Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

agent dien ik niet kende, in mijn cel en gelastte mij hem te volgen- ik zag met vlng&g "** ™ !*5 jaar ongeveer^rfe^r nfefh^el

De zaken konden dus gebeuren, zooals Mattia had geschreven en toen de trein op gang was nam ik plaats bij het portier aan den tornwaar ik inge SS^Jt^*"*"*''* p0ÜtieagL ^.tegenover 4: ^ wS^S

- Spreekt gij engelsch? vroeg hij. - Een beetje.

i Verstaat gij het? - Zoowat, als men niet te gauw spreekt.

- Welnu, mijn jongen, dan wil ik u een goeden raad geven. Wees niet kooP^egev?T de rechtT; beken' Dan ^1 iedereen even we willend voor Te 7^\^etS mTmt £e menscilen m^r dan dat ontkennen tegenalleTbewi?

Tegenover ben, die voor hun schuld uitkomen, is men altijd welwiS gezind Ik zelf, bijvoorbeeld, wil u met pleizier een rijksdaalder geven akrii me zegt, hoe de zaak zich toegearagen heeft. Ge zult eens zien wa8t gr^ meï d? geld in een gevangenis doen kunt tot veraangenaming van uw lot

Ik was op het punt om te antwoorden, dat ik niets te bekennen had maar ik begreep nog bijtijd® dat het beter was mij de welwihendS ?e verwerven

^?Ln1Vr°ovPde' T V°m™?™ en * antwoordde dus n?e7 "' ^7^Lf a K% T6r nadenken- g™g voort, en wanneer gij in de gëvangewLf lk U een g0^en raad gegeven heb, kunt gij m j doen roepfL

Want, ziet ge, men moet zi n schuld niet bekennen aan den eerste den™bl£e-

™ttV-elZ1}n mal?- ^et6n te Mezen> ,die dan me' belangstelhnlu helpen zal'

£ jttóinheCT.11331" Dalphen; ^ na3m ™h ge Wel onlhoud«n. nietwaar?

Ik stond tegen het portier geleund, waarvan het glas was neergelaten TV vroeg hem verlof om bet land te zien, dat wij doorreisden endaan i zich winSenr--nhwWilde ve™Ten> z« Hij. dat ik kon kijken, zooveeTik wild? Wat had hij ook te vreezen? De trein was in voüe vaart!

vP^i,S'.di-ei,d00r ïf* 0pen. raamPj« binnendrong, was ijskoud en Dalphen verwijderde zich van het portier om midden m de coupé plaats te nemen

Ik voor mij voelde geen tocht; ongemerkt stak ik mijn arm natr 5„ en draaide met mijn rechterhand den knop om, maar Meld het portier dicht hJ/?. 3 ,gmg v?orb31b de locomotief floot en verminderde terstond in snelheid; eensklaps duwde ik het portier open en sprong zoover ik kon. Ik werd in de greppel geworpen; gelukkig hield ik de handen voor mii uit en green ik in het gras van den spoordijk. Toch was de schok zoo hevig, dat ik naar beneden stortte en m zwijm viel. Toen ik tot mij zeiven kwamT meende ik nog in den spoortrein te zitten; want ik voelde, dat ik snel voortbewoog en ik hoorde het rollen van wielen. Ik lag op een bos stroo.

^Z?vnd^Ung'i,mijiï g^?cht was nal en °P "fi11 wangen en mijn voorhoofd voeldeik een zachte streehng en een warme adem. Ik opende de oogenfeen hond een leehjke gele hond, lag voor mij en likte mij ' Mijn oogen ontmoetten die van Mattia, die naast mij op zijn knieën lag Gij zijt gerat, zei Irij, terwijl hij den hond opzij duwde en m?Jo\nhelsde

— Waar zijn wij? — In een rijtuig. Bob ment.

— Hoe gaat het ermee? vroeg Bob, zich omkeerende

— Ik weet niet, ik geloof goed.

— Beweeg uw armen en beenen eens! riep Bob. Ik lag op het stroo uitgestrekt en deed Wat h$ zei.

— 't Is in orde, zei Mattia? Er is niets gebroken.

— Maar wat is er dan gebeurd?

— G^ rijt uit den trein gesprongen, zooals wij u geraden hadden Maar de schok was zoo erg, dat g» gevallen rijt en in de greppel tereehtgetomenToen

het paard ▼asthield en bij heeft u naar boven geSragen. Wij daeb en da,rij

J&^I^SEtó1^ Wat waren ™roetil Maap» * 8

— Hn reist verder met dén trein, dié niet stilstond.

Nu wist ik het voornaamste. Ik wierp een blik om mij heen, en bespeurde nu

Sluiten