Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

361

„stopwetjb'*.

raeentc een voorschot zou geven voor de gebouwen, a 3 percent rente, zoolang djSsilinanc. verhouding tusschen Rijk en gem. niet zou zijn geregeld. Het amendement werd, nadat Albarda nog van dr. v. d. Laar een sub-amend. om van de 3 pet. 5Va te maken had overgenomen, verworpen op dezelfde wijze

(42 34 st.), behalve dat v. d. Laar thans voorstemde (bl. 2831).

Het geheele ontwerp werd 30 Juni 1920 aangenomen met 75 tegen 3 stemmen, die van Kolthek, v. Ravestjejjn. en den lib. Visser v. IJzendoorn (bladz, 2937). De sociaaldem. fractie achtte het verschil tusschen hetgeen zij beoogd en verkregen had niet zoo groot, dat zij tegen het bevredigingsvoorstel inzake het lager onderwijs wilde stemmen. In de tegenstemmers spiegelde zich af de strooming van het „revolutionaire", dat stemt tegen alles wat verantwoordelijkheid opleggen kan, en een van het oud-libersJisme of anti-klerikalisme.

„Stopwetje". — Volgens artt. 75 en 76 der Lager Onderga^, wet moeten de gemeenteraden „medewerken" om een bizondere school te eüchten, indien slechts aan de eischen van art. 73 wordt voldaan, D. w. z. in hoofdzaak: als er 40 voor een kleine en 100 voor een groote gemeente, kinderen beschikbaar zijn. In vele gemeenten werden nu de aanvragen legio, ook voor bizondere standenscholen. Sommige gemeenteraden' weigerden eenvoudig om de „medewerking" te verleenen, anderen weigerden niet, doch verklaarden zich onmachtig om het geld ervoor te verschaffen. .

Dit gaf min. de Visser aanleiding, 30 Sept. 1921 een noodwetje in te. dienen, waarvan art. 1 luidt:

„Aan de besluiten van den gemeenteraad:

a. tot het bouwen van schoollokalen voor openbaar lager onderwijs;

b. tot het verleenen van medewerking overeenkomstig artikel 75 der Lager-onderwijswet 1920 tot het bouwen van schoollokalen voor bijzonder lager onderwijs;

wordt gedurende den tijd van een jaar, te rekenen van Oktober 1921 geene uitvoering gegeven dan na daartoe door Ons verleende machtiging".

In de Mem. v. Toel. heette het o.m.:

„Deze bepalingen beoogen de uitwassen, die zich hier en daar bij de uitvoering der L. O.-wet voordoen, te keeren. De bedoeling' is dan ook slechts in die gevallen van het recht, dat hierbij aan de Kroon wordt verleend, gebruik te maken. Bovendien ▼.•ejribrouwt ondergeteekende dat bij doorvoering dezer bepalingen de preventieve werking reeds aan de uitvoering der Lageronderwijswet ten goede za komen.

Voor het zoo noodig verhinderen van den bouw van nieuwe scholen, zoowel voor het openbaar als voor het bijzonder lager ouderwijs zal in de eerste plaats de uitvoering van gemeenteraadsbesluiten tot het stichten van schoollokalen, of tot het

Sluiten