Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 3.

Bij het afnemen van het examen zullen als leidraad strekken de programma's bij deze beschikking gevoegd als bijlage I.

Artikel 4.

Het examen wordt afgenomen ter plaatse, door den Minister te bepalen en vangt aan in de tweede helft van Juli.

Elke commissie tot het afnemen van het examen bestaat uit ten minste vijf leden, van wie één tevens het voorzitterschap bekleedt,.

Aan de commissie worden een plaatsvervangend lid-voorzitter en twee plaatsvervangende leden toegevoegd.

Voorzitter is de daartoe door den Minister, in de maand Maart aangewezen inspecteur.

Deze inspecteur doet den Minister in de maand Mei een voorstel nopens de samenstelling der commissie en de plaats waar het examen zal worden afgenomen.

Artikel 5.

De voorzitter wijst de lokalen aan waar het examen zal worden afgenomen. ■ Hij bepaalt den datum, waarop het examen aanvangt.

Hij regelt het uur van aanvang zóó, dat de candidaten niet meer dan één nacht uit hunne woonplaats afwezig behoeven te zijn en zij nog op den dag, waarop het examen voor hen eindigt, hune terugreis kunnen volbrengen.

Artikel 6.

De voorzitter roept de commissie eene maand vóór den aanvang van het examen bijeen ter plaatse, waar dit zal worden gehouden, tot vaststelling van het plan voor de inrichting van het examen.

Veertien dagen vóór den aanvang van het examen roept hij de commissie andermaal bijeen tegen den dag en het uur, voor den aanvang van het examen bepaald.

Sluiten