Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORTZETTERS DER KLASSIEKE LEER.

61

vierde aenteykeninge der silben". „De gemeyne rijm, wort met de eerste voeten bedicht"; monosyllaba kunnen naar behoefte als lang of kort beschouwd worden, zooals blijkt uit voorbeelden van Marnix, Camphuysen, Cats (blz. 142). „Deze veirzen en ooc het recht gebruyc dezer voeten is in het neder-duytsch eerstelic berijmt van/ Aldegonde, en K ar el van Mander, heden van groter uytnementheit / door welke wegen onze geachtste Poëten, den Nederduytschen rijm'/ tot de hoogste volkomenheit / airede schijnen gebrocht te hebben" (blz. 143). Zoo was dus ook deze aanrander van de regelmatigheid'der iambenmaat tot bekeering gebracht en het zou duren tot 1707, eer een tweede die, en nu veel positiever, aan zou tasten''(vgl. beneden, blz. 65).

A. Moonen. — De „Nederduitsche Spraekkunst" van A. Moonen (1706) was langen tijd een boek van grootgezag; zijn behandeling van de klinkers en van de klemtonen waren ook voor menig dichter en later theoreticus een richtsnoer. In het III en IV kapittel bespreekt hij de „korte en lange" klinkers en hun spelling; de korte „laeten de lettergreep, waer in zy gevonden worden, eenen korten tyt om uit te spreeken, of worden zeer korten tyt in de uytspraeke gehoort" (blz. 18). Aan het eind van kap. IV bestrijdt bij de spelwijze van Hooft, die „de lange Klinkletters Aa, Ee, Oo" gebruikte „ook in woorden, daer men ze ter noot kan missen, en die veelen gewoon zyn met eenen korten klinker te schryven [d. w. z. in open lettergrepen] ... 'daer hy de dubbele of Lange Klinkers noodigh achtte, om de langkheit van den klank der

lettergreepe uit te drukken" Ter bestrijding haalt hij Vondel

aan, die in het „Noodigh Berecht, gestelt achter zyn treurspel van Lucifer in het jaer 1654 uitgegeven... oordeelde... dit ; .. eene gansche ongerymde, overtollige en misselyke misspelling te weezen. En hy voegde 'er by, dat schoon men dien voet van verdubbelen al volgde, evenwel noch het twyffelen over de langkeit of kortheit des klanks der lettergreepe overbleef in een ongelyk grooter getal van andere woorden, daer de klank valt op de eerste of tweede of derde lettergreep; gelyk bleek by de volgende voorbeelden: op de eerste lettergreep in dfgaen, op de tweede in beertn, op de derde in koopvaerdy"x). Hoe hieruit volgt

') Vondel schreef: „daer de klanck lang valt" (Noodigh Berecht over de nieuwe Nederduitsche misspellinge. blz. 78 vlg. der editio princeps van den Lucifer, Amst.

Sluiten