Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

warmoes of pap. Dat zette hij dan aan den voet van het beeld, en ging heen fin als hi) dan weer terugkwam, dan was alles op. en het schoteltje 2oo schoon alsof er nooit iets in geweest was. Dat verwonderde hem, en hij zeide: Lieve Vrouw, het schoteltje is schoon, en toch zijn uw handen met vuil, en uw kleed •in^Lnat, Va1 ? WaSchwater- QJ toch een zindelijke vrouw. Maar hebt gij niet dikwijls honger en dorst dat gij het schoteltje zoo schoon leeg maakt ? Maar ,k kan het ook niet gebeteren. Ik heb zooveel zin soms. en dan is alles gauw op ; toch bewaar ik altijd het beste voor u. En zoo bracht hij Maria maandenlang te eten. en op feestdagen soms ook wel eens wat zoeten honing Ot een lekkere pruim. a

ÜZ T*™? ^ve*Ioeid- **** ^ herfst-seringen prijkten ta lijdelijk

paarse tinten, toen het bleeke monnikje weer naar het beeld kwam. Hij draalde een beetje vandaag, en liep heel zwakjes en zachtjes. De abdijklok klepte reeds de vespers voor het hoogfeest: den volgenden dag zou het Maria's Geboortedag znWAeve Vrouw, zei het monnikje. ik heb vandaag niets dan wat droog brood, want er waren vreemde gasten gekomen, en die hebben al het beste opgegeten. Maar morgen is het hoogtij, dan krijgen we dubbele portie, en zal ik het allemaal weer goed maken. En dan zal Jezus volop krijgen, hoor!" Als vele vonge malen nam het beeld het droge brood aan. en lachte tegen het monnikje. zooab zij tegen Jezus lachte; maar bovendien hield zij hem staan, en zeide: Mijn kind. je hebt zoo trouw ieder maal met mij gedeeld, als jij nu morgen eens bij ons te gast kwam? dan zullen ik en Jezus je ook eens het beste geven wat we hebben. Ongeloovkj keken de kinderoogen: „Och schoone Vrouwe waar zult gij mij ontvangen en refter houden? wij hebben u zoolang te eten moeten geven, ge zijt straatarm, ge hebt nog geen geld om voor Jezus een kleedje te koopen. hij is heelemaal bloot, en 'snachts zal hij het zeker wel koud hebben " j oen lachte Maria weer haar zoeten tooverlach. en ze stelde den dreumes gerust : .^rees riet je zult alles hebben wat je harte begeert, maar vraag aan Vader Abt verlof, of je morgen bij mij te gast moogt komen." Toen ging het monmxje naar dan kloostergang, en wachtte er Vader Abt op. toen die uit de Vespers kwam, en vroeg hem vleiend: „Vader, ge wilt mij wel verlof geven,

Zn ^ThL T! °n2Cn hof «*at heeft mij voor morgen

ten maaltud genoodigA _ .Wat zegt ge kind, vroeg de Abt verschrikt is er een vrouw in den hof T want binnen het kloosterslot mochten nooit vrouwen komen. ., t fa onze hofbewaarster, vader, die de bloemen laat groeien, demoeder van Jezus, die laatst tegen u geklikt had, dat ik met zijn appeltje speelde." fc-n de abt ontroerde van de wonderlijke dingen, die de bleeke kleuter hem vertelde. Hi, nam hem bij de hand en wandelde met hem op. zeggende: Hoor eens, beste kleine, ik laat je niet alleen gaan, je bent aan mijne zorgen toevertrouwd, zegdus aan * L'eve Vrouw, dat ik je geen verlof geef, als ze mij niet mee te gast vraagt^ Bedrukt ging het monnikje terug naar den hot om aan Maria de boodschap van den Abt te brengen: „Och. schoone Vrouwe, ik mag niet komen

197

Sluiten