Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tjams vergelijken met den toestand op Bali, in zooverre namelijk Tjams en Balineezen hun oud geloof niet verzaakt hebben. Doch het geloofsleven bij de Balineezen is veel krachtiger en beheerscht de gansche maatschappij. Wel is waar bevat hun godsdienst veel inheemsche bestanddeelen, maar hun goden, hun mythologie, hun zedeleer, hun hemel en hel zijn Indisch. De Balineesche brahmanen ofPadanda's kennen geen Sanskrit meer, maar beoefenen toch nog ijverig de Oudjavaansche letterkunde, waaronder ettelijke uit het Sanskrit vertaalde geschriften voorkomen.

De Mohammedaansche Tjams in Annam zijn bijna even onwetend als hun heidensche volksgenooten. Hun Imams kunnen niet eens Arabisch lezen, laat staan begrijpen; de vastenmaand duurt slechts drie dagen; de wasschingen worden zeer verwaarloosd en degenen die ze verrichten bepalen er zich toe een gat in 't zand te graven en 't handgebaar van waterscheppen te maken; de besnijdenis is bij hen een zuiver symbolische ceremonie. Beter Mohammedanen zijn de talrijke in Kambodja levende Tjams, de zoogenaamde Bani's, die zich aansluiten bij de daar gevestigde Maleiers, hun ras- en geloofsgenooten, van wie zij ook uiterlijk zich weinig of niet onderscheiden.

De onbeduidendheid waartoe de Tjams gezonken zijn heeft niet verhinderd dat zij het onderwerp zijn geworden van ijverig onderzoek. Nagenoeg alles wat men van hun taal, hun letterkunde, hun geschiedenis, hun godsdienst weet, heeft men te danken aan Fransche onderzoekers. Sedert de Franschen zich in Cochin China gevestigd hebben is door hen licht opgegaan over de merkwaardige oude beschaving van t rijk der Khmers, het tegenwoordige Kambodja; onverdeelde lof komt vooral toe aan de uitgave der talrijke Sanskritinscripties. Natuurlijk blijft er nog veel te onderzoeken over, want het te bewerken materiaal is ontzachlijk omvangrijk, maar het onderzoek wordt ijverig en verstandig voortgezet: dank aan de oprichting van de «Ecole frangaise d'Extrême Oriënt» te Saigon, mag men verwachten dat een goed voorbereid algemeen linguistisch en ethnografisch onderzoek van Indo-China de gewenschte uitkomsten zal opleveren.

De zooeven genoemde instelling te Saigon geeft, behalve viermaal s jaars een Bulletin, ook afzonderlijke werken uit. Van het Bulletin zij hier terloops opgemerkt dat het onder alle buitenlandsche tijdschriften het eenigste is, dat niet slechts geregeld enkele titels van Hollandsche geschriften opgeeft, maar ook den hoofdinhoud er van mededeelt. De Pransche geleerden weten trouwens zeer goed dat de geschiedenis en de beschaving van Indo-China ten nauwste samenhangt met die van den Indischen Archipel, en dat men voor de studie van land en volk in den Archipel Hollandsche bronnen behoort te raadplegen.

Sluiten