Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORTZETTERS DER KLASSIEKE LEER.

89

lengte van de lettergrepen in het Nederlandsch; volgens zijn standpunt is dit ook inderdaad overbodig of zelfs ongepast. Hij moet v. d. Kasteele gehjk gegeven hebben, die zich eenvoudig bij het bestaande gebruik der dichters meende te mogen aansluiten; hierdoor bracht hij vanzelf de natuurlijke onderscheiding der lettergrepen in toepassing, die volgens Van Santen alleen op den klemtoon berust. De Rwwe Proef had overigens ook slechts ten doel „aan zoogenaamde ongeleerden den weg tot de kennis der Grieksche dichtmaat te openen, en tot het afmeeten van de Messiade van Klopstock" (blz. 89), waarvan reeds een metrische vertaling door C. Groeneveld (die zelf zulk een „ongeleerde" was) twee drukken had beleefd (vgl. beneden blz. 107 noot).

Bilderdijk.—Voor het einde der eeuw zou ook Bilderdijk nog in het kort zijn meening zeggeninde Voorrede vanzijnMengelpoezij1), gedateerd Brunswijk, Oogstmaand 1798. Naar aanleiding van zijn Ossian-vertahngen geeft hij de volgende algemeene beschouwing: „Onze oude Matthijs de Kastelein, over de Nederduitsche versmaat schrijvende, zegt ergens:

— „Een vers duurt, ongeteld, ongemeten, „Zoo lange als 't een adem harden mag."

Deze uitdrukking, zoo belachhjk zij ons thands ook voorkome2) behelst een algemeene waarheid, welke bij alle Volken doorstraalt. De Oosterlingen, rijk in woorden, en weelderig in stijl en mtdrukking, wien de rede als een overvloeiende stroom van de lippen vhet, hebben van ouds lange verzen; de Noordhjke Volken daartegen, spaarzaam in woorden en kort van stijl, hebben zeer korte verzen. Eene uitdrukking naamhjk, op eene zekere wijze afloopende, is een vers: en de overeenstenmiing of eenvormigheid van tred, afloop of der op elkander volgende mtdrukkingen, is het geen het eerste denkbeeld van Versificatie gegeven heeft. En daar deze overeenstemming of eenvormigheid op verscheidene wijzen ontstaan kan; het zij door een gantsche overeenkomst van Maat

») Amsterdam, Wed. J. Dóll. 1799, 2 dln.

2) Bilderdijk zal de verzen gelezen hebben bij HuizingaBakker, die ze als iets uiterst bespottelijks aanhaalde, vgl. boven blz. 18.

Sluiten