloren, Zoo dra Prins karel uit zijne gevangenis ontflagen en terug gekeerd was. Dit ontflag had honorius op allerlei wijze pogen te bevorderen, door reeds in 1286 jakob, jongften Zoon van Koning petrus van Arragon, die zich tot Koning van Sicilië had laten kronen, met deszelfs Moeder konstantia, en de Bisfchoppen, die hem tot Koning gezalfd hadden, in den ban te doen, en het Eiland onder een Interdict te brengen; de oudfte Broeder, alfonsus, die over Arragon regeerde, wist den ban te ontgaan, door van tijd tot tijd te beloven, dat hij Gezanten aan den Paus zou zenden. Eindelijk kwam het in het jaar 1287 zoo ver, door bemiddeling van den Koning van Engeland, dat 'er een vergelijk getroffen werd, volgens hetwelk jakob , met goedkeuring van den Paus, Sicilië behouden, en alfonsus in zijn regt op Arragon herfteld , en vervolgens karel in vrijheid zou ontflagen worden. De Paus weigerde echter dit verdrag te bekrachtigen, maar eischte, dat de beide Koninklijke Broeders zich met hunne Moeder aan hem onderwerpen en nederig om genade zouden aanhouden, doch de dood nam hem den 3den April 1287 weg, zonder dat de Arragonfche Vorsten hem te wille waren. De volgende Paus nicolaus IV, die eerst den 22flen Februarij 1288 op den Stoel geplaatst werd, was even min in ftaat, om Sicilië weder aan het Huis van Anjou te brengen. Zonder zijn voorweten werd 'er een verdrag getroffen , weder onder be- V boek IV Hoofdft. na C. G. jaar. 073. tot 1517. NICOLAUS IV.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaano73 ,tot 1517 Dood\ NICOLJI IV. 302 KERKELIJKE bemiddeling van den Koning van Engeland, tusfchen alfonsus en karel, volgens hetwelk de laatfte, onder vrij harde voorwaarden, zijne vrijheid wederkreeg. Het eenige, waar in men bij dit verdrag den Paus verfchoonde, was , dat alfonsus op zich nam, zijnen Broeder in Sicilië niet te zullen bijftaan. De Paus echter wilde van dit verdrag niet weten, maar kroonde in 1289 den ontflagenen karel II als Koning van Sicilië, ontving van hem den leen-eed, en ontfloeg hem, als ook den Koning van Engeland, van den eed, aan alfonsus ter bevestiging van het verdrag gedaan. Doch alzoo karel dit laatfte weigerde aan te nemen, maar zich vrijwillig weder als gevangene aan den Koning van Arragon aanbood, en de beide Broeders alfonsus en jakob Gezanten aan den Paus zonden, liet hij eindelijk in het jaar 1091 door zijnen Legaat den vrede met alfonsus fluiten, op voorwaarde, dat deze vergeving bij den Paus zou vragen, en zweeren, der Kerke gehoorzaam te zullen zijn, ook moest hij de gelofte van een' kruistogt afleggen, en zijnen Broeder jakob of den Sicilianen geenen bijttand bieden. Maar reeds in den zomer van dat jaar 1291 overleed alfonsus , en jakob nam terftond bezit van zijn Broeders Rijk, zonder zich aan den Paus te ftooren; hij werd daarom op nieuw van den Paus in den ban gedaan, maar bleef met dit alles Koning van Arragon. m Met meer geluk noodzaakte hij den Koning van us Portugal, dionysius, over wien zich de Geestelijkheid van zijn Rijk beklaagd had, in het jaar 1289 J met  GESCHIEDENIS. 303 met dezelve zich tot haar voordeel te verzoenen. In zijn' tijd verloren de Christenen hunne laatfte bezittingen in het Heilige Land. Kort daar na overleed deze Paus in April 1292. Zijne Comraentarien over den Bijbel en over lombardus , als ook zijne Predikatiën, kent men alleen in den naam. Hij zal het voorfchrift van gregorius .X omtrent de verkiezing der Paufen herroepen hebben, hoewel anderen dit ontkennen. Zoo veel is zeker, dat men thans weder ondervond, dat hetzelve niet werd waargenomen, alzoo het twee jaren en drie 'maanden duurde, eer men hem eenen opvolger gegeven had , door de verdeeldheid der Kardinalen. Eindelijk prees hun de Kardinaal-Bisfchop van Ostia, latinus , eenen Kluizenaar aan, petrus van Murrone, dus naar den berg genoemd, op welken hij in het Napelfche niet verre van Pulmone leefde, wien zij ook den 5den Julij 1294 tot Paus verkoren. Hunne Afgevaardigden aan hem vonden een' haveloos en uitgemergeld oud man in hem, die hun te voet viel, zoo als zij zich voor hem nederwierpen, en die zijne verkiezing niet zou aangenomen hebben, zoo Koning karel van Sicilië en de Ko- 1 ning van Hongaryë hem niet door hun bidden en I verzoeken daar toe hadden overgehaald en bewogen. De Kardinalen hadden hem naar Perugia genoodigd, maar op verzoek van karel , die hem gaarn in zijn Rijk in het Napelfche wilde houden, begeerde hij, dat zij bij hem te Aquila zouden komen. Hier deed hij zijne intrede, met alle blijken van nederigheid , zittende op een ezel, welks toom door de bei. V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Iaano73. tot 1517. COELESTINUSlV.  y-4 KERK EL IJ KE V BOEK IV Hoofdil. naC. G. Jaar 1073. tot 1517. COELEST TiNUslej zijne waardigheid neder. beide bovengemelde Koningen gehouden werd. Spoe« dig vertelde men ook wonderen, die bij deze gelegenheid zouden gebeurd zijn, onder anderen bragt zeker man zijnen lammen jongen, dien hij, toen de Paus van zijnen ezel afgeltegen was, op dien ezel zette, en die ook op ftaande voet genezen was. Deze Paus nam den naam aan van coelestinus V. Spoedig mishaagde deze Paus aan de Kardinalen. Zonder hunne voorkennis vermeerderde hij hun gezelfchap op raad van Koning karel met twaalf nieuwe leden; ook vernieuwde hij de wet van gregorius X, omtrent het opfluiten der Kardinalen, tot de verkiezing van eenen Paus. Hier kwam bij, dat hij zich niet naar Rome begaf, maar te Napels bleef. Ten aanzien van de zaken van Sicilië eischte hij vergeefs van Koning jakob van Arragon, dat hij de Sicilianen, over welke zijn Broeder frederik de regering aanvaard had, ten behoeve van Koning karel zou beoorlogen; terwijl hij aan den laatstgemelden de Geestelijke Tienden van Frankryk voor vier jaren en de Tienden van Engeland voor één jaar fchonk. Ook bevestigde hij de door hem geftichte en naar hem genoemde Coelestiner-Orde, hetwelk Paus gregorius X reeds te voren op zijn verzoek gedaan had. Inmiddels nam het misnoegen der Kardinalen hand 1 over hand toe. coelestinus , die in de wereld vreemd was, was in der daad onbekwaam om te regeren, en moest in alles den raad van anderen volgen; terwijl zijne Hovelingen hem bedrogen, zoo dat  GESCHIEDENIS. 305 dat hij meermalen één en hetzelfde ambt aan verfcheidene perfonen begaf. Zelve ging hij voort als een Kluizenaar te leven, maar hij wilde ook de weelde der Kardinalen beteugelen. De flimfte onder dezen, de Kardinaal benedictus cajetanus , was daarom, met eenige anderen, 'er op bedacht, om hem tot het nederleggen van zijne waardigheid ! te bewegen, naar welke hij zelve ftond. Maar daar tegen zocht Koning karel de uitvoering daar van 1 op allerlei wijze te verhinderen. Te Napels begaven zich eene menigte Bisfchoppen, Monniken, en de geheele Geestelijkheid in eene ftatelijke Procesfce naar het Slot, hetwelk de Paus bewoonde, en één 1 der Bisfchoppen verzocht den Paus, toen hij zich aan het venfter vertoonde, in naam des Konings, der Geestelijkheid, en der Natie, dat hij, die de eer van het Pvijk was, zich toch niet mogt laten verleiden, om zijne waardigheid neder te leggen. De goedhartige Paus bewilligde in dit verzoek; maai | werd kort daar na van de Kardinalen weder omge: zet. Hier verhalen eenige latere Schrijvers, en ook platina (*), dat de Kardinaal cajetanüs, om den Paus volkomen over te halen, denzelven in zijn flaapvertrek eene ftem, welke deze voor eene hemelI fche ftem hield, deed hooren, welke hem aankon1 digde, dat hij het Pausfchap moest nederleggen, I indien hij wilde zalig worden. Men heeft tegen dit I verhaal wel eene en andere bedenking gemaakt , ! maar welke niet genoegzaam fchijnen, om het geheel (*) Dt Htt. Pontif. in Bmifac. VIII. p. 188, XVI. Deel. V V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73« tot 1517' l t 1 t l 1 r I I » t ■ 1  KERKELIJKE V BOP.K IV Hoofdft. na C. G. Jaario;73. tot 1517. 1 BONIFA- ciusVilI. heel te verwerpen, vooral wanneer men het karakter van cajetanus in aanmerking neemt, hetwelk ons vervolgens nader kenbaar zal wörden. Op raad der Kardinalen fteldedan coelestinus bij een decreet vast, dat een Paus, als hij wilde, allezins zijne waardigheid kon nederleggen, en den volgenden dag, kort voor Kersmis des jaars 1294, las hij in eene vergadering der Kardinalen de redenen voor, waarom hij het Pausfchap vrijwillig nederleide, en hun veroorloofde, eenen anderen Paus te kiezen. Na het voorlezen van dit gefchrift, ontdeed coelestinus zich van de Pausfelijke kleeding en ging aan de voeten der Kardinalen zitten. In het Conclave , hetwelk thans weder herfteld was, verkozen toen de Kardinalen den 24ften December des jaars 1294 denzelfden Kardinaal cajetanus tot Paus, die zich den weg tot den Pausfèlijken troon reeds zoo ver gebaand had. Hij was uit de ftad Anagni oorfpronkelijk , uit het aanzienlijk gellacht Gaëtani, en nam den naam bonifacius VIII aan, hoewel bonifacius VII eigenlijk een Tegenpaus geweest was. Hij was bekend als een zeer ervaren man; de geoefendlte in openbare zaken lan het Pausfelijke Hof, en een ijverig verdediger üer Kerkelijke Regten; maar tevens komen de aanzienlijkfte Gefchiedfchrijvers van deze en de naastirolgende tijden daar in overeen, dat hij in gelijke mate trotsch en listig geweest is. Dewijl hij van Ie partij van Koning karel onder de Kardinalen :egenftand vreesde tegen zijne verkiezing, vervocg3e hij zich heimelijk 'snachts bij denzelven, en bood  GESCHIEDENIS. 3"7 bood hem den geheelen bijdand der Kerk tot verovering van Sicilië aan, indien hij hem, door zijne vrienden onder de Kardinalen, de Pausfelijke waardigheid wilde bezorgen. De Koning bewilligde in zijn voordel, en nu ontmoette zijne verkiezing geene zwarigheid meer. De goede coelestinus V, of nu weder pieter van murrone, had bij zijnen afftand gehoopt, tot zijne Kluizenaarscel te zullen keeren, maar als hij daar toe den nieuwen Paus om verlof verzocht , werd hij van denzelven met drenge woorden afgewezen, dewijl deze vreesde, dat deze bij het volk als een Heilige erkende man eens weder als Paus mogt aangenomen worden, pieter ontvlugtte daar op in het begin des jaars 1295 van Napels, maar werd achterhaald, en op het Slot Fumone, niet ver. van Anagni, in eene enge kamer opgefloten, en fcherp bewaakt, tot hij in het jaar 1296 aldaar overleed. Dit verhaalt zijn Levensbefchrijver petrus de alliaco, of pieter d'ailly, waar tegen wel de Kardinaal jakob breed opgeeft van de zachte behandeling hem door bonifacius aangedaan, maar deze Kardinaal is bekend als een Lofredenaar van bonifacius; hier in echter demmen deze Schrijvers overeen, dat pieter na zijn ontdag van het Pausfchap nog meer wonderen verrigt heeft, gelijk hij dan ook in het jaar 1313 door Paus klemens V onder de Heiligen geplaatst is; zijne fchriften van Zedelijken, Godsdienftigen en Liturgifchen inhoud, niet eenige Predikatiën en Brieven, alles zoo als men vau zulken Kluizenaar mag verwachten, zijn V 2 met V BOEK IV Hoofdft. na C. G. [aan 073 j tot is 17.. coeies- ' TINUS V opgefloten tot aan zijn* dood.  V DOM IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. 'tot 1517. FREDERIK handhaaft zich in het R ijk van Sicilië ;0S KERKELIJKE net zijne eigene Levensbefchrijving in het jaar 164a1 te Napels in folio uitgegeven. De eerfte ouderneming van bonifacius VIII, 01» Sicilië tot onderwerping te brengen, mislukte hem. De Gezanten van karel II, Koning van Sicilië, (of eigenlijk Hechts van Napels,) en der Koningen van Frankryk en Arragon, floten wel in het jaar 1295 aan het Hof van den Paus te Anagni eenen vrede, onder voorwaarde, dat Sicilië onder de magt der Roomfche Kerk terug zou keeren, of dat anders de Koning van Arragon krachtdadig daar toe zou medewerken, maar de Sicilianen, die liever alles wilden wagen , dan weder onder de heerfchappij der Franfchen te komen, riepen Prins frederik, Broeder van jakob , Koning van Arragon, nog in datzelfde jaar tot hunnen Koning uit. bonifacius zocht wel in het jaar 1296 door vleijende Brieven frederik en de Sicilianen tot andere gedachten te brengen, waar toe hij ook Legaten naar Sicilië zond, maar als men éénen derzei ven te Mesftna den dood dreigde, zoo hij zich niet terftond wegbegaf, liep dit vruchteloos af. Even min bekreunde men het zich, toen hij frederik indaagde, om zich te onderwerpen. Hij ontbood hier op Koning jakob te Rome, wien hij in het jaar 1297 de waardigheid van Vaandrager, ( Gonfaloniere, ) der H. Kerk en van Opperbevelhebber van hare Vlooien opdroeg; en ook Sardinië en Korfika fchonk, als Leenen van den Heiligen Stoel, doch welke Eilanden de Koning eerst aan die van Pi fa en Genua zou moeten ontnemen. Tevens beleende de Paus den  GESCHIEDENIS. 3*9 den grooten zeeheld r.ogerius de loria , die ten dezen tijde de zijde van frederik verliet, en die van karel omhelsde, met twee Eilanden in de nabijheid van Tunis, te weten, Gerbe en Carchim, welke deze Vlootvoogd bemagtigd had. Eindelijk werd de oorlog met Sicilië in het jaar 1299 met alle hevigheid vernieuwd, maar Koning frederik bood aan de overmagt zijner vijanden zoo moedig het hoofd, dat hij in het jaar 1302 eenen voor hem niet oneerlijken vrede floot. Hij zou in het bezit van Sicilië blijven, onder den titel van Koning van Trinakrië, doch na zijnen dood zou hetzelve weder aan karel of deszelfs nakomelingen komen, bonifacius wist echter bij deze gelegenheid zijn aanzien vrij wel te bewaren. Zonder hem Koning te noemen, of dezen vrede te bevestigen, verklaarde hij zich te zullen verheugen, indien frederik aan de Kerk voldoening geven, en hij hem als een verloren fchaap weder vinden zou, ook hief hij bij voorraad den Ban en het Interdict op, hetwelk over dezen Koning en over Sicilië was uitgefproken. In het volgende jaar voegde bonifacius bij de vredesvoorwaarden, dat frederik zich als een Leenman der Kerk voor Sicilië zou erkennen, en daar voor jaarlijks 3,000 oneen gouds betalen. De reden, welke bonifacius tot deze infehikkelijkheid bragt, was inzonderheid gelegen in de verfchillen, in welke hij was ingewikkeld, voor eerst met het magtige Romeinfche Huis colonna, twee Kardinalen uit welk gedacht, jakob en pieter wel tot zijne verkiezing, maar niet tot zijne kroning als V 3 Paus V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 151 7. Twist van bonifacius met de Kardinalen co- LONNA.  v i BOEK \ IV Hoofdft. 