Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voldoende ie om een gezin te onderhouden. Volgens sommigen een gezin met een maximum aantal kinderen, zonder dat blqkt, hoe groot dat maximum is, volgens anderen met een gemiddeld aantal kinderen, door Prof. Aengenent gesteld op vier of vijf.

Uit deze enkele mededeeling van de verschillende opvattingen omtrent de beteekenis van gezinsloon blijkt wel, hoe weinig dit begrip nog vaststaat. Doch moeilijker wordt de kwestie nog, wanneer gelet wordt op 31e wijze, waarop de eenie opvatting tegenover de andere verdedigd wordt.

Dit geldt bepaaldelijk van de tegenstelling welke gemaakt wordt tusschen het relatieve en absolute familieloon.

Inderdaad schijnt die er te zqn, in zooverre als gezegd wordt, dat bij het laatste de geleverde arbeid de eenige maatstaf blijft voor de belooning, terwijl bij het eerste rekening wordt gehouden met een bijkomende omstandigheid, de meerdere of mindere omvang van het gezin.

Dezen gedachtengang vindt men bij Prof. Aengement, die het absolute familieloon aanprijzend, op blz. 31 van zqn reeds meermalen aangehaald praeadvies schrijft: „Mijns inziens zijn zoowel het relatieve als het collectieve gezinsloon" — wij kunnen dit laatste vo r het oogenblik voorbijgaan — „te verwerpen, eni is het absolute familieloon alleen te verdedigen. Immers het relatieve familieloon gaat uit van de gedachte, dat het loon geëvenredigd moet zijn aan de behoeften van den arbeider. Dit is evenwel, zooals blijkt uit onze voorafgaande uiteenzettingen, onjuist. De eenige maatstaf kan zijn en niets anders zijn dan de waarde van den arbeid, die beoordeeld wordt door de algemeene schatting, welke 'zich grondt op verschillende objectieve factoren. De behoeften van den werkman kunnen den maatstaf van het loon niet % ij n." (Wij fpfctiëeren.)

En niet minder sterk laat Prof. Bruin zich uit in zijn „Sociologische beginselen", waar deze, het familieloon verdedigend', zegt: „Van verkeerd begrip geeft de bestrijding blijk, als men het familieloon laat beteekenen den eisch, dat het loon berekend moet worden naar de talrijkheid van het gezin, alsof dit de maatstaf van het loon ware. In dien zin wordt door niemand een familieloon verdedigd. Trouwens dit weerlegt zich zelf.

„Anderen geven aam de zaak deze voorstelling, dat de arbeider, behalve het door zijn arbeid verdiende loon, bovendien krachtens de rechtvaardigheid nog een toegift moet ontvangen1 met het oog op zijn huisgezin.

„Een familieloon aldus opgevat is een ongerijmdheid. Dat verwerpen

betalen krachtens strikte rechtvaardigheid, omdat dit het aequivalent is vau de waarde van den gepraesteerdien aTbeid!; en ten tweede uit een bewegelijk of veranderlijk gedeelte, hetwelk bestaat in de eerste plaats uit hetgeen de andere leden van het gezin verdienen, en vervolgens uit de verschillende tegemoetkomingen, die de patroons geven in de wisselende behoeften hunner arbeiders". Enz.

Daargelaten weer die groote breedsprakigheid! zou er aanleiding zijn tot menige vraag; maar ook tot d-eae, of de jbelopning van d© andere leden des gezins niet evenals die van het hoofd des gezins naar strikte rechtvaardigheid moet geschieden.

Sluiten