Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheepvaart toegekend, in de plaats zoude kunnen worden gesteld om die vaart boven die der vreemden eenigermate te begunstigen, zonder deze aanleiding te geven tot nieuwe bezwaren.

Bij het rapport van de Administratie voor de Nationale Nijverheid is aangetoond, dat de Nederlandsche vaart bescherming noodig heeft en in het genot van de 10 % eene wezenlijke aanmoediging vindt, alsmede dat het de vreemde mogendheden en meer bijzonder Engeland niet alleen te doen is om zonder eenig wezenlijk equivalent dit voordeel met de Nederlandsche vlag te deelen, maar ook om in andere opzigten met betrekking tot den maatstaf der betaling van de regten op sommige koopmanschappen met de Nederlandsche te worden gehjk gesteld, en dat alzoo, gesteld dat men de 10 % opgaf, de zaak ook daarmede nog niet eens ten einde zoude zijn, veel min dan wanneer de Nederlandsche scheepvaart voor het verhes van dit eerst aan dezelve toegekend voordeel eenige andere vrijstelling verleend wierd en zoodanige nieuwe begunstiging, gehjk dit niet zoude zijn te vermijden, bij de vreemden bekend wierd.

Niet minder belangrijk dan de bemerkingen omtrent de teruggave der 10 % rijn in mijn oog die der Administratie over het onderwerp van den brief van den consul-generaal te Londen, terwijl het hulpmiddel, dat dezelve aan de hand geeft, in gevalle de bedoelde maatregel tot stand komen en op Nederland zoude mogen worden toegepast, mij al mede is voorgekomen wel bedacht te zijn.

Ik kan mij dan ook, evenals de minister van Binnenlandsche Zaken, zeer wel vereenigen met de consideratiên van de Administratie voor de Nationale Nijverheid omtrent de zaak der 10%, dienvolgens onder verbetering van oordeel zijnde, dat men deze bepaling in het belang der Nederlandsche scheepvaart zal behooren te handhaven en dat daarvan alleen zal kunnen worden teruggekomen ten behoeve van zoodanige natiën, die zich te eeniger tijd genegen zouden toonen de vaart onder Nederlandsche vlag door eene wijziging van dezelver tarieven wederkeerig te bevoordeelen, mitsgaders dat met opzigt tot den brief van den heer May U. M. 's ambassadeur te Londen vertrouwelijk zoude kunnen Worden bekend gemaakt met de mogelijke gevolgen, irigevalle de maatregelen, in het Lagerhuis ten aanzien van den

Sluiten