Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

188

NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

de melodische en de rythmische gang tegelijk tot bevredigende ont¬

spanning komen; dus b.v. een 7e en 8e maat

Dat een regelmatig zich herhalende differentiatie der toonlengte een bepaalden rythmischen gang aanwijst, behoeft geen betoog. Indien in ons voorbeeld de 1e, 4e, 7e enz. noot de dubbele lengte der overige hadden, zou hierdoor de indruk der saamhoorigheid van telkens één dergehjke lange met de twee volgende kortere

in één maat (% JIJ) versterkt worden; een andere groe(9 m 0

peering zou nauwelijks denkbaar zijn en de laatste noot zou vanzelf den duur eener volle *L maat aannemen. Evenzoo wan-

Runnen wij atzien. Het resultaat is steeds Hetzelfde; namelijk dat de begrenzing der maten niet alleen door de melodische overeenkomst der gelijke groepen wordt aangewezen, maar dat deze bovendien dwingend is vastgelegd door de lengte-verschillen, daar de gezamenlijke duur van eenige opeenvolgende tonen in deze gevallen nauwelijks anders dan op één wijze een waardeering van evenlange maten mogelijk maakt. Een opvatting van den vorm J J J als 8/4maat b.v. zou niet alleen tegen de tendens der melodie mdruischen, maar ook zich zelf onmogelijk maken; men beginne slechts:

om van den afloop niet te spreken. Alleen gesteund door andere stemmen, die het 8/4 rythme gelijktijdig krachtig markeeren, is een maatgang als deze te aanvaarden, maar dan ook als een syncopische en tegen de maat ingaande pikanterie. Men denkë aan vele onzer walsen, b.v. de bekende uit Gounod's Faust:

Sluiten