Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De schrijver zegt verder iets, wat ons nu zonderling mag voorkomen. Eerst stelt hij vast, dat een koetsier die in een groote stad goed kan mennen, en tegelijkertijd de verzorging van de paarden verstaat, zijn loon in hooge mate waard is, en dan voegt hij er bij dat een goede helper, palfrenier, »groom" eveneens moeilijk gevonden wordt, en dat deze niet te groot en te leelijk wezen kan. Dit slaat op de malle gewoonte om als palfrenier een klein, aardig jongetje er op na te houden, een z.g. »tiger", een decoratieve figuur die voor het zware werk ongeschikt is.

Goede paarden zijn zelden ergens anders te koopen dan in de stoeterijen van de groote handelaars, en halen hooge prijzen. De opinie van een veearts inroepen is bij den koop zeer gewenscht Op de markt koopen is voor iemand, die er geen verstand van heeft, geriskeerd. Toen de spoorwegen kwamen, werd overal geprofeteerd, dat het ras zou degenereeren en dat de vraag naar paarden zoo zou verminderen, dat de boeren het fokken zouden gaan nalaten. Die sombere voorspelling is toen niet in vervulling gegaan, maar rijwiel, motorfiets en automobiel zullen meer kwaad aan het ras hebben gedaan. Intusschen blijft het paardrijden en ook het rijden in een rijtuig-nog altijd een meer gedistingeerde sport, die er, ook om de opwekkende beweging in de open lucht en de vereischte kunstvaardigheid, wel nooit geheel uit zal gaan.

Het rijpaard — om daarop terug te komen — wordt ongetwijfeld liever door een goed, dan door een slecht ruiter bereden. Dat van John Gilpin, den »linendraper bold" uit Oowpers onsterfelijke ballade

What thing upon his back had got Did wonder more and more,

en het moet dan ook een rare sensatie voor zoon beest zijn, iemand te dragen die niet weet hoe zich in den zadel te houden en de manen pakt in plaats van den teugel

Het is hier niet de plaats om veel te zeggen over de vereischten waaraan een goed rijpaard moet voldoen. Bovendien zullen de geleerden het daar wel niet altijd over eens zijn. Een paardenkooper weet altijd een aanmerking op de eigenschappen van een paard met groot talent en overtuiging te weerspreken.

Bijvoorbeeld: »Zijn zijn beenen niet wat te dun voor zijn lijf?

O, neen, als u er maar wat op gereden hebt, zullen zijn beenen wel aandikken, wees u daar maar gerust op,"

Sluiten