Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als tijdseenheid kiest men één uur, en dan wordt de afgelegde weg in zeemijlen uitgedrukt. Waar in 't vervolg van mijlen gesproken wordt, worden zeemijlen bedoeld.

De hulpmiddelen om den koers en de vaart in zee te bepalen, zijn het kompas en de log. De inrichting van het kompas berust op de eigenschap der magneetnaald, dat zij het magnetisch Noorden aanwijst, wanneer zij zich, buiten den invloed van ijzermassa's vrij in het horizontale vlak kan bewegen. Aan boord van een ijzeren schip geeft het kompas dus den miswijzenden koers aan.

Het kompas, in zijn eenvoudigsten vorm, bestaat uit een platte magneetstaaf, voorzien van een uitholling in het midden, waarin een dop van zeer harden steen, die met eoo min mogelijk wrijving rust op de stalen punt van een stift (kompaspen genaamd), welke in den bodem van den kompasketel is bevestigd. Deze koperen kompasketel hangt in een cardanusring, en heeft van binnen de zoogenaamde zeilstreep. Aan de naald is bevestigd de roos, een papieren schijf, voor het krom trekken op mica geplakt, en verdeeld in streken en graden. Hoewel later bij de instrumenten op dit onderwerp wordt teruggekomen, kan hier reeds nu worden opgemerkt, dat èen goed kompas aan boord tegenwoordig minstens twee magneten heeft, die dan evenwijdig aan elkaar op gelijken afstand van het midden der roos komen te liggen. De kompasketel wordt gesloten door een glazen deksel. De stuurkompassen worden aan boord geplaatst in de midscheeps vóór het stuurrad, op een houten voet of in een houten huisje, het nachthuis genaamd.

Als er twee stuurkompassen zijn, worden zij gewoonlijk aan stuur- en bakboord uit de midscheeps op minstens 1,3 M. afstand van elkaar geplaatst, opdat de naalden geen storenden invloed op elkander zullen uitoefenen.

De nachtelijke verlichting geschiedt door twee lampjes op zijde, of door één lamp van onderen öf van boven. Is de verlichting van onderen, dan moet de roos natuurlijk doorschijnend zijn.

Het nachthuis moet zoo geplaatst zijn, dat het vlak, gaande door zeilstreep en kompaspen, 'samen valt met 'tvlak van kiel en stevens, of daaraan evenwijdig loopt. Op een ijzeren schip, zal dan de streek, die met de zeilstreep overeenkomt, den miswijzenden koers aangeven, stroom en drift buiten rekening gelaten.

De log berust op het beginsel, dat wanneer een doelmatig ingericht plankje over boord wordt geworpen, hét ongeveer op dezelfde plaats blijft liggen, zoodat een dunne lijn, de loglijn, daaraan vastzittende, zoover uitloopt, als het schip vooruit is gegaan, sedert het oogenblik, waarop het plankje over boord geworpen werd. Om het inhalen van de lijn niet te lastig te maken, mag er niet te • veel lijn uitloopen; daarom meet men de verheid maar in 15 secunden, waartoe men aan boord kleine zandloopers, loggiaasjes, gebruikt. '*Vfcv

Uit de evenredigheid in 15 secunden is een zeker aantal Meters afgelegd, hoeveel in één uur, vindt men, hoeveel het schip zou zijn

Sluiten