Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen een dusdanige regeling fel protesteeren. En reeds nu staat het vast dat onze militaire organisatie tegen dit programma van aflossing in hoofdzaak den strijd zal gaan aanbinden.

Wï^eischen dat de tijd van africhting in depöts terug gebracht wordt tot 4£ maand en het tempo van op» komst wederom zoo wordt, dat om de 40 dagen een deel opkomt, Het blijkt voorts dat de mogelijkheid aanwezig isjn drie inplaats van in vier gedeelten af te richten. Da$ men d]t dan ook doe. Het is een buitengewone tijd, heel het maatschappelijk leven van ons land wordt hoe langer hoe meer ontwricht, Gebrek aan vele artikelen, tekort aan landbouwgewassen door gebrek aan arbeidskrachten (volgens het bureau van statistiek hierdoor alleen een mindere opbrengst over het afgeloöpen jaar van 30 pCt.), in het bijzonder het argument der grpidboeren tegen het scheuren van wei- en bouwland. Hierom eischen wij, dat voor dezen tijd bijzondere maatregelen worden getroffen en dat men niet voor nu de lasten nog zwaarder doet drukken, om niet eventueel na den oorlog.... de kazernes eenigen tijd geheel of gedeeltelijk leeg te doen zijn. Dat mag geen argument zijn. Hoe men nog den moed heeft dat praatje in dezen tijd te gebruiken, is alleen te begrijpen als men den geest in de hoogere militaire regionen kent. Het is een spotten met den maatschappelijken ernst van het oogenblik. Wij denken er,dan ook niet aan om voor dat gebazel uit den weg te gaan, maar eischen met volle kracht, in de overtuiging het belang van de arbeidersklasse en van de voortbrenging het beste te dienen, dat zoo spoedig mogelijk weer het oude plan van opkomst en africhting in werking wordt gesteld.

Als bij dit plan de laatste jaarklasse, J908 n. 1„ pas in Augustus van 1920 naar huis gaat, welke datum door Ter Laan in de Kamer is genoemd, niet door den Minister is tegengesproken, dus als juist mag worden

Sluiten