Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Och het stoöt so wel, dat men parmantig en grace-

lijken gaat

En korrompeert u tronie niet, hout 't in die form, dóór

't ou in staat 225 Zemers dat 's bysart, dat 's braaf, dat 's groots, dat 's graaf, dat 's wel jentjens. Kuist en vaagt wel nettekens ou kleekens en acoutre-

mentjens:

Neemt tansens de kladder, den borstel, den kleer-

bessem, sulde? Da' ge een Brabander waart, dat wilde kik om duisent

pond of hondert gulden; Ik sou ou annimeeren en addresseeren bai de grootste van 't lant

230 Ik zal ou promoveeren tot Doctor Juris door ou

beestj aal verstant Gai zijt een merveille van de waerelt! Gai sul wel

tot hoogheit raken, Want ik sal ou Souverein van Holland en van Vran-

keraik 'maken. Een Marquissaatschap oft Graafschap dat acht ik

niet een seur; Kapitainschappen, Kornelschappen, Hartogschappen, daar stier ik kinders met deur: 235 't Is mai de pain nie waart, om daar eens op te dinken, Ik sode heel Gel der lant wel lichtelaik weg schinken. Ik kik hee die liberalheit met onsen Koning gemain, Die heel Indien weg geeft aan een simpel kapitain,

224 Korrompeert: verdraai.

225 Bysart: ongemeen. — Graaf: deftig. — Jentjens: netjes, lief.

226 Kotst: reinig. — Acoutrementjens: opschik.

227 Tansens: nu eens. — Kladder: schuier.

229 Annimeeren: aanbevelen. — Adresseeren: introduceeren.

230 Beesljaal: geweldig.

233 Seur: lor.

234 Stier deur: scheep af.

237 Ik kik hee: ik heb. — Liberalheit: vrijgevigheid.

Sluiten