Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

winkel uit de Lange Nieuwstraat! Frans is een hoofd grooter dan ik, sterker dan de sterkste, behendig in alle spelen, vlug in 't leeren. Al wat Mamesel voorbrengt, leest hij op het eerste zicht, behaalt zonder moeite al de „bons", en heeft zijnen „toon" reeds afgeschreven, als wij nog aan de eerste letters knoeien. Terwijl wij in de „Nieuwe Spellekonste" pijnlijk voortsukkelen, en nauwelijks het „Cleyncabinet" durven aanpakken, is Frans den „Claus catechismus" al door, kent vragen en antwoorden op zijn duimken, en zal weldra de „Gazet" in handen krijgen: toppunt van kunde en wetenschap, dat weinigen bereiken, en waarnaar er niets overblijft, dan de school „volleerd" te verlaten.

Hij zal het verre, zeer verre brengen, de zoon uit „den Olifant"!

Ik zie tegen hem op als tegen iets buitengewoons, iets ongenaakbaars, iets reusachtigs, dat geheel buiten mijn bereik valt en zelfs boven mijne gedachte ligt. Neen, gelijk Frans Theunis zal ik nooit worden!

Soms gaan wij denzelfden weg. Gewaardigt Frans zich dan mij aan te spreken, zoo stap ik met breede schreden, opgeheven hoofd, en redeneer met ernst en gewicht.

't Schijnt mij, dat de voorbijgangers ons aankijken, en op mijn persoontje straalt een deeltje van de bewondering en den eerbied, welke ieder moet gevoelen voor den „groote" onzerschool.

Als ik aan Tante uit school verhaal, is het om haar te doen kennen, wat Frans zegt, hoe Frans gekleed gaat, welk spel Frans verkiest, wat Frans nu weder gedaan heeft, — altijd iets grootsch, iets wonderbaars, iets zeldzaams, dat nooit iemand anders dan Frans zou durven uitdenken of wagen.

Op den feestdag van den H. Martelaar en Belijder „Casianus", als de scholieren twee aan twee ter kerke gaan,

Sluiten