Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII. De rechter tegenover het eindoordeel (z.g. freies Er messen) van anderen, speciaal van de administratie J).

§ 1.

Verhouding van dit hoofdstuk tot de voorgaande, en zijn indeeling.

t. a. In de vorige hoofdstukken is reeds meermalen er op gezinspeeld dat soms het onderzoek naar hetgeen in een geding wordt aangevoerd den rechter kan zijn onttrokken tengevolge hiervan, dat aan een ander rechtsgeldig is overgelaten het daarom voor hem rechter oncontroleerbaar oordeel omtrent het punt in kwestie. Vgl. voornamelijk Alg. Begins. IX no. 48; XIV no. 10 (aanhef); XY nos. 19, 24 (aanhef), 34 en 94 sub a. — Zie ook voor de verhouding van dit hoofdstuk XVII (voor-

De termen eindoordeel of (voor den rechter) niet controleerbaar oordeel zijn Ie verkiezen boven „vrij" oordeel. Het is niet geheel hetzelfde als, maar wordt toch vaak op één lijn gesteld met vrij goedvinden, gelijk ook in de Duitsche en Oostenrijksehe litteratuur „freies Ermessen" beide begrippen omvat. Zie b. v. Bernatzik, Rechtsprechung p. 39—41, Tezner, Zur Lehre vom freien Ermessen, (1888) p. 19-20 ja p. 33, p. 118-119 en 122, en denzelfde, Die deutschen Theorieen der Verwaltungsrechtspflege (1901) p. 210 en 209. Vgl. verder v. Idsinga, Admin. Rechtspr. I in de noot op p. 61—62 en denzelfde, liet Verslag v. d. Staats-Commissie enz. (1899) p. 13, alsmede Advies R. v. State op het oorspr. Reg.-ontw. Wetb. v. Adm. Rv. in Bijl". Hand". Tweede Kamer 1905—1908 no. 63(2) p. 9 ad art. 149. — De uitdrukking „het vrije goedvinden" (vgl. artt. 184 en 185 Ontw. 1905 Wetb. v. Adm. Rv.) wijst op een wilsuiting, wel afhankelijk van voorafgaand oordeel, maar daarmee niet te vereenzelvigen (dit doet b.v. Tezner, Die deutschen Theorieen p. 231). Zij kan speciaal daar gebruikt, waar aan de administratie voor haar optreden in het geheel gee^i voorwaarden bij wettelijk voorschrift zijn gesteld. — Ten overvloede zij opgemerkt dat in dit hoofdstuk slechts in relatieven zin sprake is van een oncontroleerbaar oordeel der administratie, n;l. tegenover den rechter. De controle van het administratief beleid door hooger administratief gezag en Volksvertegenwoordiging blijft daarbij onverminderd bestaan. Tegenover deze geldt het z.g. freies Ermessen of eindoordeel niet, tenzij voorzoover die controle enkel op bepaalde gronden kan uitgeoefend (vernietigingsrecht).

Bij deze noot vgl. ook die op p. 559—560 en op p. 574 (a. h. e.).

Sluiten