Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41

ARBEIDSOVEREENKOMST (kOLLBKTIEVE)

Een en ander mag de arbeidersbeweging aanleiding geven om met kracht te streven naar meer invloed op den Volkenbond en vooral op de nationale wetgevingen en vertegenwoordigingen in dien Bond.

ARBEIDSOVEREENKOMST (KOLLEKTIEVE).

Volgens een voorloopige opgave in het Maandschrift van het Centraal bureau v. d. Statistiek, van 31 Jan. 1921, bestonden er op 1 Jan. 1920 936 kollektieve arbeidskontrakten, vervielen er 856, kwamen er in 1920 tot stand 772 en bestonden erl Jan. 1921 852 kontrakten. In zoo goed als alle bedrijfsgroepen komen zij voor, ze zijn dus deugdelijk ingeburgerd. Een wetgeving op de kollektieve arbeidsovereenkomsten bestaat echter' nog nimmer. Zij zou allereerst hierin moeten bestaan, dat de koll. overeenkomsten verbindbaar worden verklaard voor alle vakgenooten, zoowel werkgevers als werknemers, waarin een zoodanig kontrakt is gesloten, indien dit op eenigszins, beduidende schaal, dus tusschen beteekenisvolle organisaties, is geschied. In het Burgerlijk Wetboek (Arbeidskontrakt) is het kollektief kontrakt niet geregeld, eigenlijk alleen genoemd. Volgens art. 1637 n „zal elk beding tusschen den werkgever en arbeider, strijdig met een kollektieve arbeidsovereenkomst, door welke zij beiden gebonden zijn.... op de daartoe strekkende vordering van ieder dergenen, die bij de kollektieve arbeidsovereenkomst partij waren, met uitsluiting evenwel van den werkgever zeiven, worden nietig verklaard". Dit beteekent natuurlijk weinig, want dit spreekt geheel van zelf.

In de Troonrede van 1918 werd reeds aangekondigd de regeling van de kollektieve arbeidsovereenkomst, zoo wat de publiekrechtelijke als privaatrechtelijke zijde betreft. In de Memorie van Antwoord op hoofdstuk X A der Staatsbegrooting voor 1920 zei min.' Aalberse omtrent deze zaak:

„Voorts zal binnenkort het advies van den Hoogen Raad van. Arbeid worden ingewonnen over een voorontwerp betreffende de privaatrechtelijke regeling van de kollektieve arbeidsovereenkomst, waaromtrent tusschen den Minister van Justitie en den ondergeteekende reeds overleg is gepleegd".

En Verder: „Bij de publiekrechtelijke regeling der kollektieve arbeidsovereenkomsten zal aan de orde komen de vraag, welke organen, hetzij in het vakvereenigingsleven van werkgevers en arbeiders opgekomen, hetzij van overheidswege ingesteld of in te stellen, een taak zullen hebben te vervullen bij de bindendVerklaring' dier overeenkomsten. Daarbij zal dan tevens het vraagstuk der ekonomische bedrijfsorganisatie, dat der opheffing of reorganisatie der kamers van arbeid en dat van het benutten der Raden van arbeid voor andere werkzaamheden dan die op het gebied der arbeidersverzekering gelegen, onder de oogen moeten worden gezien1'. Er is daaromtrent echter verder niets Vernomen. . .;• - - - ■ -■ ■

Sluiten