1 na C G i Jaar 1073 tot 1517. ^ 1 ] ( j 1 ( Twist of een Paus zijne •waardigheid müg nederleg gen. ,10 KERKELIJKE Paus hunne toeftemming hadden gegeven; ook vithaalt men, dat een nabeftaande van deze Kardinalen , sciarra Of steven de colonna , het hlUS- raad en den fchat van den Paus, welke in 80 ladingen aan goud, zilver en koper beftond, op den openbaren weg geroofd had; anderen meenen, dat zij bij bonifacius in den haat waren, omdat zij hadden zoeken te verhinderen, dat coelestinus het Pausfchap nederleide; ook waren zij Gibellinen, en daarom gehaat bij den Paus. bonefacius zelve legt hun in de Bulle in het jaar i=97 tegen hem uitgegeven , te last, dat zij de Koningen jakob en frederik onderteund, en eenen hunner bloedverwanten belet hadden, in de hun toebehoorende plaatfen Palestrina, Colonna en Zagaruolo, Pausfelijke bezetting te leggen. De Paus deed darf deze twee Kardinalen in den ban; ontzette hen van hunne waardigheid; ontnam hun hunne goederen; liet onder het aanbieden van aflaat het kruis tegen hen prediken; verwoestte hunne huizen te Rome, en ontnam hun vele fteden en kasteden, welke insge1'rjks ten gronde gefloopt werden. Deze dus met de hevigfte verbittering van's Paufen 5 zijde voortgezette twist was merkwaardig, doordien dezelve aanleiding gaf tot de vraag: of het eenen Paus geoorloofd was, zijne waardigheid neder te leggen? De beide Kardinalen beweerden in het jaar 1297 in een gefchrift, dat zulks ongeoorloofd, en dat bonifacius dus geen opvolger was van coelestinus, maar nog fteeds de Kardinaal cajetanüs wien zij van heerschzucht, geweld en bedrog b\j  GESCHIEDENIS. jij bij alle Vorsten en Volken befchuldigden, zich tevens op eene algemeene Kerkvergadering beroepende. De Kanonisten en Godgeleerden hebben vervolgens over deze vraag getwist, pierre la palu, of petrus paludanus , een Dominikaner uit Burgundië, en Leeraar der Godgeleerdheid, die toen leefde , beweerde, dat de Paus nooit geregtigd was, zonder bewilliging der Kardinalen, affland van zijn Pausfchap te doen; maar joannes andreas, een vermaard Regtsgeleerde te Bologna, wederleide dt gronden der Colonnen, en zocht in een bijzonder gefchrift, ( de Renuntiatione Papce, ) te bewijzen, dat eenen Paus dit regt allezins toekwam ; welk ge voelen ook naderhand het heerfchende geworden is. Allengs werden de colonna's door den Paui overweldigd. Preneste, of gelijk het thans heette Palestrina, de eenige vesting, die hun nog overij was, weerde zich zoo dapper, dat de Paus de hooj opgaf, om ze te vermeesteren. Hier over toornig bood hij aan den Graaf guido van Montefelbre een' ervaren krijgsman, maar die een Franciskdtiéi Monnik geworden was, het beleid der belegering aan; roen deze zich met zijnen nieuwen ftand ont fchuldigde, verzocht de Paus hem, hij zou ten min ften een middel aan de hand geven, om de ftad ti dwingen. De Graaf antwoordde, dat hij daar toi wel een middel wist, maar vreesde zich te zullei bezondigen, als hij het bekend maakte. O! ant woordde de Paus, is het anders niet, dan neme il die zonde op mij. guido gaf dan het middel op daar in beftaande, dat de Paus veel beloven, maa V 4 wei V itOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. I Bedriegelijke han1 del van ! BONIFACI- , usVIII. 1 1 r  V b-iEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517, 312 KERKELIJK E' weinig houden moest. Dit, het is zoo, is een berigt van den vermaarden Dichter dante , die in zijn beroemd Dichtftuk, La divina Commedia, aan dezen Paus bonifacius, even als aan nicolaus III, eene plaats in de Hel heeft aangewezen; maar dante was een tijdgenoot van dezen Paus, en heeft vele gefchiedkundige waarheden in zijn gedicht gebragt; en hoe het zij, de Gefchiedfchrijver villani (*) verzekert, dat bonifacius een ruim geweten had, als 'er iets voor hem te winnen was, en de handelwijze van den Paus in dit geval kwam volkomen overeen, met het opgegeven middel. Hij liet aan de Kardinalen genade en herftelling van hunne goederen aanbieden, als zij hem om vergeving bidden en Pales tri na aan hem overleveren zouden. Zij onderwierpen zich in het jaar 1299 aan deze voorwaarden , maar de Paus herftelde hen niet in het bezit hunner goederen, en liet Palestrina geheel verwoesten, doch, opdat het getal der zes Kardinaal-Bisfchoppen in de Roomfche Kerk blijven zoude, befioot hij eene nieuwe ftad, onder den naam van de Pausfelijke, QCivitas Papalis,} te dichten, wier Kathedrale Kerk de voormalige Kathedrale Kerk van Preneste of Palestrina zou zijn. Verders liet bonifacius eenen bloedverwant der colonna's, joannes van ceccano in de gevangenis werpen, en hem al zijne goederen ontnemen. Door deze behandeling verfchrikt, keerden de colonna's terug tot hunne voorgaande gezindheden, en weken om hunne (*) Hist. Fioreniina L. VIII. C. 6.  GESCHIEDENIS. 313 ne veiligheid naar Sicilië en Frankryk, in welk laatfte Rijk één van hen, steven, door Koning filips zeer wel ontvangen werd. Deszelfs Broeder had het ongeluk, in handen van zeeroovers te vallen, die hem als een' galeiflaaf gebruikten, maar herkend en door den Franfchen Koning vrijgekocht zijnde, wist hij zich door denzelven des te nadrukkelijker op den Paus te wreeken. Om dezen tijd gaf bonifacius , misfchien om niet bij alle Kardinalen in haat te raken , een Decreet uit, tegen allen, die zich aan eenen Kardinaal misgrijpen zouden. Maar zijn gedrag jegens deze Kardinalen, en in het gemeen jegens alle Prelaten, die niet volkomen tot zijne partij behoorden, was trotsch en geweldig. De vervolgde Kardinalen hadden zich naar Genua begeven, alwaar de Aartsbisfchop hun 1 niet ongunftig was. Als daarom deze Aartsbisfchop eens op Aschwoensdag voor den Paus nederknielde, om den zegen te ontvangen, wierp de Paus hem de asch, welke anders op het hoofd en aan het voorhoofd geftrooid wordt, in de oogen, en daar an- j ders de Priester deze woorden gebruikt: „Gedenk, 6 mensch! dat gij asch zijt, en weder tot asch | worden zult!" zeide de Paus: „Gedenk,ó mensch! dat gij een Gibellin zijt, en met de Gibellinen we- j der tot asch worden zult (*)!" Op dezelfde heerschzuchtige wijze, als bonifacius de colonna's behandelde, gedroeg hij zich : ook tegen de magtigfte Vorsten, waar van men de ' voor- ■ (*) pagi Brev. Pentif. Rom. T. II. ƒ>. 301. V5 V BOEK IV Hoofdft. na C. G. jaano73. tot 1517. IVist van iONIFA- :iu.s met Ceizer iLBERT.  V BOHK tv Hoofdft. na C. G Jaar 107 3. tot 1517. 314 KERKELIJKE voorbeelden in Hongaryen, Bohemen, Denemarken en Schotland zag. üe Duitfche Keizer of Roomsch Koning, adolf van Nasfau, liet hem door Gezanten van zijnen eerbied verzekeren, maar de Paus gaf hem eene ernftige vermaning, om den Koning van Frankryk niet te beoorlogen, en beltrafte hem, dat hij, als een gemeen foldaat, foldij van Engeland trok, ja hij dreigde hem, zoo hij niet gehoorzaamde, dat hij nooit de Keizerlijke waardigheid bekomen zou. Verfcheidene Rijksvorsten fpraken van adolf af te zetten, en verkoren albert van Oostenryk tot Roomsch Koning, adolf verloor in het jaar 1298 in eenen veldflag tegen albert het leven ; hier op riep bonifacius dezen tot verantwoording, en terwijl de Vorst te gelijk door de Geestelijke Keurvorsten des Rijks gedreigd werd, zocht hij, op allerlei wijze, de gunst van den Paus te winnen, hetwelk hem echter bezwaarlijk zou gelukt zijn, indien de Paus niet in hevige twisten ware geraakt met filips, den Koning van Frankryk. Nu befloot hij, zich van albert tegen denzelven te bedienen, en bood denzelven in bet jaar 1303 alles vrijwillig aan, wat hij op den Paus te voren vergeefs verzocht had. Zelfs ging bonifacius nog verder. Ten einde zich aan den Koning van Frankryk te wreeken, op wien hij ten hoogden verbitterd was, verhief hij den Keizer zoo veel mogelijk boven denzelven. In eene Redevoering, welke hij in het jaar 1303 in een openïjk Conpftorie ter bevestiging van albert in de waardigheid van Roomsch - Koning hield, merkte  GESCHIEDENIS. 315 hij aan, dat men gemeenelijk de beide groote lichten, die God gefchapen had, goed en wel verklaarde van de Kerkelijke en Wereldlijke Magt; maar dat hij thans door de zon den Keizer verftond, als den Monarch van alle Koningen en Vorsten. „ Hier mag," zeide hij, „ de Franfche trotschheid, die niemand boven zich erkent, zich niet verheffen. Zij liegen,want zij zijn van regtswege,en moeten onder den Roomsch-Koning en Keizer zijn. Wij weten ook niet, van waar zij dit hebben; of waar zij het gevonden hebben, nademaal het bekend is, dat de Christenen aan den Vorst der Kerk onderworpen geweest zijn en zijn moeten. Zij hebben het noch uit de oude noch nieuwe wet, van geen' Profeet, Euangelist of Apostel. Daarom zeggen wij, het gene de Apostel zegt: Indien iemand een ander Euangelie predikt, dan wij, die is vervloekt! En dat willen wij ook. Deze, die tot Roomsch - Koning verkoren is, bevond zich wel te voren in den damp van hoogmoed en onwetendheid: want hij was ons en onze Kerk niet gehoorzaam , zoo als het behoorde. Maar thans is hij dit, en ook gereed, om alles te'doen, wat wij, onze Broeders en de Kerk willen. Daarom is thans ook de tijd gekomen, om genade te bewijzen; gelijk de Apostel zegt: Wanneer de volheid des tijds gekomen is." Voorts fprak de Paus veel van zijne regten en van zijne genade; van de befcherming, welke hij aan den nieuwerkenden Koning bewijzen wilde, maar ook van de ftraffiti, die deze te vrezen had , als hij flecht regeerde. Al zouden ook, zeide hij, alle Wereldlijke Vorsten te- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaari073. cot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. Twist van bonifacius met filips den Schoonen Koning vanFrank ryk. 316 KERKELIJKE tegen ons verbonden zijn, wij zouden ben nogtans, als wij de waarheid op onze zijde hadden, niet meer dan een ftroohalm tellen. Ook gaf hij aan de D.uitfckers te kennen , dat de Stadhouder van christus, die het Keizerrijk van anderen op hen had overgedragen, hetzelve, wanneer hij wilde, weder aan anderen overdragen kon. - De Brief, welken de Keizer daartegen in het jaar 1303 aan den Paus fchreef, was des te ootmoediger en nederiger. Maar zoo veel te ongelukkiger voor Paus bonifacius eindigden zijne verfchillen met filips den Schoonen, Koning van Frankryk. Deze Vorst ondervond reeds de heerschzucht van Paus bonifacius in het jaar 1295, toen deze twee Kardinalen met volkomene volmagt naar Frankryk zond, om den vrede tusfchen filips en eduard, Koning van Engeland, tot ftand te brengen, zelfs door het bedreigen en uitvoeren van Kerkelijke ftraffert tegen den onwilligen. De beide Vorsten verwierpen deze geweldige bemiddeling, en verklaarden aan den Paus, dat hij hun in eene zaak, welke den Godsdienst niet betrof, niets te bevelen had. Evenwel fchreef hij hun bij herhaling, onder ftraffe van den ban, in het jaar 1296 eenen wapenftiKtand voor, en wist hen zoo te belezen, dat zij hem, niet als Paus, maar in zijn perfoon als benedictus cajetanus tot fcheidsman verkoren, waar op hij als zoodanig in het jaar 1298 uitfpraak deed, dat de beide Koningen vrede fluiten, en dien door huwelijksverbindtenisfen tusfchen hunne familien zouden bevestigen; dat zij eikanderen het veroverde terug zouden geven,  GESCHIEDENIS. 3!7 Ven, hetwelk-inmiddels in handen van den Paus gefteld zou worden; ook zou de Koning van Frankryk aan den Graaf van Vlaanderen, die zich, hoewel zijn Leenman zijnde, met Koning eduard verbonden had, omdat filips hem zijne Dochter onthield, welke hij aan den Zoon van eduard had willen uithuwelijken, alle veroverde plaatfen benevens zijne Dochter terug geven. Deze uitfpraak mishaagde den Koning, en nog veel meer,dat bonifacius, het gene hij als bijzonder perfoon hier verrigt had, in eene Pausfelijke Bulle bragt , welke hij door -den Engelfchen Gezant aan filips ter hand liet Rellen. Toen derhalve deze Bulle in den Koninklijken Staatsraad werd voorgelezen, rukte de Graaf van Artois dezelve den Prelaat, die ze las, uit de handen, en ze met zijne handen verfcheurd hebbende, wierp hij ze op het vuur, zweerende, niet te zullen dulden, dat de Paus den Koning en het Rijk zoo mishandelde, ook verklaarde filips, dat hij de uitfpraak, in zoo verre zij den Graaf van Vlaanderen betrof, niet kon aannemen (*). Bij deze eerfte onlusten kwamen fpoedig andere Verfchillen van meer aanbelang. De Koning had eene belasting gelegd op de Geestelijkheid van zijn Rijk, die zich daar over bij den Paus bezwarende, denzelven in het jaar 1296 eene beruchte Bulle, naar de eerfte woorden Clericis Laicos genoemd, (*) Hiflorie des Dcmêlez du Pape Boni face VTII, «vee Philippe le Bel, Rot de Trance, par adrien bailLet a Paris 1718. i2mo. V boek IV Hoofdft. na C. G. jaar 1073. 'tot 1517.  V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario^. tot 1517. 318 KERKELIJKE noemd (*), deed uitvaardigen, in welke aan alle Koningen, Vorsten, Heeren en Leeken verboden wordt, belastingen van de Geestelijken te nemen, en aan de Geestelijken, om ze aan hun te betalen, alle* op ltraffe van den ban. filips, fchoon deze Bulle niet uitdrukkelijk tegen hem alleen gerigt was, was echter over dezelve gevoelig, en gaf nog in hetzelfde jaar 1296 twee Plakaten uit; het eene verbood, dat geen vreemdeling in zijn Rijk zou komen, om daar handel te doen; het ander verbood den uitvoer van geld, juweelen , paarden, levensmiddelen, wapenen en krijgsbehoeften , zonder zijn uitdrukkelijk verlof, bonifacius , die in gevoeligheid den Koning niets toegaf, ontdekte dezelve terftond in eenen langen en fcherpen Brief aan den Koning, in welken hij onder anderen zeide, met betrekking tot deze verboden : ,, Indien gij daar bij misfchien het oogmerk mogt gehad hebben, om ons, onze Broeders, de Prelaten en Geestelijken , benevens de Kerken en derzelver goederen, in uwe Rijken overal mede onder dit verbod te begrijpen: zoo zou dit niet alleen onvoorzigtig, maar ook zinneloos wezen, dat gij de roekelooze handen aan iets zoudt leggen, waar over gij of Wereldlijke Vorsten volftrekt geene magt hebt; en gij zoudt daar door veel meer in den ban geraken." Op dit fchrijven antwoordde filips met even zoo veel koenheid, dat de Koningen van Frankryk wetten ten beste van hun Rijk gegeven hadden, eer 'er (*) Sext. Decret. L. III. tit 23. C. 3.». 989.  GESCHIEDENIS. 