Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekeerd was, woonden er vreemde menschen in ons lief huisje. En toen vernam ik alles. Mijn vrouw was dood. En de kleine Greta was spoorloos verdwenen.

Huibert bedwong met moeite een snik. Nardings hoorde alles met diep medelijden aan.

„En je hebt haar later weergezien?"

„Nooit! sprak Huibert dof. „Nooit weergezien."

„Onbegrijpelijk," vond Nardings. „Waar is het kind dan gebleven?"

„Ze moet door een rijke dame meegenomen zijn, dit wisten de buren mij te vertellen. Maar meer ben ik nooit te weten gekomen, 'k Heb advertenties in de couranten geplaatst, niets baatte. Ik was opeens alles kwijt."

„Arme kerel, dacht Nardings, maar hij sprak die woorden niet uit, wèl wetende, dat Huibert er niet van hield beklaagd te worden.

„Kom," sprak Huib, „ik stap eens op. Tot ziens, maat, en goede reis!"

„Het beste met je, hoor, Tjerkstra, en als ik je soms van dienst kan zijn met een paar

Sluiten