Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D2.

Memorie van ToeHchting.

Algemeene beschouwingen.

1. De huidige duurte is een internationaal verschijnsel. In geheel Europa, zoowel in de landen, die bij den oorlog zijn betrokken geweest, als in de neutrale staten, doet zij zich met ongekende hevigheid gevoelen. In Noord- en Zuid-Amerika staat men, zij het in geringer proportie, voor hetzelfde vraagstuk; er is nauwelijks eenig beschaafd land, waar niet klachten worden gehoord over stijging van de kosten van levensonderhoud.

De verwachting van velen, dat met het einde van den oorlog of althans zeer spoedig nadien een belangrijke en blijvende prijsdaling zou intreden, is vooralsnog niet vervuld. Een beeld van een en ander geeft het indexcijfer van den Engelschen „Economist". Het cijfer is berekend naar den Engelschen groothandelsprijs van 22 der voornaamste voedingsmiddelen en grondstoffen en wint dus, naarmate het internationaal prijsevenwicht van dergelijke artikelen met zeer ruime markt zich gaat herstellen, weder aan internationale beteekenis. Bij het sluiten van den wapenstilstand in November 1918 stond dit cijfer — bij welks berekening de gemiddelde prijs van 1901 — 1905 op 100 werd gesteld en dat bij het uitbreken van den oorlog in Juli 1914 115.9 beiiep — op 282.6, welk niveau het in Augustus 1918 had bereikt. Na den wapenstilstand volgde aanvankelijk een niet onbelangrijke daling, waarbij Maart 1919 het laagste punt, 259.4, te zien gaf. Sedertdien is evenwel het cijfer weder voortdurend gestegen, met het resultaat dat voor September j.1. 299.4 werd berekend, het hoogste cijfer, dat totdusver werd bereikt.

Het behoeft geen betoog, dat ter beoordeeling van de mate, waarin de kosten van levensonderhoud sedert 1914 gestegen zijn, een aldus berekend indexcijfer volstrekt onbruikbaar is. Betrouwbare cijfers dienaangaande zijn niet gemakkelijk samen te stellen. Bovendien loopen de grondslagen, waarop in verschillende landen de berekening plaats vindt, uiteen, zoodat internationale vergelijking niet dan onder groote reserve mogelijk is. Voor Nederland heeft men ter beschikking de door het Bureau van Statistiek der gemeente Amsterdam berekende cijfers nopens de kosten van levensonderhoud voor arbeidersgezinnen. Volgens deze berekeningen zou een arbeidersgezin, dat in 1911 met een bedrag van / 100,— zou hebben kunnen volstaan,

Sluiten