Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 157. f

• aenb. Dorische kymata, van het Parthenon. r. Geschilderd bandornament.

J c. Echinuskyma, van den grooten tempel te Rhamnus. s. Zwevend ornament, van een zolderbedekkinq f

j d. Echinuskyma. (Propylaeën te Eleusis). :

j e, f en g. Lesbische kymata. t. Doorsnede en lijstbeschildering uit Athene. f

. h, i, 1 en m. Astragalen (h en i van Erechtheion). (Naar Hauser-Reich). S

J j en k. Gevlochten touwornamenten (van vazen). u- Torus, symbool van binden. 1

; n. Geschilderde bandvlechting. v. Tori, symbolen van binden.

2 o. Gevlochten ornament van een basement-torus. w- Dorische kyma. J

; p. Akanthusblad.. x. Bandvlechting, geschilderd. •

j q. Bladsnoer, van het kapiteel van een tempel te Y- Reliëf band vlechting, van een bronzen vaas.

S Priene. (Naar Hauser). J

3. In verband met het feit, dat het ornament symboliseert de functie van het te versieren architectuurdeel, zooals belast of onbelast zijn, dragen, zweven, worden op bepaalde vlakken of profielen steeds dezelfde soort ornamenten toegepast. Als bekronend ornament vinden b.v. lange rijen bladeren toepassing (ontfeend aan de Egyptische en Assyrische hollijst). Het ornament is echter slechts symbool van een functie, en heeft volstrekt niet de bedoeling zelf te functioneeren. Het draagt of bindt b.v. zelf niet, en daarom zijn b.v. ook de karyatiden van het Erechtheion als zuiver ornamentale mensenfiguren op te vatten. Zoo ook is boven het Korinthisch kapiteel nog een scamillus aangebracht, ten bewijze dat de akanthusranken niet dragen. Volgens de te symboliseeren functie wordt het ornament in verschillende groepen verdeeld.

4. De sima, of bekroning. Hiermede wordt ieder bouwdeel versierd, dat, voltooid zijnde, geen ander bouwdeel te dragen krijgt. Het bekronend ornament is nu karakteristiek voor het onbelast zijn, en bestaat gewoonlijk uit vertikaal opgerichte planten, als door ranken verbonden palmetten of lotoskelken, die logisch in de hoogte groeien en vrij eindigen, en zwak van vorm ook in 't geheel niet in staat zouden zijn te dragen, daar zij reeds Fig. 156. door hun eigen gewicht schijnen voorover te neigen. Op vlakke vertikale, of flauw gebogen lijst, wordt het 2 en 3. oudste bekronend ornament geschilderd. Zelfs komt nog hoogst enkel de aan de Assyriërs en Egyptenaren ontleende hollijst voor, b.v. aan de schatkamer te Olympia. Hierop is een soort bladlijst geschilderd, waarvan de Fig. 156. 1. punt nog niet naar beneden ombuigt.

Zuiver vrij eindigend zijn b.v. de palmetten op dakranden en nok (akroteriën) en de Grieksche grafsteenen (stélen). Deze ornamenten ontwikkelen zich symmetrisch uit een as, en de ranken en. stengels eindigen in palmetten Fig. 160. of lotoskelken, geschilderd of in bas-relief. a en b.

Later krijgt de sima een dubbel gebogen proflei, eerst naar buiten, hooger naar binnen gebogen. Dan maakt het ornament al den indruk van duidelijk door eigen gewicht naar voren om te buigen. Zoo b.v. het ornament van de kroonlijst van het Erechtheion. Deze soort vrij eindigende rankenornamenten worden anthemion Fig. 145. genoemd.

5. De kyma, of bladlijst. Op alle belast zijnde bouwdeelen wordt over de geheele lengte een karakteristiek ornament aangebracht, dat behalve het belastzijn, tevens uitdrukt, dat het deze belasting wederstreeft. Het meer of minder krachtig zich verzetten tegen de belasting hangt af van den last, en kan reeds beginnen bij belasting door een dunne vlakke plaat. *

Zoo volgt direct onder de sima van b.v. den tempel te Selinus een kyma, waarvan de orneering dus juist het tegenovergestelde wil uitdrukken van de sima. De bladrijen, die meestal voor de versiering worden gebruikt, Fig. 156. e.

Sluiten