319 'er nog Geestelijken in waren — dat de Kerk zoo wel uit Leeken als uit Geestelijken beftond, en dat de Leeken door christus deel hadden aan dezelfde vrijheid als de Geestelijken; dat deze nog wel bijzondere vrijheden genoten, hun door de Pausfen, met bewilliging der Voisten, gefchonken, maar dat dezelve den Koning het regt niet tonden benemen, om ter verdediging hunner landen middelen ter hand te vatten , tot welke alle onderdanen het hunne moesten bijdragen. Bij flot noemde hij het fchandelijk voor den Stedehouder van christus, dat hij aan de Geestelijken verbood, wat christus en de Apostelen zelve gedaan hadden, namelijk, aan den Keizer fchatting te geven. Kort daar na zonden de Bisfchoppen en Abten van het Kerspel van Rheims, opgewekt door hunnen Aartsbisfchop pieter barbet, een verzoekfchrift aan den Paus , waar in zij hem wel bedankten voor zijne zorgvuldigheid omtrent de vrijheden der Kerk, maar hem tevens meldden, dat zijn gebod door den Koning, maar ook door alle zijne onderdanen als zeer nadeelig voor het Rijk werd aangemerkt, ja dat men op het punt ftond, om alle Franfchen, en gevolgelijk ook de Prelaten, als Koninklijke Leenmannen op te roepen tot verdediging van het vaderland; zij verzochten daarom den Paus op hunne verpligting acht te geven, opdat de Franfche Kerk in eensgezindheid met den Koning en de Stenden rust mogt genieten. De Koning fchortfte de voltrekking van zijne plakaten nog eene poos, maar toen de Paus bij zijn ge- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517.  V DOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. wt 1517. lodewy: JX tot Heiliger verklaari 320 KERKELIJKE gevoelen bleef, gaf hij aan dezelve hare volle kracht j de Paus, die aan de Geestelijken bij eenen Brief verlof gaf, om den Koning in dringende behoeften vrijwillig met geld te onderfteunen, waarfchuwde echter den Koning andermaal, om zich geene Kerkelijke ftraöèn op den hals te halen, en fchreef aan zijne Legaten in Frankryk, dat zij den Koning, indien hij of zijne ambtenaren hen zouden willen verhinderen, de gelden, die voor het Heilige Land verzameld waren, naar Italië te zenden, zonder bedenken in den ban zouden doen. Te gelijker tijd echter verzachtte bonifacius in eenen Brief in Februarij 1297 aan den Koning zijn bovengemeld Decreet, verklarende dat hij der Geestelijkheid niet verboden had, vrijwillig en in geval van nood den Koning met geld te onderfteunen. Deze verzachting deed echter bij den Koning weinig af, omdat de Paus tevens bij hem aanhield, dat hij de gelden, die voor hem in zijn Rijk bijeengebragt waren, vrij zou laten uitgaan. Hoe het zij, in Julij van dat jaar gaf de Paus nog eene nadere verklaring uit, waar bij hij het aan 's Konings geweten overliet, om te bepalen, of eene heffing op de Geestelijkheid noodzakelijk ware. 1 Om den Koning te meer te believen , bewilligde hij hem de Tienden van zijne Geestelijkheid voor 1 drie jaren; ook plaatfte hij 'sKonings Grootvader lodewyk. IX in het jaar 1297 onder de Heiligen, welke eer de Koningen van Frankryk reeds federt 50 jaren van de Paufen verzocht hadden , en tot welk einde onder martyn IV reeds 63 wonderwerken  GESCHIEDENIS. 3*t 'ken van lodewyk, zoo men geloofde bewezen en meer dan 300 getuigen omtrent dezelve onder eede gehoord waren. Thans voltooide bonifacius het Proces van Canonifatie door twee Redevoeringen , in de eerfte van welke hij zeide , dat lodewyk s Heiligheid zoo veel en zoo menigmaal onderzocht was, dat geen ezel alles zou kunnen dragen, wat 1 daar over gefchreven was (*). Behalve deze he» melfche waardigheid, beloofde bonifacius ook de Iaardfche aan het Koninklijke Huis, door zijne hulp toe te zeggen, dat karel, Graaf van Faïois t 'sKonings Broeder, tot Roomsch Koning mogt ver* koren worden. De Koning van zijne zijde belette nu niet langet den uitvoer der gelden, die voor den Paus in Frankryk verzameld waren. Maar kort daar na ge^ loofde hij door den Paus in meer dan één opzigt misleid te zijn. Deszelfs uitfpraak tusfchen hem eh ij den Koning van Engeland kwam hem partijdig voor^ en van de verkiezing van karel van Fahis kwam niets. Om zich te wreken, nam de Koning de Kardinalen colonna in zijne befcherming, ook be< oorloogde hij den Graaf van Fiaanderen op nieuw, dien hij gevangen kreeg. Alzoo de Paus aan twee Franfche Bisfchoppen de waarneming van hun ambt verboden had, wilde filips zich van het Koninklijk ba regt (*) Èonefacii VlII. Sermönes duo de Canonizationi ! Rcgis Ludovici Sanctisfimi, in duchesne Dist. Fr. SS. T. V. p. 481. Bjusd. Bulla Canoniz. B. Ludovici Reg. Franc. ibid. p, 486. XVI. Deel. X V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73« toe 1517.  S32 KERKELIJKE V boek w Hoofdft na C G , Jaano73 tot 1517 Stout ge. dra g van den Bisfchop van Pamiers. regt bedienen, (la Regale,) hetwelk gefield werd in het ontvangen en befluren der inkomften van ledigftaande Bisdommen , maar de Paus onderrigtte hem, in het jaar 1290 , dat een Bisdom daar door niet openviel. Ook floot de Koning, in het jaar 1299, tot verdriet van den Paus, een naauw verbond met Keizer albert; evenwel zond hij in 1300 een Gezantfchap aan den Paus, in hetwelk willem •van nogaret, een geoefend Staatsman, eene voorname plaats bekleedde. Ondertusfchen deed de Pausfelijke Legaat, bernhard van saisset, Bisfchop van Pamiers, die in het jaar 1301 in Frankryk kwam, het fmeulend vuur van' ongenoegen ligterlaije ontvlammen, bonifacius had dit Bisdom in het jaar 1296 eerst opgerigt, en hem, zonder bewilliging des Konings, tot eerlten Bisfchop van hetzelve benoemd. Deze Bisfchop fprak op eenen gebiedenden toon , en wendde voor, dat, fchoon zijn Bisdom binnen de grenzen van Frankryk lag, hij echter enkel aan den Paus in het Wereldlijke en Geestelijke onderworpen en geen onderdaan des Konings van Frankryk was. Ook dreigde hij het Rijk onder verbod van Godsdienst te brengen, en den Koning zei ven in den ban te zullen doen. filips vergenoegde zich echter, met hem van zijn Hof te verwijderen en naar Rome terug te zenden; maar de Paus zond hem terftond weder naar zijn Kerspel terug, alwaar hij zich opzettelijk toeleide, om den Koning zwart te maken, ja zelfs trok hij de echte geboorte des Konings in twijfel, en poogde gevaarlijke onlusten te llichten, met  GESCHIEDENIS. 32; met hulp van buitenlandfche Vorsten; eindelijk waj de Koning genoodzaakt, hem voor den Koninklijken Staatsraad in het jaar 1301 ter verantwoording te roepen, alwaar hij van den Zegelbewaarder pieter flotte befchuldigd, en de Aartsbisfchop van Narbonne als Metropolitaan verzocht werd, hem in bewaring te laten brengen. Toen deze zulks weigerde , liet de Koning zelve hem bewaken, tot dat de Aartsbisfchop hem een verblijf aanwees, hetwelk wel geene gevangenis was, maar van waar hij zich nogtans, zonder 's Konings bewilliging, niet weg kon begeven. Nu befloot de Vorst zijn gedrag jegens dezen Bisfchop door een Gezantfchap bij den Paus te regtvaardigen, te meer, omdat 'er nog meer befchuldigingen tegen den Bisfchop waren ingekomen , dat hij het Sacrament der boete voor eene menfchelijke uitvinding had uitgegeven, hoererij had hij voor de Geestelijken niet ongeoorloofd genoemd, en den Paus voor eenen gevleeschden Duivel gefcholden, die tegen God en het regt den Heiligen lodewyk, die in de Hel was, gecanonizeerd had. Dus eischte de Koning van den Paus de afzetting 1 en ftraffe van dezen Bisfchop. flotte zal volgens ! fommigen den Paus bij deze gelegenheid hartige ! waarheden gezegd, en hem onder anderen, als de I Paus beweerde, dat de Wereldlijke zoo wel als de Geestelijke magt hem toekwam, geantwoord hebben, dat de eerfte bij hem alleen in woorden, maar bij ' zijnen Koning in der daad beftond. Anderen echter' meenen, dat dit Gezantfchap niet dadelijk plaats hebbe gehad. X 2 Ook V DOEK iV tloofdfh na C. G. Jaar 1073* tot 1517.  V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073, tot ij 17. Schampere Brief van den Paus, en dergelijk antwoord des Konings. 324 KERKELIJKE Ook zou het toch geheel vruchteloos geweest z'rjrr, nademaal de Paus ééns vooral befloten had, het gevangennemen van zijnen Legaat ten drengften te ftraffen, gelijk hij dan ook den Koning den aden December 1301 aankondigde, dat hij daar door in de Kerkelijke ftraffen vervallen was, en hem gebood , den Bisfchop op ftaande voet te ontdaan. Tevens ontnam hij den Koning alle voorregten, welke hij voor zich en zijne nakomelingen van den Paus ontvangen mogt hebben, en verbood aan de Prelaten , om den Koning verder met de Tienden of andere hulpmiddelen te onderfleunen. Eindelijk ontbood hij alle Prelaten, Domkapittels, Doctoren in de Theologie, en in het Kerkelijk en Burgerlijk regt tegen den iften November 1302 te Rome, om met hem te raadplegen over de verbetering der gebreken in het Rijk, en het handhaven der Kerkelijke vrijheid. Openlijk met oogmerk , om zich met hen tegeii den Koning te verbinden. Maar in het begin des jaars 1302 bragt een nieuwe Pausfelijke Legaat eenen allerongeduimigden en beledigendften Brief van den Paus aan den Koning mede , dus luidende: „ bonifacius , Bisfchop, knecht „ der knechten Gods , aan filips , Koning van „ Frankryk! Vrees God, en houd zijne geboden! „ Mits dezen zult gij weten, dat gij aan ons in „ het Geestelijke en Wereldlijke onderworpen zijt. ,, De begeving van Geestelijke Ambten en Preben„ den komt u voldrekt niet toe; en als gij eenige, „ die ledig daan, in beflag neemt, moet gij der„ zeiver inkomden voor den volgenden bezitter be- „ wa-  GESCHIEDENIS. 3*5 „ waren. Hebt gij eenige van dezelve begeven ; „ dan verklaren wij zoodanige begeving voor nie„ tig, en herroepen alles wat daar bij dadelijk is „ voorgevallen. Die anders denken, houden wij ,, voor Ketters." Verfcheidene later Schrijvers, die genegen zijn, om den Paus te verfchoonen, hebben de echtheid van dezen Brief zoeken in twijfel te trekken, en willen beweeren, dat pieter flotte denzelven opgefteld, ten minden op eene hatelijke wijze hebbe verkort, om den Koning tegen den Paus te meer te verbitteren, bijzonder omdat de Paus in een Conjifiorie van het jaar 1302 zulks ook heeft voorgewend. Maar daartegen is deze Brief 300 jaren lang vooi echt erkend, en daat in de oude oirkonden omtren de vrijheden der Franfche Kerk, ja zelfs dond hi in de Glosfe der Decretalen van bonifacius, welkt 40 jaren na hem door den Regtsgeleerden joanne! andreas te Bologna is opgedeld geworden. filips ten minden twijfelde zoo weinig aan des zelfs echtheid , dat hij dezen Brief op denzelfdet of nog beledigender toon beantwoordde, op dez< wijze: ,, filips, van Gods genade, Koning vat „ Frankryk, aan bonifacius , die zich voor Pau: „ uitgeeft, weinig of geheel geene groetenis! Miti ,, dezen moogt gij, grootde zot, weten: (fciattm „ maxima fatuitas,) dat wij in wereldlijke zakei „ aan niemand onderworpen zijn; dat de begevini „ van ledigdaande Kerken en Prebenden ons naa „ Koninklijk regt toekomt; dat derzelver inkomde: „ ons insgelijks toebehooren; dat alle onze gedan X 3 „ e- V boek IV Hoofdft. na C. G. jaario73, tot 1517. i t 1 i I ft f 1  KERKELIJKE V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517 ] ( ,, en nog te doen zijnde begevingen van kracht „ zijn, en blijven zullen; en dat wij derzelver be,, zitters mannelijk zullen befchermen. Die anders „ denken, houden wij voor zotten en krankzinni„ gen." Ook deze Brief heeft men pogen verdacht te maken, maar vruchteloos. Hoe het zij, aan een wijdloopiger fchrijven van den Paus aan den Koning van den Aden December 1301, bekend onder den naam: Ausculta fili! heeft men nooit getwijfeld. In hetzelve eischt de Paus gehoorzaamheid aan de bevelen van eenen Vader, en aan de voorfchriften van eenen Leeraar, die de plaats van den hoogden Leeraar bekleedt; misbruikende daar toe Jer. I. 10. Verders verwijt hij den Koning vele wanordens in zijn Rijk, onderdrukking zijner onderdanen, en mishandeling dep Geestelijkheid ; hnj had den Koning reeds dikwerf vermaand, maar dewijl deze zijne ooren, als een adder, voor die heilzame lesfen geflopt had, maakte hij hem bekend, dat hij zijne Geestelijken naar Rome ontboden had, om over de verbetering van den Staat te raadplegen, terwijl de Koning in perroon of door gemagtigden daar bij tegenwoordig zou kunnen zijn, om Gods oordeel van den Paus aan :e hooren. filips hier tegen maakte de krachtdadigfle fchikringen, om den Paus te ftraffen, en aan deszelfs jefluiten alle kracht te benemen. Hij verbood bij ïerhaling den uitvoer van geld uit zijn Rijk, en ;ond des Paufen Nuntius met fchande uit zijn Rijk. )ok liet hij dezen grooteren Brief van den Paus in Fe-  GESCHIEDENIS. 327 Februari) des jaars 1302 te Parys in het bijzijn van vele Grooten verbranden, en zulks des namiddags onder Trompettengefchal door de geheele ftad bekend maken. Tevens hield hij in dat jaar eene vergadering van de Grooten en Prelaten van zijn Rijk, tot welke ook voor het eerst Afgevaardigden det fteden, van Wereldlijke en Geestelijke Genootfchappen geroepen werden , en aan welke men den naam van Pariamem gaf; aan deze vergadering deed de Koning de hoofdvraag voordellen: of zijn Rijk den Paus of hem tot Heer had? De Adel en de Burgerftand, (le Tiers Etat ,*) antwoordden volkomen naar 's Konings genoegen , maar de Geestelijkheid, hoewel in de hoofdzaak met den Koning inftemmende, verzocht echter verlof, om, volgens 'sPaufer oproeping, naar Rome te reizen, hetwelk de Koning weigerde. Eindelijk werd befloten, dat de Koning en de Geestelijkheid aan den Paus zeiven en de Ade en Burgerftand aan de Kardinalen voordellen zouder doen, over de regten van den Koning, en de onaf hankelijkheid van zijn Rijk. De Paus beantwoordde den Brief van de Geestelijkheid met bittere klagten over het gene in deze vergadering der Stenden tegen hem bedoten was, er verklaarde de ftelling, dat het Wereldlijke niet aan het Geestelijke onderworpen was, voor eene evek groote Ketterij, als wanneer men twee grondheginfels van alle dingen aannam. In het antwoord der Kardinalen aan den Adel er den Burgerftand, ontkennen dezen integendeel, dal de Paus ooit aan den Koning of aan iemand anders X 4 ge- V BOEK IV Hoofdft na C. G. Jaaxio73. tol»i5i7. l  V BOEK IV Hoofdft. naC. G Jaario73 toe »?i7 32S KERKELIJKE gefchreven had, dat de Vorst in het Wereldlijke aan hem onderworpen was; ook ontkende zijn teruggekeerde Nuncius, ooit iets dergelijks gezegd of fchriftelijk overgeleverd te hebben. Men heeft dit met regt vreemd gevonden, dat de Kardinalen dit konden ontkennen, ten ware dat zij, even als de Paus zelve, als zij zagen, dat zij met deze ftelling niet te regt konden komen, die dan niet meer voor de hunne erkenden, maar ze even onbefchaamd weder beweerden, als 'er geene tegenfpraak te vreezen was. In het Konfijl-orie, hetwelk de Paus met zijne Kardinalen in ditzelfde jaar 1302 hield, zag men dit duidelijk, in hetwelk de Kardinaal - Bisfchop van Porto optredende, om den Paus te verdedigen, beweerde, dat hij zich geenszins de wereldlijke hoogheid boven den Koning had aangematigd, maar terftond daar op, zich zeiven als het ware vergetende, zeide deze Kardinaal: dat de magt van den Paus algemeen en onbeperkt was; dat hij Heer is van al .e dingen, zoo wel Wereldlijke als Geestelijke; en wie daar aan twijfelde, behoorde onder de Ketters ; alhoewel de Vorsten het Wereldlijk regtsgebied hebben, behoort dit eigenlijk van regtswege aan den Paus, als Stadhouder van christus en petrus; en h'j kan over alle wereldlijke zaken, met betrekking tot de zonden, oordeelen, die daar in begaan worden; maar de uitoefening van het vonnis laat hij a-'n de Vorsten over, omdar zij het zwaard dragen. I\a den Kardhttal fprak de Paus, zeggende, dat, zo groote dwaasheid, namelijk, om te zeggen, dat de Honing z>jn Rijk van hem had, hem nooit in de  GESCHIEDENIS. 