Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTWAPENING

378

'21 ingediend, door de 2e Kamer aangenomen, In de Memo- I rie van ToeL schreef de heer Ketelaar het billijk te achten, 'I „dat, evenals de korting voor pensioenen aan de in dienst zijnde I ambtenaren wordt vergoed, zulks ook geschiede aan de reeds I gepensionneerden en op wachtgeld gestelden." De heer K. had 1 „zich in zijn voorstel dan ook beperkt tot de gepensioneerden I en op wachtgeld gestelden van de kategorieën, omvattende de personen, waarvoor uit de Staatskas aan de in dienst zijnden j een bedrag wordt vergoed, gelijk aan hun jaarlijksche kontri- I butie voor eigene en hun weduwen- en weezenpensioenen," De kosten zouden vermoedelijk slechts ƒ 165.000 bedragen.

De le Kamer verwierp echter dit voorstel van wet met 16 tegen 15 stemmen op 27 Juli '21 (bladz. 1087)!

De bijakten. — De wet van 14 Juli 1919 betreffende de salarisregeling der onderwijzers hield rekening met de mogelijkheid van onderwijs buiten de gewone schooluren — meest nuttige handwerken — en bepaalde daarom dat op een daartoe strekkend verzoek door den gemeenteraad, de jaarwedden voor bepaalde gemeenten op een hooger bedrag konden worden bepaald. De minister van Onderwijs brak in de nieuwe Lag. Ond.wet, in Oktober '21 'tot stand gekomen, met de gewoonte om onderwijs in de nuttige handwerken buiten den gewonen schooltijd te doen geven. Verschillende gemeentebesturen waren echter doorgegaan met de uitbetaling van de verhooging van de extra uren, zooals die tot nog toe gegolden had, zonder er ook maar een oogenblik aan te denken, dat zij dit later ingevolge de wet 1920, zouden moeten terugvorderen, tengevolge van de terugwerkende kracht dezer wet, en zoo deed zich 't geval voor, dat onderwijzers en onderwijzeressen volgens de destijds geldende bepalingen reeds verdiend en ontvangen loon moesten terugbetalen, terwijl anderen t niet ontvingen of moesten ervaren, dat het van hun salarisverhooging werd afgehouden. En op vragen, deze materie betreffende, door Ossendoro 19 Mei j '21 ingezonden, aan den minister gesteld, antwoordde de laatste, dat een K. B. tot verhooging van onderwijzersjaarwedden over '20 en '21, dienaangaande niet was te verwachten.

ONTWAPENING,

De S.D.A.P. stond tot den oorlog steeds op het standpunt van de demokratische volksweer en was tegen het staande leger. Dit was het standpunt der sociaaldemokratie in alle landen. Het was afkomstig van Marx, Engels en alle grondleggers van het moderne socialisme. Bij het begin van den grooten oorlog, in Augustus 1914, stemde de Kamerfractie voor de mobilisatiekredieten, die in zeker opzicht vredeskredieten waren, daar ze moesten dienen om, overeenkomstig de internationale traktaten ten aanzien van de verplichting tot het bewaren der neutrali-

Sluiten