Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

176

AMAZONE.

eene fijne, niet dichte schaduw. Slangsge wijze gaat het tusschen de olijfbosschen den bergweg op; een kar met een van stroo gevlochten huid, waaronder de jongen ligt, kruipt loom schommelend over den slingerenden weg voort. Boven komt men in het stadje, eene poort in, de enge kronkelstraten door, den hoek om, tot voor de herberg della Sibylla. Den gang door —en op eens staat men voor het lieve tempeltje, het bekende, duizendmaal afgebeelde, met de bruisende watervallen er tegen over. Tegen den voet van het tempeltje, aan de steile helling der rots zijn onder een wit zeil eenige tafels en bloemen geplaatst, en daar namen zij hun ontbijt. In stede van orakelspreuken schafte de tegenwoordige Sibylla en oranjes en amberkleurige Orvieto.

Tiendubbele opwekking verhoogde hier de stemming, onder het echt Italiaansche maal, met den heerlijken Italiaanschen wijn, aan eene tafel die op een stuk gegleufde zuilschaft ruste; achter hen, boven hun hoofd, het antieke ronde tempeltje, die bevallige architektonische bloem, die de kunst van denzelfden Tiburtijnschen steen schiep, waarvan de natuur de rotsen bouwde waaruit zij opwast, en om hen heen. dezelfde natuur die de oude Romeinen zagen. Vóór ligt de diepe bergketel, wiens hellingen dicht begroeid zijn en waarlangs zich de Anio bruisend naar beneden stort in de diepte; zilverblank vliegt het waterstof omhoog, waarin de zonnestralen regenbogen vormen. Boven de bergen staat de diep blauwe lucht.

Sluiten