3*9 de gedachte was gekomen; maar dit kon nogtans de Koning niet ontkennen, dat hij met betrekking tot de zonden aan den Paus onderworpen was. Hij .beklaagde zich, dat zijn Brief door flotte vervalscht was. — Als de Koning zich niet bekeerde, zou hij denzelven , zoo als zijne Voorvaders drie Franfche Koningen gedaan hadden, afzetten als een' kleinen jongen, (peut unum garcionem. ) Vergeefs poogde de Hertog van Burgondië, door eenen Brief aan eenige Kardinalen, zachtheid en gematigdheid aan te raden; hun antwoord was, dat de Paus naauwelijks meer van deze zaak wilde hooren fpreken, ten ware de Koning hem openlijk voldoening gaf. Ook fteeg 's Konings verbittering hooger, toen hij vernam, dat de Paus de oproerige Vlamingen met geld onderfteunde; hij verbood dus op nieuw aan zijne Geestelijken, naar Rome te reizen , waar tegen de Paus al de genen in den ban deed, die hen in deze reize zouden verhinderen. Ook begaven zich werkelijk vier Franfche Aartsbisfchoppen, dertig Bisfchoppen, en zes Abten naai des Paufen Sijnode, in het jaar 1302, zoo weinig kon de Koning op de gehoorzaamheid en trouw van deze menfehen rekenen, wier belangen zoo naauw met die des Paufen verknocht waren. Evenwel fchijnt 'er niets beflisfend op deze Sijnode voorgevallen te zijn; maar als een gevolg van dezelve ziet men de vermaarde Bulle Unam Sanctam aan, welke de Paus nog in November van dat jaar in het licht gaf, in welke hij de oppermagt van den Paus beweert, en onder anderen uitdrukkelijk zegt: „ Ver. X 5 ders V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517.  33° KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G Jaar 1073, tot 1517, ders verklaren , zeggen en beflisfen wij, dat alle menfchelijke Creature aan den Roomfchen Paus onderworpen is, en dat men niet zalig kan worden, zonder dit te gelooven, (omnino esfe de necesfitat» falutis.") Het gevolg hier van was, dat men nu voorts aan het Franfche Hof den Paus geheel niet meer verfchoonrle. Op den i2den Maart 1303, (of in Frankryk 1302, omdat men daar toen het jaar met Pafchen begon,) hield willem van nogaret, thans Zegelbewaarder in plaats van pieter flotte , die overleden was , in tegenwoordigheid van vele Grooten en Prelaten , voor den Koning eene Redevoering, in welke hij beweerde, dat bonifacius geen regtmatige Paus was, als hebbende den Paufelijken Stoel door list en bedrog bemagtigd. Hij befchuldigde hem van verfcheidene misdaden, van berooving van Kerken, van fchandelijken handel met de geloovigen, van geldzucht; hij verklaarde hem voor een' openbaren Ketter, openbaar fchuldig aan Simonie, die gezegd had, dat hij geene Simonie begaan kon, met één woord, voor een' vervalfcher van den Godsdienst, een' vijand van God en de Kerk, dien de Koning verpligt was te ftraifen. Waarom hij den Koning verzocht, ernftig bedacht te zijn op het beroepen eener algemeene Kerkvergadering, op welke de Paus geoordeeld en afgezet kon worden. Onder deze omftandigheden kwam de Kardinaal le moine, als Pausfelijke Legaat, in het jaar 1303 in Frankryk, die een Franschman, en bij den Koning  GESCHIEDENIS. 33i ning zeer bemind was, en die in datzelfde jaar te Parys een' Kollegie liet bouwen voor Leeraren en Studenten, hetwelk nog tot in de jongfte tijden toe zijnen naam gevoerd heeft. Hij kwam met den fchijn, om over een vergelijk te handelen, maar in der daad met oogmerk om die Franfche Geestelijken, die den Koning getrouw gebleven waren, tot 's Paufen zijde over te halen. Deze Pausfelijke Le; gaat drong bij den Koning aan, om den Paus geil noegen te geven, alzoo hij anders te wachten had, dat de Paus Geestelijke en Wereldlijke wapenen tegen hem zou gebruiken. Op deze voordellen gaf de Koning een veel be, fcheidener antwoord, dan men had mogen verwachten; maar vruchteloos. De Paus verwachtte geene ! verklaringen, maar gehoorzaamheid, en fprak daarom in April des jaars 1303 den ban tegen den Koning uit, omdat hij de Geestelijken verhinderd had, 1 volgens 'sPaufen bevel naar Rome te reizen, ook [bood hij het Koningrijk van Frankryk aan Keizer albert aan, die hem antwoordde, dat het, na de verdeeling van het Frankifche Rijk, onder de nako1] melingen van karrl den Grooten, eene afgedane „zaak was, dat de Oost frankifche Koningen nooit jnaar het West frankifche Rijk, noch de Koningen „ van dit laatfte naar het eerfte Rijk ftaan zouden. In eene nieuwe vergadering der Rijksftenden in ! het jaar 1303 te Parys, traden lodewyk, 'sKonings 1 Broeder, twee andere Grooten , en willem van plaüsian, (du plessis,) Heer van Vezenobre, als befchuliidigers tegen den Paus op, om te bewijzen, dat bij een V BOEK IV Hoofdft. na C. G. jaar 1073. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073, tot 1517, 33* K E R K E L IJ K E een Ketter en aan vele euveldaden fchuldig was. De Adel en Burgerftand waren het terftond met den Koning eens, om eene algemeene Kerkvergadering te bevorderen, en te zorgen, dat de Kerk eenen regtmatigen Paus mogt bekomen. Alleen de Geestelijkheid verzocht uitftel tot den volgenden dag. Op denzelven verfcheen plasian, en las eene befchuldiging tegen den Paus voor, welke uit niet min dan 29 punten beftond; onder welke de volgende de voornaamfte waren : bonifacius loochent de 0nfterfelijkheid der ziel en het eeuwig leven ; en heeft daarom zich niet gefchaamd, openlijk te zeggen : dat hij liever een hond of ezel wilde zijn, dan een Franschman; hetwelk hij niet gezegd zou hebben, als hij geloofde, dat een Franschman eene ziel had, vatbaar voor de eeuwige zaligheid. — Hij gelooft niet, dat de Priester in het Avondmaal door de woorden der inzetting het ware ligchaam van christus voortbrengt, waarom hij hetzelve ook niet den minften eerbied bewijst. — Hij zal gezegd hebben: Hoererij en dergelijke onkuischheid was geene zonde — hij heeft meermalen gezegd , dat hij, om den Koning en de Franfchen te vernederen, zich zeiven, de geheele wereld en de Kerk in het verderf wilde forten — een Kettersch , door hem zeiven en door de Godgeleerden te Parys veroordeeld en verbrand Boek heeft hij naderhand weder goedgekeurd — hij heeft zijn zilveren beeld in de Kerken laten plaatfen, en daar door de menfchen tot afgoderij verleid — hij heeft eenen Huisduivel , (d bertez de PEglife Gallicane T. I. ƒ>. 108-111. Y 3 V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517- drag omtrent Fli.ifs, den Koning van Frankryk 1 : » 1 i »  34» KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. naC. G. Jaar 10 73. tot 1517. / op eene ongewone wijze, om het heil zijner ziel en de eer van zijn Rijk, aflaat fchonk. 's Konings bloed, zeide hij, mogt anders van zijne handen geeischt worden, en hij wilde gaarn negen en negentig fchapen verlaten, om het afgedwaalde in de woeftijn op te zoeken; alleen behoorde de Koning voortaan aan de Kerk gehoorzaam te zijn. Des Konings Gezanten namen de Bulle van aflaat aan, maar zochten het tevens bij de Kardinalen daar toe te brengen, dat zij de zamenroeping eener Kerk vergadering wilden bevorderen , hetwelk de Paus echter van tijd tot tijd uitlrelde, waar tegen hij de Franfche Kerk weder in hare voorregten herftelde. Alleen behield hij zich den aflaat voor nogaret nog voor; maar de Colonna's had hij vrijwillig van het tegen hem gevelde vonnis ontheven, alleen gaf hij den twee Kardinalen van dit Huis hunne waardigheid en goederen niet terug, welke zij eerst na zijn* dood van de Romeinen terug ontvingen; echter floot hij van den aflaat uit allen, die deel hadden gehad aan het gevangennemen van zijnen voorzaat, en aan het plunderen van deszelfs fchatten te Anagni, en met name sciarra colonna en nogaret. Behalve de zaken van Frankryk had de Paus ook log andere belangen in en buiten Italië te behartigen. Vergeefs poogde hij de verdeeldheden der Ouelfen en Gibellinen, of gelijk zij thans ook geloemd werden, der Witten en Zwarten, die voorlamelijk het gebied van Florence verwoesteden, te loen eindigen ; maar gelukkiger flaagde hij met het ïandhaven van zijn aanzien als Leenheer bij frederik,  GESCHIEDENIS. 343 rik, Koning van Sicilië, en karel II, Koning van Napels. In Duitschland fchonk hij zijne voorfpraak, hoewel vergeefs, ten behoeve van den Keurvorst gerhard van Mentz, bij den Keizer albert I. De dood verhinderde hem meer te verrigten. Hij ftierf nog in datzelfde jaar 1304, heel waarfchijnlijk aan vergift, zonder dat men heeft kunnen vermoeden, door wien of waarom dit bezorgd was. Zijn« Tijdgenooten vereerden hem zoodanig wegens zijn< Godsvrucht, dat, op de tijding van zijnen dood, velen zijne voeten kwamen kusfen, in den waan dat God hun daar voor vergeving hunner zonder zou verleenen; ook fprak men van wonderdaden die op zijne voorbidding zouden gefchied zijn; mee geloofwaardig echter is het verhaal, dat hij zijn arme moeder, die men hem in zijde gekleed ha< voorgefteld, niet wilde erkennen , voordat zij ii hare geringe kleeding voor hem verfcheen. Na den dood van benedictus XI, in het jaa 1304, waren de Kardinalen in hun Conclave te Pe rugia in twee partijen verdeeld, de Italiaanfche op welke de invloed der Cajetani, nabeftaandei van Paus bonifacius VIII werkte, of die z'rjn Creaturen waren, gelijk men zegt; en de Franfche die Frankryk en de colonna's begunftigde. Ein delijk kwam men , op den flimmen raad van dei Kardinaal - Bisfchop van Ostia, nicolaus da pra to of du prat, van de Franfche partij, overeen dat de Italianen drie buitenlandfche Prelaten zoudei benoemen, uit welke de Franfchen binnen 40 dagei Y 4 eene V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano/3. tot 1517. Dood van BENEDICTUS XI. r KLEMENS , V wordt Paus.  V BOM IV Hoofdft. na C. G Jaari073 tot 1517 344 KERKELIJKE eenen Paus zouden verkiezen. Op de benoeming der Italianen ftond de Aartsbisfchop van Bourdeaux bertrand d'agoust of de goth , zoo als de En■ gelfchen hem noemden, boven aan; hij was op de Franfchen verftoord, die in den oorlog zijn Huis mishandeld hadden, bovendien had hij aan bonifacius VIII veel te danken. De Kardinaal da prato fchreef het drietal ten fpoedigfte over aan den Koning filips, die den Aartsbisfchop bij zich ontbood, tot een geheim gefprek, in eene Abdij in het bosch van St. Angely, alwaar zij eerst de Mis hoorden, en voor het altaar aan malkanderen eenen eed van geheimhouding zwoeren. Vervolgens ontdekte de Koning aan den Aartsbisfchop, dat hij het in zijne hand had, hem Paus te maken, doch waar voor hij zes zaken voor zich wilde bedingen. De Aartsbisfchop, verrukt van blijdfehap, beloofde alles, waar op de Koning hem de volgende voorwaarden voorftelde: I. De Koning zou van den ban en II. van alle Kerkelijke ftraffen volkomen ontheven worden. III. Hem zouden, tot zijnen oorlog met de Vlamingen, de Tienden van zijn Rijk voor vijf jaren bewilligd worden. IV. Men zou de gedachtenis van bonifacius VIII vernietigen. V. De beide Kardinalen colonna zouden ten vollen herfteld en eenigen van 's Konings vrienden tot Kardinalen bevorderd worden. Het zesde punt behield de Koning voor zich, om het hem, als tijd en plaats het zouden toelaten, bekend te maken. Sommigen hebben gegist, dat dit geheim de Orde der Tempelieren betroffen hebbe ; anderen meenen met meer  GESCHIEDENIS. 345 meer fchijn, dat het beftaan hebbe in de bevordering van 'sKonings Broeder, karel van Valois, tot opvolger van albert I. op den Keizerlijken troon. De Aartsbisfchop beloofde dit alles onder eenen eed op de gewijde Hostie. Dit fchreef de Koning ten eerften aan den Kardinaal da prato, die met zijne partij zonder uitflel op den sden Junij 1305 den Aartsbisfchop van Bourdeaux tot Paus verkoor, tot groote vreugd der Italianen, die van dit geheim niets wisten (*). Hij nam den naam aan van klemens V. De Kardinalen verzochten hem te Rome te komen, maar het zij uit liefde tot zijn Vaderland, of naar den wil des Konings, hoe het zij, hij befloot zich te Lions te laten kronen, bij welke gelegenheid Koning filips den teugel van 's Paufen paard eenigen tijd hield, en dit vervolgens aan den Hertog van Bretagne overliet, die door eenen inftortenden muur doodelijk gekwetst en de Paus zelve van het paard geworpen werd, waar uit kwade voorfpellingen voor de nieuwe regering werden opgemaakt. Al vroeg ontdekte de nieuwe Paus zijne genegenheid voor zijne Neven en Bloedverwanten. Een derzelven, een ongebonden jongeling, loerde, met zijn gevolg, op de burgermeisjes te Lions , waar tegen de Aartsbisfchop van villars , die tevens Wereldlijk Heer der ftad was, den Paus te vergeefs verzocht te voorzien, waar op de villars hem verklaarde, dat hij volgens zijnen pligt de veiligheid dei (*) vilbani Hist. Fiortnt. L. VIII. C. 80. enz. Y 5 v doek IV rloofdlt. ia C. G. fanno73. tot 1517. Hij wor;;;' te Lions gekroond  V SOEK iv Hoofdft. na C. G, Jaarlo73, tot 1517, Hij begeeft zich naarAvignon, alwaar de Paufen een' geruimentijd hun verblijf houden. 346 KERKELIJKE der ftad met kracht zou befchermen. Eindelijk werd 's Paufen Neef in eene fchermutfeling met het volk van den Aartsbisfchop omgebragt, waar voor de Paus bij den Koning te vergeefs om voldoening aanhield, terwijl integendeel de Aartsbisfchop zoo veel onderfteuning bij zijne familie vond, dat de Paus raadzaam oordeelde, Lions te verlaten. Eenige jaren lang hield klemens zich in verfcheidene Steden en Kloosters van Frankryk alomme in dat Rijk en ook in Engeland bezig met groote geldfommen door gierigheid en hebzucht bijeentefchrapen. In het jaar 1309 begaf hij zich naar Avignon, eene ftad behoorende aan den Graaf van Provence, en welke een gedeelte van het oude Burgundifche of Arelatenfifche, (Artes,) Koningrijk uitmaakte, hetwelk toen nog, hoewel wankelbaar, onder de hoogheid van den Duitfchen Keizer ftond. Hier volgden hem de Kardinalen, en het Pausfelijke Hof had zeventig jaren lang zijnen Zetel in deze ftad. Geweldig varen de Italiaanfche Schrijvers tegen deze afwezenheid van den Paus van Rome uit , welke zij de gevangenis van Bahel noemen , en waar aan zij het toenemend zedenbederf van het Roomfche Hof toefchrijven , om hetwelk te bcfchrijven petrarca geene woorden genoeg weet te vinden, alles, zegt hij, in eenen zijner Brieven, was daar te koop, ja de Hemel en christus zelve. In eenen anderen Brief zegt hij, dat 'er bij dat Hof geene Godsvrucht, geene liefde, trouwe, eerbied voor God, geregtigheid of billijkheid te vinden was; integendeel, alles was vervuld met liegen  GESCHIEDENIS. 