Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer, „in eene ervarene en door de Staten-Generaal voorzichtiglijk gecontroleerde diplomatie".

VI

De Justitie

Voor den grond waarop alle Rechtsbedeeling rusten moet, aanvaardt de antirevolutionaire partij de beginselen, die ons daaromtrent in de Heilige Schrift zijn geopenbaard. Gelijk de Eerste voor 's menschen verplichting jegens God, zoo. bevat de Tweede Tafel der Tien Geboden de grondregels voor alle betrekkingen tusschen de menschen onderling. Tusschen de enkele menschen, maar ook voor de samenleving; want een maatschappij zonder regel en orde zou een horde, een opeenhooping van menschelijke wezens met ongebreidelde lusten, maar geen menschelijke samenleving zijn. Is nu het Recht in God en door Hem ons geopenbaard, dan is tevens uitgesproken dat alle rechtsbedeeling in Zijnen naam moet geschieden, niet in dien van den mensen.

De antirevolutionaire opvatting kent dus geen onafhankelijke zedeleer, die in 's menschen verstand of in het geweten haar oorsprong zou hebben, of als vrucht van een eeuwenoude beschaving zou zijn aan te merken. Daarbij wordt het recht onderhevig aan de wisselende inzichten van het menschelijk brein, of aan de tegenstrijdige uitspraken van het geweten, en kan er dus geen onveranderlijke rechtsregel bestaan, waarnaar zou moeten worden gehandeld. Nog minder kent zij een tweeërlei zedeleer, waarbij voor den een goed is wat voor den ander kwaad heet. Een tweeërlei zedeleer stelt een recht dat met zichzelf in strijd is. Hoe kan daaraan een juiste rechtsbedeeling worden ontleend? Men zou dan telkens tweeërlei wetboek en tweeërlei rechtbank moeten hebben; de rechter zou den eenen mensch naar dit, den anderen naar dat wetboek moeten berechten. Wat zou dan gelden als het recht in de maatschappij?

Wat de toepassing dezer beginselen op het regeeringsbeleid betreft, moet in onzen tijd vooral op een drietal punten nadruk worden gelegd, omdat daar het recht het meest gevaar loopt voor valsche opvattingen, te moeten wijken.

Ten eerste, op de bescherming van het menschelijk leven. Het leven is het allereerste wat God den mensch geeft; de gift waaruit

Sluiten