Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

geneigd zijn een met die invloeden rekening houdend plan op te maken, een vorm van opvoeding te ontwerpen, die eigenlijk steeds zou moeten beginnen met de grenzen der opvoeding, de mate van opvoedbaarheid van den mensch aan te geven. Zien wij goed, dan bewegen die grenzen zich tusschen twee uiterste opvattingen, de negatieve opvatting dat de mensch onder de handen der menschen kans heeft te ontaarden of in ieder geval heden is en in de toekomst zijn zal zooals hij voor eeuwen was en de positieve opvatting dat de mensch niets is zonder het werk des menschen en dat het de noodige dosis geestelijke energie is die volstaat om de menschheid in geluk te doen groeien. De opvattingen n.1. eenerzijds van Rousseau en onzen kortelings ontslapen landgenoot Bavinck, die ontkent dat door kunst en vliegwerk een hooger menschentype zal optreden en anderzijds de opvatting èn van Helvetius èn van Paul Barth, die gelooft dat Europa's geestelijke energie, die de wonderen der techniek heeft geschapen ook steeds meer praesteeren zal in de geestelijke techniek, die aan de opvoeding dienstbaar is en dat de menschheid na zware beproevingen meer zal groeien in geluk waaraan zij het beste houvast heeft in het zedelijk streven en in de vreugde aan voortdurenden arbeid. Waarschijnlijk ligt ook hier weer de waarheid tusschen beide in. Bevat niet deze opvatting het juiste midden,' dat de empirisch vaststaande opvoedbaarheid bij diverse naturen verschilt en in de middengroep tusschen genies en idioten het grootst is, dat zoowel rassen- als individueele eigenaardigheid in aanmerking moet genomen en een planmatige inwerking op fysieke en geestelijke ontwikkeling der opgroeiende generatie voortdurend gevolgd? Kan men ook hier niet eerder door het rekening houden met de individueele verschillen dan door een algemeen ja of neen, de mogelijkheid

Sluiten