Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grootvaders. No. 45.

(Met twee whistspellen.)

Eerst worden twee evenwijdige rijen ieder van tien kaarten gevormd; boven de eerste dezer rijen komen de daarin aanwezige heeren der vier kleuren en onder de tweede rij de vier azen te liggen. Men kan ook de heeren en azen, in plaats van in twee rijen, op ééne rij naast elkander leggen.

Op de heeren behooren in dalende orde vrouw, boer, tien enz., op de azen in klimmende orde twee, drie, vier enz. van dezelfde kleur. |

De van de beide rijen van tien weggenomen kaarten worden dadelijk vervangen uit het spel in de hand. De volgende van het spel afgenomen kaarten, die niet op de kleurenpakjes der heeren en azen passen, worden op de kaarten van de rijen van tien naar welgevallen gelegd; echter slechts ééne op ieder dezer twintig kaarten, welke, wanneer zij gebruikt kan worden, evenals iedere open plaats in beide rijen vervangen moet worden, en wel eerst ééne kaart op iedere open plaats, vóór men eene tweede oplegt.

Bij het opleggen eener tweede kaart op kaarten der beide rijen moet de speler zeer oplettend zijn, daar het slagen dezer interessante patience alleen door zeer nauwkeurige berekening gelukken kan. Het is daarbij niet hetzelfde, op welke kaart hij eene tweede legt, hoewel de keuze hem vrij staat; door het leggen van eene enkele verkeerde kaart toch kan het geheele spel mislukken. Hij moet b.v. zich wachten twee kaarten van dezelfde kleur en waarde in een en dezelfde volgorde op twee andere kaarten van de rijen van tien te leggen, b.v. op de beide schoppenzevens de schoppenachten, of omgekeerd; maar op de eene in klimmende, en op de andere in dalende

Patience's I. 5

Sluiten