Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Natuurlijk zal het oog niet in c doch bijv. in O geplaatst zijn. Voor de praktijk heeft dit echter geen invloed, evenmin als een kleine zijdelingsche verplaatsing van het oog.

Stelt nu dat zich in den horizon twee voorwerpen P en Q bevinden die 4° azimuth verschil hebben (bijv. misw. peiling P = N 80° O en misw. peiling Q = N 84° O), dan worden die voorwerpen, en dus ook hunne beelden in den spiegel onder een hoek van 4° gezien. Daar de beelden der graden van de roos, door de loupe, onder hoeken van 1° gezien worden, ziet men de beelden van P en Q ook overeenkomen met graadverdeelingen die 4° uiteenliggen. Laat men nu het verticale vlak gaande door het midden van het peiltoestel samenvallen met den verticaalcirkel gaande door P, dan ziet men het beeld van P overeenkomen met graadverdeeling 80° en aangezien de beelden van P en Q overeen moeten komen met graadverdeelingen die 4° uiteenliggën, zal men Q overeen zien komen met graadverdeeling 84°. Hieruit ziet men, dat ondanks het feit dat het verticale vlak gaande door het midden van het peiltoestel een hoek van 4° maakt met den verticaalcirkel gaande door Q, de peiling van Q toch juist kan worden afgelezen.

Fig. 100.

a

In den horizon gelegen voorwerpen, wier beelden men in den spiegel tegen het beeld van de roos afleest, zullen dus, op de juiste peiling afgelezen worden, ook al liggen die voorwerpen niet juist in het verticale vlak gaande door het midden van het peiltoestel, wanneer de hoofdbrandpuntsafstand van de lens iets grooter is dan de straal van de kompasroos en de lens zoodanig geplaatst wordt dat de randverdeeling der roos even binnen hoofdbrandpuntsafstand valt.

Liggen de voorwerpen boven den horizon, dan verandert echter de zaak. Stel dat de beelden van twee voorwerpen, in den horizon liggende, op het beeld van de roos afgelezen, 4° verschil in peiling geven en dat daarna die voorwerpen 60° boven den horizon opgelicht worden. De afstand in den spiegel zal nu kleiner geworden zijn en op het beeld van de roos zal men nu slechts 4° X cos 60° =2° verschil in peiling vinden. Om juist af te lezen zou op het beeld van de roos elke graad tweemaal kleiner moeten zijn, hetwelk men zou kunnen verkrijgen door een lens te nemen, waarvan de hoofdbrandpuntsafstand Fc tweemaal grooter is.

Nuj heeft Thomson een lens genomen van zóodanigen hoofdbrandpuntsafstand, dat deze juist is voor een hoogte van het te peilen

Sluiten