Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want dan was ook ineens alle pret gedaan. Het dochtertje van Stern gebruikte in dien zelfden tijd eerst boe, van louter schrik als iets uit haar nandje> viel, of ook als ze schijnbaar opzettelijk iets wegwierp, of als zij zich van vooraan in den kinderwagen met geweld naar achteren wierp onder de kap. Toen werd het woord verlengd tot boea en werd nu bij alle schrik en plotselinge overgangen gebruikt, zoowel bij het uitdraaien van het licht als bij het aansteken, bij het plotseling ophouden van een angstig-makend geluid, enz.

5. Het meevallen: dit ^aatste voorbeeld zien we reeds dat ook overeen overgangsge- 9an9sgevoelens van onaangenaam naar aangenaam voel voorkomen. Dat noemen we in groote-menschentaal

EEN MEEVAL OF VERRASSING. Zoo gebruikte het zoontje van Stern in dezen tijd het woordje da en dada, als moeder-of een ander, na zich achter het gordijn of wat anders verborgen te hebben, weer plotseling te voorschijn kwam. Het kind van Idelberger was eens prettig verrast geworden door een hondje van porcelein, en in heerlijken overgang had hij uitgeroepen wou wou. Sedert dien gebruikte hij dit woord bij allerlei aangename verrassingen. In beeld gebracht geven deze overgangen natuurlijk juist het omgekeerde van hierboven.

□ Fig.3. □

Maar uit het voorbeeld óoea zien wij verder, dat kinderen dikwijls geen onderscheid maken tusschen mee- en tegenvallen; het is vooral de overgang zelf, de vernauwing, de strop van het bewustzijn, die hun aandacht trekt, en die ze dus met hun uitroep bedoelen. Ook letten ze, geüjk we aan wou wou zagen, nog bijna heelemaal niet op de dingen zelf, die den gevoelsovergang bewerken. Al deze woorden zijn dus in strikten zin uitroepen voor overgangsgevoelens, of kortweg overgangswoordjes.

6. Andere over- ^aar niet a^een mee- of tegenvallen, ook allerlei andere gangsgevoelens. Plotselin9e overgangen, als moedwillig wegwerpen, uit

de kamer gedragen worden in den kinderwagen naar achteren springen, op vaders schouder geheven worden, enz. geven aanleiding tot dezelfde uitroepen. Zoo riep Tögels zoon, als vader hem omhoog hief obba, waarschijnlijk nagezegd naar het Duitsche oben, enz. Ten slotte is het zeer merkwaardig, dat als we de groote lijsten der eerste kinderwoorden uit allerlei landen met elkaar vergelijken, de overgangswoordjes in groote meerderheid uit een d of t plus een klinker bestaan; daarnaast komen ook wat minder b of p's met klinker voor, maar andere klanken vinden we bier zoo goed als niet.

7. Het willetje be- ^ ^ va9e rfsnuningen, goeie en kwaje gint te dwingen. Duien* mt al die reeds meer geschakeerde gevoe-

lentjes van gemis en verlangen, teleurstelling, schrik

29

Sluiten