Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK.

I.

In haar klein kamertje stond Annemarie, en keek uit het raam in de zonnige blauwe lucht. Gedachteloos stond zg te staren; vandaag voor een week was zij terug-gekomen uit Amsterdam, na er drie jaar te hebben vertoefd en zij voelde zich in haar ouderlijk huis nog steeds niet thuis.

De overgang van het stille, rustige leven met haar tante alleen naar het woelige, kinder-rjjke gezin harer ouders was ook zoo wonderlijk groot. Zij voelde zich nog steeds, alsof zij er maar een poosje logeeren kwam, en moest zich telkens met geweld voorhouden: neen, ik woon hier, hier is mijn huis.

Terug in Rotterdam. In haar lieve, oude stad, waar zg als kind had gespeeld, waar zij op school en op de leering was geweest, en waar zij hèm had leeren kennen, dien zij nu in drie jaar niet had gezien, van wien zij in drie jaar niets had gehoord, en die langzamerhand voor haar was geworden zoo iets als een prins uit een sprookje...

Sluiten