Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Et le Romain sentait sous la lourde cuirasse, Soldat captif bercant le sommeil d'un enfant, Ployer et défaillir sur son coeur triomphant Le corps voluptueux que son étreinte embrasse. Tournant sa tête pale entre ses cheveux bruns Vers celui qu'enivraient d'invincibles parfums, Elle tendit sa boüche et ses prunelies claires; Et sur elle courbé, 1'ardent Imperator Vit dans ses larges yeux étoilés de points d'or Toute une mer immense oü fuyaient des galères.

De Heredia.

35. Het Lied des Storms.

Door 't woud der pijnen kreunt en zucht de wind, En machtig wuiven de gepluimde toppen, En strooien rond de zware schilferknoppen, Die stuiven over 't knerpend naaldengrint: En uit het hemelgroen dier ruige koppen, Die schudden: ja, en neen, van woede ontzind,. Daalt daar een lied op 't levend menschenkind, Dat van een grootsch ontzag de borst voelt kloppen: „De duizend, die zichzelf nooit wezen konden, „Bezitten saam een waarheid die hen bindt: „Hun is 't geloof dat spreekt uit duizend monden; „Maar wie, wat menschlijk waar is, zelf ontgint, „Voelt zich aan zich door zich alleen verbonden, „En weet dat hij voor zich slechts waarheid vindt."

Perk.

D-E. ODEN EN HYMNEN. 36. Die Gestirne.

Es tönet sein Lob Feld und Wald, Thai und Gebirg, Das Gestad'hallet, es donnert das Meer dumpfbrausend Des Unendlichen Lob, siehe, des Herrlichen, Unerreichten von dem Danklied der Natur! kalff, Bloemlezing van lyrische poëzie. 3

Sluiten