347 gen en bedriegen; als zijn vriend derwaards wilde komen, was het zoo goed, of hij levendig ter helle daalde. De Franfche Schrijvers, die dit zedenbederf niet loochenen, hebben daar tegen beweerd, dat hetzelve door het Pausfelijke Hof in Frankryk overgebragt en daar alom verfpreid was. klemens V begon terftond na het aanvaarden zijner regering, zijne beloften aan den Koning van Frankryk gedaan, te vervullen. Hij verzoende der Koning geheel met de Kerk, en herftelde de Kardinalen colonna in het genot van alle hunne voormalige regten en inkomften, ook benoemde hij tier Kardinalen, onder welken zeven Franfche waren; en ftond den Koning de Tienden in zijn geheeh Rijk toe voor vijfjaren. In het jaar 1308 vernie tigde hij eenigermate de twee Bullen van bonifa cius VIII, Clericis Laicos en Unam Sanctam, Maar , als filips in eene bijeenkomst met den Pau< te Poitiers in het jaar 1307 aandrong, op eene ver oordeeling der nagedachtenis van bonifacius VIII als van eenen Ketter, wist de Paus , op raad vai den loozen Kardinaal da prato, den Koning oj te houden , door de belofte van eene algemeeni Kerkvergadering, om in dezelve het oordeel ove bonifacius over te laten aan den Paus en d Roomfche Kerk, waar tegen hij alles vernietigde wat die Paus tegen Frankryk en den Koning on dernomen had, alleen zou nogaret, wegens he gevangennemen van den Paus, na vijf jaren, gewa pend tegen de Saracenen trekken, en niet dan me verlof der Kerk terug keeren, ook nooit een open baa V BOEK IV Hoofdir. na C. G. Jaario73. tot 1517.  V boek iv Hoofdft. na C. G Jaar 1073 tot 1517 HENDRIK VII van Luxemburgwordt Duitsch Keizer. Handelin- 343 KERKELIJKE baar ambt bekleeden, evenwel zoude deze boetdoc ning niet nadeelig zijn voor zijne eer (*). Niet alleen wist dus klemens in dit opzigt den Koning op te houden, maar hij ftelde hem in eene veel belangrijker zaak geheel te loor. Keizer albert I werd in het jaar 1308 vermoord. Nu zocht filips zijnen Broeder, karel van valois, tot Keizer te verheffen, met behulp van den Paus, bij wien hij daar ten fterkften op aandrong, en om denzelven als te noodzaken, werd in 'sKonings geheimen Raad befloten, dat de Vorst met 6,000 Ruiters den Paus te Avignon een bezoek zou geven. Dit befluit aan den Paus verraden zijnde , fchreef hij, op aanftoken van den meergemelden Kardinaal da prato, in het geheim aan de Keurvorsten, om ten fpoedigften eenen Keizer te verkiezen , hun daar toe hendrik , Graaf van Luxemburg, aanprijzende, welke dan ook den 27ften November 1308 onder den naam van hendrik VII verkoren werd; waar door zich Koning filips geheel te leur zag gefteld, juist toen hij naar den Paus wilde reizen, die ook van nu af zijn vriend niet meer was. Ondertusfchen had de Paus hem nog gefchreven, dat hij zijne oogmerken zou bevorderen, en zelfs aan 's Konings Gezanten in Duitschland eenen Brief van aanbeveling aan den Aartsbislchop van Keulen medegegeven. De Kon ing over dit dubbelzinnig gedrag van den Paus (*) Breve Clement, ap. raynald. ad a. 1307. *. la. pag. 17. fqq.  GESCHIEDEN! S. 349 Paus ten hoogden misnoegd , hield te dringender aan op de veroordeeling van Paus bonifacius VIII. klemens had ten dien einde reeds eene Kerkvergadering te Vienne befchreven tegen den iften October 1310, maar was reeds in het jaar 1309 genoodzaakt, nadere fchikkingen te maken. In eene bijzondere Bulle verklaarde hij, dat hij de befchuldigingen tegen bonifacius VIII, en de bewijzen derzeiven van zijne befchuldigers zou hooreii, op hei Feest der Reiniging van maria in het jaar 1310, doch te gelijk poogde hij den Koning door deszelf Broeder daar toe te bewegen, dat hij de zaak He Iteeken. Op den bepaalden tijd verfchenen noga ret , du plessis en anderen, in naam van dei Koning, te Avignon, onder eene fterke bedekking die des te noodzakelijker was, omdat de vriendei van bonifacius raynaldi van Suppino, Bevelheb ber der ftad Ferentino, die wat vroeger afgereisi was, onder weg gewapend overvallen en verfchei denen van zijne reisgenooten omgebragt hadden Het Proces over bonifacius werd nu eenige maan den achter een voor het Pausfelijk Konfiflorie ge voerd, met de grootfte bitterheid, tot dat Pau klemens daar over verdrietig geworden, te meer dewijl hij voor oproer vreesde, van de zijde d£ vrienden van bonifacius , met behulp van ka rel van Valois en andere Grooten verkreeg, d: de Koning in het jaar 1311 de geheele zaak aan d beflisfing van den Paus op eene Kerkvergaderin overliet, waar op de Paus die Bulle uitvaardigde Waar van wij boven reeds melding maakten, alle vei V BOEK IV Hoofdft. na C. G. jaano73, tot 1517. gen over de nagedachtenisvan Paus bonifacius VIII. : 1 > 1 I s » r t e T 9 » s  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. toe 1517. Kerkvergaderingte Vienne. 1 | J ] 1 1 i 35o KERKELIJKE vernietigende, wat bonifacius tegen den Koning ondernomen had, ook vergiffenis fchenkende aan nogaret, doch onder de voorwaarden boven gemeld, aan welke hij echter niet voldaan heeft, zijnde voor dat hij ze volbrengen wilde, overleden, nadat de Koning hem tot zijnen Kanfelier benoemd, en andere aanzienlijke belooningen gefchonken had. Middelerwijl werd de Kerkvergadering te Vienne, in het jaar 1311, in tegenwoordigheid van den Paus, geopend. Op dezelve verklaarde de Paus, sonder verder onderzoek, bonifacius voor eenen •egtmatigen Paus, tegen wien de befchuldiging van Ketterij niet bewezen was geworden. Deze uitfpraak naakte hij den Koning bekend, die het ook aan noest zien, dat twee Ridders uit Katalonïè voor ie vergadering verfchenen, en elk, die de eer van bonifacius zou willen aantasten, tot een kampgerecht uitdaagden. Daartegen verklaarde de vergade•ing ook, dat den Koning of zijnen nakomelingen, vegens het geen bonifacius tegen hem ondernonen had, geene moeite zou aangedaan worden, Dus eindigde deze tienjarige twist, in welken de honing wel zijne regten gehandhaafd had, maar vaar tegen door de Kerkelijken ook de eer van bonifacius behouden was geworden , en zij hunne )lijvende overmagt betoonden. De Koning wreekte :ich eenigermate, door te verbieden, dat de verzanding van Pausfelijke Decreten door bonifacius, ' Liber Sextus Decretalium,) voor geene regtbank n zijn Rijk zou mogen aangehaald worden. Voorts was deze Kerkvergadering bijeengeroepen, voor-  GESCHIEDENIS. 351 vooreerst om de zaak der Tempelheeren of Tempelieren te behandelen, waar van in het vervolg ; ten tweeden, om eenen algemeenen kruistogt te bepalen , waar van reeds elders gefproken is; en eindelijk ook om te zorgen voor eene hervorming van Zeden en den toeftand der Kerke ( *). Terwijl klemens V zijn gezag in Frankryk gelukkig handhaafde, moest hij tevens het oog houden op de zaken van Rome en Italië. In Italii duurden de twisten en verdeeldheden der Gibellinen en Guelfen, (eigenlijk Waiblingers en Welfen, naai twee aanzienlijke Familien,) thans ook Witten er Zwarten genoemd , fteeds voort, zelfs na den on dergang van het Keizerlijke Huis van Hohenftaujfen de Gibellinen waren der Keizerlijke, de Guelfen dei Pausfelijke partij toegedaan. Nadien federt meer dar 50 jaren geen Keizer in Italië geweest was, waret de Gibellinen wel verzwakt, maar boden fteeds ge weldigen tegenftand , terwijl de Guelfen door d< Koningen van Napels, uit het Huis van Anjou, on derfteund werden. Koning robert van Napels, die te gelijk Graaf van Provence was, in well Graaffchap Avignon lag, had eene naauwe betrek king op den Paus, die hem in het jaar 1309 t< Avignon kroonde, en hem in het jaar 1310 hel Stadhouderfchap van Romagna en Ferrara opdroeg; Ook had de Paus hem niet alleen verkoren boven den Koning van Hongaryë, die een even goed regl had op het Rijk van Napels, maar hem ook beleend (*) harduin. Act. Concill. T. III. p. 1321.1362. V BOEK IV Hoofdft. na C. G. jaario73. tot 1517. Togt van Keizer HENDRIK VII naar Italië. 1 1 1  V BOEK IV Hoofdft. na C. G, Jaar 1073. tot 1517. 83* KERKELIJKE leénd met het Rijk van Sicilië; hetwelk de vermaar. de Regtsgeleerde baldus ergens in zijne fchriften berispt, maar het elders aan apollo ter beflisiing overlaat, omdat, zegt hij, het belagcheüjk ja bijna Kettersch zou zijn, over eene beflisfende uitfpraak van den Apostolifchen Stoel te willen twisten. Onder deze omftandigheden befloot Keizer hendrik VII in het jaar 1315 tot den togt naar Italië, om zich te Rome als Keizer te laten kronen, en tevens de regten van het Keizerrijk in dat land te herftellen; het zij dan op raad van den Paus zeiven, die dus zal gehoopt hebben, gelegenheid te vinden, om naar Rome te keeren, en zich van zijne te groote afhankelijkheid van de Franfchen te ontdaan, maar ten minden met 'sPaufen voorkennis en toeftemming, hebbende hendrik hem vooraf door een Gezantfchap zijn voornemen bekend gemaakt, en den Paus van zijne getrouwheid aan den Roomfchen Stoel verzekerd. In het geheim nogtans wist de Paus den Keizer allerhande moeijelijkheden in den weg te leggen, opdat 'sKeizers gezag in Italië niet mogt uitgebreid worden; in het jaar 1309 had hij zelfs aan Koning jakob van Arragon Pifa en het Eiland Elha aangeboden, om die te veroveren, en dan als een Pausfelijk Leen te houden; eene gifte, welke muratori (*) zelve zich niet onthouden kan, regt fchandelijk te noemen. Naauwelijks had ook Keizer hendrik zich te Milanen de ijzeren kroon, of de kroon van Lombardyë laten op- (*) Gefck. van Italië VIII Deel, Bladz. 293.  GESCHIEDENIS. 353 opzetten, of al de fteden van Lombardyë ftonden tegen hem op, aangedookt door filips de Schoone en robert van Napels; te Rome zelve, waar hij in het jaar 131a binnen trok, betwistten hem de Guelfen, door Koning robert onderfteund, het bezit der ftad, zoodat hij niet eens de Pieterskerk in zijne magt kon krijgen, in welke hij gekroond moest worden. De Paus had aan vijf Kardinalen volmagt gegeven, om in zijnen naam deze kroning te volbrengen , maar een Schrijver van deze eeuw verhaalt ( * ), dat men eenen Brief van den Paus onderfchept hebbe, in welken hun verboden werd, den Keizer te kronen. Zij verrigtten echter deze plegtigheid den 27(ten Junij 1312, in de Kerk van Lateranen, doch onder protest, dat zij daar toe gedwongen waren (f). De Keizer deed bij zijne kroning den gewonen eed aan den Paus, gaf eene fchriftelijke Geloofsbelijdenis over, bevestigde alle Plakaten zijner voorzaten tegen de Ketters, en erkende den Paus als Opperhoofd der Kerk. Ondertusfchen was hendrik bedacht, om zijne regten als Keizer weder te herdellen. Hij had wel, dewijl zijn leger zeer gefmolten was, Rome verlaten , en zich naar Tivoli begeven, maar robert , Koning van Napels, voor zijne regtbank ontboden hebbende, en deze niet verfchijnende, deed hij hem in het jaar 1313 in den rijksacht of ban, en middelerwijl nieuwe verderkingen uit Duitschland gekregen . (*) Albert- Argentin. in Chron. ad a. 1312. (t) mussati de Cesi. Henrici VII. Cas. L. VIII. C. 7. XVI. Deel. Z V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G, Jaano73, tot 1517, Dood van Keizer HENDRIK VII. 354 KERKELIJKE gen hebbende, tastte hij de Florentijnen aan, e» floot een verbond met frederik, Koning van Sicilië, tegen den Koning van Napels. De Paus liet deze beide Vorsten , als beiden aan hem door eenen eed van trouwe verbonden zijnde, vermanen, om zich wederzijds van vijandelijkheden te onthouden, maar de Keizer antwoordde aan de Kardinalen, dat hij aan niemand eenen eed van trouwe had gezworen, en ook niet wist, dat ooit één zijner voorzaten zulks gedaan had. De Paus verzuimde niet den Keizer zijnen gedanen eed onder het oog te brengen, en fommigen hebben den Keizer ook als eenen eedbreker befchuldigd. Doch, de Keizer heeft ongetwijfeld een ander denkbeeld aan den eed gehecht, welken hij aan den Paus gedaan had, en ten minften geloofd, dat hij nooit zoodanigen eed had afgelegd, die ten nadeele kon ftrekken van zijne Keizerlijke Hoogheid en der regten van het Keizerrijk. Hoe het zij, klemens verbood, ten einde zijnen vriend robert uit de verlegenheid te redden, omtrent het midden des jaars 1313, elk en een ieder, 3p ftraffe van den ban, het Koningrijk van robert aan te vallen. Doch hendrik gaf geen acht op deze bedreigingen. Als één der Pausfelijke Afgevaardigden, die hem op zijne togten in Italië verbelden , nicolaus , Bisfchop van Butrinto in Albanië, of het oude Epirus, hem waarfchuwde, om ie Roomfche Kerk niet te vertoornen, gaf hij hem en antwoord: „ Wees maar gerust.' wij hebben ten raad van onze gezworene Raden, (Clericorum Juratorum,) gehoord, of wij God beleedigen , wan-  GESCHIEDENIS. 355 wanneer wij ons zeiven verdedigen; en of wij verpligt zijn, geregtigheid te oefenen en misdadigers te ftraffen; hier mede beleedigen wij God zoo weinig, dat wij zulks doen zouden, indien wij dit nalieten." Toen de Bisfchop hem het voorbeeld, onder anderen van Keizer frederik II herinnerde, die eindelijk door de Kerk vernederd was, zeide hendrik: „ Als God voor ons is, zal ons noch de Heer Paus, noch de Kerk te grond helpen, omdat wij God niet beleedigd hebben (*)." Ook volgde in der daad de gevreesde inval in het Rijk van Napek, met goed gevolg, waar op de Paus dadelijk den ban tegen den Keizer en den Koning van Sicilië uitfprak. Doch hij en robert werden eerlang uit alle gevaar gered door den dood des Keizers den adften Augustus 1313 te Bonconvento, een dorp in het gebied van Siena. Wij hebben reeds in het vorige van deze Gefchiedenis gemeld, dat men dezen dood van ouds reeds aan vergift heeft toegefchreven, den Keizer in het Avondmaal in eene gewijde Hostie door eenen Dominikaner Monnik toegedeeld. Dit verhaal vindt men niet alleen bij Schrijvers uit de XlVde eeuw, maar een tijdgenoot, die 'sKeizers Broeder, baldewyn, Aartsbisfchop van Trier, zeer wel kende (f), heeft nog deze bijzondere omftandigheid, dat (*) Nicolai, Episc. Betrontinens. Relatie- de Henrici VII. itinere Italico ad Clementem V. in baluzii Vitt. Papar. Avenionens. T. II, p. 1228. (t) Auctor Gest. Fencral. Dom. Baldewini de Luczemb. Trh'er. Arcbiepiscopi ap. reuberum SS. Germ. p. 974. Z 2 V BOEK IV Hoofdit. na C. G. Jaario73. tot 1517.  