Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vinden bij het publiek, dit heeft met zijn aesthetischen geest niets te maken. Als kunstwerk kan zijn werk slecht zijn, al is de moreele inhoud nog zoo goed. Begrijpelijk is de verontwaardiging van Multatuli toen hij moest ondervinden dat het publiek zijn „Max Havelaar" slechts mooi vond : hij wist zelf reeds langen tijd, dat hij kunstenaar was. Volgens hem moest zijn werk als sociaal werk beoordeeld worden. Indien Multatuli als wijsgeer, of als hervormer gefaald heeft, dan is dit niet toe te schrijven aan den vorm, waarin hij zijne werken heeft gegoten, maar aan zijn qualiteit als wijsgeer of hervormer. Ook Bolland hoort niet graag, dat men zijn colleges mooi noemt, alleen omdat hij in buitengewone mate de gave van het woord bezit.

Een kunstenaar behoeft echter geen philosophische of moreele gedachten als algemeene geldigheden te uiten en kan toch kunstenaar zijn. Hij kan zijn phantasie laten werken, zonder dat de nuchtere opmerkingen van een Batavus Droogstoppel iets aan den aard van zijn kunstwerk zullen veranderen. En hiermee is gezegd, dat zijn kunstwerk geheel vrij kan zijn van philosophische gedachten. Wie durft beweren, dat het door Droogstoppel veroordeelde gedicht van Heine wijsgeerige gedachten inhoudt ? Wie heeft in een zoetvloeiend, zacht verdwijnend accoord aan den tijd gedacht ? Wie heeft ooit bij de mooie tinten van Mauve gedacht aan het begrip kleur ? Denkt men bij de aanschouwing van een stilleven aan de drie dimensies der ruimte ? Of beter : heeft de kunstenaar zelf bij zijn intuïtie, zijn visie gedacht aan tijd, kleur, ruimte ? Bij het scheppen van zijn kunstwerk heeft hij wel technische kennis en practische hulpmiddelen noodig, doch deze zijn niet gelijk te stellen met het aesthetische van zijn visie. De physische middelen, die hij tot zijn beschikking heeft, om zijn visie mede te deelen aan anderen, zijn de voortbrengselen van zijn practischen geest én deze is zonder het begrip blind. De begrippen ruimte, tijd enz. heeft hij evenals ieder handelend mensch noodig, om zijn kunstwerk

T v. W. XII.

Sluiten