Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORTZETTERS DER KLASSIEKE LEER.

103

te noemen) van onze verzen werd jambisch" (t. a. p. 114). Cats ging in de regelmatigheid te ver; Hooft en Vondel gaven beter voorbeeld, dat lang doorwerkte. Nog in Bilderdijk's „kindsheid" kende men „buiten de gelijkheid van 't aantal der lettergrepen, de rust, en het rijm... geene regelmaat voor het maaksel der'verzen" (blz. 116); „die... met geleerdheid pronken wilden, zeiden wel eens dat onze verzen Jambische verzen waren, maar het vond geen toepassing by hen-zelf noch by anderen". In Rotterdam echter was men op het voorbeeld van Dirk Smits, „wiens byzondere zachtheid innemend was... op eene gelijkmatige vloeing der verzen gesteld; en het denkbeeld dat onze verzen jamben waren, kreeg invloed en kracht" .Nu ging men echter meenen „dat jamben (dat is jambische verzen) loutere jamben dat is, éénvormige jambische voeten moesten zijn, en die dwaasheid won allengs veld" (blz. 117 vlg.). Deze dwaling, die in het Leidsche en ook in het Haagsche Dichtgenootschap voor wijsheid gold, h*eft Bilderdijk van af zijn jeugd bestreden en hij deed menigeen vreemd opkijken als hij in zijn gewaande loutere jamben „trochéen, spondéen en pyrrichien" aantoonde (blz. 120). Inderdaad waren die verzen daarom niet afkeurenswaardig; het gaat volgens Bilderdijk om de cadens van het vers; men moge die iambisch noemen, zij eischt daarom geen loutere jamben. Hier reikt hij dus de hand aan Van Alphen, dien wij soortgelijke beschouwingen over den dichtgenootschappehjken alexandrijn hoorden maken. Bilderdijk gaat hierin zelfs zoo ver, dat hij ook geheel op de vrije Fransche wijze gevormde telverzen in het Nederlandsch voor bruikbaar houdt; als voorbeeld vertaallij een Fransch gedichtje, eerst „in onze gevestigde versificatie" en daarna met onregelmatige accenten ; „heeft niet vraag ik, deze laatste overbrenging haar zoet even zoo wel als de eerste ? en zal het daar zelfs de eerste niet in overtreffen, wanneer men die eerste zonder ander accent leest dan de Jambische klepval medebrengt?" (blz. 130 vlg.). Ook deze verzen hebben trouwens hun bepaalde metrische waarde. „Men zegt thands van sommige talen, dat zy geen quantiteit hebben, dat is, dat zy hunne woorden of lettergrepen in 't uitspreken aan geene bestemde lengte verbinden. Maar dit is een misvatting". Ook het Fransch b.v. heeft zijn „lange en korte" lettergrepen (niet te verwarren met wat zij zelf door long en bref aanduiden, waarmee zij niet een duur-verschil maar „een verschillende soort van klank"

Sluiten