356 KERKELIJKE V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 107 3. tot 1^17. KLEMENS V verklaart de Venetianen voor oneerlijk. dat de Keizer, als zijne Geneesheeren hem voorhielden, dat hij hét vergift door een braakmiddel kon kwijtraken, geantwoord hebbe, dat hij liever wilde fterven, dan eene ergernis geven tegen het ligchaam van christus, en tot nadeel der Christenen. Daar is dus geene reden, om de waarheid dezer vergiftiging volftrekt te ontkennen. Tegen geene Mogendheid gedroeg zich de Paus heerschzuchtiger dan tegen de Republiek Venetië. azzo VIII, uit het magtige Huis Este, Markgraaf van Ferrara, had in het jaar 1308 deze ftad en haar gebied bij uiterften wil nagelaten aan zijnen onechten Zoon fresco, wiens Oom francisco sijn regt op dezelve met geweld handhaafde, fresco gaf daar op de ftad aan de Venetianen over , :egen een jaarlijksch inkomen van 1,000 gouden Dukaten, francisco, tegen deze vermogende Republiek niet beftand, begaf zich met de ftad Ferrara Dnder de befcherming van den Paus, om ze van le Roomfche Kerk te leen te ontvangen. Terftond ;ischte de Paus van de Venetianen, deze ftad aan iem over te geven, doch dezen, door hunnen Dove gradenigo aangefpoord, weigerden zulks, waar op zij in het jaar 1308 door den Paus in den ban gedaan, en hun land onder verbod van Godsdienst gebragt werd; en toen zij volhardden, en de Roomfche troepen van Ferrara terug floegen, liet hij in bet jaar 1309 eene allerverfchrikkelijkfte en onregtraardigfte Bulle tegen hen uitgaan, waar bij hij alle Venetianen tot in het vierde gedacht eerloos verdaarde, en hunne Edelen onbekwaam voor eenige Staats-  GESCHIEDENIS. 357 Staatsbedieningen en zelfs voor den Adeldom. Hij verbood allen koophandel en verkeering met hen; gebood de geheele Geestelijkheid hun land te verlaten, alleen zoo velen uit haar midden achterlatende, als noodig waren, om kinderen te doopen en ftervenden te bedienen; en gaf ieder vrijheid, om zich van den Doge en alle Venetianen meester te maken, en hen tot (laven te maken; hij gaf hunnf roerende goederen prijs en verklaarde de vaste goe deren verbeurd ten behoeve van de Roomfche Kerk Vergeefs beproefde de regering, (la Èignoria,\ den Paus tot onderhandeling te bewegen. Dez fchreef eenen kruistogt tegen hen uit; bijna in all Franfche Havens werden hunne koopwaren geplun derd, op de zeekusten van Genua, Toscane, Rc tnagna en Kalabrien werden de Venetianen tot fb ven gemaakt en zelfs vermoord. De regering raac pleegde intusfchen met de aanzienlijkfte Leerare van het Kerkelijke Regt en der Godgeleerdheid, e befloot Ferrara te verdedigen; maar de Kardinaal Legaat pelagruo rukte met een verbazend lege kruisvaarders in het jaar 1309 voor Ferrara, hei welk hem door verraad in handen viel, waar op h de inwoners, die de Venetianen gunftig waren gt weest, liet ophangen, den gevangenen Venetiane liet hij de oogen uitfteken, en zond hen dus naa hun vaderland. Ook werd de vloot der Venetiane op de Po en hun leger te land geflagen. Ook om Ronden 'er binnen 's lands oproeren, die met moeii gedempt werden. Middelerwijl had ook Ferrat veel te lijden; alwaar de Paus Koning robert va Z 3 N> V BOEK IV Hoofdfh. na C. G. Jaario73; tot 1517. ) 1 1 r 1 j 1 r i e a 11 r-  V SOEK IV Hoofdfl. na C. G, Jaar 1073, tot 1517. < 1 | \ 1 1 1 I 1 558 KERKELIJKE Napels tot Stadhouder benoemde, die 'er eenen Bevelhebber aanftelde met eene bezetting van Cataloniers, die de uitgezbchtfte booswichten waren. Een oproer in die ftad ontftaan, werd met den dood van vele inwoners en de verwoesting der ftad gedempt. Toen Keizer hendrik in Italië gekomen was, zochten de Venetianen door zijne bemiddeling eene verzoening met den Paus te bewerken, maar vergeefs. Eindelijk gelukte hun dit in het jaar 1313, door hunnen Gezant francisco dandolo, (dandulus,) die van zijne Familie den bijnaam had ran Can of hond; hetwelk aanleiding gaf, dat men lem aan het Pausfelijke Hof fpottenderwijze den Venetiaanfchen hond noemde, welke fpotternij hij met de woorden uit het Euangelie bejegende, dat le honden evenwel van de kruimels aten, die van Ie tafels van hunne heeren vallen, sabellicus (*) zegt, dat men verhaalt, dat dandolo, tot een vonderbaar voorbeeld van vaderlandsliefde, en onlerwerping aan de Kerk, zoo lang met een' ijzeren :eten om den hals, als een hond, voor 's Paufen lisch gelegen hebbe, tot 'sPaufen toorn bedaard vas; en dat hij daarom eerst van vreemdelingen, loch naderhand ook in zijn vaderland, den bijnaam ran Can of houd gekregen hebbe. Hoe het zij, de 'aus ontfloeg de Venetianen van den ban. De volende Paus echter verloor in het jaar 1317' Ferrara we- (*) Marei Anton. Sabellici Hiflorw Rer. Fenetar. \-ecad. II. L. I. p. 253.  GESCHIEDENIS. 359 weder, alwaar de ingezetenen de Pausfelijke bezetting verdreven, en zich weder aan hunne oude Opperheeren, de Markgraven van Este. onderwierpen. klemens in het jaar 1314 Koning robert, na den dood van Keizer hendrik VII tot Rijksftedehouder in Italië hebbende aangelteld, overleed den 2often April van datzelfde jaar, te Roquemaure , eene ftad in Languedok. Van zijne verzameling van Pausfelijke beduiten , ( Ckmentinarum Libri V, ) zullen wij op eene andere plaats fpreken. De Italianen befchrijven zijn karakter heel ongunftig. ,,Hij was," fchrijft villani (*), „ een zeer geldgierig en aan de Simonie overgegeven mensch, die alle Geestelijke waardigheden voor geld veil had; ook was hij wellustig , en de Gravin van Palagorgo. ( Perigord, ) eene heel fchoone vrouw, Dochtei van den Graaf van Fos, (Foix,j zal zijne beminde geweest zijn. Aan zijne Neven en vrienden liet hij groote fchatten na. Men zegt ook, dat hij, als één van zijne Neven, die Kardinaal was, en daar hij veel van hield, overleden was, eenen grooten Zwartenkunftenaar, Qune grande maëflro di nigromanizia,) genoodzaakt hebbe, hem te zeggen, waar deszelfs ziel gevaren was. Deze had daar op door zijne kunst eenen Hofkapellaan van den Paus bij de Duivelen in de Hel gevoerd, en hem aldaai een Paleis laten zien, waar deze ziel op een bed van brandend vuur, tot ftraf van de Simonie van den Kardinaal lag; ook had de Kapellaan te gelijk eer. (*} Hist. Fiorentina L. IX. C. 58. Z 4 V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517. Dood van KLEMENS V.  V boek IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 joannes XXII. 360 KERKELIJKE een ander Paleis gezien , hetwelk voor den Paus zeiven beftemd was; en na dat deze dit aan den Paus verhaald had, was dezelve nooit weder vrolijk geweest, maar was kort daar na geftorven. Als men voor zijn lijk bij nacht in eene Kerk vele kaarfen had aangeftoken, ontftond daar door brand, zoodat de kist en het onderlijf van den Paus verbrandde." Welke bijzonderheid, fchoon onder eenigzins andere omftandigheden, ook door anderen verhaald wordt. Eén zijner Neven, die alleen 300,000 Dukaten, welke tot eenen kruistogt beftemd waren, zich had toegeëigend, rigtte hem een praalgraf op, hetwelk naderhand van zekeren Graaf van Armagnac geplunderd, gelijk ook zijn graf, in de Burgeroorlogen van Frankryk, in het jaar 1577 door de Hervormden verwoest, en het overfchot van zyn ligchaam verbrand is geworden. Dewijl de Italiaanfche Kardinalen zich zeer beklaagden over den Paus klemens V, en volftrekt geenen Franschman, of gelijk men fprak, geenen Gaskonjer tot Paus wilden hebben (_*), ontftond 'er onder de Kardinalen een tweefpalt over de verkiezing van eenen nieuwen Paus, waar bij de Franfche Kardinalen met geweld van krijgsvolk in de ftad Carpentras drongen, en velen van het gevolg der Italianen ombragten, ja zelfs onder het geroep: „ Sterven de Italiaanfche Kardinalen! Wij willen eenen (*) Brief van den Kardinaal neapoleo van Orfini, (de Urfinis) in baluZU Vitt. Papar. Avenion. Tom. II, iag. 280,  GESCHIEDENIS. 361 eenen Paus hebben!" op verfcheidene plaatfen de ftad in brand (taken, zoodat de Italianen het gevaar van hun leven, door een gat in den muur van het achtergebouw te laten maken, ter naauwer nood ontkwamen. Onder goedkeuring van Koning filips bepaalden de Kardinalen echter weder eene zamenkomst te Lions, maar deze Koning overleed in 1314, en eerst in het jaar 1316 kon zijn Zoon en Opvolger lodewyk X hen in die ftad bijeenkrijgen. Deze in datzelfde jaar overleden zijnde, liet zijn Broeder, de Graaf van Poitiers, als Rijksbeltuurder, dewijl lodewyk geene kinderen, maar eene zwangere Gemalin nagelaten had, de Kardinalen opfluiten, tot dat zij eenen Paus verkozen hadden, welk middel eindelijk gelukte, zoodat zij den 7den Augustus 1316 den Kardinaal-Bisfchop van Porto verkoren, onder den naam van joannes XXII. Volgens een oud gezegde was deze de Zoon van een Schoenpoetfer, volgens anderen van een Herbergier, hoewel anderen hem eene adelijke afkomst, (militaris progenies,) geven. Nog is 'er een oud gezegde , dat hij, als de Kardinalen met algemeene affpraak, (Compromis,) aan hem de benoeming van eenen nieuwen Paus hadden overgelaten, zich zeiven benoemd zou hebben. Eén zijner Levensbefchrijveren verhaalt ook , dat hij bij zijne verkiezing onder eede beloofd zou hebben, nooit een paard of muilezel te zullen berijden, zoo hij niet naar Rome terug keerde, en dit zou hij ook gehouden hebben, door zich te fcheep naar Avignon te begeven, en te voet in zijn Paleis te gaan , hetwelk hij niet Z 5 ver- V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. Hij ftaat naar het beftuur van het Duitfche Keizerrijk. 36a KERKELIJKE verliet, dan om de aan hetzelve gelegene Kerk te bezoeken. Terftond na het aanvaarden zijner regering, nam hij deel in de zaken van het Duitfche Rijk, tot welks inlandfche beroerten hij twintig jaren lang zeer veel heeft toegebragt. Na den dood van Keizer hendrik VII had Paus klemens V in het jaar 1314 beweerd, bij het ledigftaan van den troon, de heerfchappij van het Duitfche Rijk te bezitten (*). In October des gemelden jaars verkoor een deel der Keurvorsten frederik, Hertog van Oostenryk, en een ander deel lodewyk, Hertog van Beyeren tot Keizer, waar door geheel Duitschland in twee partijen verdeeld werd, en dewijl 'er toen geen Paus was, werden de gewone berigten der verkiezing aan den toekomenden Paus gerigt. De nieuwverkozene joannes XXII fchreef weinige weken na zijne verkiezing in het jaar 1316 aan de beide Vorsten, dat zij malkanderen in vrede en eendragt zouden verftaan, maar in Maart 1517 verklaarde hij zich geheel anders , en beweerde zijn gebied over het Rijk, gedurende het ledigftaan van -den troon, en poogde, op die onderftelling het bewind van Italië aan den vriend en Vafal der Paufen, den Koning robert , in zijnen naam te bezorgen, en zelfs in Duitschland eenen Rijksvicarius voor te ftellen. In Duitschland durfden de beide mededingers zich niet openlijk tegen den Paus verklaren; maar in Italië ver- (*) Clementinar. L. II. tlt. XI. de Sententia et re htdicata Cap. 2.  GESCHIEDENIS. 363 verzetten zich de Gibellinen, wier partij merkelijk federt den togt van Keizer hendrik het hoofd had opgedoken, met geweld tegen den Paus. mattheus visconti, derzelver hoofd, leide wel in het jaar 1317 zijne waardigheid als Keizerlijke Stadhouder neder, maar door die van Milanen tot hunnen Opperheer verkoren zijnde, regeerde hij in Lombardyë met een Koninklijk gezag, en het gelukte hem, alle de ondernemingen van den Paus, zelfs eenen tegen hem gerigten kruistogt, te verijdelen. Zoo lang frederik en lodewyk om het Rijk met malkanderen kampten, had de Paus zich voor geen' van beiden verklaard; maar toen frederik in het jaar 1322 in den veldflag bij Muldorf overwonnen en gevangen was genomen, verdubbelde hij zijne pogingen, om Lombardyen aan zijnen vriend Koning robert te bezorgen, waar toe na den dood van mattheus visconti , een kruistogt werd uitgefchreven , en Milanen zelve belegerd, hetwelk echter door den tijdigen onderftand van lodewyk ontzet werd; na welken tijd de vijandfchap van den Paus tegen dezen Keizer geene palen meer kende. Reeds in October 1323 gaf hij tegen denzelven eene Bulle uit, waar in hij hem vermaande, zich van het bewind des Keizerrijks zoo lang te onthouden, tot dat de Paus zijne verkiezing zou bevestigd hebben. lodewyk zond hier op Gezanten naar Avignon, om in onderhandeling met den Paus te komen, maar leverde tevens te Neurenberg in December 1323 een nadrukkelijk Protest tegen des Paufen gedrag V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaari073. tot 1517. Twistmet lodewyk van Beyeren.  V BOER IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 De Paus excommuniceert LO- DF.WY K van Beye ren, 364 KERKELIJKE drag over en een beroep op eene algemeene Kerkvergadering. Inmiddels gaf joannes in het jaar 1324 aan 's Keizers Gezanten een uitftel van twee maanden, binnen welke lodewyk, op ftraffe van den ban, afzien zou van het onderfteunen van den Ketterfchen visconti en het Huis van este, en het regt van den Paus erkennen, om eenen Rijksftedehouder aan te ftellen. Deze pogingen van den Paus waren in Duitschland niet zonder gevolg, zoodat de Oostenrykfche partij zich op nieuw verfterkte, aan welker hoofd zich leopold bevond, Broeder van den gevangenen frederik. Ook ging joan, Koning van Bohemen, Zoon van den laatst overledenen Keizer, tot deze zijde over, zich verbindende met karel IV, Koning van Frankryk, welke beide Koningen met robert , Koning van Napels, te Avignon kwamen, in het jaar 1324, om over een ontwerp te fpreken, ten einde de Keizerlijke kroon op eenen Vorst uit het Franfche Huis over te brengen. Dit gefprek fchijnt den Paus, dewijl lodewyk geen acht op zijne bedreigingen floeg, aanleiding gegeven te hebben, om den 24tlen Maart 1324 lodewyk dadelijk te excommuniceren, of van de gemeenfchap der Kerk uit te fluiten. Ondertusfchen werd 's Keizers zaak door de Leeraren op de Univerflteiten van Bologna en Parys geregtvaardigd, en 's Paufen gedrag voor onregtmatig verklaard, joannes van Jandun, een Leeraar der Godgeleerdheid en Wijsbegeerte te Parys, en 'sKeizers Lijfarts, marsilius van Pedua, verdedigden den Keizer tegen  GESCHIEDENIS. 365 gen den Paus in hunne fchriften; ook waren de Minoriten of Franciskanen op deszelfs zijde, om bijzondere redenen; volgens een oud verhaal, maar welks gezag zeer twijfelachtig is, had 's Keizers Kanfelier ulrich hangör. , een Attgsburger Patriciër, (gemeenlijk Magister Ulricus de Augusta genoemd,) als 'sKeizers voornaamfte Raadsman, de fchuld van de lievige twisten tusfchen dezen Vorst en den Paus. lodewyk protesteerde op nieuw in een Manifest tegen deze uitfpraak van den Paus, en vernieuwde zijn Appel aan eene algemeene Kerkvergadering; in dit Manifest befchuldigde hij den Paus van vele euveldaden, maar bijzonder, dat hij gezegd zou hebben , dat een Paus alsdan eerst waarlijk Paus zij, wanneer de Koningen en Vorsten met malkanderen oneens zijn, en dat de tweefpalt van Duitschland en deszelfs Vorsten het heil en de vrede zij van den Roomfchen Paus en de Kerk. Dit Manifest deed zijne werking in Duitschland, alwaar die genen Hecht onthaald werden, die 'sPaufen ban tegen den Keizer verfpreiden wilden, ook werd eene menigte fchimpfchriften tegen den Paus geftrooid, in welken de befchuldiging van Ketterij niet gefpaard werd. Ook gehoorzaamde, behalve den Aartsbisfchop van Saltsburg, geen één Prelaat van Duitschland den Paus. De Dominicanen floten wel te Regensburg en Landshut hunne Kerken, maar als de Burgers hun hier op de aalmoezen weigerden , waren zij ras gedwongen, het voorbeeld der overige Geestelijken te volgen. De Straatsburgers wierpen een' V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517.  