Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEVECHT AAN DE GETTE

169

aanwezig op den linker vleugel en op heVfront; de woestheid der aanvallen, de nieuwe inlichtingen dien dag verkregen, o.a. aangaande den onafgebroken doorgang van niéuwe drommëtfmTanterie van d**Zuidoever op den Noordoever der Maas, bij middel der bruggen van Hoeij, Ampsin en Flöne, droegen daartoe1 bij. De omsingelende beweging langs Diest en Aèrschot aangeduid, toonde overigens dat het leger bedreigd was op zijn linker vleugel omvat en van de basis Antwerpen afgesneden te worden."

Van de Fransche en Engelsche legers kon nog geen dadelijke steun worden verweent. Er moest onverwijld een besluit genomen worden. Er bleef, zegt het'Verslag, aan het Belgische leger slechts over, „aidh terug te trekken, om aan de vernieling te ontsnappen."

Den i8en Augustus, 's namiddags, werd de terugtocht naar het Noordwesten bevolen. Den volgenden dag zou zeer vroegtijdig worden getracht den linkeroever der Dijle te bereiken, en aldaar nog stand te houden. Er ontstond echter bij het aanbreken van den dag een hevig achterhoedegevecht tusséfteh de Belgische- brigade, die op Aèrschot aanrukte en troepen van het 2e Duitsche legerkorps. Men vreesde toen, dat de Duitschers de Belgische linkerflank reeds overvleugelden en dat het onmogelijk was nog achter de Dijle te blijven staan. De terugtocht werd daarom voortgezet in de richemg der forten van Antwerpen. Den ao,ten Augustus kwam het Belgische leger, zonder verder ernstig aangevallen te zijn, binnen de stelling van Antwerpen.

.VDe Belgische soldaten hebben buiten twijfel zoowel te Luik, als in de gevechten bij Haelen, Diest en Tienen, met groote dapperheid gevochten. Wij brengen daaraan gaarne onze welverdiende hulde.

Sluiten