Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn adem de haren aan haar slapen deed trillen:

„Nietwaar, je hebt me ook lief? de liefde is

tot ons beide gekomen, dat weet ik."

Ze week plotseling terug, trok hare hand uit de zijne; zijne woorden namen de bedwelming van haar weg; het vreemde licht, dat onweerstaanbaar aantrok, verdween; in één seconde

kwamen gedachten tot haar. Liefde hij sprak

van liefde kon dit liefde zijn? Neen, neen,

dit was iets anders....

Er kwam iets als verbazing in hare oogen; hij begreep haar niet, strekte de hand weer naar haar uit.

„Schrik je, lieveling?" vroeg hij zacht; „durf je het niet gelooven? 't Is immers waar."

„Nee, het is niet waar," zei ze hijgend, hare wangen gloeiend met donkerrooden blos.

„Wat?" Hij sprong op. „Meen je, dat je mij voor den gek hield?"

Hij bleef vóór haar staan; ze keek naar hem op, met moeite zijn blik verdragend.

„Dat gevoel," zei ze stotterend, zacht „waar je van spreekt, dat over ons beiden kwam, was geen liefde."

„Niet? Wat was het dan?" vroeg hij driftig, en voortsprekend, zóó snel, dat Willy er geen woord tusschen kon brengen: „waarom beefde je dan in mijn arm, en waarom zat je zoo vertrouwelijk naast me, een oogenblik geleden ? Wat is 't anders dan liefde, dat verlangen in me, je altijd bij me te hebben, mijn leven lang, en je tot mijn lief vrouwtje te maken, als je maar wilt? ... zeg niet, dat dit geen liefde is."

Hij boog zich over haar heen; Willy zat met gebogen hoofd: ze kreeg het gevoel alsof hij haar

Sluiten