V 4 BOEK *IV Hoofdft. na C. G |aario73. 'tot 1517. De Paus zet LODEWYK af. 366 KERKELIJKE een' Priester, die de Bulle van den Paus aan de Kerk had aangeplakt, in den Rkyn, en vervolgden hem in booten met riemen en haken, toen hij met zwemmen zocht te ontkomen. Nog hield zich de Oostenrykfcbe partij echter (taande, en vatte zelfs nieuwen moed, toen de Paus in Juiij 1324 den ban tegen lodewyk verzwaarde, als tegen eenen hardnekkigen, ( contumax,) en hem verbood, den Koninklijken Titel te voeren. Nu werd ook het ontwerp voortgezet, om ma Duitschland een' anderen Vorst te geven, ten welken einde Koning karel van Frankryk een verbond floot met leopold , waar bij hij beloofde, de vrijheid van deszelfs Broeder frederik met kracht van wapenen te zullen uitwerken, mits dat frederik verlost zijnde van alle aanfpraak op het Keizerrijk zou afzien. Doch dit geheele ontwerp mislukte, door den tegenftand van balde win, Aartsbisfchop van Trier, ook koos de Koning van Bohemen de zijde van lodewyk , en zelfs leopold zond de Rijkskleinodien, benevens de zoogenoemde Heilige Lans aan lodewyk, op hope, van daar door zijns Broeders vrijheid te zullen verwerven. Maar lodewyk vergenoegde zich met het befluit van den Rijksdag te Regensburg in het jaar 1324, hetwelk geheel ten zijnen voordeele was. leopold , verbitterd , dat eijn gedane (lap niets had uitgewerkt, greep weder naar de wapenen, en behaalde op den Keizer eene aanmerkelijke overwinning, welke nadeelige gevolgen aan denzelven dreigde, alzoo de Keurvorsten van Mentz en Keulen in het jaar 1325 te Reufe niet ver  GESCHIEDENIS. ver van Cobknts aan den Rhyn eene bijeenkomst hadden met Hertog leopold , en de Gezanten van den Paus en den Koning van Frankryk, in welken zij beraadflaagden, om dezen Koning tot Keizer te doen verkiezen; doch dit onweder werd door den Broeder van den Keurvorst van Mentz gelukkig afgewend, door de aanmerking, hoe fchandelijk het voor Duitschland zou zijn, eenen vreemden Heer te ontvangen. Inmiddels floot lodewyk in dat jaar 1325 eene overeenkomst met zijnen gevangenen frederik, die zijne vrijheid wederkreeg, onder voorwaarde, dat hij van zijne aanfpraak op het Keizerrijk zou afftaan, en met zijne vier Broeders lodewyk zou helpen tegen alle vijanden, en met name tegen den genen, die zich Paus noemt, en alle deszelfs medehelpers en hegunftigers. leopold nogtans bleef den Paus aankleven, die hem zelfs geheel van zijnen Broeder zocht af te trekken. Groot was thans de verwarring in Duitschland, alzoo niemand wist waar aan hij zich te houden had, en deze verwarring werd door den Paus nog vermeerderd, doordien hij uitlaudfche Vorsten ophitfte tot verwoestende invallen in het gebied van Keizer lodewyk. Deze had het Keurvorstendom Brandenburg, hetwelk opengevallen was door den dood van waldemar van Anhalt, in het jaar 1323 ter leen opgedragen aan zijnen oudfien Zoon lodewyk , maar thans verbood de Paus alle de ingezetenen der landen, die daar toe behoorden, denzelven als hunnen Heer te erkennen, en wladislaw, Koning van Polen, aan wien de Paus op deze voorwaar- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Taario^. tot 1517. 368 KERKELIJKE waarden den Koninklijken Titel zal bevestigd hebben, viel met een leger Litthauers, die grootendeels nog Heidenen waren, in het jaar 1325 in de Mark Brandenburg, alwaar zij de verfchrikkelijkfte verwoestingen aanrigtten, met welke onderneming de Paus nogtans dezen Koning geluk wenschte. Eindelijk zag Keizer lodewyk zich genoodzaakt tot een nader verdrag met frederik van Oostenryk, aan wien hij in 1325 de volkomene gemeenfchap in de regering van Duitschland toeftond, waar in de Paus weigerde toe te ftemmen ; nog kwam 'er een andere voorflag in aanmerking, dat lodewyk aan frederik het Rijk van Duitschland overlaten, maar voor zich Italië behouden zoude. Doch de dood van leopold in het jaar 1326 bragt de zaken van frederik fpoedig in verval, zoodat lodewyk zelfs in ftaat geraakte, om op eenen togt naar Italië bedacht te zijn. Ook trok hij werkelijk in het jaar 1327 naar Italië. Te Trente kwamen hem de voornaamfte hoofden der Gibellinen, de Gezanten van Koning frederik van Sicilië, en vele Bisfchoppen en Monniken opwachten, welke zich allen tegen den Paus verklaarden. Met behulp van marsilius van Padua en joannes de Janduno, werden zestien artikelen opgefteld van bezwaren tegen den Paus, wien men voor eenen Ketter verklaarde, en fpotswijze Paap jan noemde. Kort daar na liet lodewyk zich te Milanen met de ijzeren kroon van het Rijk van Lombardyë kronen. Middelerwijl fprak de Paus een nieuw vonnis tegen den Keizer uit, hetwelk men zijn vijfde Proces noemt,  GESCHIEDENIS. «ft Koemt, den 3den April 1327 verklaarde hij alles verbeurd, wat lodewyk ter leen bezat, ook het Hertogdom Beyeren, en ontfloeg alle zijne Vafallen van den eed van trouwe jegens hem, verbiedende alle Christenen, hein voortaan als Opperheer te gehoorzamen. Desniettegenftaande rukte de Keizer naar Rome voort; alwaar de Burgers vergeefs den Paus verzocht hebbende, om te Rome te komen, de Guelfen verjaagden, en de foldaten van Koning robert en van de Paufelijke Legaten buiten de ftad floten; maar het Opperhoofd der Gibellinen tot Bevelhebberder ftad aanftelden. Onder zoo gunftige omftandigheden deed Keizer lodewyk in het begin des jaars 1328 zijne intrede te Rome; en liet zich den ióden Januarij van twee Bisfchoppen tot Keizer wijden, terwijl colonna hem de kroon opzette, waar na. hij eenige wetten afkondigde tegen de Ketters, tegen de fchuldigen aan het kwetfen der Keizerlijke Majefteit, voor de Geestelijkheid enz. De Paus, die dit niet had kunnen beletten, liet nieuwe vonnisfen tegen den Keizer uitgaan, en verklaarde hem in dat jaar 1328 voor eenen Ketter, en marsilius van Padua en joannes van Janduno (*) voor (*) Wij hebben van deze beiden onder de Geleerden van dit Tijdperk gefproken. Hier verdient aangemerkt te worden, dat men den laatften gemeenelijk joannes van Gend (de Gandavo) noemt; doch verkeerd. Zijne geboorteplaats was Jandun, een klein plaatsje in Chain" fagne. XVI. Deel. Aa V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. LODEWYK te Rome gekroond  v BOEK IV Hoofdft na C. G Jaario73. tot 151 7, 1 370 KERKELIJKE voor Aartsketters, uit hoofde van zeker Boek door deze beide laatstgemelden uitgegeven in het jaar 1324, hetwelk onder den titel: Defenfor pacis zeer vermaard, en in Duitschland verfcheideuemalen gedrukt is geworden. Het oogmerk van hetzelve was vrede en rust onder de Volken en in het Rijk te bevori deren, waar toe als een middel bijzonder wordt voorgedragen, dat men de Geestelijke magt binnen hare behoorlijke palen moest terug brengen. In het tweede Deel van dit Boek komen onder anderen de volgende Hellingen voor: dat naar de leer der Schrift, noch de Roomfche, noch eenig ander Bisfchop, Priester of Geestelijke, zich eenige heerfchappij of regtsgebied over iemand mag aanmatigen; dat petrus geene magt of gezag boven de andere Apostelen bezeten heeft; ook kan van petrus uit de Heil. Schrift niet bewezen worden, dat hij Roomsch Bisfchop, ja, wat meer is, dat hij ooit te Rome geweest is; dat men alleen aan de Schrift, of, ivaar derzelver zin twijfelachtig mogt ziin, aan de 'iitfpraak eener algemeene Kerkvergadering, in geloofszaken een onherroepelijk gezag mget geven, bij welke gelegenheid het bekende gezegde/ van augusriNUS verklaard wordt: Ego vero non crederem Euangelio, nifi me Catholicce Ecclefice commoveret tuctoritas; de Paus kan volftrekt niet\ voorfchrijven, wat ter zaligheid noodig is te gelooven. VerIers wordt bewezen: dat alleen de Wereldlijke forsten het regt hebben, om algemeene Kerkvergaleringen te beleggen enz. De Paus had echter ook zijne Schrijvers, en onder  GESCHIEDENIS. 371 der dezen den Augustinianer Kluizenaar, augustinus triumphus, geboortig van Ancona, die in het jaar 1328 in zijn 8 site jaar overleden is. Hij fchreef een Boek : Summa de potestatc Ecclefiastica, hetwelk door hem aan Paus joannes XXII werd opgedragen, en in hetwelk hij de Pausfelijke magt ten hooglten toppunt opvijzelt. Doch deze gefchriften van weêrskanten hadden eene magtiger onderfteuning noodig, zouden zij werking doen. De Paus, nog onbewust, dat de Keizer tot in Rome was doorgedrongen, gaf in het jaar 1328 bevel tot eenen kruistogt tegen denzelven. Toen hij vervolgens vernam, dat lodewyk in het bezit der Hoofdltad was, doch dat de Geestelijkheid aldaar grootendeels den Godsdienst weigerde te vieren, vermaande hij dezelve tot ftandvastigheid; en zocht het ook zoo ver te brengen, dat de Romeinen zich meester mogten maken van marsilius en joannes van Jandun , die insgelijks te Rome geweest waren, en van welken de eerlte zelfs door den Keizer tot Pausfèlijken Vicarius benoemd was. Maar van den anderen kant werden insgelijks de uiterlte middelen ter hand genomen. Op den iSden April des jaars 1328 hield de Keizer op het groote plein voor de Pieterskerk, alwaar hij in zijnen Keizerlijken fieraad op den troon zat, eene aanzienlijke vergadering van Roomfche Grooten , van den Geesteliiken en Wereldlijken ftand. In dezelve trad de Augustinianer Kluizenaar nicolaus van Fahriani op, en riep driemalen de vraag uit: „ Is hier ook een Zaakwaarnemer, (Procuratore,) tegenwoordig, Aa 2 die V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. DeKeizer zet den Paus af.  V boek IV Hoofdft. na C. G. [aan 073, tot 1517. Stoute daad van jakob van colonna lodewyk benoemt een' nieuwen Paus 372 KERKELIJKE die den Priester jakob van Chaorfa, (Cahors,j zich joannes XXII latende noemen , verdedigen wil?" Toen niemand hier op antwoordde, deed een Duitfche Abt eene Latijnfche Redevoering over de woorden 3 Kon. VII. 9. Dit is een dag van blijde hoodfchap, waar na een wijdloopig vonnis van den Keizer tegen den Paus werd voorgelezen; waar bij hij den Paus den geheimzinnige;} Antichrist. ten minden deszelfs voorlooper noemde, hem voor eenen Aartsketter en fchuldig aan Simonie verklaarde, en hem afzette, met last aan zijne ambtenaren en leenmannen, waar zij hem konden vatten, hem als eenen Ketter ter ftraffe te leiden, en alle verbindtenis met hem verbiedende. Misfchien was deze ftap des Keizers te overhaast; doch onverdandig, onredelijk, buitenfporig en verfoeijelijk , kan men denzelven met muratori niet noemen. Vier dagen na de bekendmaking van dit vonnis , bedond jakob van Colonna, uit dat Huis, hetwelk anders zoo Keizerlijk gezind was, op een openbaar plein te Rome, in tegenwoordigheid van meer dan 1000 Romeinen, eene Bulle van den Paus voor te lezen , 'er bij voegende, dat hij dezelve met den degen in de vuist wilde verdedigen, waar na hij ze aan de deur der naaste Kerk aanplakte, en zich wegmaakte , zonder dat iemand hem vastgehouden had, waar voor de Paus hem kort daar na met een Bisdom beloonde. Den volgenden dag na het uitgefproken vonnis, gaf de Keizer een gebod, dat een Paus voortaan bedendig zijn verblijf te Rome zou nemen, en met zij-  GESCHIEDENIS. 373 zijne Kardinalen daar blijven zou ; vervolgens benoemde hij den iaden Mei 132S eenen nieuwen Paus, piüter van Corbario, (een dorp in Abruzzo in het Napelfche/) eigenlijk heette hij pieter rainallucci , hij was vijfjaren lang getrouwd geweest, en had zich van zijne vrouw tegen haren wil gefcheiden. De Keizer vertoonde hem openlijk op het Plein van de Pieterskerk aan het volk, latende dooi den Bisfchop van Venetië driemaal de vraag herhalen : of zij dezen Franciskaner tot Paus begeerden, waar op de aanhangers van den Keizer een luid vreugdegeroep aanhieven, hetwelk de overigen volgen moesten. Nu liet de Keizer hem de akte van bevestiging voorlezen, ftak hem den ring aan den vinger, hong hem den mantel om, deed hem aan zijne reg terhand zitten, en ging met hem tot eene plegtige Mis in de Pieterskerk. Kort daar na benoemde dc nieuwe Paus zeven Kardinalen, en alhoewel hij zelve te voren beweerd had, dat de Paus en alle Prelaten eene zoo volkomene armoede moesten waar nemen, als christus zelve gedaan had, werd hi echter fpoedig belust op een' prachtigen Hofftaat er eene kostbare tafel. De Keizer, die zelve niets min der dan rijk was, onderfteunde hem , zoo veel mo gelijk, met geld, het overige moest de Paus ziel bezorgen, door het verkoopen van ambten en pre benden, het verkenen van Privilegiën en Dispenfa tien. Bij eene nieuwe plegtigheid in de PieterskerI zette de Keizer den Paus den fcharlaken muts op terwijl deze hem op nieuw de Keizerlijke waardig heid bevestigde, en den zegen over hem fprak. Aa 3 He v BOEK iV Hoofdft. na C. G. Jaar 1073. tot 1517. NICOLAUS V. k  V BOER IV Hoofdft. na C. G Jaario73 tot 1517 LODEWVli en zijn Paus zijn genood. zaaktRo me te verlaten. JOANNES XXtl krijgt den Tegenpaus gevangen. 374 KERKELIJKE Het Rijk van nicolaus duurde echter niet lang. De Keizer begon gebrek te krijgen aan geld en levensmiddelen , de Gibellinen vertrouwden hem wei■ nig wegens zijn onvoorzigtig gedrag, en de Romeinen , die geene vreemde overheerfching duiden konden, werden oproerig, zoodat de Keizer op den Aden Augustus 1328 zich genoodzaakt zag Rome te verlaten, alwaar een volkomen opftand was uitgeborften, wordende zijne foldaten met fteenen geworpen, en fommigen doodgeflagen , onder het gefchreeuw des volks: Steiven de Ketters! Leve de Heilige Kerk! De Keizer moest ook zijnen nieuwen Paus en deszelfs Kardinalen medenemen; doch dewijl deszelfs onderhoud hem te lastig werd, liet hij zijnen Paus te Pi fa blijven , toen hij zelve in het jaar 1329 naar Lombardyen terug trok, en vervolgens naar Duitschland keerde. Zelfs wilden de Pifaners dezen Keizerlijken Paus niet lang openlijk in hunne ftad dulden, en hij moest blijde zijn, dat zekere Graaf aldaar hem eene geheime fchuilplaats in zijn huis vergunde, tot in den zomer des jaars 1330. joannes de XXII(te, die te voren reeds gedurende des Keizers voorfpoed den moed niet had laten zinken, maar reeds in Maart 1328 's Keizers kroning voor nietig en van onwaarde verklaard en zelfs gepoogd had, hoewel vergeefs, eene nieuwe verkiezing van eenen Keizer te bewerken, kreeg door lodewyks terugtogt uit Italië gelegenheid , om zijn gezag niet alleen te handhaven , maar ook zijnen mededinger, den Tegenpaus nicolaus , in zij-  GESCHIEDENIS. 