Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geboden om verdere ondernemingen dan de bevrijding Van Orleans en de kroning te Reims uit te voeren, maar zij hadden het haar ook niet verboden. Johanna was in dezen van hemelswege vrij gelaten. Had zij verkeerd gehandld, dan zou dat uit een stellige afkeuring van de zijde der Stemmen hebben moeten blijken, en dit is niet het geval geweest.

„Johanna zelf bekende, dat haar de Stemmen noch verboden, noch bevolen haar loopbaan verder door te zetten. Zeker is het, dat van dezen dag af haar ster daalde en dat zij door haar blijven den weg van grooten smaad, onuitsprekelijk lijden en een bitteren en wreeden dood betrad, uit christelijk oogpunt beschouwd echter de loopbaan van den hoogsten roem, den roem van christelijk-heldhaftig verduurd lijden en der voltooiing des levens door het martelaarschap voor recht en gerechtigheid." (')

Quicherat verdedigt hel gevoelen, „dat de Maagd slechts voor de helft haar zending vervulde, welke de hemel haar opgedragen

had J ohanna had, overeenkomstig haar openbare verklaringen,

de Engelschen tot den laatsten man toe uit Frankrijk verdrijven en de bevrijding van den hertog van Orleans bewerken moeten, en daar zij noch het eene, noch het andere gedaan heeft, heeft haar zending schipbreuk geleden." (2)

A. Renard heeft Quicherat het eerst weerlegd (*); ook Villiaumö bestrijdt hem ('); en Alfred Nettement houdt zijn bewering voor geheei onbewezen. (5)

Wij behoeven dit niet verder aan te toonen; het volgt uit onze vorige uiteenzettingen. Bovendien kan Quicherat wel beweren, maar beweringen zijn nog geen bewijzen. En doorslaande bewijzen voert hij niet aan.

Welke waren de redenen en de gevoelens, die Karei VII er toe brachten om Jeanne d'Arc na de kroning te Reims aan haar lot over te laten?

Vooreerst, hij was er toe overgegaan om met den Hertog van Bourgogne te onderhandelen en een wapenstilstand te sluiten. Deze hield daaraan vast en de afgezanten van den Koning gingen met hem en steunden hem, daar zij daarin een succes van hun politiek zagen. En Karei VII werd voor deze politiek gewonnen; het ontbrak niet aan goede bewijzen om hem te overtuigen. Het geheele

O Stimmen aus Maria-Laach, 1909, p. 10.

C) Quicherat, Apercus nouveaux sur Vhistoire de Jeanne d'Arc. Paris 1850.

O A. Renard, La mission de Jeanne d'Arc. Paris 1856. (*) Villiaumé, Hist. de Jeanne Darc et réfutation des divers erreurs publieés jusgua ce jour. Paris 1863. O A. Nettement, Rev. des Quest. hist. 1866, I, 526—561.

Sluiten