Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengt zich dót rijpe, dat is: immer en uit alles sprekende, gevoel van een onverzettelijke Noodwendigheid met een krachtig ontwikkeld zedelijk bewustzijn en zedelijken voorkeur — persoonlijk dogmatisme van „geloof, hoop en hef de" — dan kan de innerlijke verscheuring, het tragische conflict, herhaling van wat de „tragedie van Sokrates" is genoemd, niet uitblijven

Wanhoop en smart worden onvermijdelijk het deel van "hen, die, geboren met een onuitroeibaar geloof in rechtvaardigheid en waarheid, leeren inzien, dat ook leugen en onrecht onmisbare factoren uitmaken in de structuur van het Zijn, dat het onderscheid tusschen het een en het ander een menschelijke onderscheiding is, welke in de totaliteit niets beduidt dan een relatie, gelijk aan die van „rood" tot „groen." Een gevoel van machteloozen wrok tegen Iemand of Iets, die den mensch aldus dupeert, hem opjaagt naar Idealen, die schimmen en schaduwen moeten blijken, hem liefde tot het eene, haat aan het andere in het hart heeft gelegd, zoodat hij daarvoor zijn geluk offert en zijn leven laat, terwijl „het eene" niet noodwendiger dan „het andere" is, die hem de illusie geeft dat dingen overwonnen kunnen worden, welke evenmin overwonnen kunnen worden als dat men van een blad papier de achterzijde wegnemen kan, om de voorzijde te behouden — brengt in heftige gemoederen een somber pessimisme, een heete opstandigheid voort. Uitnemend hebben we dit geschetst gevonden in Frensens roman „Anna Hohnann", waar de jonge held, nadat zijn dogmatisme (levensgrondslag) van een alvermogende liefde heeft gefaald aan de verdorvenheid van zijn vijand, waanzinnig van smart aan de Hemelpoort klopt om God rekenschap te vragen van zijn scheppingswerk. Niet verwijt hij God dat hij het Booze als onverwoestelijken tegenkant van het Goede schiep en behoudt,

Sluiten