375 zijne magt te krijgen. Zoo dra de Keizer Pifa in het jaar 1330 had verlaten, verklaarde hij den Tegenpaus bij eene hevige Bulle voor eenen Ketter en Scheurmaker, omdat hij het gevoelen had aangenomen, dat christus en zijne Apostelen geen regt van eigendom op iets, maar alleen het vruchtgebruik hadden gehad, en verbood tevens alle gemeenfchap met hem. Rome onderwierp zich weder aan hem, en deed hem den eed van trouwe; aan den Markgraaf van Este liet hij de regering van Ferrara over voor eene jaarlijkfche fchatting van 10,000 Dukaten. Ondertusfchen deed hij alle moeite, om den verborgenen Tegenpaus te ontdekken. Eindelijk leverde de Graaf bonifacius van Donaratico denzelven in het jaar 1330 aan hem over, onder voorwaarde, dat de Paus hem niet aan hel leven ftraffen, en hem jaarlijks 3,000 Goudgulden! tot zijn onderhoud betalen zou. Hier op kwam di Tegenpaus te Pifa voor den dag, en zwoer zijm dwalingen openlijk af. Dit deed hij nog eens ii Augustus des gemelden jaars, in de vergadering vai den Paus en de Kardinalen te Avignon, alwaar bi na eene boetrede gehouden te hebben, den Paus met een' ftrop om den hals, en met tranen in d oogen, te voet viel; die hem terftond den ftrop af nam, hem ophief, en den kus des vredes gaf. D Paus gaf hem Abfolutie, en nam hem weder in d gemeenfchap der Kerk aan; zich echter voorbehouder de, om hem eene boetdoening op te leggen. Sedei heeft pieter van Corbario in een vertrek onder t Pausfelijke Schatkamer opgefloten geleefd; hij wei Aa 4 vs V BOEK IV hoofdft. laC. G. [aario73. tot 1517. t l j » e e e t e d n  V BOEK IV Iloofdfl. m C. G. Jaario;3 tot 1517. De Paus weigert alle verzoeningmet Keizer LODEWYK, ) 3 i I I 1 J 1 v v z z fj 1; k P kt 376 KERKELIJKE, van 's Paufen tafel gefpijsd ; kreeg tot ftuderen ert bidden verfcheidene Boeken ; doch hij mogt geen bezoek ontvangen. In deze gevangenis is hij na verloop van drie jaren overleden. In het begin des jaars 1330 was frederik, Hertog van Oostenryk, overleden, juist toen lodewyk naar Duitschland terug kwam. Zijn dood had de verzoening van lodewyk met den Paus kunnen bevorderen, maar deze was al te zeer op lodewyk verbitterd , zoodat hij op nieuw den ban tegen hem ntfchreef, en aan allen het ergfte dreigde, die hem ds Keizer, of zijn' Zoon als Markgraaf van Bran. lenburg zouden erkennen. Ook had hij otto den Kouten, Hertog van Oostenryk, reeds overgehaald, >m tot eene nieuwe Keizersverkiezing te komen. )e meeste Priesters en Monniken waren den Paus 3 zoo ver insgelijks gehoorzaam, dat zij in de Heen, in welke de Keizer kwam, geen' Godsdienst ielden, maar de Keizer joeg hen weg, en vervulde tinne posten met anderen. Intusfchen bemiddelde 3an, Koning van Bohemen, een verdrag tusfchen odewyk en het Huis van Oostenryk, en deed verolgens met den Hertog van Oostenryk en den Keur. orst van Trier een voorftel aan den Paus ter ver□ening, volgens hetwelk lodewyk den Tegenpaus tfu laten varen, belijdenis zou doen van zijne misagen, en zich aan de genade van den Paus overten, mits dat hij in zijne Koninklijke en Keizerlij! waardigheid zou bevestigd worden. Maar de ius, die thans den Tegenpaus reeds in zijne magt ld, floeg ook dit voorftel bits af, en antwoordde, dat  GESCHIEDENIS. 377 dat een Ketter en vervolger der Katholijke Kerk volltrekt buiten ftaat was, om een Christen volk re regeren, tevens den Koning van Bohème verzoekende , om eene nieuwe verkiezing te bevorderen. Evenwel fcheen Koning jan de partij van lodewyk ijverig te blijven aankleven, toen hij onverziens in het volgende jaar 1331 eene zoo dubbelzinnige houding aannam, dat geene der beide partijen hem volkomen vertrouwen kon. De Keizer, aan wien hij zoo gewigtige dienften gedaan had, benoemde hem tot Rijksftedehouder in Italië. Hier werd Koning jan , toen hij met een leger aankwam , als een algemeen befchermer en vredeftichter met opene armen ontvangen, even als voorheen zijn Vader, Keizer hendrik VII, zoodat binnen kort de helft van Italië zich, zonder geweld van wapenen, aan hem onderwierp. Hij deed zich namelijk bij de Gibellinen voor als Gevolmagtigde des Keizers tot den vrede, en bij de Guelfen als hun Befchermheer in naam van den Paus. Doch eene bijzondere bijeenkomst , welke hij met den Pausfèlijken Legaat hield, maakte hem van eene geheime verftandhoudingmet den Paus tot nadeel der twee partijen verdacht. Allermeest beklaagden zich de Gibellinen over hem bij den Keizer, die ook zijne zaken in zoo groote verwarring vond, dat hij in het jaar 1331 eenen Rijksdag, te Frankfort aan den Mein uitfchreef, om op denzelven deswegens te raadplegen. Thans kwam de Paus weder met eene nieuwe Banbulle te voorfchijn, en bragt geheel Duitschland onder verbod van Godsdienst, aan welke de Geestelijkheid in verAa 5 fchei- V BOEK IV Hoofdft. na C. G. |aario73. tot 1517. Dubbel- ' zinnig ge' dra g van den KoningvanBohème»  V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaano73. tot 1517, lodewyk 378 KERKELIJKE fcheidene fteden gehoorzaamde , terwijl de Hertog van Sakfen, de Bisfchop van Straatsburg en andere Geestelijke Vorsten tot 's Paufen zijde overgingen. Doch daartegen verbond Keizer lodewyk zich met den Hertog van Oostenryk en andere aanzienlijke Vorsten, en hield eenen Rijksdag in het jaar 1331 te Neuremberg, alwaar hij hevige klagten inbragt over des Paufen bitterheid en onverzoenlijkheid, waar door de vrede verhinderd werd; ook fcheelde het weinig, of hij zou den Koning van Bohemen voor een vijand des Rijks verklaard hebben, die hem echter wist te vrede te ftellen , met te betuigen , dat hij in alles, wat hij gedaan had, ten oogmerk had gehad, om 'sKeizers verzoening met den Paus te bevorderen. Het blijft nog altijd onzeker, of deze Koning , die voor een' korten tijd zoo veel magt en aanzien in Italië verkreeg, meer tot de zijde van den Paus dan van den Koning van Frankryk overhelde; fchoon het laatfte het waarfchijnlijkfte is, dewijl hij kort daar na naar dezen Koning filip van Valois reisde, en zich naauwer met denzelven verbond, filips fchijnt zelfs naar het Keizerrijk geftaan te hebben; en terwijl hij zich voordeed, als wilde hij eenen kruistogt naar het Heilige Land ondernemen, eischte hij van den Paus, dien hij door de menigte Franfche Kardina'en, die hem omringde, geheel naar zijne hand ftclde , onder andere voorwaarden, het Koningrijk van Arles of Burgondië voor zich en dat van Italië voor zijnen Broeder. Niettegenftaande de vooiflagen van lodewyks vrien-  GESCHIEDENI S. 379 vrienden aan den Paus met verachting van de hand waren gewezen, zond lodewyk echter in het jaar 1331 andermaal Gezanten naar Avignon, met eene volmagt, in welke hij als voorwaarden van verzoening voorftelde, dat de eere van het Keizerrijk bewaard zou blijven , en wat de Franciskanen en marsilius betrof, deze zouden niet mede in het verdrag befloten worden, dan voor zoo ver zij zich aan den Roomfchen Stoel gehoorzaam betoonden, als zij iets tegen het geloof ondernamen, wilde hij hetzelve tegen hen befchermen. Als de Paus 'er op ftond, dat hij van den ban niet zou worden vriigefproken zonder boetdoening, zou dezelve flechts voor korten tijd en niet moeijelijk moeten zijn. Met den twist der bovengemelde Monniken met den Paus over de armoede van christus, (der Parfusfenkrieg, den fle von Gots armut habent, ftaat 'er in het oorfpronkelijke,) wilde hij zich niet bemoeijen. Hij bood aan, opdat de eer van den Roomfchen Stoel bewaard zou blijven, zich van den Titel van Roomsch-Koning te onthouden voor dien tijd, dat hij van den Paus of deszelfs Gevolmagtigden de kroning zou ontvangen, voorts zou hij of zijne Af gevaardigden den gewonen eed aan den Paus en det Roomfchen Stoel doen. In eenen bijzonderen Brief aar den Paus beloofde hij, zich als een getrouwen Zooi en Befchermer der Kerk te zullen gedragen. Doel alzoo hij zich in het opfchrift van dezen Brie Roomsch Keizer genoemd had, behoeft men ziel niet te verwonderen, dat de Paus ook deze aanbie dingen volftrekt verwierp. Evenwel bragt joannes Ko V BOEK IV Hoofdft. naC. G. Jaar 1073. tot 1517. doet vergeefsvoorflagen tot verzoening met den Paus. i I  V boek IV Hoofdft. na C. G. Jaano/3. tot 1517. 380 KERKELIJKE Koning van Bohemen, die zich dan bij zijnen Koninklijken vriend te Parys, dan bij den Paus te Avignon, dan eindelijk op den Rijksdag bevond, het daar toe, dat de Keizer nog eene dergelijke proeve tot verzoening waagde door Afgevaardigden aan den Paus in het jaar 1332, ter bevordering van welke joannes zich zeiven weder tot den Paus begaf, ook voegden de Hertogen van Oostenryk hier hunne verzoeken ten behoeve des Keizers bij. Maar ook deze keer bleef de Paus onbewegelijk. Keizer lodewyk, vermoeid door 'sPaufen mishandelingen van zoo vele jaren, in Duitschland door de Rijksvorsten niet behoorlijk onderfteund, en in Italië zonder eenig gezag, door den Koning van Bohemen misleid, en den Koning van Frankryk wantrouwende, befloot eindelijk in het jaar 1333, van het Rijk afltand te doen, dewijl hij anders in de gemeenfchap der Kerk niet herteld kon worden , waar naar hij vurig verlangde. Hij (telde ook werkelijk een gefchrift van afltand aan zijnen Neef, den Hertog hendrik van Ncder-Beyeren ter hand, hetwelk evenwel geheim moest gehouden worden, tot dat de Paus hem van den ban ontflagen had, anders zou deze afltand nietig en van geene kracht zijn. De Paus betuigde in het jaar 1334 zijne blijdfchap hier over in eenen Brief aau den Keizer, en zond Gezanten naar Duitschland, om dit werk tot land te brengen. Maar de overhaasting van hen3Rik, die zich reeds als Keizer begon te gedragen, m zich op dezen afltand beriep, (Telde het geheel jntwerp te leur. De meeste Duitfchers verklaarden 'er  GESCHIEDENIS. 381 *er zich tegen, ook de Italianen en Koning robert zelve, terwijl verfcheidene Rijksdenden den Keizer voorhielden, hoe fchandelijk zoodanige afftand zou zijn; waar op lodewyk zijne belofte introk , tot welke men hem verleid had, en 's Paufen Gezanten keerden onverrigter zake uit Duitschland terug. Dit ontwerp, het geen eene (trekking fcheen te hebben, om den Keizer het Rijk te doen verliezen, diende achter na veel meer, om hem in hetzelve te bevestigen. Hij had nu zijne vrienden en vijanden leeren kennen, bijzonder den Koning van Frankryk, die thans van den Paus voor zich de Tienden der geheele Kerk voor vijf jaren had afgeperst, als het ware, voor den Heiligen Oorlog. Ook gaf de Paus op zijnen aandrag een Dekreet uit, waar ir hij, in vertrouwen op God en de Apostelen petrus en paulus , gebood, dat Italië voortaan geheel var, het Keizerrijk en van het Duitfche Rijk zou af gezonderd blijven (*). Hier tegen verzette ziel Keizer lodeywk met goed gevolg. Hij verbood dat niemand in Duitschland, volgens des Paufei bevel, de Tienden betalen zou. Hij vertoonde aai de Rijksdenden, hoe nutteloos zulke belasting zoi zijn, welke toch niet tot het voorgewende oogmerl zou bedeed worden. Als de Kerk eens in rust zoi zijn, voegde hij 'er bij, zou hij zelve eenen krijgs togt naar Jeruzalem ondernemen, alzoo hij lang ge noeg geleefd zou hebben, als hij eens eenen Pau zo' (*) Bij baluz. Fitt. Papp. Avtnien. T. L p. 7°4« V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. [ t I 1 i 1 i 1  V BOP-K IV Hoofdft. na' C. G. Jaano/3 tot 1517. Dood van JOANNES XXII. S82 KERKELIJKE zou zien, die zich het heil der zielen aantrok. D« tegenwoordige Paus zorgde geheel niet voor het Geestelijke; hij was geheel door het tijdelijke verdikt, en handelde volltrekt bedriegelijk; de gevangen Paus integendeel was in wetenfchappen en hei. ligheid des levens aan de Apostelen gelijk. Niet alleen de Keizer fchilderde den Paus op deze wijze af, maar de Gefchiedfchrijvers dier tijden befchnldigen hem viij eenparig van Simonie. Sedert het jaar 1319 had hij zich het vervullen van alle Kollegiale Stiften der Christenheid voorbehouden , waar door hij onmetelijke fchatten bijeeni'chraapte. Hij bevestigde geene verkiezing van eenen Prelaat, maar bevorderde eenen Bisfchop tot Aartsbisfchop, en in de daar door opengevallene plaats weder eenen geringeren Bisfchop, waar door verfcheidene bevorderingen te gelijk noodig werden, welke alle voor de Pausfelijke Kamer zeer voordeelig waren. Doch de Keizer liet dit misbruik niet doorgaan, maar wees velen af, die alleen uit kracht van eene Pausfelijke Bulle bezit van Duitfche Stiften wilden nemen. Hier door verpligtte hij de hooger Geestelijkheid aan zich; en de Aartsbisfchop van Trier, die thans aan het Pausfelijke Hof een Proces had verloren, beriep zich, (leunende op 'sKeizers befcherming, op eene aanftaande Kerkvergadering, gelijk de Keizer zelve voor eenige jaren gedaan had, en met welke het thans ernst fcheen te worden, alzoo de Italiaanfche Kardinalen het verblijf van den Paus en hunne afhankelijkheid van Frankryk moede fcheenen te worden, inzonderheid verbond zich de Kardinaal Deken of  GESCHIEDENIS. 383 of oudfte van dit Kollegie, neapoleo, zich ter bevordering eener Kerkvergadering nader met den Keizer, waar bij zich de Franchkanen voegden; een gevoelen, hetwelk de Paus had voorgedragen, namelijk , dat de Zaligen niet vóór den dag des laatften Oordeels God zullen aanfchouwen, en hetwelk als Kettersch werd aangemerkt, doch hetwelk men zegt, dat hij nog vóór het einde van zijn leven zal herroepen hebben, bragt hem ook in geene kleine verlegenheid. Men fprak reeds van niets minder , dan dat de Paus op de aanftaande Kerkvergadering behoorde afgezet te worden. Dan, de dood, die joannes XXII in het jaar 1334 in het pofte jaar van zijnen ouderdom uit het leven riep , verloste hem uit alle gevaren. Zijne twisten met Keizer lodewyk hebben hem, inzonderheid wegens zijne onverzoeneüjkheid , tot oneer verftrekt; voornamelijk was hij berucht van geldgierigheid, villani (*) verzekert, dat hij 18 milüoenen goudguldens aan gemunt geld, en nog zeven millioenen aan .huisfieraden, juweelen en kostbaarheden heeft nagelaten. Hij was de uitvinder der Annaten, of der inkomften van het eerfte jaar, welke hij zich van ieder liet betalen, die eene Pre* bende kreeg, voorts had hij ook zijne goede hoedanigheden. Hij was befcheiden in den omgang, matig in zijne levenswijze , ftond bijkans alle nachten op, om te bidden en te ftuderen, en vierde alle morgens de Misfe; hij gaf gaarn gehoor, en voerde (*) Hist. Fiorent. L. XI. C. 20. V BOEK IV loofdft. ia C. G. [aario73. :ot 1517. Zijn karakter.  V BOEK IV Hoofdft. na C. G. Jaario73. tot 1517. 384 KERKELIJKE GESCHIEDENIS. de zijne zaken vaardig uit; hij was klein van per. foon en driftig; maar geleerd, fcherpzinnig en in zaken van gewigt grootmoedig. Zijne verordeningen , ( extravagantes,) ftaan in het Pausfelijk wetboek. De fchriften, welke hij nagelaten heeft, eenige Kerkredenen, eene verhandeling over de verachting der wereld, en eene andere over de verandering der metalen, zijn van geen aanbelang. Einde van het Zestiende Deel.