Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de buikzijde sterk ingedeukt. Apikale helft plat kegelvormig, antapikale helft meer afgerond, beide ongeveer even groot. Dwarsgroeve diep en sterk linkswindend, langsgroeve diep, naar achteren verwijd, alleen op het antapikale gedeelte. Chromatoforen klein, rond, geelbruin, kern in de achterste lichaamshelft, stigma groot, langgestrekt en donker-karmijnrood. Lengte: 40 ft, breedte: 35 /u (volgens Pénard).

Viudplaatsen; Langweerder Wielen, plas bij Laaxum. Centrifuge-plankton.

Een door haar platte gedaante zeer kennelijke soort, waarvan ik echter tot dusverre slechts twee exemplaren heb gevonden: één in de Langweerder Wielen en één in een plas bij Laaxum (Friesland), beide keeren in centrifuge-plankton. Daar ik deze Glenodinien alleen levend gezien heb en zij mij daarna ontsnapt ■ zijn, ben ik niet in de gelegenheid geweest ze nauwkeurig te meten of te teekenen. Slechts in een enkel opzicht weken mijn exemplaren af van die van Pénard: terwijl deze vermeldt, dat de „tache oculaire" normaal is, en haar als een niervormig lichaampje, in de voorste lichaamshelft gelegen, afbeeldt, bezaten mijn exemplaren beide een zeer opvallend gekleurd, langwerpig stigma, dat op de gewone plaats, daar waar de overlangsche groeve in de dwarsgroeve uitmondt, wordt aangetroffen. De kern was bij mijn exemplaren onduidelijk.

PER1DINIITM

7. P. tabulatum (Ehrb.) Clap. et Lachm.

Études sur les infusoires, blz. 403. Syn. Glenodinium tabulatum Ehrb.

„ apiculatum Ehrb.

Infusionsth., blz. 257, pl. XXII, figg. 23 resp. 24. Lichaam eivormig, dorsoventraal afgeplat. Apikale gedeelte klokvormig, veel grooter dan het meer half-bolvormige antapikale gedeelte. Het pantser van het eerste bestaat uit 14 platen n.1. 7 prae-aequatoriale, 1 ruitvormige en 6 apikale, het pantser van het achterste gedeelte bestaat uit 7 platen (het normale aantal) t. w. 5 post-aequatoriale en 2 antapikale. De platen vertoonen een duidelijke netvormige struktuur en zijn met stekeltjes bezet. Dwarsgroeve linkswindend, overlangsche groeve op de voorste lichaamshelft beginnend, naar achteren toe iets breeder wordend. Chromatoforen geelbruin, geen stigma. Lengte: 45—55 u, breedte: 35—50 f-i.

Vindplaats: tot dusver alleen met zekerheid in het Zwanenwater bij Callantsoog. Neten centrifuge-plankton in de zomermaanden. Komt waarschijnlijk ook elders in ons land veel voor.

8. P. aciculiferum Lemm.

Ber. deutsch. bot. Gesellsch. XVIII, 1900, blz. 28.

Lichaam eivormig, dorsoventraal afgeplat. Beide lichaamshelften ongeveer even groot, kegelvormig, de antapikale helft iets meer afgerond, met drie stekeltjes, waarvan het eene op den antapex, de beide andere links en rechts daarvan zitten. Het pantser van de voorste lichaamshelft bestaat uit 13 platen, n.1. 7 prae-aequatoriale, 1 ruitvormige en 5 apikale, het pantser der achterste lichaamshelft uit 7 platen n.1. 5 post-aequatoriale en twee even groote antapikale. De platen bezitten een fijne netvormige struktuur, de ribben zijn smal. Dwarsgroeve duidelijk linkswindend, overlangsche groeve naar achteren ver doorloopend, door een fijne dwarsnaad in tweeën gedeeld, slechts even op de voorste lichaamshelft beginnend. Chromatoforen bruingeel, schijfvormig, kern centraal eenigszins niervormig, geen stigma.

Lengte: 35—40 /u, breedte: 27—32 (x.

Vindplaats: Zwanenwater bij Callantsoog. Net- en centrifuge-plankton. Maart, zeer talrijk.

Deze soort, die met de voorafgaande tot de meest verspreide Peridineeën behoort, en waarschijnlijk ook elders in ons land veelvuldig voorkomt, heb ik tot dusverre met zekerheid

Sluiten