Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23 Maart werd het voorstel in de Staten goedgekeurd 1). Werden nu onmiddellijk de bevelhebbers der schutterijen en wijken bijeengeroepen? Neen, daarvan kon toen geen sprake zijn. Juist op ' dienzelfden 23en Maart hadden de Staten 's morgens overhaast en buiten den beschrijvingsbrief om besloten „dat voortaen egeene Steden, des gemeene Lands saecken in beraedslaginghe sullen mogen leggen met eenige, het zy best gestaetste Schutteryen, Gilden ofte andere, als by eenige Steden tot anderen tyde is gedaen, maer alleenUjck met den genen, des van ouds behorende, ten ware met voorgaende gemeene bewillinge van de Staten" 3). En al is het waar, dat de Amsterdamsche regeering zich niet altijd aan dat verbod, dat waarschijnlijk bepaaldelijk met het oog op haar voornemen was aangenomen, gestoord heeft, zoo kon

1) Res. St. v. Holl. 1581. bl. 117: 23 Maart nam.

2) Kluit: Staatsregering I, bl. 263, heeft terecht geschreven: „Bestgestaatste, Schutterijen, etc." Op bl. 265 interpreteert hij de Bestgestaatsten als «de rijksten, de aanzienlijksten, de meestbelanghebbenden en vroedsten."

s) Res. St. v. Holl. 1581, bl. 111: 23 Maart. — Daar dit vérbod in de Resoluties afgedrukt staat tusschen de besluiten omtrent het achtste en het negende lid der remedie, dus als het ware tusschen de aan de orde zijnde onderwerpen is ingeschoven, komt het mij waarschijnlijk voor, dat de Staten, bekend geworden met het voornemen der Amsterdamsche regeering, het raadplegen der bevelhebbers van schutterijen en wijken door het overhaast aannemen van dit verbod hebben willen voorkomen. [Pas 1 December werd besloten „de Resolutien, genomen tegens de vergaderinge van de Schutteryen, dan in ordinaris saken" aan de steden toe te zenden. Hierna bl. 104, noot 1].

Dat het besluit bepaaldelijk met het oog op het voornemen der Amsterdamsche regeering genomen werd, laat zich ook hieruit opmaken, dat het punt geen deel van den beschrijvingsbrief had uitgemaakt (volgens vriendelijke mededeeling van den archivaris van Gouda). In de stedelijke vroedschappen had men dus over het verbod niet eerst kunnen' raadplegen.

*} Voor latere overtredingen: Scheltema: Oud en Nieuw, 1844, bl. 41 vl.: Verhandeling over de drie schutteryen en de wakende burgerye der stad Amsteldam, door Jan Wagenaar, waar we op bl. 110 en 111 lezen, dat het goeddunken van den krijgsraad in 1584 bijv. werd ingewonnen „over de voorgenomen handeling met Frankrijk tot bescherming tegen Spanjen", in 1585 „over 't opdragen van de oppermacht van den lande aan de Koninginne van Engeland", en in 1588 „over de vredehandeling met Spanjen".

Sluiten