Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

preeken, alleen als ze Soeurette tegenwoordig 's avonds, voor het naar bed gaan, in haar Bijbeltje zag lezen, zeide zij geregeld : „Lees me toch voor Soeurette, je moogt mij niet achterlaten, je moet mij met je meenemen. Ik wil niet, dat je dingen doormaakt, die ik niet begrijp." Dan antwoordde Soeurette haar, dat men niet over alles kon spreken en dat er dingen waren die men niet eens onder woorden kan brengen en dat ze eigenlijk zelf niet wist, wat er aan scheelde.

Wel wist ze, dat ze zich zooveel rustiger en gelukkiger voelde dan vroeger, en zoo'n behoefte had om te bidden, en alles van zich zelf aan den Heiland te vertellen, Die wist, dat ze geen moeder had zooals andere meisjes. Ze deed al haar best om het huishoudelijke werk goed te doen en, ten minste in huis, zich zoo nuttig mogelijk te maken.

Van Anne Marie had ze niet veel hulp, die had, volgens haar zeggen, zooveel te doen met het pluimvee en niet het minst om de eigenwijsheid en koppigheid van den tuinbaas te bestrijden, die het altijd beter wist dan de boeken, die Onkeltje haar ter bestudeering had gegeven.

Vroeger zou dit Soeurette geërgerd hebben, nu ging ze stil haar gang en deed nauwgezet haar plicht, al gevoelde ze zich soms nutteloos. Het was toch een feit, dat Stefke van 't huishouden alles veel beter afwist dan zij, al vroeg zij haar ook zeer gedwee steeds om raad en dat alles even goed zou gaan, als ze er niet was.

Misschien dat ze later, als ze wat meer vrijen tijd had, zich op schrijven zou kunnen toeleggen. Zou ze ooit wel eens zoo ver komen, dat ze wat zou kunnen verdienen ? Met dat geld zou ze goed willen doen, het voor anderen besteden, en misschien dan pas gaan gevoelen dat ze nuttig was en dat er ook voor haar een roeping te vervullen was in het leven.

Sluiten