Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Iets in het algemeen over de inzendingen.

meestal zonder zich behoorlijk rekenschap te hebben gegeven van de werking van het middel en den aard der ziekte. Drogisten en directeuren van chemische fabrieken hadden uit hunne pharmaceutische kennis geput en een of ander recept samengesteld. Boekhandelaars hadden de wijsheid uit geschriften gehaald. Het middel was al of niet op enkele dieren geprobeerd door veehouders; van een nauwkeurige critische beoordeeling was gewoonlijk geen sprake. Sommigen hadden hunne middelen zelf bereid en ook wel geprobeerd. Bij de meerderheid van al deze inzenders mistte men een behoorlijke kennis van den aard der ziekte; de meest verwarde denkbeelden kon men herhaaldelijk aantreffen.

Niemand had aan een deskundige, een veearts, zijn middel gedemonstreerd, zoodat een deskundige verklaring altijd ontbrak.

Een ander karakter hadden de middelen, van meer deskundige zijde aanbevolen ; deze waren tot zekere hoogte behoorlijk wetenschappelijk gemotiveerd, en gedocumenteerd, berustten op kennis der ziekte en kermis van de werking van geneesmiddelen. Wat de inzendingen door veeartsen betrof, deze middelen waren te voren op een aantal dieren door hen toegepast.

Opmerkelijk was het, dat naar verhouding van het aantal aanbiedingen betrekkelijk weinig demonstraties hebben plaats gehad. De algemeene klacht was, dat de veehouders hun vee met ter beschikking wilden stellen voor middelen, welke zij niet kenden en niet door een deskundige werden gegarandeerd. Dit pleit in het algemeen voor de mentaliteit der veehouders en geeft ons hoop, dat de kwakzalverij toch niet zoo gemakkelijk ingang vindt, als de bezitters van geheimmiddelen doen voorkomen en het groot aantal inzendingen, opgesmukt door schoone verklaringen van succes, deed vermoeden.

Wanneer men de verscliillende aanbiedingen nagaat, dan blijkt, dat een aantal inzenders zelf volstrekt niet overtuigd was van de goede werking van hun middel, soms zelfs het nooit hadden toegepast en alleen speculatief een middel hadden samengesteld en zich zuiver uit winstbejag bij de Commissie aanmeldden. Intusschen kan ook niet worden ontkend, dat anderen, echter een gering aantal, in de volle overtuiging verkeerden „het middel" in hun bezit te hebben

Velen echter hadden een verkeerd begrip van hetgeen de praktijk noodig heeft; zij meenden dat een middel, dat gunstig werkte op het genezingsproces van de blaren, verwondingen aan mond, klauwen en tepels, welke het gevolg qn van de werking van het virus, „het middel" tegen mond- en klauwzeer was Niets is echter minder waar; aan een dergelijk middel heeft de veehouder geen behoefte, men kent er vele, die naar gelang van den aard van het ontstekings- en wond, proces door den deskundige worden toegepast.

Wel bestaat er behoefte aan een middel tegen de smetstof van mond- en klauwzeer, dat in staat is de ziekte in haar verloop gunstig te beïnvloeden, hefst

Sluiten