Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kiel en maakte het kanaal al wijder en wijder door herhaaldelijk op zij te wenden.

Toen het kanaal eene kwartmijl breed en driehonderd roede lang was, kwam het mij voldoende voor en liet ik er onmiddellijk het zeewater inloopen. Ik verbeeldde mij, dat door de rondwentelende beweging der aarde op haar as van het westen naar het oosten, de zee op de oostelijke kust hooger zoude zijn dan op de westelijke kust en dat er bij de vereeniging der twee zeeën een sterke stroom zoude zijn van het oosten; dat gebeurde ook juist zooals ik verwachtte. De zee stroomde er met ontzagwekkende grootschheid in en verwijdde de grenzen van het kanaal, zoodat het de doorgang werd van eenige mijlen breed van den eenen oceaan naar den anderen en een eiland van Zuid-Amerika maakte. Verscheidene koopvaardij- en oorlogsschepen zeilden door dit nieuwe kanaal naar de Zuidzee, China enz., en groetten met al hun geschut als zij voorbij kwamen.

Ik keek door mijn telescoop naar de maan en ontdekte, dat de wijsgeeren daar in grooten opstand waren: zij konden de verandering op de oppervlakte van onzen aardbol terdege onderscheiden en achtten zich min of meer betrokken in de onderneming hunner mede-schepselen op eene naburige planeet. Zij schenen het bewonderenswaardig te vinden dat zulke wezentjes, als wij menschen, zulk een voortreffelijk werk beproefden, dat zelfs in eene andere wereld zichtbaar was.

Toen ik aldus den Atlantischen Oceaan met de Zuidzee in den echt had doen treden, landde ik in Californië en keerde over land langs het rotsgebergte terug. Juist toen ik den top van de eerste reeks heuvelen bezocht had, zag ik een jager blijkbaar in de blauwe lucht schieten, die zich overal boven ons uitstrekte.

„Veel geluk, jager, veel geluk!" zeide ik. „Maar waar schiet-je op? Ik zie niets dan lucht voor je."

Sluiten